De leerling en zijn meester.


 

 

‘Wat is er Meester, waarom staart u zo naar de Aarde?’

De Meester keek zijn leerling aandachtig aan.

‘Kijk goed naar de Aarde, wat zie je dan?

Wat voor energieveld zie je om de Aarde heen? En wat kunnen wij er aan doen?’

De leerling keek naar de Aarde, voelde eens goed en zei; ‘Ik zie een dicht energieveld Meester.

Hier en daar zie ik plekken die helemaal dicht zijn, maar ik zie ook plekken waar ik bijna doorheen kan kijken.’

De Meester was het eens met zijn leerling.

‘Maar!’ Zei de Meester; ‘Hoe kunnen wij helpen, zodat alle dichtheid optrekt?’

De leerling keek maar zag nog niet de juiste oplossing. ‘Ik weet het niet.’ Zei hij tegen zijn Meester. ‘Misschien is het een lang proces van eeuwen, want als ik vooruit kijk zie ik wel veranderingen.’

De Meester had het ook gezien; ‘Ja het gaat de goede kant op.’

Maar wat de Meester ook zag in de lijnen van de tijd, is dat het nog maar net goed zal gaan en dat er ingegrepen zal worden van buitenaf.

‘Zie jij die lijnen van de tijd?’ Vroeg de Meester aan zijn leerling.

De leerling keek en knikte van ja. ‘Wat is dat?’

En hij wees met zijn vinger naar een periode in de tijd.

‘Dat is een tijdlijn en op die tijdlijn zal er door ons ingegrepen worden.

Nog net op tijd, zie je dat?

Voor het ingrijpen van ons, is het energieveld heel erg dicht op die plek,’

En de Meester wees met zijn vinger naar een continent op Aarde.

De leerling keek en zag het ook waar zijn Meester over sprak.

‘Maar Meester, is er dan niemand op deze Aarde die deze planeet kan redden van die dichtheid?’

De Meester keek zijn leerling weer aan en schudde met zijn hoofd van nee. ‘Geen enkel mens alleen kan de Aarde redden.’

‘Maar Meester, hoe moet de Aarde dan weer gezond worden en liefdevol?’

De Meester ging een beetje dichter bij de Aarde staan en zijn leerling volgde hem.

‘Al deze mensen hebben een ziel, al deze zielen zijn heel verschillend.

De ene ziel heeft veel meer levens geleefd op de Aarde dan de andere ziel.

Zo zijn er verschillende zielen.

Baby zielen zijn hier voor het eerst op Aarde.

En als die baby zielen op Aarde de nodige ervaringen op hebben gedaan gaan ze over naar jonge ziel.

Ook als jonge ziel reïncarneren ze meerdere keren en leren ze de nodige levenslessen.

Totdat ze over gaan naar jongvolwassen zielen en ook dat duurt vele levens. Vervolgens gaan ze verder als volwassen ziel en zo gaat dat door naar oude ziel.

Ook als oude ziel zullen ze nog vele levens moeten leven en reïncarneren.

Vaak om de laatste levenslessen te leren die nog geleerd moeten worden.

Daarna komt het Meesterschap en hoeft de ziel niet meer terug te reïncarneren, de ziel is dan Meester geworden over het lijden.

Deze oude zielen zijn zeer belangrijk, zij begrijpen de lessen van de wereld waarin ze leven. Zij geven geen aandacht aan de dualiteit van andere zielen.

Zij houden de dichtheid tegen met hun licht.

Daarom zie je op bepaalde plekken van de Aarde, dat de dichtheid minder is dan op andere plekken van de Aarde.

Daar leven veel meer oude zielen in één land of continent.’

Vol verbazing keek de leerling naar de Aarde.

‘Maar waarom laten wij niet alleen oude zielen leven op deze mooie planeet?’

De Meester begon te lachen; ‘De Aarde is “een Hemel”, maar ook zij is op de weg van babyziel naar oude ziel.

Zolang zij erin toestemt, dat alle zielen op haar mogen leren, zal zij verder komen in haar eigen zielenreis.

Uiteindelijk komt alles tezamen en zijn de Aarde en de zielen tegelijk klaar. Ondertussen is er een nieuwe planeet die dezelfde weg aflegt als de Aarde.

Eén waarop zielen mogen leren en ervaren en zo blijft de cyclus doorgaan.’

De leerling begreep wat zijn Meester hem had verteld en keek nog eens richting de Aarde. Hij zag de dichtheid wegtrekken en hij zag een vel helder licht het universum in schijnen. De leerling keek zijn Meester verbaasd aan en hij lachte blij.

De Hemel zal op Aarde komen!

 

 

Geschreven door Jolanda Rhijnsburger. 


 

Wilt u ook een reactie achter laten?

 Dan bent u van harte welkom in mijn gastenboek!

Commentaren: 0