Kies voor jezelf

 

‘Ga jij je ook omkleden?’ Vroeg de vrouw aan haar man.

‘We moeten over een kwartiertje weg.’

De man die nog in zijn luie stoel zijn krant zat te lezen stond op.

‘Waarom moeten we naar het feest? Heb er helemaal geen zin in.’ Zei de man.

Zijn vrouw pakte een overhemd uit de kast en legde deze op bed neer.

‘We moeten wel naar dat feest omdat iedereen er heen gaat.’ Zei de vrouw.

‘Het staat toch vreemd, als wij niet zouden gaan, vind je niet?’

De man ging op het bed zitten, knoopte de knoopjes van zijn overhemd dicht dat zij voor hem had klaar gelegd.

‘Vind het gewoon vreemd. Ze beloven honderd keer dat ze langs zullen komen, maar daar blijft het dan ook bij. Nog nooit zijn ze bij ons geweest.

Niet met een verjaardag niet met kerst of oud en nieuw.

Waarom moeten wij daar dan wel naartoe?’

De man liet zijn hoofd hangen.

Hij woonde wat verder weg dan zijn vrienden.

Als ze elkaar zagen dan riep iedereen; ‘Wij komen snel een keertje langs!’

Maar ze kwamen nooit.

In het begin haalden ze er nog boodschappen voor in huis en dan kwamen ze op het laatste ogenblik toch maar niet.

Elke keer als ze weer zeiden; ‘Ja het is schandalig, wij moeten snel eens langskomen.’ Dan nam hij het niet meer serieus.

Hij wist het. Hij wilde het niet zijn, maar hij was toch wel teleurgesteld in zijn vrienden.

Hoe vaak gingen hij en zijn vrouw naar hun vrienden toe? Toch een aantal keren per jaar.

Ze bleven dan slapen en zagen dan iedereen weer.

Zijn vrouw was intussen naast hem komen zitten.

Ze had haar arm om hem heen geslagen.

‘Ik weet het schat, ik weet het. Misschien zijn we ook gek ook!

Wij hebben een verschrikkelijk jaar achter de rug en er was er maar één die aan ons vroeg hoe het ermee ging. De rest had het te druk met hun eigen leven.

Ja, als ze zelf problemen hadden dan wisten ze ons te vinden en belden ze bijna iedere dag. Totdat de problemen voorbij waren, want dan hoorde je ze niet meer.

Misschien moeten wij onszelf echt gaan afvragen, of wij wel naar dit feest toe moeten gaan.’

De vrouw liet ook haar hoofd hangen.

Samen zaten ze op bed. Teleurgesteld, eenzaam en allebei verdrietig.

‘Wat moeten we doen?’  Vroegen ze zich verdrietig af.

‘Laten we niet gaan.’ Zei de man.

‘Laten we het gezellig maken met zijn twee.

Geen reis, geen drukte en niet weer die woorden “wij komen snel jullie kant op”. Wetende dat ze toch nooit langs zullen komen.

Wij gaan vanaf nu voor onszelf kiezen.

Geen verplichtingen meer. Maar de dingen doen die wij fijn vinden.

En ik vind het fijn om samen met jou alleen te zijn.’ En de man keek zijn vrouw liefdevol aan.

De vrouw sloeg haar armen om haar man heen en gaf hem een zoen.  

 

Geschreven door Jolanda Rhijnsburger.