Dit zijn een reeks verhalen achterelkaar dat ooit misschien een boek mag worden. “Mask Story’s” Verhalen over kinderen die achter hun masker een eigen wereld mogen creëren.

Ik neem u mee naar andere werelden, andere dimensies, en de meest liefdevolle wezens. Stap in deze wereld van illusie…….of niet?

 

Liefs Jolanda


Hoofdstuk 1

 

Het was nog vroeg en een klein meisje werd wakker.

Ze keek uit het raam of de zon scheen, trok snel haar jurkje aan en ging naar beneden.

Ze was van plan om naar het meer te gaan.

Ze kwam daar vaker, het was daar altijd zo rustig,

Ze at haar boterhammetje, dronk haar glas melk leeg en deed haar schoentjes aan.

Ze gaf de kat een aai en liep het tuinpad af.

Bij het meer lag een grote kei.

Op deze kei ging ze altijd zitten en keek dan om zich heen.

Ook deze keer ging ze op de kei zitten en keek net als al die andere keren om zich heen.

Het was hier zo heerlijk rustig, je zag en hoorde van alles: de specht, de krekels en de kikkers in het meer.

Af en toe spong er een vis, zo uit het water omhoog.

Prachtig om in deze stilte zoiets moois te ervaren.

Het meisje ging helemaal op in wat ze zag en zag niet dat er een oude man haar kant op kwam.

Ze schrok op toen ze opeens een stem achter zich hoorde.

Een oude vriendelijke man stond achter haar.

Het meisje vroeg aan de man wat hij zei en de man vroeg weer vriendelijk; “Wil je een mooi masker van mij?”

Het meisje keek de man vreemd aan en zei; “Wat moet ik met een masker?” De man glimlachte toen hij het smoeltje van het meisje zag. “Het is een speciaal masker. Als je er doorheen kijkt zul je nu nog niets zien. Maar zodra jij je fantasie gebruikt kun je alles creëren wat je maar graag wilt. Je kunt nu je eigen wereld maken.” Zei hij met een knipoog.

Het meisje werd nieuwsgierig, pakte het masker aan en zette hem even voor haar gezicht.

Ze keek door het masker heen en inderdaad alles was donker.

“Dus als ik dit masker opzet kan ik wensen wat ik wil?”

De man knikte. “Je hoeft er maar aan te denken en het is er al.”

Het meisje keek de man aan en zei;  “Dus ik kan alles wensen en dan gebeurd het echt?”

Weer knikte de man “en hij is speciaal voor jou.”

Het meisje keek nog eens naar het masker en zag hoe mooi deze was. Het was versierd met de mooiste stenen.

“Dus dit masker kan mij helpen om een nieuwe wereld te maken.” Dacht ze.

De man, die haar gedachten had opgevangen, knikte. 

“Je kan heel veel werelden maken. Het is oneindig!

Neem jij het masker aan?” En de man keek haar nu strak aan.

In zijn ogen zag ze het universum en de planeten en ze wist dat deze man wel heel speciaal moest zijn.

“Ja, ik wil graag het masker aannemen.” Zei ze terwijl ze het masker al op wilde zetten.

De man hield haar nog even tegen en zei; “Er is één ding wat je moet weten en nooit mag vergeten en dat is dat wat je ook bedenkt, alles is een illusie.

Je kunt er elk moment mee stoppen door het masker af te zetten. Verdwaal niet in je eigen illusie en zorg dat je altijd terug kunt naar dit moment.

Het meisje knikte. Ze het zou onthouden. Maar de man wist dat de weg terug moeilijker zou worden dan de illusie zelf.

 

 

                                               *

 

Het meisje ging eens goed op de grote kei zitten, keek nog eens naar de masker en naar de man die ze net gedag had gezegd.

Vreemd wat er zojuist allemaal gebeurd was.

Ze kreeg zomaar een masker van een vreemde man en nu kan ik mijn eigen wereld maken. Ze had al zo vaak in haar fantasie een mooie wereld gemaakt. Maar als ze dan haar ogen weer open deed was ze weer hier, een wereld vol met oorlogen en haat. Ze verlangde naar een wereld van liefde. En nu is haar droom werkelijkheid geworden. Ze mocht haar eigen wereld gaan creëren.

Ze dacht nog even aan de woorden die de man zei. Ze moest dus goed oppassen en ervoor zorgen dat ze wel weer terug kon.

Want stel je voor dat ze zoveel bij elkaar had gefantaseerd en dan daardoor zou vergeten waar ze vandaan kwam.

Ik moet voor ik het masker opzet goed bedenken dat ik altijd de weg terug kan vinden.

Ze zette het masker op en keek eerst naar niets. Alles was zwart en nergens was licht.

Dit had ze al gezien toen ze heel even door het masker mocht kijken.  Het meisje fantaseerde een boom, een grote dikke boom.

En in die boom fantaseerde ze een deur.

Deze deur zou er voor zorgen dat ze terug kon.

Achter de deur had ze een brief neer gelegd met de woorden: “Je hoeft alleen maar je masker af te zetten en je bent thuis”.
Deze brief legde ze op een kei neer, net zo’n kei als waar ze nu op zat.

“Zo dat was klaar.” Zei ze tevreden. Ze sloot de deur en deed deze op slot. De sleutel hing ze om haar nek.

Hier stond ze dan, in het donker met alleen een grote dikke boom met een deur.

Ze fantaseerde een stoel en ging daar op zitten en keek eens om zich heen. Buiten de boom om was alles wat ze zag zwart en ze begon te prakkiseren; “Als ik nog meer fantaseer kan ik die boom dan nog wel terug vinden? Deze ruimte is oneindig, dus ik moet nog iets bedenken, zodat ik de weg terug kan vinden naar de boom.”

Opeens kreeg ze een idee. Ze bedacht een lichtje en dat lichtje zette ze in de boom. De boom scheen prachtig in het donker.

“Zo dat is beter.” Zei het meisje en ze keek tevreden naar haar eigen creatie.

Ze ging weer op de stoel zitten en bedacht dat het misschien leuk was om samen met nog iemand een nieuwe wereld te creëren.

Maar wat zou ze fantaseren, een jongetje of een meisje, of zou ze een kabouter doen?

Het meisje moest om zichzelf lachen. Wat was dit toch leuk!

“Nee, ik wil iemand die heel veel liefde heeft en mij beschermd en met mij mee denkt.”

