De traan


‘Opa, heeft u dit werk altijd gedaan?’

Een kleine jongen keek omhoog naar zijn opa.

De oude man bleef staan, glimlachte en knikte van ja.

‘Maar waarom wilde u dit werk doen? Het was toch geen leuk werk?’ Vroeg de kleine jongen weer.

De oude man ging op zijn hurken voor de jongen zitten. Hij kon zijn kleinzoon nu recht in de ogen aankijken.

‘Weet je mijn jongen, soms heb je in je leven geen keuzes meer.’

‘Dan moet je bepaalde dingen doen, of je het nu leuk vindt of niet.’

De jongen bleef zijn opa aankijken.

Hij zag dat zijn opa met zijn gedachten bij het verleden was.

Plots kwam daar een traan uit het oog van zijn opa. Die traan zocht zijn weg over het gerimpelde oude gezicht.

Zo nu en dan zag de jongen dat de traan liever een andere kan op wilde, maar dat de diepe groeven in het gezicht van opa, de traan geen keus lieten.

De jongen begreep nu wat zijn opa had bedoeld.

De traan op het gezicht van zijn opa heeft hem dat geleerd.

Hij sloeg zijn kleine armpjes om de hals van opa en gaf hem een zoen op zijn betraande gezicht.

‘U bent de liefste opa van de hele wereld en wat fijn dat u geen keus had.’

Opa keek zijn jongen verbaasd aan.

‘Ik zal het aan u uitleggen.’ Zei de jongen; ‘Anders was u nu een andere opa geweest. Misschien niet zo lief. Misschien niet zo sterk.’

Opa dacht even na en begon toen te hard te lachen.

‘Je hebt gelijk jongen. Je hebt helemaal gelijk!’

En met een ruk pakte hij zijn kleinzoon op en zette hem op zijn rug.

Schaterlachend liepen ze samen naar huis.

 

 

© Jolanda Rhijnsburger.