Tranen van een Engel

 

‘Waar ben je?’ Vroeg een meisje aan de Engel die achter haar stond.

‘Ik kan je niet zien, maar ik weet dat je bij me bent.’

Het meisje kreeg geen antwoord.

Ze wilde zo graag contact maken met haar Engel.

Elke morgen als ze wakker werd vroeg ze waar hij was en elke avond voor het slapen gaan vroeg ze het weer aan hem.

Maar de Engel reageerde niet.

Niet dat hij niet wilde. Nee, hij wilde het heel graag maar hij kon haar niet op die manier bereiken.

Elke keer als het meisje, “waar ben je nu” vroeg kreeg hij medelijden met haar.

Tot op een dag hij het bedroefde gezichtje niet meer aan kon zien.

Hij liep van haar weg en ging op zoek naar antwoorden.

Hij zelf wilde graag contact met haar maken, maar het opmerkelijke was, dat het hem niet lukte.

De Engel zwierf door werelden en keek naar andere Engelen die wel contact hadden met hun lieve vrienden.

Ze hadden plezier en spraken elkaar heel erg veel.

Vaak zag hij dat de Engelen hielpen met het oplossen van problemen.

Ook vertelden ze hoe de werelden waarin de Engelen leefden er uitzagen.

Oh, de Engel zag zulke mooie dingen.

Hij zag dat alle Engelen alleen maar wilden helpen net zoals hij dat zo graag wilde doen.

Alles wat ze deden was uit liefde voor de mens.

De Engel ging verder op weg.

Hij zag andere werelden. Werelden die hij nog nooit gezien had.

Werelden met Elfjes, lieve trollen en kabouters maar ook natuurgoden.

Iedereen was bezig met de mens. Iedereen keek naar de mens. Alles werd in de gaten gehouden en in kaart gebracht.

De engel had hier veel van geleerd en hij besloot om naar de hogere Engelen te gaan.

Het was een lange reis en onderweg zag hij zoveel mooie dingen.

De Engel wist niet, dat de wereld van de Engelen zo groot was en daarin zoveel verschillende zielen woonden.

En iedereen stond in contact met elkaar. Het één kan niet zonder het ander.

Na een lange reis kwam de Engel bij de hoogste Engelen aan.

Deze hadden het universum verdeeld in verschillende ruimten van licht en tijd.

In iedere ruimte leerden de bewoners net even iets anders.

De Engel was gearriveerd.

Bij de poort stond een Engel met een zwaard.

Hij opende het hek en de Engel stapte naar binnen.

Hij liep het grote plein over en aan de overkant stond een groot paleis.

Hij klopte op de deur en de deur ging open.

Een Gouden Engel kwam naar hem toe en gebaarde hem dat hij moest volgen.

De Engel volgde de Gouden Engel en keek zijn ogen uit.

Wat hij allemaal zag! Het was zo ontzettend mooi.

Het plafond was het universum.

Hij zag alle sterren en planeten, maar ook alle ruimten van tijd.

Het paleis was van wit marmer en grote pilaren reikten tot het oneindige.

Overal waar hij zag waren de Engelen druk bezig.

Alles was zo licht en de lucht zo aangenaam warm.

Je kreeg meteen het gevoel dat je welkom was.

De Gouden Engel, die voor hem uit liep, opende een deur en gebaarde weer dat hij naar binnen kon gaan.

De Engel stapte naar binnen en hij zag twaalf Hemelse Wezens in het wit.

Hun ogen waren groot en als je goed keek zag je sterren en planeten.

Ze keken door alles heen. Hij hoefde niets uit te leggen. Ze wisten waarom hij hier was.

Ze liepen allen naar hem toe en verwelkomden hem.

Eén van hen, begon tegen de Engel te praten. De Engel luisterde naar wat dit Hemelse Wezen hem te vertellen had.

‘Het was een lange reis. Een hele lange reis!

Je hebt de werelden verkend. Je hebt alles gezien wat je maar kon zien.

Je hebt nu heel veel antwoorden over het universum in je zitten en dat betekent dat je nu contact kunt maken met het meisje.

Zij zal alles willen weten en alles willen zien. Het meisje zal alles wat jij vertelt opschrijven en zo aan de wereld vertellen.

Zij zal alles wat hier plaatsvindt achter de schermen van deze wereld opschrijven.

Jij zal zo goed helpen. Jij zal niet achter haar staan. Nee, jij zal naast haar staan. Hand in hand gaan jullie onze wereld binnen.’

De Engel was zo blij. Eindelijk kon hij contact maken met het meisje.

Eindelijk kon hij haar laten weten, dat hij er al die tijd was geweest.

Het Hemelse Wezen die zijn gedachten had gelezen zei; ‘Het spijt me, maar in de wereld waar het meisje woont is tijd erg belangrijk. Jij bent een lange tijd weg geweest. Ze is niet meer klein en schattig. Nee, ze is nu een volwassen vrouw die zich verlaten voelt. Een vrouw die de eenzaamheid niet goed kan verdragen. Zie hier!’

Het Hemelse Wezen liet hem de beelden, waarop getoond werd hoe de vrouw ervoor vocht, om te overleven in een wereld van tijd en dualiteit zien.

‘Komt dit door mij? Oh, ik heb haar in de steek gelaten!  Wat erg, ze is al die tijd zo ongelukkig en eenzaam geweest.’

De Engel liet zich op de grond vallen en begon te huilen.

‘Hoe kon hij! Hij die zo graag wilde helpen!’ En zijn tranen vielen op de marmeren vloer.

Het Hemelse Wezen keek bedroefd naar de Engel en zei; ‘Maar vergeet niet, dat als jij terug komt zij een van de gelukkigste mensen op aarde gaat worden. Jullie zullen contact hebben. Hoe mooi is dat? Het is allemaal goed geweest en vanaf nu kunnen jullie samen anderen helpen.’

De Engel stond op en veegde de tranen van zijn gezicht.

‘Echt…? Is het echt goed geweest…? Was dit de bedoeling?’

De engel keek blij en verrast.

‘Ik wil zo snel mogelijk terug. Dit heeft al te lang geduurd!’

De Engel nam afscheid van de Hemelse Wezens en vertrok.

Toen het grote hek achter hem sloot, keek hij nog één keer om en zei; ‘Ik kom je halen meisje. Ooit zullen wij hand in hand in deze mooie wereld wandelen.’

En plots stond hij naast het meisje.

Ze was ouder geworden, maar ze was nog even lief als vroeger.

De pijn van de wereld lag als een zware deken over haar heen.

Hij hoefde het alleen maar van haar schouders af te halen.

En met een zucht van verlichting zag de vrouw er weer uit zoals ze er vroeger uitzag. Een lief en begripvol meisje met alleen maar oog voor het mooie in deze wereld.

En voor het eerst voelde ze zijn aanwezigheid. Een traan van vreugde gleed over haar wang naar beneden.

Ze was niet meer alleen. Ze waren samen één.

 

Geschreven door Jolanda Rhijnsburger