~Hemelse Brigade~

Het is nog vroeg wanneer de schrijfster haar pen en schrijfmap pakt.  

Ze heeft een opdracht gekregen, en deze opdracht is om de verhalen van onbekende soldaten op te schrijven.

Deze soldaten hebben gevochten voor vrijheid en zijn tijdens het gevecht gesneuveld.

Ieder van hen heeft zijn eigen verhaal, en ieder van hen wil graag gehoord worden.

Ieder verhaal zal weer anders zijn.

Misschien zijn deze verhalen confronterend met de feiten en soms verdrietig.

De angst die deze onbekende soldaten hebben gevoeld is onbeschrijfelijk.

Duizenden zijn er begraven in Europese gronden en nog meer zijn er vermist.

Dit verhaal wordt nu door deze soldaten geschreven.

 De Onbekende soldaat die na tachtig jaar gehoord mag worden.

1.

Het is ochtend, de zon komt langzaam op en ik kijk uit over het water.

Maanden aan training zaten erop en nu was het moment daar, dat we mochten laten zien wat we hadden geleerd.

De spanning was te snijden.

Met zijn allen keken we naar de schepen die in konvooi rond ons voeren richting France. Mijn naam is Richard en kom uit Canada. De liefde voor mijn vrouw en kind draag ik in mijn hart en ik denk aan hen tijdens de overtocht.

De overtocht duurde niet lang.

Ik vond het zwaar. De spanning aan boord was te snijden, want we konden elk moment opgemerkt worden door de vijand.

Het was een operatie van grote orde en als deze zou mislukken, dan was en bleef Europa bezet gebied.

 

We waren bijna bij de kust en in de verte zagen we het strand al liggen.

Het was tijd. Dit was het moment waar wij voor hadden getraind.

Ik was een soldaat zonder rang, maar ik wist precies wat ik moest doen.

We stapten via een touwladder over in één van de watertaxi’s, en met een groot aantal voeren we richting het strand.

We werden direct opgemerkt door de vijand.

Terwijl we het strand naderden, hielden we ons laag, en de kogels uit het machinegeweer vlogen ons om de oren.

Veel mannen begonnen te bidden en enkelen werden geraakt.

De schrik zat er goed in. Onmiddellijk zaten we midden in de strijd en werden we met de dood geconfronteerd. Het was prijsschieten voor de vijand.

Ze waren overal en keken vanaf de hoge duinen op ons neer.

Van links tot rechts sloegen de kogels in onze boot en sommigen van ons huilden, bidden en kotsten van angst.

Het was één grote nachtmerrie waar je jezelf scherp en gefocust moest houden.

En dan stopt de boot en valt de deur. De deur die zoveel kogels had tegengehouden.

Je wist dat je als mens geluk moest hebben om het strand te halen, en om dan achter de linie terecht te komen, maar velen haalden het strand niet.

 

We probeerden door het water richting het strand te lopen. Met bosjes vielen mijn kameraden om en lagen te dobberen in het bebloede water.

Ik weet niet wat er in mij gebeurde, het leek of mijn oerinstinct naar boven kwam.

Met al mijn kracht rende ik het water uit en stormde het strand op.

Ik liep van stormbreker naar stormbreker.

Sommige jongens volgden mij die ik daarna niet meer heb teruggezien.

Het leek op een hele slechte film. Er waren zoveel doden en gewonden, en het aantal dat het strand haalde, was misschien niet eens de helft van het aantal waarmee we waren gekomen!

Terwijl we achteraan op het strand probeerden te komen, vielen er nog meer mannen af, maar samen met nog twee andere jongens haalden we het net, ondanks dat de vijand die boven ons zat, ons uit alle macht neer probeerde te halen.

 

Heel even had ik een momentje, waarin ik alles heel bewust overzag.

Het was één groot slagveld en mijn twee mannen en ik beklommen de duin waar wij eerst onder zaten.

We probeerden zo onzichtbaar mogelijk te zijn, maar toch heeft één van ons het niet gehaald.

Er over nadenken kon je niet. We waren ervoor getraind om de klus te klaren.

Vanaf een afstandje zagen wij de bunker met daarin de vijand, die met machinegeweren richting het strand schoot.

We slopen zo onzichtbaar mogelijk richting de bunker, trokken we beiden een handgranaat en lieten deze in één van de luchtkokers vallen.

Een grote, maar gedempte klap kwam naar buiten.

Gelijk stonden we met ons geweer klaar om de overlevenden die naar buiten stormden te kunnen overmeesteren. 

Het was ons gelukt! We keken elkaar even blij aan en toen ging ook voor mij het licht uit.