En het meisje fantaseerde een Engel.

Opeens was daar een grote witte Engel. Zijn veren waren zacht en de glans van zijn veren gaven wit licht.

De Engel lachte en zei; “Jij hebt mij geroepen?” Het meisje glimlachte naar deze lieve Engel. Ze kon haar ogen niet van hem afhouden, zo mooi was hij.

Het meisje fantaseerde snel een stoel en bood deze de Engel aan. Met zijn tweeën keken ze naar de ongebruikte ruimte en de boom en ze lachten.

Ze zullen vast veel plezier gaan hebben. Dat wisten ze wel zeker!

 

 

                                               *

 

De Engel en het meisje zaten naast elkaar en overlegden met elkaar over wat voor wereld het meisje wilde maken.

“Het moet een wereld worden waar iedereen gelijk is, allemaal lief en gelukkig.” Daar was de Engel het ook mee eens.

“Hoe groot wil je de wereld maken?” Vroeg de Engel.

Het meisje trok haar schouders op. “Ik weet niet hoeveel oneindig is, maar wat mij leuk lijkt, is om meteen meerdere werelden te maken”.  De Engel knikte. “Ik denk dat het verstandig is om eerst maar met één te beginnen.”

Ja misschien was dat wel verstandiger.

“Maar voor wij verder gaan.” Zei de Engel. “Wat doet die boom met die deur hier?”

Het meisje was zo druk geweest met praten over de nieuwe wereld dat ze haar boom al vergeten was.

“Die boom moet er voor zorgen dat ik weer naar huis kan. Kijk hier heb ik de sleutel van de deur.”

De Engel keek eens van de boom naar het meisje en weer terug en zei; “Ik denk dat je die boom al bijna vergeten was. Misschien moeten we nog iets anders bedenken zodat je de boom niet vergeet.” De Engel dacht eens diep na en even later kwam hij al met het idee. “Dat licht in die boom dat heb jij in de boom gezet toch?” Het meisje knikte van ja.

De Engel liep naar de boom en haalde met zijn handen een beetje licht uit de boom.

De boom merkte daar niets van en het licht was er niet minder op geworden. De Engel kwam voor het meisje staan en liet zijn handen zakken.

Het licht kroop uit de handen van de Engel en sprong op het jurkje van het meisje.

Het meisje keek met grote ogen naar wat er gebeurde.

Het lichtje ging door haar jurkje heen en nestelde zich in haar hartje. Haar hart begon opeens harder te kloppen.

Lichtenergie stroomde door haar aderen en ze werd warm van geluk.

Ze straalde als een Engel en ze voelde de boom, ze voelde de deur en de brief met de weg terug naar huis.

“Zo!” Zei de Engel, “Nu zijn jullie altijd met elkaar verbonden.”

Het meisje was blij, ze kon nu altijd terug!

Het meisje liep naar de boom, omarmde deze en zei; “Ik kom terug.” De boom begon nog feller te stralen in de donkere leegte.

Ze was haar levensboom.

 

 

 

*

 

De Engel en het meisje gingen weer zitten en keken naar de stille ruimte. “Zullen we beginnen?” Zei de Engel. Het meisje knikte en keek de lege ruimte in. Ze deed haar ogen dicht en ze fantaseerde een enorme bol, prachtig en groot, maar het was er donker en koud. “Zonder warmte groeit er niets.” Zei de Engel.

En het meisje besloot een Zon te maken. Deze Zon zette ze heel ver weg. Net ver genoeg om een fijne temperatuur haar wereldbol te hebben.

Ze fantaseerde water, maar de bol was glad en al het water werd over de gehele bol verdeeld.

“Dit gaat niet goed.” Zei het meisje. “Wat moeten ik doen? Hoe kunnen we dit probleem oplossen?”

De Engel bedacht zich niet en zette de Zon wat dichter bij de bol.

De Engel en het meisje zaten naast elkaar en keken naar wat er gebeurde.

Ze zagen dat de bol warmer en warmer werd en al het water verdampte. De damp verdween in de ruimte.

De Engel zei; “Als wij hier straks niets aan doen, zullen we steeds nieuw water moeten creëren en dan zal de ruimte straks vol met waterdamp zijn.”

Weet je wat wij doen? Als het water verdampt is, maken we een doorzichtige bol om deze wereldbol heen.” Zei de Engel.

“De Zon kan dan nog steeds zijn licht en warmte op de bol projecteren, maar het water kaatst dan tegen de doorzichtige bol en valt terug op onze wereldbol, zo krijg je regen.”

Het meisje was blij en danste van geluk.

Wat was ze blij met haar Engel, zonder hem was het nu al fout gegaan.

Zogezegd zo gedaan.

Maar voordat ze het nieuwe water gingen creëren maakten ze eerst bergen, en waar ze het zand en stenen weggehaald hadden creëerden ze het water.

Een prachtig gezicht was dat. Het water zo helder blauw en het gele zand en dan die rode bergen. Prachtig!

“Zo, nu gaan we eerst zaaien.” Zei het meisje.

Ze bedacht een mand vol met zaden en de Engel en het meisje strooiden overal het zaad voor de prachtigste bloemen.

Ze fantaseerden bomen. En zo ontstonden hele bossen op haar wereld.

Van veraf was het een prachtig gezicht. De Engel en het meisje gingen weer zitten en keken naar wat er ging gebeuren.

Zo zaten ze een tijdje te kijken maar er gebeurde niets!

Geen bloem kwam op, de grond bleef droog en de bomen verdorden.

“Dit is niet goed.” Zei de Engel. “Wij moeten er iets op verzinnen, zodat de regen terug valt op de grond en niet terug in het water.”

Het meisje wist wel wat ze moesten gaan doen.

“Daar waar ik vandaan kom hebben we een Maan.

Deze maan draait om de wereld waar ik woon. Zo hebben wij een dag en een nacht. Als wij die Maan niet hadden dan was het precies dezelfde wereld geweest als de wereld die wij hebben gemaakt.”

De Engel had vol verbazing geluisterd. “Ja dat gaan we doen!” Riep de Engel. En de Engel en het meisje creëerden een Maan. De Maan zorgde ervoor dat hun eigengemaakte wereld ging draaien.

Het meisje en de Engel gingen vol geluk zitten op hun stoel en ze zagen de dag en de nacht, ze zagen de eb en vloed van de zee en dat het regende boven het land. Haar eigen gecreëerde wereld. Wat was ze trots op hen beiden.

