Mij verhaal is belangrijker       (me and my story)

De Dominante vrouw

 

Een vrouw zat voor het raam, ze keek naar buiten.
Ze dacht terug aan het leven dat zich in het verleden voor haar had afgespeeld.

Ze kon toen niet zo rustig naar buiten kijken zoals ze nu deed. Nee, voor dat soort rustige momenten had ze toen geen tijd.

Ze was toen een totaal andere vrouw en ze wist waardoor dat kwam.

 

Ze had geen fijne jeugd gehad en het volwassen leven wat daar op volgde was zwaar.
Ze moest vechten voor haar bestaan.

Haar broers en zusters hadden hetzelfde meegemaakt en ze waren net als zij.
Ze kwamen voor zichzelf op.

Dat was hun goed recht.
Ze hadden allemaal een stem en die stem mocht gehoord worden.
Maar als iedereen gelijk wilde hebben, dan werd het een probleem.

Dan konden de discussies hoog op lopen en gingen ze uiteindelijk allemaal kwaad uit elkaar.

De vrouw dacht weer terug aan het moment dat in haar verleden was voorgevallen.

Dit moment had haar ogen geopend.

Ze was samen met een vriendin gaan lunchen.

Haar vriendin had iets heel ergs mee gemaakt.

Maar ze luisterde maar met een half oor.
Bij het aanhoren van het verhaal van haar vriendin, kwam bij de vrouw gelijk een herinnering van haarzelf omhoog.
Zij had zelf ook iets dergelijks meegemaakt. Daardoor hoorde ze niet meer wat haar vriendin verder vertelde. Nee, ze zat volledig met haar gedachten bij haar eigen voorval uit het verleden.
Ze had staan popelen om het haar vriendin te vertellen.
Haar vriendin was bijna klaar met haar verhaal en ze had zich niet meer kunnen bedwingen.

Een stortvloed van woorden was uit haar mond gekomen.

Ze had in geuren en kleuren verteld hoe erg het voor haar was geweest.

Veel erger dan bij haar vriendin.
Haar vriendin had haar vol verbazing aan gekeken.
Bovendien had ze niet alleen haar eigen ervaring verteld, maar ook die van haar buurvrouw, die het nog veel erger had mee gemaakt.

Haar vriendin had haar met tranen in de ogen aan gekeken.

Ze voelde zich machteloos en ze kon niet tegen haar op.
Over het voorval, wat haar vriendin had meegemaakt had ze niet meer gesproken.

Zo nu en dan had haar vriendin geprobeerd ook iets te vertellen, maar bij de eerste zin had zij het gesprek alweer overgenomen.

Haar vriendin was moe geworden.

Ze had uiteindelijk alleen maar naar de stortvloed aan verhalen van de vrouw geluisterd.

Dit was natuurlijk niet de eerste keer dat het gebeurde.

 

Maar soms kon de vrouw ook heel lief zijn.
Dan kreeg ze weer een lieve kaart of een bloemetje….

Dat had haar vriendin een fijn gevoel gegeven.

Ze was toch gehoord en begrepen, dacht ze dan. Maar zodra ze elkaar weer zagen, was ze een totaal andere vrouw.

De vriendin zuchtte eens diep en stond op om haar jas aan te doen.

‘Wat is er aan de hand?’ Had de vrouw aan haar vriendin gevraagd.

‘Ga je nu opeens weg…? We zitten net zo gezellig.’ Haar vriendin had haar verdrietig aan gekeken en gezegd dat ze moe was en naar huis wilde.
Ze had niet begrepen, wat er door haar vriendin heen ging.
‘Is er iets? Heb ik iets verkeerd gezegd?’ 
Had ze haar vriendin weer gevraagd.

Haar vriendin had haar boos aangekeken.
‘Iets verkeerd gezegd? 
Ik vertel jou mijn verhaal, iets wat ik heb mee gemaakt en waar ik heel erg verdrietig om ben.
Ik had op jouw steun en begrip gehoopt.

