Een oude man


Het was koud, de kachel stond zachtjes te branden in de hoek van een kamer.

Een oude man zat op zijn krukje voor de kachel.

Hij was aan het werk geweest en hij had het deze dag ontzettend koud gehad.

Hij dacht dat hij ziek ging worden, hij wist het eigenlijk wel zeker.

Hij wreef zich nog eens in de handen om deze warm te maken maar het hielp niet.

‘Ik ben niet erg lief geweest in mijn leven.’ Dacht de oude man.

‘Ik ben helemaal niet aardig geweest.’ Dacht hij weer; ‘Tegen niemand.’

De man kreeg tranen in zijn ogen.

Hij wist waarom hij zo geweest was, maar hield dat stilletjes verborgen in zichzelf.

Hij was verbitterd, maar tegelijk wist hij dat het niet goed was om zo te zijn.

Hij wilde wel graag zichzelf zijn, maar de pijn was te groot.

De pijn die de mensen hem hadden aangedaan.

De man stond op van zijn kruk, liep naar het raam en dacht aan de eerste keer dat hij verdriet had.

Hij was nog een jongen van een jaar of tien en hij had geen vriendjes om mee te spelen.

Niet dat hij dat niet wilde, nee er waren geen kinderen in de buurt.

Hij woonde met zijn vader in een oud vervallen huis aan de rand van het bos.

Hij wilde graag naar het dorp waar de kinderen woonden, maar zijn vader was net zoals hij nu was.

Een verbitterde oude man, die niet meer wist wat liefde was.

Hij begreep dat hij hetzelfde leven leefde als zijn vader en hij wilde dit niet meer.

Hij wilde met liefde omringd worden, ja dat wilde hij.

De oude man liep weg bij het raam en ging op de bank liggen met zijn hoofd op het kussen wat in de hoek lag.

Hij dacht nog even aan zijn vader voor hij zijn ogen sloot.

Langzaam viel hij in een steeds diepere slaap.

Toen hij heerlijk lag te slapen, hoorde hij opeens een stem die tegen hem sprak.

De stem zei; ‘Ik breng je naar een plek, waar jij lang geleden bent geweest.’ De oude man schrok.

Ging langzaam overeind zitten en keek om zich heen.

Hij zag niemand maar hij hoorde toch echt iemand die tegen hem sprak.

Langzaam veranderde het decor.

Eerst langzaam en toen veel sneller en sneller, tot het opeens stil stond.

Ze waren op een open plek, een plek waar allemaal kinderen speelden en waar hij zichzelf zag lopen. ‘Dat ben ik!’ Zei de oude man hardop.

‘Ja’, zei de stem, ‘dat ben jij.’ Kun jij zelf vertellen wat je hier doet?

De oude man dacht even na en keek weer naar die spelende kinderen.

Hij keek naar zijn eigen jeugd, die was hij vergeten.

Hij had wel gespeeld, alleen niet zoveel als andere kinderen, maar hij had gespeeld.

‘Ik was vergeten dat ik had gespeeld.’ Zei de oude man. ‘Ik was wel gelukkig!

Waar is het dan fout gegaan?’ Vroeg hij aan de stem, maar de stem zweeg.

Het decor begon weer te veranderen, dit keer ging het sneller.

Ze waren op een andere plek.

Een plek die hij had verbannen uit zijn gedachten, maar nu opeens tevoorschijn kwam.

Het was de plek waar hij zijn eerste echte verdriet had gevoeld.

Het verdriet om zijn moeder, die hij heeft moeten achterlaten door met zijn vader mee te gaan

Hij verlangde nu opeens naar die plek.

Was hij hier maar nooit weggegaan.

Maar vaders wil was wet.

De oude man kreeg tranen in zijn ogen en hij liet ze gewoon stromen.

De stem zei; ‘Ik wil dat je gaat nadenken over deze tijd.

Je hebt herinneringen uit je leven gezien en ik zal je helpen met het vinden van antwoorden.’

De oude man knikte, hij had alles begrepen.

Opeens veranderde het decor weer.

Dit keer ging hij sneller door de tijd.

Hij was weer in zijn huisje en ging op de rand van het bed zitten.

Hij keek naar zijn slapende zelf.

Hij had het allemaal zo fout gedaan.

Hij was niet degene die hij altijd dacht te zijn.

Hij zal zijn herinneringen eens terug halen en accepteren dat het niet altijd ging zoals hij had gehoopt.

De man ging liggen en viel in een diepe slaap.

Enkele uren later werd de oude man wakker.

Hij keek verschrikt om zich heen.

Hij wist niet meer of het echt was, of dat hij alles gedroomd had.

Hij ging rechtop zitten en de kou, die hij eerst had gevoeld, was verdwenen.

‘Ik heb mijn vader verdriet gedaan.’ Dacht de oude man.

‘Ik heb altijd gedacht dat hij mijn leven had verpest door mij bij mijn moeder weg te halen, maar ik heb het zelf gedaan.

Ik heb me door mijn eigen verdriet een beeld gevormd van mijn jeugd, die niet leuk was.

Maar ik heb wel leuke dingen gedaan, ik heb juist heel veel leuke dingen gedaan.

Ik heb alleen maar naar het negatieve in mijn leven gekeken en niet naar het positieve.

Wat had ik een mooi leven kunnen hebben, door alleen maar positief te blijven en niet te luisteren naar het negatieve.

Het negatieve, dat altijd maar probeerde om de macht over mij te krijgen.

Ik ben blij dat ik deze les van bewustwording heb mogen meemaken. Ik ben u zo dankbaar.’

Hij keek in het rond, omdat hij wist dat ze daar ergens was.

De oude man stond op van zijn bank, trok zijn warme jas en wanten aan en deed de deur open.

Met opgeheven hoofd stapte hij door de sneeuw het bos in.

 

© Jolanda Rhijnsburger

 

 


Wilt u ook een reactie achter laten?

 Dan bent u van harte welkom in mijn gastenboek!


Commentaren: 3
  • #3

    Sh (maandag, 18 november 2019 19:18)

    Mooi verhaal.

  • #2

    jannie regtop (maandag, 18 november 2019 18:21)

    wat een heel mooi verhaal

  • #1

    Carla Vis (maandag, 18 november 2019 08:39)

    Wat een mooi en ontroerend verhaal. Geweldig.