 

 

 

                                               *

 

Het meisje en de Engel genoten van hun creatie.

Ze zagen hoe snel alles groeide en de meest prachtige bloemen die ze gezaaid hadden stonden nu in bloei.

“Zo, dat is dat.” zei het meisje. “Wat zullen we nu doen?”

De Engel die naast haar zat keek het meisje aan en zei; “Zou ik ook een wereld mogen maken? Mijn eigen fantasiewereld?”

Het meisje knikte. Haar ruimte was toch oneindig, dus plek genoeg.

De Engel stond op, keek naar het meisje en weer naar de grote donkere ruimte die voor hem was en glimlachte.

Hij ging aan de gang. Eerst maakte hij een trap, een grote witte trap. En langs deze trap liet hij witte bloemen groeien.

De bloemen waren zo wit en puur dat je nauwelijks kon begrijpen dat er zoiets moois gefantaseerd kon worden.

De trap was hoog. De Engel nam de eerste tree en keek naar het meisje dat nog op haar stoeltje zat.

“Je mag mee als je wilt. Ik wil je ook wel ophalen als het klaar is.”

Het meisje besloot om te blijven, ze had zelf ook nog wat ideetjes voor haar eigen wereld.

En zo gebeurde het. Het meisje ging verder met haar eigen wereld en de Engel ging verder de trap op om zijn wereld te creëren.

Het meisje besloot een uitstapje te maken naar haar eigen gemaakte wereld.

Ze liep door het woud, zwom in de zee en vond dat het wel erg stil was. In de wereld waar zij vandaan kwam waren dieren.

Maar veel dieren waren wreed en aten elkaar op. Dat vond het meisje zo erg! Ze wilde dieren die elkaar niet op aten, maar die nu net als zij konden leven van de stilte.

En zo maakte ze lieve mooie vissen, prachtige dieren en heel veel vogels en insecten.

Oh wat waren ze mooi en lief!

Ze zwom en speelde met de vissen en met de dieren op het vaste land deed ze verstoppertje.

Op de rug van één van de grootste vogels, vloog ze over haar zelf gecreëerde wereld.

Het meisje had nog nooit zoveel liefde en vreugde gekend.

Na een lange tijd kwam de Engel terug. Hij glimlachte.

“Wat een mooie wereld en wat een lieve dieren.” Vond hij.

Samen keken ze nog even rond naar wat het meisje had gecreëerd. Ze was blij dat ze dit met haar Engel kon delen.

“Zullen we terug gaan?” Vroeg de Engel. “Dan zal ik jou mijn wereld laten zien.”

Het meisje knikte, nam afscheid van de dieren en ging samen met de Engel terug. Terug gekomen bij de twee stoelen en de boom zag het meisje de trap met de witte bloemen.

De trap reikte helemaal naar boven. Je kon het einde niet meer zien. “Laten we eerst even gaan zitten, dan vertel ik je wat je kunt verwachten.”

Het meisje ging naast de Engel zitten, keek naar haar wereld dat de prachtigste kleuren uitstraalde en was tevreden.

Nu keek ze naar de trap en de Engel naast haar zei; “Jij bent met jouw wereld bezig geweest en ik heb mijn eigen wereld gemaakt.

Ik zou het fijn vinden als jij mijn wereld ging verkennen.

Het is er mooi, vol met liefde en je zult verrast zijn over wat je allemaal met fantasie kunt doen.”

Het meisje knikte. Ze zou een andere wereld gaan verkennen.

De wereld van haar Engel.

 

 

                                               *

 

Het meisje was nieuwsgierig naar de trap, maar ook naar wat ze allemaal zou gaan zien. De trap zag er ook zo mooi uit!

Het meisje stond op en vroeg de Engel of hij mee ging, maar de Engel schudde van nee.

“Ik blijf hier op je wachten. Als er iets is, hoef je alleen maar aan mij te denken en ik ben bij je. Ondertussen zal ik op jouw wereld passen.” Het meisje vond het prima en zo gebeurde het.

Het meisje nam de eerste tree, de tweede en de derde. Maar opeens kreeg ze een vreemd gevoel in haar hoofd.

Ze kreeg het gevoel of ze zweefde en wat lichter werd.

Toen nam ze nog een tree en nog één en ze was vol van bewondering. Ze voelde zich bij elke tree die ze nam lekkerder.

Inmiddels was ze al een beetje gewend aan dat zweverige gevoel en ze nam nog een tree en nog één.

Ze keek eens achterom naar de Engel en de Engel keek naar haar en zwaaide. “Volg de trap.” Hoorde ze de Engel in haar gedachten zeggen. En dat deed ze. Steeds hoger en hoger.

Nadat het meisje helemaal boven aan was gekomen hield de trap plotseling op.

Zomaar midden in de ruimte kon ze niet meer verder. Geen trap geen tree, helemaal niets!

Het meisje probeerde met de Engel te communiceren maar ze kreeg geen antwoord.

Ze wilde zich omdraaien en naar beneden gaan. Totdat ze iets hoorde. In de verte hoorde ze een geluid en vanuit het niets zag ze een klein lichtje dichterbij komen.

Dit lichtje kwam steeds dichterbij en het geluid werd steeds harder, maar ze kon niets meer zien. Er kwam een gondelboot door de ruimte op haar af. Het licht scheen over de boot heen en het meisje zag de boot alsmaar dichterbij komen.

Op de boot stond een Engel, maar het was niet haar Engel. Deze was anders.

De boot was aangekomen en bleef naast de trap stil liggen.

Verbaasd keek het meisje van de boot naar de Engel en deze keek haar aan en begon te lachen.

“Zo, jij wil graag mee?” Vroeg de Engel. Het meisje knikte aarzelend.

De Engel was vriendelijk en zag er lief uit.

“Ik zal je onderweg alles vertellen.” Zei de Engel.

Het meisje wist dat haar Engel alleen maar mooie gedachten had en dat deze Engel een prachtige creatie was van haar eigen Engel.

De Engel in de boot knikte en hielp het meisje instappen.

Het meisje nam plaats naast de Engel en langzaam ging de boot varen.

Het was nog donker in deze ruimte maar toch was er iets mysterieus.

“Wat voel ik hier?” Vroeg het meisje.

De Engel sprak; “Wat jij hier voelt is een nieuwe energie.