Dat jij een luisterend oor zou zijn, waar ik even tegen aan kon praten.

Iemand die niet gelijk met haar mening of oordeel klaar zou staan.

Maar je hebt mijn verhaal niet gehoord.

Je ziet niet eens hoe ik me nu voel.

Jij dacht alleen maar aan jezelf, aan jouw eigen verleden en aan hoe erg het voor jou was.

Bij jou is alles altijd veel erger…!’

 

De vriendin van de vrouw was toen in huilen uitgebarsten.
Tussen het snikken door had ze gezegd: ‘Heb je dan helemaal geen respect voor een ander?

Kun jij niet gewoon alleen maar luisteren en je eigen verleden buiten mijn ervaring houden?
Heb je wel een inlevingsvermogen?

Kun jij je wel verplaatsen in een ander?

Hoe zou jij het vinden, als je tegenover iemand kwam te zitten die alleen maar over zichzelf sprak?

En zodra jij iets wilt vertellen, hij of zij het allemaal veel erger had mee gemaakt?
En elke keer als je probeert uit te leggen dat je het anders hebt bedoeld, je dan een stortvloed van woorden over je heen krijgt?
Elke keer weer opnieuw het gevoel dat je niet gehoord wordt?

Nogmaals, hoe zou jij dat vinden?’

De vrouw had haar vriendin met verbazing aan gekeken.

Voor het eerst had ze niets weten te zeggen.

Het was even stil in haar geworden.

‘Het spijt me.’ Had ze gezegd.

Ze was zich er nooit bewust van geweest, dat ze dat deed.
‘Laten we weer gaan zitten en laat het me weten zodra ik het weer doe.

Ik zal er zelf ook op letten.’ Had de vrouw voorgesteld, nu tot zichzelf gekomen was.

 

Haar vriendin had haar jas weer uitgedaan en was weer tegenover haar zitten.

Met een zakdoekje had ze de tranen van haar gezicht geveegd.

Ze glimlachte verlegen.
Langzaam was het gesprek weer op gang gekomen.
Telkens als de vrouw het gevoel had, dat ze haar eigen ervaring weer wilde opdringen, had ze deze gedachte snel weggedrukt.
Het was nu niet belangrijk dat ze het zou vertellen.
Haar vriendin was nu aan het woord en deed haar verhaal.
Een verhaal dat ze nu wel hoorde en met heel andere oren dan een uur eerder.

 

De vrouw voor het raam was door dit voorval rustiger geworden.

Ze liet nu iedereen uitpraten.
Het stemmetje in haar hoofd die al die jaren gehoord wilde worden en op de voorgrond was geweest, had ze naar achteren geschoven.

En daarvoor was rust in de plaats gekomen.
De rust had er inmiddels voor gezorgd dat ze een luisterend oor was voor velen.

Ze ging wat vaker de natuur in en was in alle opzichten een mooier persoon geworden.

Velen hadden haar inmiddels verteld, dat ze een dominante vrouw was geweest, die altijd aan het woord was en altijd gelijk wilde hebben.
Ze had altijd het gevoel gehad, dat de mensen om haar heen haar zo’n pijn deden.

Maar nu wist ze, zij was het zelf.
Haar verandering had haar een nieuw leven geschonken.
Een leven vol liefde voor zichzelf en haar medemens.

 

Gids: "We herkennen onszelf vast wel in dit verhaal wat hier boven geschreven staat. De vrouw in het verhaal leerde om te luisteren en haar eigen gedachten, die telkens tijdens het gesprek naar voren kwam, niet belangrijk te maken.

 

Heb je wel eens werkelijk naar iemand geluisterd, zonder dat daar gedachten tussen door kwamen?

Dat is heel erg moeilijk, probeer het maar eens en wees je er bewust van als je met iemand in gesprek bent, hoeveel gedachtes er voorbij komen.

