Berg en dal


 

Het is vroeg in de morgen en een jongeman loopt door de deur naar buiten.

Hij kijkt over de open vlakten.

Het had geregend die nacht en nu met de opkomende zon, maakte hetgeen waarnaar hij keek een prachtig schilderachtig landschap.

Lage mist lag in het dal en de zon bescheen de heuvels.

Als hij goed keek, zag hij zo hier en daar het hoofd van een paard boven de laaghangende mist uit komen.

De jongeman zuchtte, hij kon zo genieten van deze natuurverschijnselen.

Telkens veranderde de natuur voor zijn ogen.

De mist trok langzaam op en de zon verwarmde de Aarde.

De vogels die wakker waren geworden zongen uit volle borst.

De krekels die in de nachtelijke uren hoorbaar waren geweest zwegen nu. Wachtend op de laatste avondzon.

De jonge man genoot, hij was stil, hij had geen gedachten. Hij was één met de wereld om zich heen.

Langzaam kwam de wereld tot leven.

Het verkeer kwam op gang en de boeren gingen naar het land.

Vanavond zal hij hier weer staan.

De zon zal weer langzaam verdwijnen achter de horizon. De vogels zullen hun laatste liederen zingen en bij het horen van hun laatste lied zullen de kikkers en de krekels hun gezang over nemen, tot laat in het nachtelijk uur.

De dagelijkse geluiden zullen langzaam wegebben en plaatsmaken voor de stilte.

De stilte van het één worden met de Aarde. De bomen en de bloemen die langzaam slapen gaan.

Eén zijn met de nachtelijke geluiden.

Stilte zonder woorden, zonder gedachten, stilte in zichzelf maar één met alles.

 

 

© Jolanda Rhijnsburger.