Deze energie zorgt ervoor dat je je meer bewust gaat worden van jouw eigen creaties. Wat je voelt zal jou nog meer creativiteit geven om de mooiste dingen te kunnen creëren”.

Het meisje begreep er niets van en de Engel glimlachte.

Langzaam kwamen ze bij een lichtere sfeer. Langzaam was het donker over gegaan naar schemerlicht.

“Wat voel ik hier?” Vroeg het meisje weer en de Engel sprak.

“Dit gevoel is een nieuwe energie. Met dit gevoel zul je weer bewust worden van wat je hebt gecreëerd en je zult nog meer creëren door dit gevoel.”

Het meisje wist dat dit hetzelfde antwoord was, als wat de Engel zojuist ook had gezegd, maar ze begreep niets van wat de Engel bedoelde.

De Engel glimlachte en legde zijn hand op haar hoofd.

Het meisje sloot heel even haar ogen en een golf van liefde en vertrouwen ging er door haar heen.

 

 

                                               *                                     

 

Het meisje zat samen met de Engel in een boot en ze waren al door twee sferen heen gevaren.

Langzaam ging de ene sfeer over in de andere.

Nu was het nog lichter geworden en weer voelde het meisje dat de energie veranderde.

Ze keek de Engel aan. De Engel knikte en zei; “Iedere sfeer die wij nu nog tegen komen zal je bewuster maken van je creaties en zal er voor zorgen dat je nieuwe dingen creëert.”

En zo voeren ze samen door nog meer sferen.

Er waren zelfs sferen met verschillende lagen. Heel gek was dat!

Het werd lichter en lichter, totdat ze bij een nieuwe wereld aan kwamen.

Weer was daar een trap en ook langs deze trap groeiden bloemen.

“Dus hier begint de wereld van de Engel.” Dacht het meisje.

Maar de Engel van de boot zei; “Nee, de wereld van jouw Engel was al begonnen bij de eerste tree van de eerste trap.

Je voelde meteen dat de energie omhoog ging en dat zorgde ervoor dat je een andere creatieve wereld in ging, een wereld vol fantasie op verschillende niveaus van creëren. Dus hoe lichter het wordt hoe mooier je kunt creëren”.

Begrijpen deed het meisje het nog niet helemaal, maar ze wist dat tijdens dit verhaal alles duidelijk zou worden.

“Ga je mee?” Vroeg de Engel. “Er is nog zoveel te zien.”

Het meisje liep samen met de Engel de trap op.

Boven aan de trap was weer een boot, maar deze had geen Engel aan boord.

“Wij gaan nog een klein stukje varen en dan zijn we er.” Zei de Engel.

Het meisje en de Engel stapten in en langzaam zette de boot zich in beweging.

Het was er licht. Ze keek om zich heen, maar zag alleen een licht witte kleur.

Toen opeens dook zomaar vanuit het witte licht een wereldbol op. Een wereldbol net als die van haarzelf.

“Hé, hoe kan dat? Dat is mijn wereld!” Zei het meisje.

“Kijk nog eens goed.” Zei de Engel. Het meisje keek goed en ze zag beweging.

Van schrik keek ze weer naar de Engel.

“Wat is dat. Zijn dat ook dieren?” Vroeg ze blij.

De Engel schudde zijn hoofd. Ze kwamen dichterbij en het meisje kon haar ogen niet geloven. Ze zag allemaal Engelen, zoveel Engelen.

“Maar hoe kan dat? Waarom heeft mijn Engel zoveel Engelen gemaakt?”

De Engel glimlachte. “Dat antwoord krijg je straks. Wij gaan eerst deze wereld verkennen.”

Het meisje wist dat ze deze Engel kon vertrouwen en ook haar eigen Engel. Dus wat ze ook zag of voelde, was allemaal was zo liefdevol.

 

 

                                               *

 

Het meisje en de Engel kwamen aan in deze nieuwe wereld.

Alles wat het meisje zag was wit met de lichte pasteltinten, blauw, rood en groen.

Ze stapten uit de boot en volgden een weg.

Naast de weg groeiden bloemen. Deze bloemen waren allemaal wit van kleur. Het was een vredig gezicht en samen volgden ze het pad. Na een tijdje zagen ze een groot gebouw. Groot en wit, met enorme zuilen en prachtige ronde ramen.

En overal waar ze keek bloeiden er bloemen.

Voor het gebouw bleven ze stil staan.

De Engel keek het meisje aan en glimlachte. Het meisje knikte om te laten zien dat ze er klaar voor was.

Samen liepen ze hand in hand de trap op. De deur was al vanzelf open gegaan en ze gingen naar binnen.

Ze kwamen in een hal. In deze hal stonden wel duizenden zuilen en bij iedere zuil was een deur en achter deze deur was een kamer. Het meisje keek haar ogen uit. Ze keek omhoog en ze zag geen plafond maar ze zag sterren, planeten en manen.

Ze zag hetzelfde hier in het groot, als wat ze bij de oude man zag, toen ze in zijn ogen keek. De man van wie ze het masker had gekregen.

De Engel naast haar glimlachte weer. “Kom ik ga je aan iemand voorstellen.”

Het meisje liep samen met de Engel door de hal, maar er kwam geen einde aan. Deze hal was oneindig!

Ze wilde net gaan zeggen dat er geen einde aan kwam, toen ze rechtsaf sloegen en een kamer in gingen.

Ook dit vertrek had marmeren zuilen. De vloer zag er net zo uit als die in de hal, maar was alleen anders van kleur.

Het meisje voelde dat de energie hier nog weer hoger was en moest even wachten totdat ze eraan gewent was.

De Engel naast haar liet haar even staan en liep naar een kast.

Hij haalde daar een masker uit en liep hiermee naar een grote kamer.

Aan de tafel zaten twaalf Engelen en ze wachtten op het moment dat het meisje hen kon zien.

De Engel liep weer naar het meisje en gaf haar een hand.

Het meisje keek verschrikt op en zag twaalf prachtige Engelen aan een ronde tafel zitten.

Allemaal zagen ze er hetzelfde uit, behalve één.

Deze Engel had zwarte ogen. Het waren de ogen die het meisje deed lopen.

Langzaam, stapje voor stapje, liep het meisje op deze Engel af.

Gehypnotiseerd door de ogen kwam ze steeds dichterbij, totdat ze voor hem stond.

De Engel was prachtig. Zijn ogen waren hetzelfde als die van de oude man. De oude van wie ze het masker had gekregen.