 

Vaak kunnen teveel gedachtes je leven beheersen.

Iemand die nog in de macht van het ego verkeerd, ziet het lijden echter niet als lijden, maar als enige juiste reactie in een bepaalde situatie.

Ze maken ruzie, en geven vervolgens henzelf altijd gelijk, ze hebben geen inlevingvermogen en hebben narcistische trekjes.

Alles draait om hen en ze zijn dominant.

Ze kijken niet naar hun zelf, de schuld ligt altijd bij de ander.

Ze zijn zeer overtuigend en nemen anderen mee in hun val.

Het pijnlichaam word alleen maar voller en voller. Ze worden ziek, hun hoofd tolt van negatieve gedachten.

Hele dagen zijn ze bezig met hun conflict die ze met de ander hebben.

Ze geloven in hun eigen waarheid, want een andere waarheid bestaat er namelijk niet.

Het blijven herhalen van wat hun is overkomen, de pijn die ze ervaren, de boosheid opnieuw weer naar boven laten komen, zorgt ervoor dat er een grief ontstaat naar de ander.

Die grief blijven ze voeden naar anderen toe.

Ze kunnen moeilijk in slaap komen, nachten lang liggen ze wakker en maken nog steeds ruzie in hun gedachten.

Dit kan jaren en jaren doorgaan.

Niet alleen bij één persoon waar ze ruzie mee hebben, maar bij alle situaties in hun leven waar ze het niet mee eens zijn."

 

 

Spel van vrijwilliger

 

Het is weer gebeurd, weer nam het verleden wraak op het moment van nu.

Weer die afgunst, dat gevoel van niet gehoord worden.

Ze had toch duidelijk gezegd hoe ze het wilde hebben.

Ze luisteren helemaal niet.

Is er dan niemand die mij serieus neemt?

Heb ik dan geen stem in deze maatschappij?

De vrouw liet haar tranen stromen.

Weer dat gevecht tegen de wereld om haar heen. Weer een strijd die ze wilde winnen.

Dit keer laat ze het er niet bij zitten, dit keer wil ze wraak!

Huilend aan tafel bedenkt ze een list wat ze zou gaan doen om toch haar gelijk te krijgen.

Ze zou haar stem laten horen!

Maar ze weet niet dat deze zeer oude grief van,

'niet gehoord worden’, altijd haar dat gevoel geeft dat ze zich moet bewijzen en dat zij zich zelf als minder ziet.

 

Haar grief heeft haar nu helemaal in haar greep.

Met grote klauwen houd deze grief vast.

De grief wil groter worden, het wil meer voeding, en de vrouw word nog bozer.

“Ik zal ze leren, al moet de onderste steen boven komen, ik zal gehoord worden.”

De vrouw belt een vriendin, en verteld haar verhaal in geuren en kleuren.

Maar haar vriendin zegt niets, ze gaat niet mee in het verhaal van de vrouw.

De vrouw probeert haar vriendin te overtuigen en probeert het verhaal op verschillende manieren te brengen en steeds probeert ze haar vriendin mee te trekken in haar grief, maar de vriendin reageert niet.

De vrouw word boos. 

Ziet ze dan niet dat ik aan het lijden ben, heb ik dan geen gelijk, een beetje steun kan ik wel gebruiken.

Maar de vriendin luistert alleen maar en probeert het gesprek een andere wending te geven.

De vrouw hangt uiteindelijk op.

“Stom wijf!, wat moet je met zo’n vriendin.”

De vrouw was moe van het denken, hele dagen was ze bezig met haar grief, hele nachten bedacht ze verschillende strategieën om haar gelijk te krijgen, hele gesprekken voerde ze in haar zichzelf.

Ze was moe, maar haar grief was te sterk.

Nu moest ze doorzetten, ze moest laten zien dat er met haar niet meer gespeeld kon worden.

En zo gingen er weken over heen.

Ze werd magerder en de spanning in haar lijf was als een elastiekje zonder enig rek.