 

Op het moment dat de kogel mij raakte was ik op slag dood.

Ik zag het licht van veraf op mij afkomen, maar ik zat nog vol adrenaline.

Ik was nog niet klaar om dood te gaan. Ik was nog maar net begonnen!

Het gevecht waar ik middenin zat, was abrupt afgelopen en ik wilde terug.

Ik wilde verder vechten! Ik vocht namelijk voor vrijheid!

Het licht nam af en ik zag mijzelf in het duingras liggen. Mijn makker lag naast me.

Ook hij heeft het licht gezien en was teruggekeerd.

Het zien van je eigen lichaam dat op de grond in het gras ligt, en het feit dat mijn maat en ik er samen er naar staan te kijken, is een hele rare gewaarwording.

De kogels vlogen door ons heen, maar ze raakten ons niet meer.

Met het geweer in ons hand schoten we terug naar de vijand, maar het had geen enkele zin.

We wilden terug, we moesten terug!

Overal zagen we jonge mannen neergeschoten worden, en hoorden het lawaai en het geschreeuw van gewonde mannen, de stank van munitie en het zien van de rode zee en het strand, maakte mij misselijk.

 

We renden de duin weer af om de soldaten te helpen, maar het was waanzin!

Tussen de gevallen soldaten zagen we steeds meer soldaten staan die met verbazing om zich heen keken.

Zij waren net als wij niet meer onder de levenden, en sloten zich bij ons aan.

Ook een gesneuvelde vijand liep door de menigte. Met zijn geweer schietend op de boten die het strand op kwamen.

Hij had niet door dat hij zich niet meer onder de levenden bevond en hij bleef maar schieten, totdat zijn geweer leeg was.

Hij raakte niets en keek verbaasd om zich heen.

Hij zag ons. Wij bleven hem aanstaren en uit angst rende hij bij ons vandaan.

 

We waren met een grote groep.

Velen bleven bij hun gesneuvelde lichaam zitten in de hoop te kunnen opstaan, om verder te vechten.

Allemaal hadden we het licht gezien, maar hebben ook allemaal geweigerd.

We liepen tussen de lichamen door en de soldaten die zwaargewond waren hielpen we om rustig te worden.

Zij waren zich er bewust van, dat ze over zouden gaan en bij het uitdoven van zo’n lichaam, zagen wij dat zij naar het licht keerden en binnengelaten werden.

Het was prachtig om te zien, wanneer het licht neerdaalde en het lichaam bescheen.

Langzaam kwam de ziel los en zweefde vanuit het lichaam het licht in.

Eenmaal zag ik dat iemand mij aankeek. Hij stak zijn hand naar mij uit, maar ik heb toen wederom geweigerd, want mijn werk zat er nog niet op.

Wij waren niet de enige die veel verliezen droegen, ook de Amerikaanse en Engelse troepen hadden het zwaar.

Er zijn op die dag zoveel soldaten gesneuveld en wij konden niets anders dan toekijken en de zwaargewonde soldaat voorbereiden op het licht dat op hem wachtte. 

We hebben dagen op het strand gelopen en gekeken of we nog jongens konden helpen met het overgaan.

Het was traumatisch om te zien, vooral als je iemand ziet liggen die je al een lange tijd gekend hebt. Iemand die je vriend was en tijdens het bestormen van het strand uit het oog bent verloren.

Het duurde een tijd voordat de soldaten het achterland hadden weten te veroveren en wij zielen, die nog niet naar huis konden, kwamen er al snel achter dat wij ons heel snel konden verplaatsten.

Eerst liepen we nog, maar nu hoefden we maar aan een plek te denken en we waren er.

Zo ben ik voor de eerste keer terug naar huis gegaan, naar mijn vrouw en kind.

Ik stond naast haar toen ze het bericht kreeg, dat ik niet meer in leven was.

Het was verschrikkelijk om te zien dat ze zo veel verdriet had, en dat ze dagen achter elkaar huilde. Ze had veel lieve mensen om haar heen en op een gegeven moment wilde ik toch weer terug. Ik kon mijn makkers toch niet alleen achterlaten?

Nadat ik terug was gekeerd, zag ik hoe langzaamaan meer troepen het strand op kwamen en de bevoorrading op gang kwam.

Mannen die gesneuveld waren werden netjes bij elkaar gelegd en begraven, om later te kunnen herbegraven.

Wij vormden een grote groep mannen en we wilden onze kameraden zoveel mogelijk bijstaan in de strijd, ook al konden we zelf niets meer doen.

We verplaatsten ons naar gebieden waar zwaar gevochten werd en hielpen de zwaargewonden die over gingen.