Het meisje was blij en verast.

De oude man was veranderd in deze prachtige Engel en ze sloeg haar armpjes om hem heen. Hij glimlachte en gaf het meisje een zoen op haar voorhoofd.

Het meisje kreeg een stoel en mocht naast de Engel met de hemelse ogen zitten.

Ze hield zijn hand vast en het was liefde, pure liefde die ze door zich heen voelde stromen.

Het meisje was er zo dankbaar voor dat ze de oude man had terug gevonden. Wel in een andere vorm, maar het was hem. Ze had dat gevoeld en ze was gelukkig.

 

                                               *

 

Het meisje zat nu bij de twaalf wezens aan een ronde tafel.

Ze was blij. Wat had haar Engel deze wereld mooi gemaakt.

De Engelen aan de ronde tafel keken allemaal naar het meisje.

Het meisje voelde een spanning, een spanning die ze niet thuis kon brengen.

De oude man die nu in een hemelse Engel veranderd was begon tegen haar te praten.

“Kijk, hier op tafel hebben wij een masker liggen. Jij hebt al zo’n masker dus hij is niet voor jou.

Weet jij iemand aan wie jij dit masker zou willen geven?”

Het meisje keek de tafel rond. Eén voor één keek ze elke Engel aan.

“Moet ik iemand kiezen aan deze tafel, of moet ik iemand van mijn oude wereld kiezen.” Vroeg het meisje.

De hemelse Engelen begon te lachen. “Je mag iemand kiezen, die net als jij, een nieuwe wereld wil creëren.

Iemand die je kent vanuit jouw oude wereld.”

Het meisje hoefde hier niet lang over na te denken.

“Ik weet al iemand, riep ze blij. Ik weet een heel lief vriendje. Hij zal vast heel blij zijn met dit masker!”

De Engelen hadden al gezien welk vriendje het meisje bedoelde.

Eén van hen stond op, nam het masker van de tafel en liep de deur uit. “Zo dat gaan wij voor jou regelen.” Zei de hemelse Engel.

Hij stond op, pakte het meisje bij haar hand en liep met haar naar de Engel die op haar stond te wachten.

“Binnenkort zul jij je vriendje weer ontmoeten.” Zei de hemelse Engel. Het meisje keek blij en ze omhelsde de Engel.

“Ik zie jou de volgende keer weer.” Zei hij knipogend tegen het meisje. Het meisje knikte blij.

Ze namen afscheid. De Engel gaf haar over aan de Engel van de boot en ze liepen samen de deur uit.

Veel sneller dan de heenweg kwamen ze weer aan bij de trap.

De trap die het meisje als eerste nam naar de wereld van haar Engel.

Ze keek de Engel aan en omhelsde hem. Hij was ook zo lief tijdens deze reis in de wereld van haar Engel. “Bedankt lieve Engel, tot de volgende keer.”

De Engel boog voor haar en vertrok.

Langzaam liep het meisje de rap af en de energie veranderde weer.  Het leek net alsof de energie bij haar hier beneden veel zwaarder was, dan in de wereld van haar Engel.

Onder aan de trap stond haar Engel haar al op te wachten.

Hij was blij haar weer te zien.

Ze omhelsden elkaar en samen namen ze plaats op de twee stoeltjes.

“En wat vind je ervan?” Vroeg de Engel.

Het meisje keek blij. “Het is er prachtig! Zo mooi! En de oude man van wie ik dat masker heb gekregen, woonde daar ook. Maar hij was nu een hemelse Engel. Zo mooi! Oh, ze waren allemaal zo lief!

O ja, en ik mocht een vriendje kiezen. Een vriendje die net als ik een masker zou krijgen. Is dat niet fijn?”

De Engel vond het prachtig en hij danste van plezier.

Ze hadden zoveel lol en plezier samen.

Ondertussen ging haar wereld over van dag naar nacht. De zonsondergang was magisch!

En met veel liefde keken ze naar dit mooie schouwspel.

 

 

*

 

Het meisje en de Engel zaten naast elkaar.

Het meisje was net terug van haar reis door de zelf gecreëerde wereld van de Engel.

“Wat vond je het mooist?” Vroeg de Engel aan het meisje.

Het meisje hoefde daar niet lang over na te denken.

“Ik vond de ontmoeting met het oude Engel het mooist. Hij is zo lief en wijs.”

Het meisje straalde als ze over deze Engel sprak.

De Engel begon te lachen.

“Je wilde tijdens de reis weten waarom ik zoveel Engelen heb gemaakt?”

Het meisje knikte, ze was de vraag al helemaal vergeten door alle opwinding.

De reden dat ik zoveel Engelen heb gemaakt is omdat straks iedereen die jij op jouw wereld geboren laat worden een Engel krijgt.

Deze Engelen zullen hen helpen, net zoals ik jou nu help.

Ze zijn dus nooit alleen en samen zullen ze altijd alles delen.

De Engelen zullen altijd in contact staan met de wereld die ik heb gemaakt.

Zo zullen ze weten wat goed en niet goed is voor diegene waar ze samen mee zijn”.

Het meisje keek heel verrast. “Dus net als wij zal ieder mens ook een Engel krijgen, die hen beschermt en liefde geeft?”

De Engel knikte.

Ze vond het een goed plan, maar ze keek nog wat bedrukt.

“Maar waar moeten ze tegen beschermd worden? De wereld zal alleen maar liefdevol worden.”

De Engel keek wat verdrietig. Hij legde een arm om het meisje heen, en ging zitten.

“Heb jij de energieën gevoeld toen je mijn wereld in ging?”

Het meisje knikte.

“Al bij de eerste treden van de trap voelde ik de verandering al.”

De Engel knikte weer.

“Dan wil ik je graag uitleggen wat dat is. Daar waar jij vandaan kwam, voordat je die masker opzette, was jou nog niet verlichtte wereld”.

Het meisje keek de Engel vreemd aan.

“Verlicht betekent, dat je net als die wezens aan de ronde tafel kunt worden. Die energie is het hoogste, wat je als mens kunt voelen.

Jouw wereld, waar jij die oude man tegen kwam, was nog lang niet zover. Maar jij was al verder dan de rest. Jij was al veel lichter van energie.

Samen met wat andere kinderen zijn jullie de nieuwe generatie lichtwezens die een nieuwe wereld mogen maken, met een veel hogere energie dan waar jullie nu vandaan komen”.