Dit kon zo niet lang meer door gaan en er zal een moment moeten komen dat ze moet gaan inzien dat het allemaal niet belangrijk is, maar dat weet die jonge vrouw nog niet.

Tot op een morgen ze uit bed stapte.

Een nacht weer niet geslapen, een nacht vol herhalingen van wat wel en niet gezegd was, die eindeloze discussies in haar zelf, ze was zo moe.

Ze ging op een stoel zitten die voor het raam stond. Ze keek naar buiten naar de vogels.

Vreemd, dacht de vrouw, ik ben al weken in de ban van mijn conflict, terwijl de vogels gewoon door gaan met wat ze altijd doen.

Zij zitten niet hele nachten te piekeren, zij hebben niet dat rot gevoel dat een hele leven lang duurt.

Als ze vechten om een stukje brood, zijn ze het daarna weer vergeten.

Ze blijven er niet mee zitten, ze gaan gewoon verder met de dag.

Waarom doe ik dat niet?

Waarom ben ik zo boos, mijn hele leven ben ik al boos, altijd moet ik mijzelf verdedigen, altijd die strijd, Ik wil dit niet meer!

Het vrouwtje begon te huilen en opeens kreeg ze een helder moment.

Ze heeft haar hele leven gevochten, maar er nooit iets mee bereikt.

Ze voelde zich altijd aangevallen, omdat ze dacht, nooit goed genoeg te zijn.

Maar heeft ze deze angsten en pijnen niet haar hele leven zelf vast gehouden?

Ja, net als die zin “je bent maar één keer slachtoffer, daarna ben je vrijwilliger.”

Er is één keer in mijn leven iemand geweest die  heeft gezegd “je bent niet goed genoeg, je bent dom, je kan niets."

Er was één keer in mijn leven dat ze haar mening wilde geven, maar overrompeld werd door iemand anders zijn of haar mening.

Dat gevoel van die eerste keer, dat rot gevoel dat je de eerste keer voelt als slachtoffer word.

Dat gevoel heb ik mijn hele leven mee genomen.

En bij elke gelegenheid die zo’n situatie uitlokte zorgde ik zelf dat ik als vrijwilliger dat gevoel weer opwekte en de grief groter, sterker en slimmer maakte. Maar nu was het klaar.

Ik heb het gezien, en ik ga niet meer mee in dat spel van vrijwilliger.

De jonge vrouw kleedde zich om, stapte op de fiets en reed naar de winkels.

Bij de bloemist kocht ze prachtige rode rozen voor haal zelf, en witte chrysanten om haar verleden er mee te begraven.

 

 

Gids: "De vrouw in het verhaal kreeg gelukkig een inzicht.

Maar velen onder ons moeten eerst de bodem van de put bereiken om het licht te kunnen zien.

Het gevoel dat alles tegen zit, je zwaar depressief  voelen, totdat je geen uitweg meer ziet, je op je knieën laat vallen en schreeuwt om hulp."

 

 

Dag één

 

Na veel denken begint ze te bidden.

“Lieve Vader, laat me niet alleen.”

Haar handen strak gevouwen, met haar ogen dicht, begint ze te praten.

“Vader, laat me niet alleen, laat me niet vallen, geef mij de kracht om door te gaan.”

Ze doet haar handen nog strakker over elkaar heen, haar ogen knijpt ze nog dichter dicht, die pijn die ze voelt doet zo zeer.

Al haar verdriet ligt als een steen vast in haar keel. “Oh, lieve Vader, HELP me toch!”

Bibberend komen haar woorden naar buiten, haar keel doet zeer en haar tranen willen zich door de dicht geknepen ogen naar buiten dringen.

“Oh Vader, wat moet ik nu, wie helpt mij nu nog, alsjeblieft, help me toch!” en ze begint te huilen.

Lange gierende geluiden komen uit haar keel.

Ze laat zich vallen op de grond, en huilt tot ze niet meer kan.

