De blauwe planeet


Heel even dacht hij dat hij was verdwaald, hij keek eens goed om zich heen en zag een andere wereld.

Een wereld die hem eerst vreemd leek, maar na goed kijken zag hij herkenningspunten. Hij was hier al eens eerder geweest.

In een droom was hij mee genomen naar deze plek.

De oude man overzag het beeld en begon te lopen.

Eerst heel voorzichtig een kant op, maar toen hij op het pad kwam, liep hij wat zelfverzekerder.

Hij was op een prachtige planeet aangekomen en nu liep hij door het woud. Heel in de verte hoorde hij een waterval en de oude man besloot om daar naar toe te lopen.

Toen hij de bocht om ging, zag hij een open landschap met in het midden een grote berg.

Vanaf die berg, helemaal aan de top stroomde water als een waterval naar beneden en ging verder als een riviertje.

De oude man volgde de stroom en zag dat het water een aantal kilometers verder de grond weer in liep.

De oude man was verbaasd, hij had zoiets nog nooit eerder gezien.

Hij keek eens naar berg en naar het heldere blauwe water dat uit de berg kwam. Het leek wel of de berg haar eigen water weer omhoog pompte.

De oude man besloot om er naartoe te lopen en hij zag onderweg allemaal kleine huisjes langs het pad staan.

Huisjes met gele dakjes en met rode steentjes.

De raamkozijnen waren blauw van kleur en er kwam rook uit de schoorsteentjes.

Het waren er dertien en in elk huisje woonden 3 kaboutertjes.

Ze kwamen naar buiten toen hij langs liep.

Ze waren niet bang, nee, ze liepen vrolijk achter hem aan naar de berg.

Even later kwam hij door een ander dorp, ook daar stonden 13 huisjes, met in ieder huisje drie elfjes.

Ze waren blij en fladderden om hem heen mee naar de berg.

Hij was er nu bijna. Hij hoorde het water vallen.

Grote wolken warme waterdamp kwamen hem al tegemoet.

Voor de berg zat een jongen op een bankje. Naast hem lag een grote witte draak.

De oude man was nieuwsgierig, hij had nog nooit een draak gezien.

De oude man liep op de jongen af en de jongen draaide zich om bij het zien van de man.

‘Welkom, ik had u al aan zien komen. En hij lachte.

De kabouters en elfjes hebben u hier naartoe gebracht.

Kom!’ Zei hij en hij legde zijn hand op de plek naast zich op het bankje.

‘Kom, komt u hier toch zitten.’ Zei hij nog eens.

De man aarzelde iets. Hij vond dit allemaal zo vreemd. Maar deed het toch.

‘Ik ben Casper en dit is de blauwe wereld.

Deze fantasiewereld heb ik met mijn Engel gemaakt.

U bent van harte welkom.’ En hij keek de oude man lachend aan. ‘Dat is de berg. Deze berg is het belangrijkste van deze planeet.

Ze is zeer liefdevol en ze laat iedereen die dat wil in haar blauwe water zwemmen. Ze voed de bewoners van deze planeet door het water onder de grond te verspreiden.

U heeft vast al gezien dat het water onder de grond terug gaat naar de bron die onder de berg zit.’ De oude man knikte.

‘Kom, ik wil u iets laten zien.’ En Casper stond op.

Samen liepen ze naar de oever van de rivier.

‘Dit water is heel bijzonder. Deze planeet zorg voor rust, liefde en reinheid. Als je in dit water zwemt, en van haar voedsel eet en van haar water drinkt, zal je opnieuw geboren worden.

Je zal dan de liefde van deze planeet door je heen voelen stromen.

Alle pijn en verdriet zal hier verdwijnen, waardoor er rust voor in de plaats komt. Het water van deze planeet zal je helen.’

De oude man keek Casper met tranen in zijn ogen aan.

‘Is dat werkelijk waar mijn jongen?’

‘Ja, echt waar. Wilt u het niet eens proberen?’

De man keek naar het water. Hij had in eeuwen niet meer gezwommen. Het leek hem heerlijk om even vrij te zijn van zijn oude lichaam. De oude man keek de jongen huilend aan en zei;

‘Ja, ik wil dat heel graag.’

De jongen knikte en pakte de hand van de oude man vast. Langzaam liepen ze het water in, stapje voor stapje.

De man nam als eerst een slok van het water.

Een warme tinteling ging door zijn lichaam.

Toen liet hij zich op zijn rug in het warme water zakken en dreef nu in dit helende water. Hij sloot zijn ogen en hij werd langzaam meegenomen. Meegenomen door het zachte water.

Opeens hoorde hij de stem van een vrouw.

‘Welkom mijn jongen, wat heerlijk dat jij hier bent.’

De oude man wilde zijn ogen open doen maar iets in hem weerhield hem. Hij voelde een warmte om zich heen en wist dat de bron, de kern van deze planeet tegen hem sprak.

‘Blijf rustig liggen, ik zorg voor u. Ik zal u weer jong maken en ik zal u de rust weer teruggeven waar u zo naar hebt verlangd.

De oude man voelde dat zijn lichaam veranderde, dat de energie in zijn lichaam sneller ging stromen.

Hij wilde al stiekem gaan kijken, maar de bron zei dat hij nog even geduld moest hebben. ‘Het is heerlijk hè?’ Vroeg ze hem.

Hij knikte en genoot van de heling die hij ontving van haar.

Na een tijdje voelde hij dat het klaar was en deed zijn ogen open. Hij lag nog steeds in het heerlijke warme water en om hem heen zwommen de elfjes en de kabouters.

Iedereen begon te klappen toen hij rechtop ging staan.

Hij voelde anders aan. Hij voelde zich echt herboren.

Hij keek eens naar zijn handen, maar die waren zonder rimpels. Hij voelde zijn gezicht, hij voelde geen baard en geen snor.

Hij keek in het water en zag dat hij weer een jongen van 13 was. Verschrikt keek hij Casper weer aan.

‘Wat is er met mij gebeurd? Hoe kan dit?’

Casper begon te lachen. ‘De bron heeft jou weer jong gemaakt.

Zij zal van nu af aan voor jou zorgen.

Je kunt met haar praten, hoor maar. En hij hoorde weer die vriendelijke vrouwenstem; ‘Geniet van deze periode. Later zal je weer ouder worden, maar dan in alle rust en liefde.

Ga met Casper mee, hij zal jou de wereld laten zien. En geniet!’ De jongen huilde nu van blijdschap. ‘Kom,’ zei Casper we nemen nog een duik en dan gaan we op reis.’

Ze klommen op de oever om vervolgens als twee kwajongens weer terug in het blauwe water te springen. En in alle rust en liefde kwamen ze weer boven.

Na een tijdje namen ze afscheid van de bewoners en liepen naar de draak toe. ‘Dit is Melchior, de draak.

Hij zal ons de wereld laten zien, klim maar op zijn rug.’

De jongen deed dat en achter hem ging Casper zitten.

‘Hou je maar goed vast.’ En de witte draak stond op, nam een aanloop en vloog zo de ruimte in.

Vanaf de rug van de witte draak zagen ze de blauwe planeet kleiner worden en ze vlogen het avontuur tegemoet.

 

 

© Geschreven door Jolanda Rhijnsburger 


Wilt u ook een reactie achter laten?

 Dan bent u van harte welkom in mijn gastenboek!

 


Commentaren: 1
  • #1

    Ciska (zondag, 28 juli 2019 20:15)

    Wat een wonder mooi verhaal ❤️❤️