De mannen die gelijk gedood werden, daar ontfermden we ons over en ze sloten zich bij ons aan.

Zo ontstonden er grote groepen mannen die overal hielpen waar ze konden.

Niet alleen wij de Canadezen, maar ook grote groepen Amerikanen, Engelsen en zelfs Duitse soldaten liepen rond en hielpen hun mannen naar het licht.

Het gekke was, dat in deze wereld waar wij ons in begaven, geen haat was, geen strijd om wie er moest winnen.

Wij allemaal kregen een ander soort bewustzijn en met afgrijzen keken we toe naar wat er om ons heen gebeurde.

Hoe kon de mens tot zoiets in staat zijn?

 

Op een dag was er een zwaar bombardement aan de gang.

De vijand vloog met grote zware vliegtuigen over, om zoveel mogelijk schade in een grote stad aan te brengen.

Ik heb toen voor het eerst Engelen gezien.

Wij mannen hebben met verbazing gekeken naar hoe de Engelen, de burgerzielen die omgekomen waren, uit hun huizen haalden en meenamen naar het licht.

Wijzelf konden geen contact met hun maken, maar ze keken wel vaak naar ons.

De mannen onder ons die van huis-uit gelovig waren, baden vaak om wat ze zagen en baden dat de oorlog maar snel afgelopen mocht zijn.

Vaak zaten er biddende Engelen naast hen, wat een goed gevoel gaf.

Ze waren ons niet vergeten en omdat wij er voor gekozen hadden om onze vrienden niet alleen achter te laten, lieten ze op deze manier weten, dat er ook voor ons een weg naar huis was.

 

Tijdens gevechten probeerden wij zoveel mogelijk te helpen en aanwijzingen te geven.

Helaas hoorde niet iedereen ons.

Sommige mannen luisterden wel naar hun innerlijke gevoel en die pakten zo nu en dan wel onze aanwijzingen op.

Zo hebben wij heel veel mogen doorgeven waar de vijand precies was, om zo zoveel mogelijk slachtoffers te vermijden.

 

Onze groep met zielen splitste zich op een gegeven moment.

Wij allen hadden instructies gekregen voordat we deze missie aangingen.

Grote groepen gingen naar het Noorden en Oosten en wij als zielen sloten ons daarbij aan.

Mijn mannen en ik sloten ons aan bij de rest van de Canadezen.

Mannen die net als ik dezelfde training hadden gevolgd en dezelfde missie hadden.

Overal waar ze naartoe gingen, daar waren wij ook.

Langzaam veroverden de geallieerden meer en meer grond en hier en daar waren nog steeds zware gevechten aan de gang.

Het was om moedeloos van te worden, als je zag dat weer één van je vrienden de dood ingeschoten werd en zich bij jouw groep aansloot.

Ik heb mannen gezien die door de sluiers heen kwamen rennen, en dan achterom kijkend naar hun eigen lichamen, dat een aantal meters achter op de grond was blijven liggen.

Deze mannen waren helemaal van de kaart.

Het tot rust brengen en het in laten zien dat het ook voor hen over was, was zeer pijnlijk.

 

We hadden onszelf een naam gegeven. Wij waren ‘De Hemelse brigade’. 

Wij zorgden voor de jongens die zwaargewond achterbleven en waarvan wij al zagen dat ze het niet zouden gaan redden.

Het begeleiden van deze jongens was zwaar, maar ook dankbaar werk.

Ze waren niet alleen, wij waren immers bij hen en lieten hun zien, dat er nog een leven hierna was, daar in het licht.

 

Aan weerskanten werd er zwaar gevochten en de mannen vielen bij bosjes.

Onze groep werd groter en groter.

Ook de mannen uit Polen sloten zich bij ons aan en we bleven mannen naar het licht laten kijken voordat ze overgingen.

Zo nu en dan kwamen we door dorpjes en middelgrote steden die bevrijd waren.

We zaten net als de jongens die gevochten hadden op tanks en in vrachtwagens.

We zwaaiden net als hen en we lachten en dansten als daar de mogelijkheid toe was.

De mannen konden even op adem komen, even de stress eraf, maar de strijd was nog lang niet afgelopen.

 

Na France, was daar België. Net als in France veroverden onze mannen dorp naar/na dorp en stad na stad.

Er vielen aan weerskanten weer veel slachtoffers en wij hielpen waar we konden.

In het najaar was België in onze handen en nu gingen de troepen richting Holland.

Alleen nog dit land teruggeven aan zijn bewoners en we mochten naar huis!

In de nachten zag ik paratroepers vanuit een vliegtuig neerdalen.

