Het witte licht.

 

‘Blijf van me af!’ Schreeuwde het meisje.
Een man bleef maar aan haar arm trekken.
‘Laat me los!’ Schreeuwde ze nog eens.
Maar de man greep nu ook haar andere arm vast.
Het meisje trok en probeerde los te komen maar kwam verstrikt in het gesponnen web van deze kwaadaardige man.
De man probeerde haar te zoenen.
En het meisje probeerde haar hoofd weg te houden, maar de man greep haar gezicht.
Met zijn dikke vingers kneep hij haar wangen samen en zoende haar op de mond.
Het meisje schopte en probeerde te gillen, maar de man legde zijn hand op haar neus en mond.
Paniek sloeg om haar hart. Ze kreeg geen lucht.
Het meisje probeerde los te komen maar hij was te sterk.
Opeens werd ze zich ervan bewust, dat ze in twee werelden leefde.
In de ene wereld, was ze in gevecht met de man en in de andere keek ze naar zichzelf. Ze zag hoe ze probeerde weg te komen van deze boosaardige man.
Het ene moment aanschouwde ze het gevecht, maar het volgende moment was ze weer in het gevecht.
Ze ging telkens heen en weer tussen twee werelden.
Totdat ze in de wereld van toeschouwer bleef.
Ze zag zichzelf vechten, totdat ze geen adem meer kreeg en langzaam zakte ze in de armen van de man weg. Ze was overleden.
De man was geschrokken. Hij liet het levenloze lichaam liggen en rende er vandoor.
Het meisje keek naar zichzelf en keek naar de weg rennende man.
‘Waar zou hij naartoe gaan? Zou ze achter hem aan gaan, om te zien wie hij is en waar hij woont?
Maar op het moment, dat ze achter hem aan wilde gaan, stond er opeens een vrouw naast haar.
‘Ik zou dat niet doen als ik jou was.’

‘Je zal dan hier in dit schemerland moeten blijven.

En het is heel moeilijk om de weg naar het licht terug vinden.’

Het meisje keek verschrikt opzij. Ik heb mijzelf net dood zien gaan!’

‘Er was geen Engel die mij opwachtte, waar is thuis dan?’ Zei het meisje boos.
De vrouw draaide zich om en wees met haar vinger naar het witte licht.
Het meisje keek naar het witte licht en dan weer terug naar die man die wegrende.
De vrouw naast haar begon te praten.
Als jij achter die man aan gaat zul je wraak willen nemen.
Je zal gaan dolen omdat je nog niet naar huis wil.
Maar na een tijdje ben je de weg kwijt.

Je bent moe en je wilt naar huis.

Maar je weet niet meer hoe.

Met een beetje geluk zul je in contact komen met iemand die je naar het licht kan brengen.

Maar dat is een hele opgave en heel erg zwaar.
Nee, hier blijven heeft geen zin.
Die man krijgt zijn straf echt wel, daar hoef jij niets voor te doen.
Kom, ga je mee naar huis?’
De vrouw stak haar hand uit en het meisje pakte deze vast en samen liepen ze naar het witte licht. Dee vrouw keek nog heel even achterom en knipoogde naar de lezer.

En langzaam veranderde zij in een prachtige witte Engel.

 


Geschreven door Jolanda Rhijnsburger