Laatste afscheid.


Het was al vroeg in de ochtend wanneer het meisje haar bedje uit stapt.

Ze had die nacht diep geslapen en was vroeg wakker geworden.

Ze stapte haar bedje uit en opende de deur van haar slaapkamer.

De deur die normaal uit kwam op de overloop. 
Het meisje stapte naar voren, maar de overloop was weg. 
Ze keek nog eens goed, maar ze zag een totaal andere wereld.

Voorzichtig stapt ze de deur door. 
Met haar voetjes zette ze stapje voor stapje op het zachte gras. 
De geur van bloemen kwam haar tegemoet. 
Ze hoorde de eerste vogels fluiten, een hemels gezang. 
Het meisje liep nieuwsgierig nog een stukje verder, en zag een prachtig landschap. 
Zelf stond ze boven op een heuvel en keek naar benden het dal in.

Het was eigenlijk best hoog en het dal was ver en diep.
Ze keek goed om haar heen en zag in de verte een huisje staan.
Ze liep er naar toe en keek ondertussen om zich heen.
Ze zag konijntjes om haar heen huppelen, de vogels vlogen voor haar uit en de vlinders fladderen van bloem naar bloem die langs het pad stonden.
Het meisje voelde een vrijheid die ze nog nooit had ervaren.
Een vrijheid en een gelukzaligheid die haar in een vrolijke stemming had gebracht.
Het huisje was niet ver van haar vandaan en ze zag dat het pad er naar toe liep. Nadat ze de bocht achter zich had gelaten, stond daar het huisje te stralen in de zon.
Rond het huisje zag ze de prachtigste bloemen staan. 
De kleuren waren adembenemend! 
Het deurtje en de raamkozijntjes waren blauw geschilderd en het huisje zelf was geel met een rieten dakje.
Er kwam rook uit het schoorsteentje.

Kringetjes rook dat heerlijk zoet rook.

Het meisje liep naar de deur en klopt aan.
Ze hoorde niets, ze klopte nog eens en weer was er geen gehoor.

Voorzichtig draaide ze de deurknop om en deed de deur open.

Ze zag dat het donker was in het huisje en ze probeerde het lichtknopje dat naast de deurpost zat. 
Het licht ging aan,en het meisje keek verschrikt.
Ze zag geen gezellige keuken met een fornuis . 
Ze zag ook geen kachel met een schoorsteen waar die zoete geur vandaan kwam. Nee ze zag niets van dit alles.
Ze keek omhoog, ze zag dat er een trap naar boven liep, en ze keek naar beneden en zag dat er ook een trap naar beneden liep.

Vreemd vond het meisje dit. 
Ze liep naar de trap die naar beneden liep. 
Ze zette haar voet op de eerste tree en liep toen voorzichtig een paar treden naar beneden.
Maar ze kreeg het kout en het werd er donker op de trap. 
Het begon te waaien en ze deed haar jasje dicht en liep snel de trap weer omhoog.
Nu liep ze naar de trap die naar boven ging en liep de eerste treden omhoog. Het was er warm en licht en de zoete geur werd sterker na mate ze meer omhoog liep.
Stapje voor stapje liep ze hoger de trap op.
Het was best een lange trap voor zo’n huisje en naast de trap groeide bloemen. 
De zoete geur werd steeds sterker en het licht alsmaar feller. 
Totdat de trap opeens ophield. 
Het meisje stond nu boven aan de trap en kon niet verder. 
Wat moest ze nu doen? Ze keek nog even om haar heen maar ze zag niets. Ze besloot om terug te gaan. Hier was niets te zien.

Opeens stond er een Engel naast haar. 
Het meisje schrok, ze had nog nooit een Engel gezien.
Hij glimlachte naar haar en gebaarde dat ze mee moest komen.
Hij gaf haar een hand en samen liepen ze het witte licht in.
Het meisje vond het reuze spannend. 
Ze was nog nooit in deze wereld geweest en had nog nooit een Engel gezien. De Engel liep rustig verder en met aan zijn hand het meisje.

Na een tijdje kwam er verandering in het licht. 
Het licht veranderde langzaam in verschillende kleuren.
Stapje voor stapje veranderde de kleuren in beelden. 
Ze zag nu al heel veel, ze zag bloemen, een pad waar ze nu overheen liepen, en allemaal lieve diertjes die met hun mee liepen.

De zoete geur was sterker geworden en het meisje was nieuwsgierig waar die heerlijke zoete geur vandaan kwam.
Na een tijdje kwamen ze een hek tegen en met gouden letters stond geschreven ‘Zomerland’. 
Het meisje keek verschrikt de Engel aan. 
“Maar dat kan niet! Ik kan hier niet naar toe! Ik ben niet dood! Nee!!’

En ze liet zich huilend op haar knietjes vallen.
‘Het spijt me.’ Zei de Engel. ‘Het was tijd, je was al zo ziek. Je kon niet meer beter worden.’
‘Maar ik wil niet naar Zomerland!’ Schreeuwde ze nu.
‘Ik wil naar huis, naar mijn papa en mama!’
De Engel keek haar verdrietig aan. ‘Het spijt me. Zei hij nogmaals. ‘Ik kan niets voor je doen.’
Het meisje keek naar het hek met de gouden letters.
Ze had gehoord dat alle kinderen naar Zomerland gingen als ze over gingen. Ze had er spannende verhalen over gelezen en ze was er best nieuwsgierig naar geweest.
Maar dat ze nu hier zelf stond, nee, daar was ze nog niet aan toe.
‘Ik wil zo graag afscheid nemen van mijn papa en mama.
Ik kan hun nu nooit meer zien!’ En weer begon het meisje te huilen.