Snel wikkelden ze hun parachute op en begroeven het in het land. Ze hadden een nieuwe missie.

Ze moesten doorstormen over de grote rivieren en dan richting Duitsland.

Omdat wij ons heel makkelijk konden verplaatsten, keken we ook wel eens mee aan de andere kant van de linies.

Wat besprak de vijand en hoe konden wij onze jongens helpen?

Op deze manier hebben we veel aan informatie, die in het belang van deze oorlog was, kunnen onderscheppen.

 

 


2.

Maanden aan voorbereiding hadden we achter de rug en telkens werd het uitgesteld omdat het weer niet echt meezat.

We wisten waar we zouden moeten landen en wat ons te doen stond.

Wij zouden als eerste gedropt worden en mijn mannen en ik waren zichtbaar gespannen. We controleerden alles voor de laatste maal en we hielden elkaar scherp.

Eindelijk hoorden we het nieuws dat de invasie van start ging.

Mijn naam is Robert en samen met mijn mannen, zat ik in één van de eerste vliegtuigen die naar Normandië vlogen.

 

Er hing een gespannen sfeer in het vliegtuig en iedereen rookte of at nog wat.

We vlogen boven zee en alles verliep rustig.

Onder ons zagen we de donkere silhouetten van de schepen die onder ons voeren.

Zij zouden aan land komen zodra het ochtend werd.

Wij, de para’s, werden vooruit gestuurd, om zo de vijand van achteren aan te kunnen vallen en om bepaalde bruggen te veroveren.

Een zware taak, die veel langer duurde dan vooraf gedacht was.

Het gebulder van de vliegtuigmotoren kwam boven onze stemmen uit.

Het vliegtuig begon lager te vliegen en wij maakten ons klaar voor de sprong in de donkere nacht.

De parachutes sprongen meteen open en er stond meer wind dan we hadden gedacht, waardoor veel van onze jongens afgleden van de rest.

Velen van ons kwamen in het water terecht.

De vijand had landerijen onderwater gezet en door de zware bepakking en de touwen van de parachute, raakten we verstrikt, waardoor we niet meer overeind konden komen.

Velen zijn op deze manier verdronken, waaronder ikzelf.

 

Het is een rare gewaarwording als je worstelt en niet kunt winnen van je eigen kracht.

Ik voelde het water mijn longen binnenstromen, wat ondraaglijk veel pijn deed.

Ik zag in de verte een wit licht op mijn afkomen, maar tijdens het verdrinken was ik aan het vechten en voor dit licht had ik geen tijd.

Ik voelde mij zo uit het lichaam stappen en ik klampte met mijn armen en benen om mijn lichaam heen. Ik wilde terug mijn lichaam in. Ik wilde naar de mannen, want die stonden ergens op mij te wachten, maar deze kracht was sterker en ik keek op mijn dode lichaam neer.

Een lichaam dat in het donkere water lag en niet meer gered kon worden.

Ik stond daar te huilen en ik voelde geen kou of warmte meer.

Het besef van mijn eigen dood kwam pas echt, nadat ik de lichtstralen van mijn overleden broeders zag.  

Bedroefd liep ik bij mij lichaam vandaan en keek naar boven, waar ik nog meer mannen uit vliegtuigen naar beneden zag springen.

Onderweg zag ik mannen die, net als ik, geknield bij hun lichamen zaten, en het was hartverscheurend!

Het gejammer en gesnik hoorde je van veraf, maar ik weet dat de vijand ons niet gehoord heeft. Samen met nog een aantal mannen hebben wij de jongens tot bedaren weten te brengen. Net als ik hadden ze het licht wel gezien, maar waren er niet in meegegaan.

 

We beseften dat we niet meer onder de levenden waren en dat we de weg naar het licht hadden gemist. We waren nu in een soort schemersfeer terecht gekomen en we konden de Engelen zien, die voor de mannen kwamen die geraakt waren door een kogel en het besef en de berusting hadden dat ze het niet zouden halen.

Wij mannen die waren verdronken vochten onszelf de dood in en konden het niet accepteren en ons overgeven aan de dood.

Dit was een groot verschil zagen we.

De Engelen keken ons vaak glimlachend aan en we bleven altijd even kijken hoe een Engel heel voorzichtig de ziel in zijn armen nam en mee terugnam naar het licht.

Het licht zagen we wel, maar het was niet meer voor ons.

 

Eén van de mannen stormde naar een Engel toe en wilde deze vastpakken, maar de Engel verdween. De man zakte door zijn knieën en huilde zo hard dat de Engel terugkwam. Ze zei dat er hulp kwam en dat we niet het geloof in het licht moesten opgeven. Er komt altijd een volgend moment, en ze nam de ziel van een stervende soldaat met zich mee.