Het meisje begreep het niet zo goed meer.

“Mijn wereld zal dus niet zo mooi worden als ik graag zou willen?”

De Engel knikte. “Jouw wereld zal prachtig worden, uiteindelijk. Maar de energie zal in het begin nog laag zijn.”

Het meisje begreep het nu al helemaal niet meer.

“Hoe kan dat nou?... Ik heb jou toch ook gefantaseerd. Jij bent zo lief en mooi en jij kunt tot het hoogste lichtwezen creëren. Dan kan ik dat toch ook met mensen?”

De Engel was geduldig. Hij wachtte totdat het meisje wat rustiger werd.

“Het is moeilijk, ik begrijp dat heel erg goed. Maar mensen zijn nog geen Engelen.

Jouw wereld van mensen is heel anders dan een wereld van de Engelen en dat is het verschil.

Een mens kan pas een Engel worden als het alle energieën heeft doorleefd.”

Het meisje begon te huilen. Ze was teleurgesteld. Ze kon toch alles fantaseren wat ze maar wilde en nu kon dat opeens niet meer.

Het meisje was verdrietig. Ze had geen zin meer in fantaseren en besloot het masker af te zetten.

Met een ruk trok ze masker van haar gezicht en was ze weer in haar oude wereld.

Ze zat nog steeds op de kei, keek om zich heen en ze zag de oude man van haar weg lopen.

Er was nog geen seconde voorbij gegaan merkte ze op.

Haar hele wereld had ze zonder tijd gefantaseerd.

Het meisje stond op en riep de oude man.

De oude man bleef staan en kwam terug lopen.

Hij legde zijn hand op haar hoofd en het meisje deed haar ogen dicht. Met een zucht werd ze rustiger.

 

                                               *

 

De zon scheen en het was stil terwijl de oude man met zijn hand op het hoofd van het meisje bij haar stond.

Het meisje had haar ogen dicht en voelde liefdevolle energie door zich heen stromen.

Zo kreeg ze de informatie door over waarom een mens nog geen Engel was en wat ze er aan kon doen om dat voor elkaar te krijgen.

Ze kreeg nog meer informatie. Over hoe de wereld in elkaar zat en waarom zij en andere kinderen een nieuwe wereld mochten maken.

Alles wat ze te zien, te horen en te voelen kreeg duurde maar enkele seconden.

De man haalde zijn hand van het hoofd van het meisje en ze deed haar ogen open.

Ze keken elkaar aan en het meisje pakte haar masker die ze op de kei had neergelegd.

“Ik blijf hier zitten.” Zei de man. Je weet waar je mij kunt vinden in jouw fantasiewereld.

Het meisje knikte. Ze omhelsde de man en namen afscheid van elkaar. Ze ging naast de oude man op de steen zitten en deed het masker weer op.

Met een ruk zat ze naast de Engel op de stoel.

De Engel was zo blij. Hij sprong van plezier rond en maakte een dansje.

“Ik wist wel dat je terug zou komen!” Riep de Engel.” Ik heb al die tijd gewacht!”

Het meisje omhelsde de Engel en samen gingen ze kijken in haar nieuwe wereld.

Ze liepen door de velden en bossen. En boven op de hoogste berg fantaseerde ze een bankje waar ze even konden zitten.

Het had gesneeuwd in de bergen en de toppen waren bedekt met een dikke laag sneeuw.

Samen keken ze over de wijde wereld en genoten van het uitzicht.

Het meisje begon te vertellen over wat de oude man haar had laten inzien. De Engel was al op de hoogte gebracht en begreep waar het meisje over vertelde.

“De mens is een vreemde creatie.” Zei het meisje.

“Een creatie die opeens is ontstaan door andere wezens met veel fantasie. Wij mensen mogen dus zeggen dat wij verschillende voorvaderen hebben. Verschillende wezens die ons hebben gefantaseerd.

Wij als mens leven in een wereld van de illusie. Een illusie die in werkelijkheid niet bestaat.

Maar toch moeten wij als mens in deze wereld die niet bestaat van mens naar Engel groeien.

Want als wij Engelen zijn, is er een bestaan die blijvend is.

Als het de mens niet lukt een Engel te worden, zal er weer een nieuwe wereld gefantaseerd worden en mogen de mensen het weer proberen.

En zo’n nieuwe wereld ben ik nu aan het creëren.

Samen met de andere kinderen die in dit verhaal nog langskomen, zal ik proberen de mens te laten veranderen in Engelen. Doen wij dat niet, dan zal deze prachtige creatie van onze voorvaderen voor niets zijn geweest. En dat is niet wat ze gewild hebben.

Ze wilden een mens creëren die ook Engel zou zijn, een combinatie van deze twee.

Als je als mens de energieën doorleefd hebt ben je meester over het leven en Engel tegelijk.

Een nieuw soort, met prachtige mogelijkheden voor de nieuwe wereld die in aanmaak is en waar ze allemaal naartoe gaan”.

Ze zuchtten, er was nog veel te doen en dat wisten ze allebei.

 

 

Hoofdstuk 2

 

Een jongen was aan het spelen. Hij was alleen en speelde op straat met zijn knikkers.

De jongen had geen vriendjes die met hem wilde spelen. Ja, één, een meisje, maar ze was er vandaag niet.

Hij had haar vanmorgen naar het meer zien lopen en daar was ze nu al de hele tijd.

De jongen was al even gaan kijken of ze al snel terug zou komen, maar ze zat daar maar op een kei en een oude man zat naast haar.

Het was maar een ogenblik dat hij hen zag.

De oude man liep eerst weg van zijn vriendinnetje en zijn vriendinnetje riep hem terug.

Hij zag nog wel dat de oude man enkele tellen zijn hand op haar hoofd legde.

En toen zette ze iets op, iets wat hij niet goed kon zien. Hij zag ook dat de oude man en het meisje naast elkaar op de kei gingen zitten. Daarna was hij weer verder gefietst en hij was weer alleen.

Het knikkeren verveelde hem, hij had er geen zin meer in. Hij wilde dat het meisje terug kwam.

Het jongetje besloot weer naar het meer te fietsen.

Toen hij bij het meer aan kwam, zette hij zijn fiets aan de kant en keek in de richting van de steen.

Het meisje en de oude man zaten er nog steeds, en de jongen besloot op hen af te lopen.

Net op het moment dat hij naar het meisje toe wilde lopen, kwam er een oude vrouw op hem af lopen.

