Het oude schoolsysteem

 

‘Waarom begrijp jij mij niet! Ik heb je het toch duidelijk uitgelegd!’

Een meisje stond te huilen naast de tafel van de meester.

‘Nou, hou op met huilen! Ik leg het nog één keer uit!’

De man begon te praten. Het meisje was zo overstuur dat ze niets van zijn uitleg begreep.

Toen hij klaar was liep ze naar haar tafeltje, ging zitten en keek naar haar opengeslagen boek.

Alle letters begonnen te dansen over de bladzijden. Ze keek er met een glimlach naar.

De letters maakten telkens andere plaatjes; eerst een hond daarna een huis en tot slot de meester met een heel raar gezichtje.

Het meisje begon hard te lachen, maar het was stil in de klas en nu keken alle kinderen haar aan.

De meester keek boos, stond op en liep naar het meisje toe.

De man keek in het boek en zei boos; ‘Ben je nu nog niet opgeschoten?! Voor straf nablijven totdat je het af hebt!’

Droevig staarde het meisje tot het einde van de les en iedereen vrij was in haar boek.

Ze zat alleen in de klas. Ze had met een vriendinnetje afgesproken om te spelen.

De meester was nergens te bekennen. Hij lette niet op haar.

Het meisje staarde weer naar het boek dat voor haar lag.

En weer gingen alle letters dansen. De letters maakten een heuse film!

Ze keek vol verbazing toe, naar hoe de letters steeds weer veranderden van vorm.

De film ging over een hondje die een bal probeerde te vangen en het lukte hem steeds niet.

Het hondje probeerde maar en probeerde maar.

Toen zag ze dat het hondje verdrietig werd en zijn baasje boos op hem was geworden.

Het filmpje wat ze te zien kreeg, was erg zielig. De tranen rolden over haar wangen.

Ze zag dat het hondje er ook zo zielig bij zat, terwijl hij zo lief was.

‘Waarom ziet de baas niet, dat hij wel goed een pootje kan geven en kan troosten bij verdriet. Maar ook dat hij gewoon leuk met je kon spelen.’

‘Vreemd!’ Dacht het meisje weer; ‘Ik kan niet goed lezen en rekenen maar ik ben wel goed in geschiedenis en aardrijkskunde’.

‘Waarom wordt de meester boos op mij? Waarom kijkt hij niet naar wat ik wel goed kan?’

Het meisje deed haar boek dicht, borg hem op en schoof haar stoel aan.

Op dat moment kwam de meester binnen stappen.

‘Zo, heb je het werk al af?’ Het meisje bleef van schrik staan.

‘Nee meester.’ ‘Oh en waarom heb je al je spullen al opgeruimd? Heb ik gezegd dat jij mocht gaan?!’

De meester was boos, het meisje stond angstig voor hem met haar hoofdje gebogen naar de vloer. Ze huilde zachtjes.

Opeens moest ze weer aan het hondje denken.

Ze veegde de tranen van haar gezicht en keek de meester nu boos aan.

‘U heeft geen idee wat u doet! U bestraft mij omdat ik iets niet goed kan.’

‘U ziet niet mijn andere kwaliteiten. U oordeelt alleen maar over dat wat ik niet kan!’

‘U bent een goede leraar, een heel goede zelfs, dat is uw kwaliteit. Maar uw ongeduld zorgt ervoor, dat iedereen u een nare man vind.’

‘Ik kan er niets aan doen, dat alle cijfers en letters dansen op papier en het mij niet lukt om ze te kunnen lezen. Maar u kunt wel veranderen, door meer geduld te hebben en niet meteen boos te worden’.

‘Kijk naar wat wij kinderen wel kunnen en niet naar wat wij niet kunnen!’

Het meisje pakte haar tas en zei; ‘Tot morgen meester!’ En ze liep boos de klas uit.

De meester moest even gaan zitten en dacht na over wat dit vreemde kind allemaal gezegd had. Misschien had ze wel gelijk.

De volgende dag legde hij het nogmaals uit, maar hij had de les die zij hem had gegeven niet begrepen.

 

Geschreven door Jolanda Rhijnsburger.