Na een aantal minuten komt ze tot haar zelf.

Na een paar snikken staat ze op en loopt langzaam naar de douche.

Doet haar kleding uit en verdoofd door dit alles gaat ze er onder staan.

Het denken is verdoofd, het is nu stil in haar.

Hoe lang ze onder die warme straal heeft gestaan weet ze niet meer.

Ze doet haar pyjama aan en laat zich langzaam in bed glijden.

Helemaal leeg en uitgeput valt ze in slaap.

Ze was jarig vandaag.

 

 

Gids: "Maar hoe kun je dit nu veranderen?

De meeste mensen komen niet tot een inzicht, ze gaan met grief en al de kist in.

En zodra ze boven in het Hiernamaals zijn en alle ego-spelletjes die ze hebben gespeeld achter zich hebben gelaten, gaan ze inzien dat ze verkeerd gehandeld hebben en zien ze hun fouten in.

Maar het is juist de bedoeling dat je tijdens dit leven je spelletjes in gaat zien.

Je moet over jezelf bewust worden van ieder aspect van het ego, en hoe het die macht steeds weer opnieuw wil veroveren over je ware zelf."

 

Onzichtbare vriendjes.

 

‘Hallo is daar iemand?’

Vader keek om de hoek van de deur.

Hij riep nog eens: ‘Is daar iemand?’

Hij luisterde nog eens goed, maar hoorde niets.

Langzaam deed hij de deur open en stapte voorzichtig naar binnen.

‘Hallo, is daar iemand?’ riep hij weer, terwijl hij de deur achter zich sloot.

Weer hoorde hij niets.

Met voorzichtige stappen liep hij de hal door naar de keuken.

Bij de keuken aangekomen zag hij zijn dochter aan de keukentafel zitten.

Hij klopte even op de deurpost en zei zachtjes ‘Hallo… Hallo… Niet schrikken.’

Maar zijn dochtertje reageerde niet.

Ze was verdiept in waar ze mee bezig was en merkte haar vader niet op.

Zachtjes liep hij de keuken in en tikte voorzichtig op haar schouder.

Het meisje schrok en draaide zich met een ruk om.

‘Papa!’ riep het meisje.

‘Papa!’ en ze vloog haar vader in zijn armen.

Het meisje was blij.

Ze had haar vader al een lange tijd niet gezien.

Heb je me niet gehoord?’ vroeg haar vader.

Het meisje schudde haar hoofdje van nee.

‘Ik was aan het spelen met mijn vriendjes.’

Vader keek de keuken in: ‘Maar ik zie helemaal geen vriendjes.’ Zei vader.

Zijn dochter keek hem boos aan: ‘Dat zegt oma ook altijd, maar ze zijn er wel!

Kijk, ze zitten allemaal aan de keukentafel.’

Vader keek naar de lege tafel, maar hij zag geen vriendjes.

Vader zei: ‘Ja, nu zie ik ze ook!

Kun jij je vriendjes aan mij voorstellen?’

Dan weet ik wie het allemaal zijn.’

Het meisje was blij.

Blij dat haar vader wel haar vriendjes kon zien.

‘Dit is Annemarie.’ zei ze. ‘Ze is mijn vriendinnetje, omdat ik haar héél erg leuk vind.

Ze is altijd vrolijk en ik kan altijd zo met haar lachen. Het is altijd gezellig als zij er is.’

‘Dan hebben we hier Thijs. Thijs is heel creatief.

Hij kan zo mooi tekenen.

Hij maakt de prachtigste tekeningen.’

‘Dit meisje heet Annabel.

Zij is vaak jaloers en wil alles hebben wat andere vriendjes ook hebben.’

‘Dit jongetje heet Jorrit. Hij wil altijd de baas zijn.’

‘Dat meisje heet Roos. Ze is zo gemeen.

Ze doet vaak of ze lief is maar dat is ze niet.