De vrouw was prachtig gekleed. Ze had erg chique kleding aan.

“Jongeman, jongeman!” Riep de vrouw.

Het jongetje bleef staan en wachtte totdat de vrouw dichterbij kwam.

“Hallo Jongeman, wat fijn dat ik jou tegen kom”.

De jongen fronste zijn wenkbrauwen.

“Ik stond al op je te wachten.” Zei de vrouw.

“Zullen wij daar even gaan zitten?” De vrouw wees naar een bankje niet zo ver weg.

Samen liepen ze naar het bankje, gingen naast elkaar zitten en keken over het meer.

“Zie je dat meisje met die oude man.” Vroeg de vrouw.

De jongen knikte bevestigend.

“Ze zitten hier al de hele morgen.” Zei de jongen.

De oude vrouw lachte. “Welnee, die zitten hier maar net 1 minuut en ze knipte met haar vingers.

De jongen zag dat het meisje een masker op had en die nu af deed, de oude man omhelsde en samen met hem weg liep.

“Wat jij hebt gezien, vanaf het moment dat de oude man bij het meisje weg liep, het meisje hem terug riep en samen op de steen zaten, heeft met elkaar niet meer dan één minuut geduurd.

De jongen keek de vrouw vol verbazing aan.

“Nu moet je eens goed kijken.” De vrouw knipte weer met haar vingers en opeens gingen alle beelden terug. Totdat het beeld opeens stil stond.

Niets bewoog, alles was stil, net alsof je een film even achteruit spoelde en op pauze zette.

“Hoe kan dit!” Riep de jongen verbaasd. En hij keek de vrouw vol verwondering aan.

De vrouw begon te lachen.

“Kijk”, zei ze weer. “Dat meisje is jouw vriendinnetje.

Zij wilde in haar fantasie een mooie wereld maken.

De wereld waarin jullie nu wonen is niet zo lief.

Jouw vriendinnetje fantaseerde de mooiste werelden bij elkaar, maar het blijft fantasie. Zie je die oude man?” De jongen keek en knikte van ja.

“Die man zal haar straks aan spreken en haar een masker overhandigen. Hij zal haar vertellen dat zodra ze het masker opzet, zij een heel nieuwe wereld kan fantaseren.

Ze mag zelf bepalen wat ze wil fantaseren.

Maar, zei de vrouw, ze mag niet vergeten dat ze het masker draagt en uit deze wereld komt.

Het meisje zet het masker straks op en dan zal ze niets meer zien. Maar ik kan je wel vertellen wat ze heeft gefantaseerd tot het moment dat ze weer op die steen gaat zitten.”

De jongen had met open mond zitten luisteren, net alsof er een heel spannend verhaal verteld werd.

“Wil je weten wat het meisje gefantaseerd heeft?” Vroeg de vrouw.

De jongen kon niet wachten. Hij wilde heel graag weten hoe het afliep en hij zei; “Ja, Ja, vertel, hoe gaat het verder?”.

De oude vrouw moest om dit kleine mannetje lachen en ze begon te vertellen.

“Toen het meisje niets zag, wanneer ze door het masker keek, heeft ze een boom gefantaseerd met daarin een lichtje, een brief en een Engel.”

De jongen luisterde aandachtig naar wat de oude vrouw allemaal te vertellen had. De vrouw sprak ook zo mooi, het was net alsof je er echt bij was. Net alsof je met het meisje en de Engel samen op reis was.

Nadat de vrouw klaar was met haar verhaal, was de jongen zo blij. Hij vond het een prachtig verhaal.

“Maar, zei de vrouw, zodra ik alles weer in beweging zet, zal alles wat ik zojuist heb verteld achter dit masker plaatsvinden.

Achter het masker is geen tijd, daar is het altijd nu.

En als het meisje het masker af zet is er bijna geen tijd voorbij gegaan in deze wereld, hooguit één minuut.

“Zullen we eens kijken hoe snel dat gaat?”.

De jongen knikte gretig van ja.

De vrouw knipte met haar vingers en de jongen zag het hele tafereel zoals hem zojuist verteld was weer opnieuw.

“En alles wat u mij net heeft verteld en nog veel meer, gebeurt allemaal in de korte tijd zoals ik het net heb gezien?”

De vrouw knikte “De wereld van het meisje is Prachtig!

Ze heeft het goed gedaan en is klaar met creëren”.

De jongen keek voor zich uit, “wauw”, zei hij zachtjes.

Hij kon dat wat er nu allemaal werd gezegd maar moeilijk begrijpen. “Maar, zei de vrouw, “ik heb ook een masker bij me, zou jij ook je eigen wereld willen maken?”

De jongen draaide zich met een ruk om, keek de vrouw aan, maar wist niets te antwoorden.

De vrouw moest lachen. “Je bent nog steeds aan het bijkomen hè en nu overval ik je met deze belangrijke vraag.

Het meisje had jou uitgekozen om mee te komen helpen, ze weet dat jij straks komt”.

De jongen keek verbaasd. “Maar ze is al klaar! We zagen haar net weglopen!”

De vrouw knipte weer met haar vingers en het beeld spoelde weer terug naar het moment dat het meisje voor de tweede keer haar masker op wilde zetten.

“Als je mee wilt helpen kun je vanuit dit moment instappen.

Je zult net als het meisje niets zien, maar ik heb je verteld hoe het meisje het heeft gedaan. Leer daarvan!”.

De vrouw keek nu streng naar de jongen. Hij keek in haar ogen en zag een blauwe wereld.

Heel even was de jongen bang, maar de vrouw lieve lach van de vrouw zorgde ervoor dat dit gevoel meteen verdween.

De jongen knikte. “Ik doe het. Ja, ik doe het!”

De vrouw haalde uit haar handtas een masker tevoorschijn, een prachtig masker! Versierd met blauwe planeten en blauwe sterren.

“Nu wil ik nog één ding zeggen.” Zei de vrouw.

Je mag het meisje ontmoeten maar zorg eerst dat je eigen wereld af is, want jullie kunnen nog veel van elkaar leren’.

De jongen knikte.

“Ik blijf hier zitten, totdat je straks weer terug komt.” Zei de vrouw

De jongen keek naar het masker en zette het voor zijn gezicht.

En op het moment dat hij hem opzette, knipte de oude vrouw met haar vingers en de tweede fantasiewereld was begonnen.