We stonden in de nacht met onze voeten in het water. We voelden de kou niet, maar onze gevoelens en emoties waren nog steeds aanwezig.

Er kwam wel een ander bewustzijn in ons naarmate we langer in deze sfeer verkeerden, maar zo vlak na de dood was er nog veel woede en onmacht.

Net als Richard in het vorige hoofdstuk verzamelden wij ons ook.

Ieder van ons die was verdronken, of vanuit de lucht was neergeschoten en later in het gevecht was neergehaald, sloot zich bij de groep aan.

We waren met velen en zo kwamen er elke dag meer bij.

We zagen dat de mannen die Normandië hadden gehaald, langzaam terrein wonnen.

Het was een zwaar gevecht, en iedere soldaat die gedood werd sloot zich bij ons aan.

 

We trokken met onze makkers verder en het licht kwam ons niet halen.

Elke dag waren we aan het bidden. We zagen dat de Engelen vanuit de hemel nederdaalden en met ons meebaden, maar er kwam geen verandering.

Soms kwam er een Engel naar onze groep toe en vertelde om ons te vertellen dat we hoop en geloof moesten houden. “Het komt goed”, zei ze dan, maar het wachten duurde al zo lang.

We trokken van Frankrijk naar België en onze groep werd groter en groter.

We hadden geen haat, we wilden niet meer vechten, we wilden naar het licht, maar het licht bleef weg.

Soms probeerde een soldaat naar een lichtstraal van een opgehaalde soldaat te springen, maar dan vloog hij er dan dwars doorheen.

Moedeloos werden we ervan.

Maar na geruime tijd wende je aan deze sfeer en merkten we dat we samen met de jongens die nog wel aan het vechten en in leven waren, dat we samen moesten werken. Zij vochten en wij de jongens uit de sferen hielpen ze op weg naar het licht toe. De mannen die meteen werden gedood sloten zich bij ons aan.

Omdat wij de onmacht van deze sfeer al doorgrond hadden, konden wij deze mannen er sneller doorheen helpen, waardoor ze niet eerst zoals wij, van alles probeerden om naar het licht te komen.

 

Op een avond, we waren al in Holland, was het heel erg koud. De mannen scholen in schuttersputjes en wij liepen om en door hen heen. Wij hielden hen gezelschap.

Vanaf de vijandelijke linies kwam een Engel naar ons toegelopen.

Hij was prachtig! Hij droeg een harnas en had een zwaard in zijn rechterhand.

Zijn bruine haren dansten op en neer in de wind en zijn ogen waren zo helderblauw en groot, zodat als je erin keek, je door tunnels van licht zweefde.

Hij zag eruit als een ridder en hij was niet bang voor de kogels die rondvlogen.

Wij, de mannen die in de sferen leefden, gingen bij elkaar staan en wachtten op wat deze Engel ging doen of zeggen.

Hij bleef staan en keek ons allen één voor één aan, tenminste, dat gevoel kregen we.

We hadden echt het gevoel dat hij ons persoonlijk iets wilde vertellen, maar in wezen sprak hij tegen de hele groep.

Hij vertelde ons, dat het niet zo heel lang meer zou duren voordat de oorlog voorbij zou zijn en dat wij nodig waren. Hij vertelde dat wij de mannen die achter waren gebleven moesten helpen naar het licht te brengen, wat we nu ook al deden.

Hij zei: “Als de oorlog afgelopen is, dan zijn er veel soldaten die wel naar het licht zijn gegaan, maar waarvan de lichamen nog niet gevonden zijn.

Jullie moeten de mensen helpen door het geven van aanwijzingen, zodat ook deze mannen geborgen kunnen worden.

De desbetreffende soldaat zal vanuit de Hemel komen helpen, omdat hij graag wil dat ieder lichaam begraven wordt en dat iedere soldaat naar huis mag keren.

Dit is een belangrijke taak, dit is wat jullie ziel heeft uitgekozen.

Jullie zijn samen een collectief en jullie taak is om iedereen die achter is gebleven thuis te brengen.”

De mannen keken elkaar aan en de Engel verdween.

Gelijk kwamen de vragen van hoelang zal het nog duren die oorlog en wat is niet zo lang? Hoe moeten ze iedere soldaat thuiskrijgen? Maar niemand kon hier antwoord opgeven en we moesten afwachten en vertrouwen hebben.

 

Vaak heb ik met tranen in mijn ogen staan kijken naar de mannen die huis voor huis, dorp voor dorp bevrijdden en steeds meer de vijand terugdrongen.