De Engel ging bij haar op de grond zitten met zijn rug tegen het hek aan. ‘Kom, kom even naast mij zitten.’
Het meisje huilde nog steeds en ging naast de Engel op de grond zitten.
‘Kijk,’ en hij wees naar de lucht. 
De lucht veranderde en ze zagen haar vader en haar moeder.
Ze lagen nog in bed en wisten niet dat zij al hier was.
‘Ik zal je straks terug brengen naar je papa en mama.

Maar ik wil dat jij je voorbereid op Zomerland.

Het is hier fijn en je hoeft hier niet bang te zijn.
Maar het is tijd. Ik kan niets meer voor je doen.
Dus, wij gaan opstaan en dan zal ik je terug brengen. 
Je kan dan afscheid nemen van iedereen van wie je houd. 
Dan kom ik je over drie dagen weer ophalen.

Dan zal ik je thuis brengen, hier naar Zomerland.’
Heb je begrepen wat ik zojuist heb verteld.’
Het meisje keek de Engel met betraande ogen aan en knikte.
‘Goed zo.’ En de Engel en het meisje stonden op. 
Ik zal je nu terug brengen. En opeens stonden ze in haar slaapkamertje. Het meisje deed haar pyjama weer aan en kroop in haar bedje.
De Engel dekte de dekens toe en gaf haar een kus op haar voorhoofd.

‘Over drie dagen zal ik hier weer zijn, dan zal ik je naar huis brengen.’

Het meisje knikte en viel rustig in slaap.
Na drie dagen stond de Engel voor haar bedje. 
Het meisje zag hem opeens staan.
‘Ben je er klaar voor?’ Vroeg de Engel. 
Het meisje lachte. ‘Ja.’ Zei ze. ‘Ik heb afscheid genomen van iedereen die ik kende. Ik heb hen verteld dat een Engel mij op zou komen halen en dat ik al een bezoekje heb gebracht in de Hemel, en dat ik naar Zomerland ga.’
‘Heb je er ook bij verteld dat je heel vaak even bij je papa en mama langs zal gaan?’
Het meisje keek de Engel verschrikt aan. ‘Nee, maar mag dat dan?’
‘Jazeker, dan doen we heel erg vaak. Wij bezoeken dan onze dierbaren en geven hun dan die liefde die ze nodig hebben. 
Zodat langzaam het verdriet rustiger zal worden en de mooie herinneringen over blijven.
Ga, je mee?’ Vroeg de Engel en stak zijn hand uit.
Het meisje stapte uit haar bed. ‘Nog heel even wachten.’ Zei ze tegen hem.
De Engel keek wat het meisje ging doen.
Ze pakte een pen en papier en begon te schrijven.
“Lieve papa en mama,
De Engel waarover ik heb verteld staat nu op mij te wachten.
Ik wilde nog een paar woorden op papier schrijven voor jullie zodat deze boodschap niet vergeten zal worden.
Ik zal vaak naar jullie toe komen. Ik zal jullie heel erg vaak bezoeken.
Dat mag, heb ik zojuist gehoord.
Ik zal jullie plagen, ik zal jullie kietelen, ik zal jullie aan het lachen maken. Ik zal er voor zorgen dat jullie mij niet gaan missen want dan kan niet, ik zal immers veel bij jullie zijn.
Ik hou zo ontzettend veel van jullie. Tot snel.”
En het meisje legde het briefje op haar nachtkastje.
Ze keek de Engel aan, haar betraande gezichtje was helemaal nat.
De Engel liep op haar af en met zijn vleugels veegde hij haar gezicht droog.
‘Zullen we nu dan maar gaan?’ Het meisje knikte.
En de deur van haar slaapkamer ging open en ze stapten er samen door naar binnen.
Aan de andere kant was het hek van Zomerland.
Het meisje draaide zich om, en keek naar de deur waar ze zojuist door heen gekomen was. Maar die was in het licht verdwenen.
‘Kom,’ zie de Engel weer, en hij opende het hek en samen liepen ze Zomerland binnen.
Het eerste wat ze tegen kwam was een huisje. Een geel huisje met blauwe kozijnen en een riet dakje.
Ook hier kwam er rook uit het schoorsteentje. 
Het was die heerlijke zoete geur die ze al de hele tijd rook.
De Engel liep naar het huisje toe en deed de deur open.
Het was een lief gezellig keukentje, er stond een kacheltje en op tafel stond een schaal vers gebakken koekjes.
Een oude vrouw kwam tevoorschijn en lachte naar het meisje.
‘Welkom mijn kind, welkom hier in Zomerland. 
Het was een lange reis hé. Je zal wel trek hebben.’ 
En ze schoof de schaal met koekjes naar haar toe. 
Het meisje ging zitten en pakte voorzichtig een koekje van de schaal.

De vrouw schonk een glas zelf gemaakte limonade in en keek het meisje lachend aan.
En ze dronk van haar limonade en at van haar koekje en ze wist dat ze thuis was. Thuis in Zomerland. 

Geschreven door Jolanda Rhijnsburger 6-03-2019

 

 

 


Wilt u ook een reactie achter laten?

Dan bent u van harte welkom in mijn gastenboek!

Commentaren: 3
  • #3

    Annemarie (woensdag, 22 mei 2019 10:19)

    Ik hoop dat mij 2 dochters ook zo'n mooie reis hebben gehad. Ik denk het bijna van wel want op hun sterf dag hebben ze jaren later mijn een kleinzoon gestuurd. ❤❤❤

  • #2

    Marianne (woensdag, 22 mei 2019 08:22)

    Wat een schitterend verhaal, altijd weer even mooi als al je verhalen dank daarvoor���

  • #1

    Edith (woensdag, 22 mei 2019 08:05)

    Lieve Jolanda, wat een prachtig verhaal. xxx