De oude eik


Het was nog vroeg in de morgen en een klein meisje werd wakker in haar bedje.
Ze had die nacht gedroomd over Engelen.
Ze was rustig wakker geworden en overdacht in haar bedje wat ze die nacht allemaal had gedroomd.

 

Het was een prachtige droom.
Ze stapte vol sereenheid uit haar bedje en deed haar pantoffels aan die ze elke avond voordat ze in haar bedje stapte onder haar bedje schoof. 
Ze stond op en ging naar beneden.
Haar moeder had de ontbijt tafel al gedekt en ze kon zo aan schuiven.
Ze gaf haar moeder een goedemorgen kus en ging aan tafel zitten. 
Het was mooi weer vandaag want de zon scheen door de ramen naar binnen. 
‘Heb je fijn geslapen mijn kind.’ Vroeg moeder aan haar kind. 
Het meisje keek naar haar moeder en knikte van ja.
‘Het was een fijne nacht mama, ik heb zo fijn gedroomd.’

 

Moeder glimlachte. 
‘Dat is fijn kind, daar ben ik blij om.’ 
Het meisje pakte een broodje en besmeerde deze met honing. 
Dat vond ze het allerlekkerst op haar brood. 
Ze hapte rustig in haar broodje en ging in haar gedachten terug naar de droom die zo mooi geweest was.
Haar moeder glimlachte weer, ze kende haar dochter goed genoeg om te weten, dat deze nacht bijzonder voor haar dochter is geweest. 
Ze ging naast het meisje zitten met een kop koffie, ook zij ging terug naar afgelopen nacht.

 

‘Moeder?’ Vroeg het meisje opeens. ‘Ja, mijn kind wat is er?’ 
‘Mag ik vandaag naar buiten?’

 

‘Ja hoor.’ Zei moeder. ‘Geniet maar van het mooie weer vandaag.’
‘Ik ben vandaag gewoon thuis, dus als je mij zoekt ben ik hier.’ 
Het meisje knikte en gaf haar moeder een zoen.
Toen ze klaar was met eten ging ze van tafel.
Na het aankleden ging ze naar de keuken en pakte nog een appel van de fruitschaal en liep de deur uit. 
Ze was van plan om vandaag naar het bos te gaan. 
Het bos was een plek waar zij graag kwam en waar het altijd heerlijk rustig was. 
Na een tijdje kwam ze aan bij de rand van het bos en keek naar alle grote bomen die vooraan stonden. 
‘Wat zien jullie er vandaag goed uit.’ Zei ze tegen de bomen. 
‘Zo mooi groen en zo veel liefde.’
De bomen begonnen met hun bladeren te ritselen en zeiden allemaal in koor. ‘Wij zijn inderdaad blij, wij zijn blij dat wij jou weer zien mijn kind. 
Jij bent ons zonnestraaltje en wij kijken er altijd naar uit als jij weer langs komt.’ 
Het meisje kreeg een glimlach op haar gezichtje. 
Deze bomen waren de beste vrienden die ze hier had. 
De bomen luisterden naar haar als ze haar verhaal kwijt wilde en de oudste boom gaf haar dan antwoord terug. Dat was de wijze oude eik. 
‘Ik heb weer een verhaal.’ Zei het meisje.
‘Dit keer een verhaal over wat ik deze nacht heb gedroomd.’
De oude eik begon met zijn bladeren te ritselen en het meisje begreep wat deze boom tegen haar zei. 
Het meisje begon te lachen. ‘Ja, het was een heel mooie droom.’ Ze ging op de stronk zitten, van een boom die al over was gegaan naar een andere wereld. 
Het meisje begon te praten over wat ze allemaal had beleefd in de nacht van haar droom. 
De bomen luisterden allemaal en begonnen met hun bladeren te ritselen toen het meisje haar verhaal had verteld.
De grote eik bleef door ritselen en vertelde het meisje wat deze droom betekende. 
‘De Engelen in jouw droom zijn er voor jou, om jou te beschermen, want jij bent een bijzonder meisje. Ze zijn altijd bij jou.’ 
Het meisje was blij met wat de oude eik haar vertelde.
Ze was eenzaam in dit leven. 
Ze had nog geen vrienden gemaakt in het dorp waar ze was geboren. 
Waar dat aan lag wist het meisje ook niet. Ze deed genoeg haar best. 
Het leek wel of ze haar vreemd vonden. 
‘Maak je geen zorgen.’ Zei de eik, die haar gedachten had gehoord. 
‘Op een dag zal je de juiste vrienden krijgen, die jou begrijpen en van jou zullen houden. 
Maar je moet geduld hebben en vertrouwen in de Engelen die om jou heen zijn.
Vergeet nooit dat zij jouw echte vrienden zijn. Zij zullen jou nooit, maar dan ook nooit in de steek laten. 

 

En ook wij zijn jouw vrienden. 
Jij komt bij ons, omdat je bij ons liefde en rust vindt. Dus vertrouw hierop.’

 

Het meisje droogde de tranen die ze had laten lopen, om de mooie woorden van de oude eik.

 

‘Ik hou van jullie, zo veel!’ 
‘En wij houden van jou mijn kind, heel veel!’ 
Ze omhelsde de oude eik en bedankte hem voor zijn wijze woorden. 
Ze zwaaide naar de andere bomen die met ritselend geluid afscheid van haar namen. 
Thuis was haar moeder. Ze gaf haar een kus en vertelde haar wat de oude eik haar had verteld.

 

Moeder kreeg tranen in haar ogen. 
Het was heerlijk om te horen dat haar dochter ook de mooie woorden begreep, die de oude eik haar had verteld. Want ook moeder wist, dat de oude eik een wijze boom was, die haar vaak had geholpen.

 

 

© Jolanda Rhijnsburger.