Vaak ging het hard tegen hard en deden onze mannen dingen die normaal gesproken nooit in hen op zouden/zou komen, maar het was oorlog en alles wat nodig was om Europa te bevrijden deden ze.

De winter was koud en we schoten niet veel op, maar nadat de weersomstandigheden beter waren geworden, ging alles in een sneltreinvaart.

Wanneer ik zo om me heen keek, leek het of meer jongens in de sferen rondliepen, dan die nog aan het vechten waren, maar ik kan me daarin vergist hebben.

We trokken samen met de manschappen Duitsland binnen en het werd langzaam voorjaar. We zagen kampen die verlaten waren door de Duitsers, maar de gevangenen stonden voor de afgesloten hekken. Te vermoeid om uit te breken.

Te mager om nog een stap te doen.

Het was onwerkelijk wat wij hier hadden gezien.

Niet alleen wat we hier aantroffen, maar ook wat er aan de andere kant van de sluier gebeurde.

Ik heb nog nooit zoveel Engelen bij elkaar gezien. Je zag de ene lichtstraal na de andere naar beneden schijnen. Elke minuut stierf er wel iemand en wij zagen hoe liefdevol de Engel de ziel in zijn armen nam en de Hemel in droeg.

We zagen overal Engelen naast de mensen zitten en staan.

De barakken waren overvol en de Engelen spraken de mensen moed in.

Ze moesten het vol houden en dat er hulp aankwam en eten.

Ik zag mensen die in de armen van hun Engel lagen en net als wij door de sferen heen konden kijken, zo dicht waren ze bij de dood.

Mensen die over waren gegaan, maar nu naar familieleden zochten, in de hoop hen te vinden of te kijken of het goed met hen ging.

Deze mensen zijn nooit alleen geweest, ze hadden altijd een Engel bij hen.

 

Het was droevig, maar ook heel mooi om te zien.

Het was verschrikkelijk wat we hier zagen, de dood die elk moment kon toeslaan, maar aan de andere kant, de hulp die door de sferen hier naartoe kwam, was wonderschoon.

Ik weet dat er mensen zijn die denken, “konden de Engelen de oorlog niet tegenhouden, of God?” Maar wij zijn het die de oorlogen beginnen. Wij zijn het die macht, geld of land willen. De Engelen kijken toe en proberen de staatshoofden, de belangrijke mensen in de wereld op andere gedachten te brengen, maar die luisteren niet naar hun eigen Engel. Die luisteren naar hun duiveltje of het ego binnen in hen hoofd.

Vanuit de sferen kunnen wij deze gedachtes waarnemen en het is het hoofd dat ervoor zorgt dat er veel fout gaat in de wereld. De gedachtes die macht willen.

 

We trokken verder en ook Duisland had zware verliezen geleden.

Net zoals bij ons, zagen we grote groepen Duitsers in de sferen lopen.

Hier was geen haat, hier was geen oorlog en wij spraken zelfs met elkaar.

Ze zagen hun eigen gruwlijkheden in, en ze schaamden zich dat ze zo met een machtsleider waren meegegaan, maar wat hadden ze voor keus?

De macht was te groot en ieder die niet meedeed werd als verrader gezien.

We hebben concentratiekampen gezien, we hebben de dodenmars gezien en we hebben de meest vreselijke bombardementen gezien door ons en van de tegenstanders. Het was gruwelijk! Maar wat konden we doen?

Langzaam werd het mei en de oorlog liep ten einde.

 

Eindelijk! De strijd in Europa was voorbij!

Een grote opluchting ging er over de wereld heen en ook in onze sfeer, waar wij nog altijd verbleven. Wij hadden de hoop dat het licht ons nu zo komen halen, maar het tegendeel was waar.

Wij konden ons veel makkelijker verplaatsen, door alleen maar aan een bepaalde plek te denken. Ik was er benieuwd naar, waar mijn lichaam gebleven was en dacht daaraan. Gelijk was ik op de plek waar ik toen verdronken ben. Mijn lichaam was niet meer hier, maar ik voelde een energie die mij liet weten waar ik naartoe moest gaan.

Ik zag een plek waar mensen bezig waren om de soldaten te herbegraven.

Er werd een terrein vlakbij zee uitgezocht en waar één voor één onze lichamen werden begraven.

Met respect hebben wij naar de jongens gekeken die dit werk moesten doen.

Het waren veelal de donkergekleurde mannen die hiertoe werden aangewezen.

Tussen de graven door liepen veel soldaten. Ieder van ons was benieuwd waar zijn of haar lichaam was gebleven. Overal waren Engelen te zien en die hielpen de donkergekleurde mannen. Ze gaven hen steun en moed en hielpen hen op te beuren in deze onmenselijke taak.

