Onzichtbare vriendjes.

 

‘Hallo is daar iemand?’

Vader keek om de hoek van de deur.

Hij riep nog eens; ‘Is daar iemand?’

Hij luisterde nog eens goed, maar hoorde niets.

Langzaam deed hij de deur open en stapte voorzichtig naar binnen.

‘Hallo, is daar iemand?’ Riep hij, terwijl hij de deur achter zich sloot.

Weer hoorde hij niets.

Met voorzichtige stappen liep hij de hal door naar de keuken.

Bij de keuken aangekomen zag hij zijn dochter aan de keukentafel zitten.

Hij klopte even op de deurpost en zei zachtjes ‘Hallo…! Hallo…! Niet schrikken.’

Maar zijn dochtertje reageerde niet.

Ze was verdiept in waar ze mee bezig was en merkte haar vader niet op.

Zachtjes liep hij de keuken in en tikte voorzichtig op haar schouder.

Het meisje schrok en draaide zich met een ruk om.

‘Papa!’ Riep het meisje; ‘Papa!’ En ze vloog haar vader in zijn armen.

Het meisje was blij. Ze had haar vader al een lange tijd niet gezien.

‘Heb je me niet gehoord?’ Vroeg haar vader.

Het meisje schudde haar hoofdje van nee; ‘Ik was aan het spelen met mijn vriendjes.’

Vader keek de keuken in; ‘Maar ik zie helemaal geen vriendjes.’ Zei vader.

Zijn dochter keek hem boos aan; ‘Dat zegt oma ook altijd, maar ze zijn er wel! Kijk, ze zitten allemaal aan de keukentafel.’

Vader keek naar de lege tafel, maar hij zag geen vriendjes.

Vader zei; ‘Ja, nu zie ik ze ook! Kun jij je vriendjes aan mij voorstellen?’

‘Dan weet ik wie het allemaal zijn.’

Het meisje was blij. Blij dat haar vader nu wel haar vriendjes kon zien.

‘Dit is Annemarie.’ Zei ze. ‘Ze is mijn vriendinnetje, omdat ik haar héél erg leuk vind. Ze is altijd vrolijk en ik kan altijd zo met haar lachen. Het is altijd gezellig als zij er is.’

‘Dan hebben we hier Thijs. Thijs is heel creatief. Hij kan zo mooi tekenen. Hij maakt de prachtigste tekeningen.’

‘Dit meisje heet Annabel. Zij is vaak jaloers en wil alles hebben wat andere vriendjes ook hebben.’

‘Dit jongetje heet Jorrit. Hij wil altijd de baas zijn.’

‘Dat meisje heet Roos. Ze is zo gemeen. Ze doet vaak of ze lief is maar dat is ze niet. Dus papa, kijk uit voor haar.’ Daarbij gaf ze haar vader een knipoog.

‘Dit jongetje heet Sven. Hij is altijd bang dat hij alles fout doet.’

‘Dat meisje daar heet Lisanne. Ze is erg verlegen ze zegt eigenlijk nooit iets.

‘Dit jongetje heet Arjen. Hij is bang voor alles.’

‘Dat meisje heet Joelle. Zij haat alles.’

‘En dit jongetje Thomas. Hij houd van iedereen en is echt lief!

‘Dat meisje in de hoek heet Ellen. Zij vindt Lisanne dom en pest haar altijd. Ze pest eigenlijk iedereen.’

‘En dan de laatste dat is Michael. Hij is de liefste van allemaal. Hij is een Engel.

Hij zorgt ervoor dat iedereen zijn eigen rol mag spelen in ons spel.’

‘Oh ik begrijp het.’ Zegt vader; ‘Jullie spelen een spel met elkaar.’

Het meisje knikte.

‘Michael vindt dat iedereen mag zijn zoals hij of zij is.

Annabel vindt het leuk om jaloers te spelen.

Lisanne vindt de rol van verlegen meisje weer leuk.’

Vader dacht even na zei: ‘Maar als ze die rol niet spelen wie zijn ze dan?’

Het meisje keek haar vader aan; ‘Ik natuurlijk.’

‘Behalve Michael dan die is en blijft de Engel.’

‘Hij is ook mij maar hij blijft echt.

Hij heeft geen rol, hij is gewoon een Engel, snap je?’

Vader moest even goed na denken.

‘Dus als ik het goed begrijp heb je iedere emotie in jezelf een rol en een naam gegeven?’

‘Ja papa.’ Zei het meisje.

‘Jij bent nu verbaasd. Als je deze verbaasdheid nu eens een naam geeft. Dirk bijvoorbeeld? Dan weet je de volgende keer als je verbaast bent dat Dirk naar voren stapt. En als je niet wilt dat Dirk naar voren stapt, dan laat jij je Engel die je bijvoorbeeld Marion noemt, naar voren komen. Zo ben je altijd lief en zul je niet alle rollen hoeven uit te spelen. Want als je ze hun rol laat uit spelen heb je echt een probleem.’

Het meisje lachte naar haar vader; ‘Het is heel makkelijk, of niet?’

Vader keek met ontroering en bewondering naar zijn dochter.

Hij had nooit gedacht dat zijn meisje zich al zo snel bewust zou zijn van haar verschillende identiteiten.

Identiteiten die ze allemaal een naam had gegeven om ze uit elkaar te houden.

Trots was vader op haar. ‘Mijn Engel.’ Zei vader.

‘Nee hoor.’ Zei het meisje; ‘Dat is Michael. Michael en ik zijn één.’

 

 

Geschreven door Jolanda Rhijnsburger.