Alles gaat voorbij

 

‘Heerlijk weer hè?’ Vroeg een man aan de vrouw, die naast hem op een bankje in het park zat.

De vrouw keek de man aan en knikte van ja.

‘Ja, het is heerlijk weer meneer.’

‘Vind u het erg als ik bij u kom zitten?’ Vroeg de heer weer.

De vrouw schoof iets opzij, om plaats te maken voor de man naast haar.

‘Zit u hier al lang?’

De vrouw keek voor zich uit en antwoordde: ‘Ik zit hier al mijn hele leven.’

‘Uw hele leven? Is dat niet heel erg lang?’

De vrouw keek nu opzij, en keek de man recht in zijn gezicht aan.

Hij had  kleine rimpeltjes rond zijn ogen, zijn neus was iets te puntig maar zijn stralende ogen verraadden, dat hij een prachtige persoonlijkheid was.

‘Ja!’ Zei de vrouw; ‘Ik zit hier al mijn hele leven.’

‘Maar waarom? Waarom komt u hier al zo lang?’

Ze keek de man weer aan en zuchtte.

‘Ik wacht hier elke dag op mijn moeder.’ Zei ze zacht.

De man keek de vrouw aan, hij zag tranen over haar wangen stromen.

Tranen die ze met haar zelf geborduurde zakdoekje weg depte.

‘Ik begrijp u niet zo goed, waarom wacht u op u moeder?’

De vrouw keek weer naar de man naast haar.

‘Omdat ze dat tegen mij heeft gezegd voor ze overleed’.

‘Ze zei, ga elke dag naar het park en ga daar op een bankje zitten en kijk om je heen.

Kijk en zie wat er allemaal om je heen gebeurd.

Oordeel niet, maak geen onderscheid tussen goed en kwaad, maar laat het leven langs je heen gaan.

Kijk, observeer en leer. Leer dat alles komt en gaat. Hou nergens aan vast.’

‘Dus meneer, ik ben hier van jongs af aan. Iedere dag kijk ik, leer en observeer ik. Heb geen oordeel en geen conflicten, want alles gaat voorbij.’

De man, die de vrouw had aangehoord, was ontroerd.

‘Maar’, zei de man, ‘u zei dat u op uw moeder wachtte?’

‘Ja dat klopt.’ Zei de vrouw. ‘Ze komt hier elke dag naast mij zitten. Hier op dit bankje en ik vertel de mensen die naast mij komen zitten over wat ‘zij’ te vertellen heeft’.

De man vond het nu een beetje een vreemd gesprek worden.

De vrouw begon te glimlachen.

‘Neemt u mij niet kwalijk meneer, maar mijn moeder heeft u zojuist een les voor het leven gegeven; Observeer maar oordeel niet.’

Ze pakte haar tas en stond op.

Ze gaf de man een hand en zei; ‘Misschien is het leuk als u nog eens langs komt.’

De man stond versteld en keek de vrouw na.

Ze draaide zich nog één keer om en ze lachte.

In zijn rechteroor hoorde hij haar stem zeggen; ‘Tot morgen.’

De volgende dag zaten de man en de vrouw op het bankje en keken naar de wereld die rond hun afspeelde.

Ze keken zonder te oordelen, alles kwam en ging weer voorbij.

 

© Jolanda Rhijnsburger

 

 

 

 

 


Wilt u ook een reactie achter laten?

 Dan bent u van harte welkom in mijn gastenboek!

Commentaren: 0