Dus papa, kijk uit voor haar.’

Daarbij gaf ze haar vader een knipoog.

‘Dit jongetje heet Sven.

Hij is altijd bang dat hij alles fout doet.’

Dat meisje daar heet Lisanne.

Ze is erg verlegen ze zegt eigenlijk nooit iets.

Dit jongetje heet Arjen. Hij is bang voor alles.’

‘Dat meisje heet Joelle. Zij haat alles.’

‘En dit jongetje Thomas.

Hij houd van iedereen en is echt lief!

‘Dat meisje in de hoek heet Ellen.

Zij vindt Lisanne dom en pest haar altijd.

Ze pest eigenlijk iedereen.’

‘En dan de laatste dat is Michael.

Hij is de liefste van allemaal. Hij is een Engel.

Hij zorgt ervoor dat iedereen zijn eigen rol mag spelen in ons spel.’

‘Oh ik begrijp het.’ zegt vader: ‘Jullie spelen een spel met elkaar.’

Het meisje knikte. ‘Michael vindt dat iedereen mag zijn zoals hij of zij is.

Annabel vindt het leuk om jaloers te spelen.

Lisanne vindt de rol van verlegen meisje weer leuk.’

Vader dacht even na zei: ‘Maar als ze die rol niet spelen wie zijn ze dan?’

Het meisje keek haar vader aan: ‘Ik natuurlijk!’

‘Behalve Michael dan die is en blijft de Engel.’

Hij is ook mij, maar hij blijft echt.

Hij heeft geen rol, hij is gewoon een Engel, snap je?’

Vader moest even goed na denken.

‘Dus als ik het goed begrijp heb je iedere emotie in jezelf een rol en een naam gegeven?’

‘Ja papa.’ zei het meisje.

‘Jij bent nu verbaasd.

Als je deze verbaasdheid nu eens een naam geeft. Dirk bijvoorbeeld?

Dan weet je de volgende keer als je verbaast bent dat Dirk naar voren stapt.

En als je niet wilt dat Dirk naar voren stapt, dan laat jij je Engel die je bijvoorbeeld Marion noemt, naar voren komen.

Zo ben je altijd lief en zal je niet alle rollen hoeven uit te spelen.

Want als je ze hun rol laat uit spelen heb je echt een probleem.’

Het meisje lachte naar haar vader: ‘Het is heel makkelijk, of niet?’

Vader keek met ontroering en bewondering naar zijn dochter.

Hij had nooit gedacht dat zijn meisje zich al zo snel bewust zou zijn van haar verschillende identiteiten. Identiteiten die ze allemaal een naam had gegeven om ze uit elkaar te houden.

Trots was vader op haar. ‘Mijn Engel.’ zei vader.

‘Nee hoor.’ zei het meisje.

‘Dat is Michael. Michael en ik zijn één.’

 

Gids: "Dit is een verhaal dat laat zien dat wij allemaal verschillende rollen en spelletjes spelen met elkaar.

Het is leuk gebracht, alleen maar om de lezer er bewust van te maken dat we allemaal nog een kind zijn en onze lessen moeten leren.

Dat we inzichten moeten krijgen in ons eigen spel dat we met elkaar aan het spelen zijn.

Ik vergelijk het leven vaak met een theatershow. Iedereen heeft zijn eigen rol en we spelen die rol zo ontzettend goed, dat we vergeten zijn dát we een rol spelen.

Integendeel, we zijn in onze eigen rol gaan geloven!

We zijn misschien volwassen mensen, maar diep van binnen zijn we allemaal nog een kind die naar school gaat.

De klas waar je in bevind hangt van je bewustzijn af. Het onderzoeken, het afleren van het ego-spel, zal je naar een hoger bewustzijn en naar een hogere klas brengen.

Kom je tussendoor toch te overlijden in dit leven, dan zal je naar een lichtere sfeer in het Hiernamaals gaan.

En dat is toch wat iedereen wil of niet?"