Innerlijke gids.

 

In een ver verleden woonde er een man in een klein huisje aan de rand van een groot bos.

Hij woonde er al zijn hele leven, hij was er geboren. 
Zijn ouders waren al overgegaan en nu woonde hij er samen met zijn hond. 

Zijn hond was alles wat hij had. 
Hij had geen vrouw, geen kinderen en vrienden had hij nooit gemaakt. 
Het was een eenzame man, die samen met zijn trouwe metgezel rondzwierf door de bossen.
De mensen uit de buurt wilden niets met deze man te maken hebben. Ze vonden de man eng. 
Maar eigenlijk was hij een hele vriendelijke man die graag een praatje maakte, maar niemand durfde.
De man was daar verdrietig om.
Hij was altijd vriendelijk, maar toch waren de mensen bang voor hem. 
Hij voelde de eenzaamheid weer door zijn lichaam stromen.  
Voor de spiegel bekeek hij zijn eigen spiegelbeeld. 
Hij was nog niet zo oud, was nog niet grijs en hij zag er eigenlijk best wel leuk uit!
Dus daar kon het niet aan liggen, maar wat was er dan mis met hem? 
Verdrietig pakte hij zijn jas en ging met zijn trouwe viervoeter het bos in. 
In diepe gedachten liep hij over het bospad.

Steeds verder en verder liep hij het diepe bos in.

Plots zag hij een lichtflits en van schrik keek hij achterom.

Een prachtige Witte Engel stond midden op het bospad.
De Witte Engel liep naar hem toe.

Ze lachte blij en begon zachtjes en helder te praten.

Haar stem was als muziek, haar klank was als een prachtige harp die zachtjes is de zomerzon speelde.

Haar licht was warm en zo liefelijk.

De man was overdonderd door wat hij zag en hoorde.

Hij wist zich geen raad. Wat moest hij doen?

Zijn hond was uit onderdanigheid gaan liggen met zijn poten recht omhoog.
De man was in shock!

Hij liet zich op zijn knieën vallen en begon te huilen.

Dikke tranen stroomden over zijn ruwe zon gebrande wangen.

De Witte Engel bukte zich en hielp de man overeind.

Ze gaf hem een prachtige zakdoek van materiaal die hij nog nooit gezien of gevoeld had.

Het was nog zachter dan zijde en het voelde warm aan.

Toen de man weer wat rustiger werd begon de Witte Engel te praten.

‘Je moet niet naar de buitenkant van jezelf kijken, maar naar de binnenkant. 

Als jij rust en liefde hebt gevonden, zal je dat naar de buitenwereld uitstralen.

Mensen gaan je dan anders zien en zullen op je af komen.’

De man keek de Witte Engel met grote ogen aan.

‘Maar hoe doe ik dat, naar mijn innerlijk kijken?’ Vroeg de man.

 

De Witte Engel keek hem lachend aan en zei; ‘Luister naar de stem in jezelf.

Jouw stem zal je de juiste lessen geven. Door deze lessen zult je bewuster en bewuster worden.’ 
‘Maar wanneer weet ik dat de stem tegen mij praat?’ 
De Witte Engel glimlachte weer.

‘Weet je wat je kunt doen? Ga in je gedachten één stap naar achteren en aanschouw wat er dan gebeurd.’ 
De man ging in zijn gedachten één stap naar achteren. 
Hij zag zichzelf, hij zag de hond en de Witte Engel.

Hij voelde een rust over zich heen komen. En toen hoorde hij een stem. 
De stem die in zijn innerlijke aanwezig is. 
De stem die hem zal helpen. 
De stem zei; ‘Als je altijd één stap in jouw gedachten achteruit doet, dan zul je mij daar vinden. En ik zal jou helpen waar ik maar kan.  Zeg tegen de Witte Engel, dat je mij hebt ontmoet en dat je nu weet wat je moet doen. 

Wij spreken elkaar snel weer.’ En de stem verdween.
De man ging in zijn gedachten weer een stap naar voren en vertelde wat zijn innerlijke gids hem had gezegd. 
De Witte Engel lachte en wees hem er nog eens op dat hij door steeds een stapje achteruit te doen in zijn gedachten de dingen duidelijker zou gaan zien.

De man knikte blij. Hij had het begrepen.

De Witte Engel deed een stap naar voren en pakte met beide handen zijn hoofd vast.

Een warme liefdevolle tinteling ging door zijn lichaam.

De man sloot zijn ogen en de Witte Engel gaf hem een kus op zijn voorhoofd.

En met een blij gezicht van ontroering en dankbaarheid deed de man zijn ogen weer open.

De Witte Engel was verdwenen en de man met zijn hond stonden alleen en verlaten op het bospad.

Maar ze waren blij!

De man begon te zingen en al spelend met de hond gingen ze richting huis.

Vanaf dat moment is de man nooit meer onzeker geweest.