 

Alles lag er niet meteen zo mooi bij als het nu is. Nee, het was één grote modderpoel en het heeft er moeten stinken. Ik zag de mannen namelijk met doeken voor hun neus en mond rondlopen.

Wij mannen baden dat deze jonge jongens die de graven delfden, rust mochten ontvangen zodra ze terug waren in Amerika, en dat de mensheid in mocht zien dat ook zij gewone mensen waren van vlees en bloed en met gevoelens.

Veel tijd hebben we daar niet doorgebracht. We gingen ons werk doen en dat was de lichamen van soldaten zoeken die nog niet geborgen waren.

Omdat wij in een andere sfeer rondliepen, konden wij veel meer zien dan de mensen die de lichamen op kwamen halen.

We probeerden de mensen te laten weten, waar iemand onder de modder terecht was gekomen of ergens door zijn makkers was begraven, maar vaak hoorden ze ons niet.

Later werden de lichamen wel geborgen, maar er zijn nog steeds jongens niet gevonden en zij zullen ook niet meer gevonden worden, tenzij het een stukje van het karmische op kan lossen. 

 

 


3. nog nakijken

Mijn naam is Terence, maar mijn vrienden noemen mij Terry.

Ik heb Normandië meegemaakt en we rukten op naar de Ardennen.

In Duisland, tijdens een straatgevecht kwamen we onder vuur te liggen en ik raakte gewond.

Ik heb er geen moment aan gedacht om naar een medic te gaan, maar heb doorgevochten, om de jongens die ik bij me had, zo goed mogelijk door deze hel heen te loodsen. Helaas werd ik geraakt en was op slag dood. 

Mijn lichaam is twee keer eerder begraven geweest, voor ik mijn laatste rustplaats kreeg. Ik heb tijdens mijn reis naar Europa vreselijke dingen gezien en je komt in een soort van trance waardoor je alleen nog maar aan vechten denkt.

De verschrikkingen die wij hoorden over wat de mensen waren aangedaan, maakte mij ziek. Er moest een einde aan deze verschrikkelijk oorlog komen. Om dit te krijgen, moesten we meer risico nemen en er volledig voor gaan, ook al koste het onze levens.

Ik ben een tijd met mijn makkers meegereisd door Duitsland. En vanuit de sferen kun je veel meer zien dan als levend wezen.

In deze sferen was het al zo veel mooier, en ik vroeg me vaak af, hoe mooi zou het in de hemels dan wezen?

Ik zag Engelen en wat jullie gidsen noemen. Mensen die al lang over waren naar de hemel die hier in de sferen zochten naar bekenden.

Er waren natuurlijk veel bekenden te vinden hier in de sferen, want alle soldaten die op slag dood waren verbleven hier in deze sfeer. Alsof we moesten wachten.

Ik heb concentratiekampen gezien, ik heb mensen zien vluchten voor bombardementen en ik heb jongens naar het licht zien gaan, the lucky bastards!

 

Wat een hel en waarom moeten wij mensen die meemaken?

Als overheid ben je verantwoordelijk voor je burgers. Een oorlog gaan voeren om macht en geld of hier in Amerika om olie, is toch de reinste onzin.

Daar heeft onze lieve Heer de aarde toch niet voor gemaakt.

Nu nog steeds begrijp ik de mens niet.

Maar ik merk dat ik afdwaal van mijn verhaal en ik wil graag vertellen over Margraten. Dat is een Amerikaans militair kerkhof waar mijn lichaam uiteindelijk is komen te liggen. Ik lig hier niet alleen, maar met vele anderen.

Jongens die net als ik op slag dood waren, en die in Holland of hier in de buurt zijn omgekomen, werden naar Margraten gebracht.

Ik heb er bij staan kijken, wat een modderpoel.

Maar ik was niet de enige die hier rondliepen. Samen met mij waren er duizenden andere soldaten zoekend naar hun eigen graf.

Vele graven werden gedolven en ik zag mannen die ik eerst onder mijn leiding had en nu net als ik hier rondzocht.

Velen liggen vlak bij me, maar er zijn ook een aantal die weer opgegraven zijn en met een speciale vlucht naar Amerika gebracht zijn. ‘The Angel flight’ genoemd.

Ik ben een keer meegegaan met zo’n vlucht. Mijn makker die naast mij heeft gevochten werd naar zijn vaderland terug gebracht. Dit was jaren na de oorlog.

Het heeft even geduurd voordat iedereen geïdentificeerd was en dat daar een mogelijkheid toe was om je dierbare naar huis te laten komen.

