Spel als vrijwilliger


Het is weer gebeurd. Weer nam het verleden wraak op het moment van nu.

Weer die afgunst, dat gevoel van niet gehoord worden.

Ik heb toch duidelijk gezegd hoe ik het wilde hebben.

Ze luisteren helemaal niet.

Is er dan niemand die mij serieus neemt?

Heb ik dan geen stem in deze maatschappij?

De vrouw liet haar tranen stromen.

Weer dat gevecht tegen de wereld om zich heen.

Weer een strijd die ze wilde winnen.

Dit keer laat ze het er niet bij zitten. Dit keer wilde ze wraak!

Huilend aan tafel bedacht ze een list. Wat zou ze gaan doen om toch haar gelijk te krijgen! Ze zou haar stem laten horen!

Maar ze weet niet dat deze oude grief, van niet gehoord worden, haar nu helemaal in haar greep heeft.

Met grote klauwen houd de grief haar vast.

De grief wil groter worden. Het wil meer voeding en de vrouw word nog bozer.

‘Ik zal ze leren! Al moet de onderste steen boven komen! Ik zal gehoord worden!’

De vrouw belt een vriendin en vertelt haar verhaal in geuren en kleuren.

Maar haar vriendin zegt niets. Ze gaat niet mee in het verhaal van de vrouw.

De vrouw probeert haar vriendin te overtuigen en probeert het verhaal op verschillende manieren te brengen. Telkens probeert ze haar vriendin mee te trekken in haar grief, maar de vriendin reageert niet. 

De vrouw werd boos. ‘Ziet ze dan niet, dat ik aan het lijden ben? Heb ik dan geen gelijk? Een beetje steun kan ik wel gebruiken.’

Maar de vriendin luistert alleen maar en probeert het gesprek een andere wending te geven.

De vrouw hangt uiteindelijk op. ‘Stom wijf! Wat moet je met zo’n vriendin?!’

De vrouw was moe van het denken. Hele dagen was ze bezig met haar grief. Nachten lang bedacht ze verschillende strategieën om haar gelijk te krijgen. Hele gesprekken voerde ze in zichzelf.

Ze was moe, maar haar grief was te sterk.

Nu moest ze doorzetten. Ze moest laten zien dat er met haar niet meer gespeeld kan worden.

En zo gingen er weken overheen.

Ze werd magerder en de spanning in haar lijf was als een elastiekje dat te strak gespannen stond.

Dit kon zo niet langer meer doorgaan. Er zou toch een moment moeten komen dat ze moet gaan inzien, dat het allemaal niet belangrijk is. Maar dat wist die jonge vrouw nu nog niet.

Tot op een morgen ze uit bed stapte.

Een nacht weer niet geslapen. Een nacht vol herhalingen van wat wel en niet gezegd was. Die eindeloze discussies in zichzelf. Ze was zo moe. 

Ze ging op de stoel zitten, die voor het raam stond.

Ze keek naar buiten naar de vogels.

‘Vreemd!’ Dacht de vrouw. ‘Ik ben al weken in de ban van mijn conflict, terwijl de vogels gewoon doorgaan met wat ze altijd doen.

Zij zijn niet hele nachten aan het piekeren. Zij hebben niet datzelfde rotgevoel wat al mijn hele leven lang duurt. 

Als ze vechten om een stukje brood, zijn ze het naderhand weer vergeten.

Ze blijven er niet mee zitten. Ze gaan verder met de dag.

Waarom doe ik dat niet?

Waarom ben ik zo boos? Mijn hele leven ben ik al boos. Altijd moet ik mijzelf verdedigen. Altijd die strijd. Ik wil dit niet meer!’

Het vrouwtje begon te huilen en opeens kreeg ze een helder moment.

Ze heeft haar hele leven gevochten maar er nooit iets mee bereikt.

Ze voelde zich altijd aangevallen omdat ze dacht, nooit goed genoeg te zijn.

Maar heeft ze deze angsten en pijnen niet haar hele leven vast gehouden?

Ja, net als die ene zin die ze eens gelezen had: “Je bent maar één keer slachtoffer, daarna ben je vrijwilliger.”

‘Er is één keer in mijn leven iemand geweest die heeft gezegd; “Je bent niet goed genoeg, je bent dom, je kan niets.” Er was één keer in mijn leven dat ik mijn mening wilde geven, maar overrompeld werd door de mening van iemand anders. Dat gevoel van die eerste keer. Dat rotgevoel wat je de eerste keer voelt als je slachtoffer word. Dat gevoel heb ik mijn hele leven meegenomen. En bij elke gelegenheid die zo’n situatie uitlokte, zorgde ikzelf, dat ik als vrijwilliger dat gevoel weer opwekte en de grief groter, sterker en slimmer maakte.

Maar nu was het klaar.

Ik heb het gezien en ik ga niet meer mee in dat spel van vrijwilliger.

De jonge vrouw kleedde zich aan. Stapte op de fiets en reed naar de winkels. 

Bij de bloemist kocht ze prachtige rode rozen met witte chrysanten voor zichzelf om hier het verleden mee te begraven.

 

© Jolanda Rhijnsburger