Even één zijn.


 

Het was warm, de tuindeur stond wagenwijd open en een man keek naar buiten.
De zon was al aan het zakken. Een warme rood-oranje avondgloed gleed over de wijd gereikte vlakte.
De krekels maakten geluiden, alsof je midden in een oerwoud stond en een laatste vogel floot nog zijn laatste lied. Maar toen was hij stil.
Het kwaken van de kikkers en het geluid van de krekels waren nog de enige geluiden, die overbleven toen het van dag over ging in de nacht.
Iedere avond stond de man op deze plek en iedere avond was er weer een ander schouwspel.
Maar vanavond was er iets anders.
Hij keek met meer interesse naar wat hij zag. Hij luisterde nog intenser naar de geluiden van de natuur en hij rook nu ook de zwoele aardse geuren in de avondlucht.
Zijn huid voelde de warmte, maar ook de zachte bries die af en toe langs hem heen gleed.
Hij ademde diep in en ademde ontspannen weer uit.
En plots in één moment was hij één met alles. Eén met de krekels en de kikkers, die vogel, de ondergaande zon, de wind en de Aarde.
Er was geen onderscheid. Hij wás die vogel, de wind, de krekels, de kikkers, hij was de Aarde.
Heel even was hij stil. In die stilte gebeurde meer dan in zijn hele aardse leven.

 

© Jolanda Rhijnsburger


Wilt u ook een reactie achter laten?

 

Dan bent u van harte welkom in mijn gastenboek!


Commentaren: 0