Een emotionele gebeurtenis waar ik sterk van onder de indruk was.

Het opgraven van mijn vriend was hel speciaal en met zoveel respect en eerbied gedaan. Zijn vader was erbij en wat had deze man het moeilijk.

Er waren zoveel Engelen om het graf heen en ook om zijn vader.

Ze ondersteunden hem en fluisterde woorden van moed en kracht in zijn oor.

Mijn vriend leeft niet als ik in deze sfeer. Nee, hij heeft het licht gezien en werd door de Engelen meegenomen, maar hij stond nu naast me.

Hij keek me dankbaar aan en zei: “Ik zal vaak bij je zijn Terry”, en ik keek naar zijn lichaam dat uit de grond gehaald werd en in een andere kist werd overgedragen.

De reis was lang en voordat we goed en wel in het vliegtuig zaten, was er al enkele dagen verstreken.

Ik kon me heel snel verplaatsen, maar deed het niet. Ik wilde meemaken wat zijn vader meemaakte en ik zag natuurlijk veel meer.

We stegen op en het vliegtuig zal vol met Engelen. Er waren meerdere lichamen die naar het vaderland terugvlogen en het voelde of deze reis geleid werd.

De zon die scheen en de wolken onder ons waren wit van kleur.

Iedereen was in een serene stemming. De piloten waren dankbaar dat ze deze missie mochten doen.

Er vlogen Engelen buiten het vliegtuig, om te beschermen, om de reis zo spoedig te begeleiden. Het voelde hemels voor mij, want zo moest het ook voelen als ik naar de hemel zou gaan.

Nadat ik dat gedacht had, keek een Engel mij glimlachend aan.

Hij zei: “Observeer zoveel mogelijk vanuit deze sfeer mijn kind. Het is belangrijk.

Veel mensen zijn bang voor deze sfeer, omdat ze niet gelijk naar het licht kunnen, maar het tegendeel is waar.

Waar jij nu bent is een sfeer waar je nog op mag ruimen wat je met je mee hebt gebracht. Mooie momenten mag overzien, maar ook de zware lasten mag onderzoeken.

Voordat je naar het licht gaat, mag je ziel inzien wat het nog mag loslaten. Dat is een zegen mijn jongen. Zie het niet als last.

Vele zielen die in deze sfeer vertoeven, weten dat niet. Ze proberen maar aandacht te vragen aan de levenden, maar ze krijgen geen gehoor. Net als de mens moet je naar jezelf kijken waar mogelijkheden zitten, waar je dingen los van mag laten, met zelfonderzoek.

Je lasten op iemand anders projecteren is niet de juiste weg.

Dus observeer, kijk wat bepaalde momenten met je doet, en je ziel zal geheeld worden voordat het door het licht word opgenomen.

Naast dat je eigen ziel reinigt van zwaar trauma, mag je gelijk andere mannen helpen en begeleiden in hun pijn. Praat met hen, laat ze hun verhaal doen. Leer van elkaar en je zult zien, dat alles veel sneller gaat.”

Ik knikte. Was toch ergens teleurgesteld dat het licht nog lang op zich liet wachten, maar tegelijk waren de woorden van de Engel zo wijs, dat ik deze onvrede in mijzelf ging onderzoeken. Ik vroeg mezelf dus af, waarom ik zo graag naar het licht wilde?

Hier was nog zoveel te zien en ik kon overal heen reizen als ik wilde.

Ik was niet afhankelijk van boot of vliegtuig, nee, ik hoefde er maar aan te denken en ik was er al. Wat een enorme vrijheid gaf me dat en ik kon eigenlijk niet wachten dat ik weer terug was bij de mannen op het kerkhof.

De landing werd ingezet en de piloten namen contact op met de verkeerstoren.

Nadat we geland waren werden de stoffelijke overschotten uitgeladen. Iedere kist droeg een Amerikaanse vlag en wij en de Engelen liepen achter de kist aan.

De kisten werden gedragen door mannen die net als wij in de oorlog hadden gediend. Sommige Engelen hielpen mee om de kist te dragen.

~Gastenboek~

Commentaren: 0
Voor meer  info, klik op afbeelding
Voor meer info, klik op afbeelding
Voor meer  info, klik op afbeelding
Voor meer info, klik op afbeelding
Voor meer  info, klik op afbeelding
Voor meer info, klik op afbeelding
Voor meer  info, klik op afbeelding
Voor meer info, klik op afbeelding
Voor meer  info, klik op afbeelding
Voor meer info, klik op afbeelding
Voor meer  info, klik op afbeelding
Voor meer info, klik op afbeelding

Schrijf Medium Jolanda Rhijnsburger Epen Limburg