Het stille leven,

 

Het was koud en de bloemen stonden al op de ramen.

Een jonge man keek naar het raam en verwonderde zich over het feit, dat de natuur zulke prachtige dingen kon creëren.

Hij deed zijn jas aan en opende de deur.

Stapte over de drempel en deed de deur weer achter zich dicht.

Hij stond op zijn zelf gemaakte houten veranda en keek.

Wat hij zag was een prachtige ansichtkaart van bevroren gras en bloemen.

De bomen hadden een dun jasje van ijs en glinsterden in de koude winterzon.

Het was stil, geen auto’s, geen grasmaaiers, geen harde radio muziek, geen enkel geluid van mensen die deze prachtige natuur nu konden verstoren.

De jonge man haalde eens diep adem en een traan van de kou liep over zijn wang.

Hij was niet meer die jonge man die hij altijd was geweest. Hij was veranderd en vond het moeilijk om de mensen achter te laten die hij altijd zo lief had gehad.

Hij was niet meer hetzelfde, hij had niet meer dezelfde mening, niet meer dezelfde gedachten, nee, hij was veranderd.

Hij zag de spellen van het leven in en hij deed er niet meer aan mee.

Hij zonderde zich af en leefde nu zijn eigen stille leven.

Een leven zonder spelletjes, een leven zonder tegenstellingen, een leven in stilte. Eén met alles.