Honden Hemel



Lobke Marie opende haar oogjes en ze keek verschrikt haar nieuwe wereld in. Een wereld die ze niet kende.
Ze stond op en keek vragend in het rond.
Ze was niet meer in haar ouderlijk huis, waar waren haar baasjes gebleven? Ze wilde gaan rennen om hen te gaan zoeken, maar er kwam een hond naar haar toe gelopen.
Het was een hele mooie hond en ze glimlachte naar haar.
“Welkom!” zei de hond, “wij hebben op jou gewacht.”
“Kom snel mee, dan zal ik je nieuwe thuis laten zien.”
Nog met enige aarzeling volgde Lobke Marie de andere hond.
Samen liepen ze over paden van geel gekleurde steentjes.
De bomen en struiken verspreidden een sterke zoete geur.
Een geur de ze heel erg aangenaam vond.
“Kijk!” zei de hond, “we zijn er bijna.”
Ze keek in de richting van waar de hond naar toe wees.
Ze zag een heel groot grasveld, met ontzettend veel honden bij elkaar. Ze waren allemaal blij en ze speelden en ze blaften van plezier. “Oh, wat is het hier fijn!” zei Lobke.
“Oh kijk daar, daar loopt Zoë en hem ken ik ook nog, dat is Benno samen met Dotje!”
En ze keken samen naar de spelende honden.
“Kom, ik wil je nog wat laten zien”, zei de hond die haar begeleidde en samen liepen ze een woning binnen.
In deze woning waren allemaal kamertjes.
In elk kamertje hing een scherm aan de muur.
“Kijk”, zei de hond. “Hier kun je even naar je baasjes kijken.”
“Schrik niet, ze hebben ontzettend veel verdriet.
Dit verdriet gaat over, omdat ze weten dat je nu bij mij bent.”
Ze keek de lieve hond aan. “Ben jij dan Willemijn?”
Willemijn knikte. “Ja ik woonde voor jou bij hun. Ik heb ervoor gezorgd dat jij bij deze baasjes terecht mocht komen.
“Jij had het verdiend en het zijn hele lieve baasjes.
Ze hebben echt van mij gehouden en hebben mij geaccepteerd zoals ik was. En ik kan je vertellen, ik was niet altijd braaf”, zei Willemijn luid lachend.
“Ze hebben jou met al hun liefde nog een leuk leven proberen te geven, en dat is ze goed gelukt.
Ze hebben er alles voor gedaan om jou zo min mogelijk pijn te laten ervaren, en ze wilden graag dat jij alleen maar plezier en liefde had en kreeg tot het einde aan toe.
Dus wat je straks gaat zien is niet leuk, maar zie hoeveel ze van jou houden.”
Lobke Marie keek naar het scherm. Ze zag haar baas, zittend aan de tafel. Hij staarde huilend voor zich uit.
Toen zag ze haar vrouwtje, wandelend met haar lieve vriendje Daan. Het vriendje waar ze zoveel mee gespeeld had.
Ook zij huilde en haar grote vriend Daan liep verloren achter haar aan. Het scherm ging weer dicht. Lobke Marie huilde zachtjes.
“Dit gaat voorbij. Ze zullen nu al hun liefde aan onze vriend Daan geven. Hij zal met onze baasjes nog vele jaren heel erg hecht zijn.
Hij zal hem helpen bij zijn werk en hij zal haar de liefde geven die ze zo nu en dan zo mist.”
Lobke Marie keek naar het lege scherm en knikte.
“En wij”, zei Willemijn, “wij gaan ze net zo vaak opzoeken als we zelf willen”, en ze lachte luid.
“En als ze heel erg stil zijn, en dat kunnen ze, dan kunnen onze baasjes ons voelen.
Zo zijn we dan allemaal blij en een beetje verdrietig tegelijk.”
Lobke Marie knikte blij en samen liepen ze huppelend naar de spelende honden en blaften van plezier.
Ze bezochten hun baasjes elke avond voor het slapen gaan, waar ze sliepen voor hun bed op het warme kleed
naast hun oude vriend Daan, de Cocker Spaniël.

Jolanda Rhijnsburger.


Gastenboek

Commentaren: 0