De vrouw en de man keken elkaar aan en ze glimlachten naar elkaar.

 

 

                                               *

 

De jongen had het masker opgezet, het was donker.

Hij wist dat het meisje een boom had gefantaseerd, maar hij wilde toch iets anders.

De jongen begon te denken, wat vond hij nu mooi? Hij wist het al.

Hij wilde een draak, een prachtige witte draak.

En hij fantaseerde een witte draak, die opeens uit de ruimte tevoorschijn kwam.

De draak was prachtig. Hij was parelwit met een parelmoer glans over zijn schubben.

Hij was zo lief!

De jongen liep op de draak af en aaide de draak. De draak begon te spinnen van liefde.

Hij fantaseerde dat hij met de draak kon praten en zo gebeurde het. De jongen was niet vergeten dat hij een plek moest hebben waar hij altijd naar terug kon en hij besloot een groot kasteel te fantaseren, een wit kasteel.

Het kasteel kreeg dezelfde parelwitte kleur als de draak.

Ze begonnen samen het witte kasteel te verkennen. De jongen bedacht mooie kamers en tuinen om het kasteel heen.

Een prachtige plek om thuis te komen vond de jongen.

De draak begon opeens te praten.

“Dit is niet je echte thuis. Jouw echte thuis is daar waar je het masker kreeg. Je moet ervoor zorgen dat je hier bij dit kasteel iets vindt waar je naar terug kunt en wat jou eraan herinnert waar je werkelijk vandaan komt”.

De jongen was blij met de draak, omdat hij nu al was vergeten dat hij ergens anders thuis hoorde.

“Maar misschien wil ik hier niet weg.” Zei de jongen.

“Misschien vind ik het hier wel leuker dan waar ik vandaan kom! Zei hij wat ongeduldig.

“Maar dat is jouw echte wereld, je kunt dan altijd terug als het niet gaat.” Zei de draak tegen hem.

Ja dat kon natuurlijk ook, dacht de jongen.

“Misschien moet ik dan ook een boom creëren, net zoals zijn vriendinnetje had gedaan.”

En de jongen en de draak liepen naar buiten, de kasteel tuin in.

De jongen fantaseerde een grote kastanjeboom en in deze kastanjeboom fantaseerde hij een deur.

Achter de deur was een leeg kamertje en daar fantaseerde hij een stoel en op een vel papier schreef hij “Je hoeft alleen maar je masker af te zetten”.

Hij legde het briefje op de stoel, sloot de deur, draaide de sleutel om en hing hem aan een touwtje om zijn nek.

“Zo, dat is klaar, ga je mee?”.

De draak bleef staan. “Kom” zei de jongen “ga nu mee” maar de draak bleef staan.

“Wat is er draakje, waarom ga je niet mee?”

Het draakje keek de jongen aan.

“Je zult deze plek nooit terug vinden als wij nu weggaan.

Je hebt het wel gefantaseerd, maar je bent er nog niet mee verbonden.

Jouw vriendinnetje heeft licht gemaakt voor haar en haar boom, licht dat hen samen verbind en ervoor zorgt dat ze altijd terug kan.

Dat was de jongen vergeten. Wat was hij blij dat hij dit draakje als eerste had gefantaseerd.

De jongen bedacht zich niet en maakte met alle liefde die hij in zich had een lichtje in de boom. De boom begon meteen te stralen. Prachtig wit licht scheen het duister in.

Het draakje liep naar de boom toe, pakte een beetje licht uit de boom en bracht het naar de jongen.

Hij hield het licht tegen zijn buik aan en langzaamaan kroop het lichtje door zijn jasje zijn ziel binnen.

Een warmte van pure liefde ging er door zijn aderen zijn hartje binnen.

 

 

                                               *

 

De Jongen had een draak, een kasteel en een boom in de tuin gefantaseerd.

Het draakje bracht een verbond tussen het licht van de boom en het jongetje tot stand. Zo bleven ze altijd met elkaar verbonden. Het jongetje voelde zich blij.

Hij creëerde een bankje voor in zijn tuin en ging daar op zitten.

De draak lag aan zijn voeten.

“Weet je draak, wij kunnen ook altijd met elkaar verbonden blijven, als wij elkaar licht geven.

De draak dacht daar over na en zei toen, “Ja, dat is niet zo’n gek idee, dan zijn wij met elkaar verbonden en verliezen wij elkaar nooit.”

De jongen was blij dat het draakje dit ook wilde. Hij gaf wat licht aan het draakje en het draakje gaf wat licht aan de jongen.

Een vreemd gevoel stroomde er door het lichaam van de jongen, het leek wel of hij zweefde.

De jongen moest even blijven zitten om aan dit gevoel te wennen en ook de draak merkte dat hij nu meer geaard was, hij voelde de grond onder zich nu veel sterker.

Samen keken ze de donkere ruimte in.

“Het meisje heeft een wereld gemaakt die lijkt op waar zij en ik vandaan komen. De Engel die bij haar is helpt haar.

Die Engel heeft ook een wereld gemaakt met trappen, Engelen en wezens.

Ik wil ook een wereld maken, maar niet zoals die van haar.

De vrouw die ik tegen kwam had in haar ogen een blauwe planeet en mijn masker heeft blauwe planeten en blauwe sterren als afdruk. Misschien moet ik een blauwe planeet gaan creëren en heel veel blauwe sterren.”

Het draakje had samen met de jongen de ruimte in gekeken, hij was verrast.

Hij had nog nooit de kleur blauw gezien en van planeten had hij al helemaal nog nooit gehoord.

“Wat zou jij maken draakje?” Vroeg de jongen.

Het draakje keek de jongen aan en zei; “Ik zou niets maken. Ik zou dit zo laten.” En hij wees naar de kasteel en de tuinen.

“Maar dat is toch geen nieuwe wereld? Zei de jongen verbaasd. “Nee!” Zei het draakje. “Maar je kunt het wel uitbreiden.

Vanaf hier kun je er heel veel bij fantaseren. Zo is het niet nodig, om nog een wereld erbij te maken.”

Eigenlijk was dat ook zo, hij was al begonnen zonder zich daar bewust van te zijn.

De jongen stond op en zette zijn masker nog beter op zijn gezicht.

Hij liep naar de rand van de tuin en begon vanaf daar verder te fantaseren.

Hij creëerde bomen, meren zeeën en bergen. Allemaal even prachtig. Maar na een tijdje zei hij tegen het draakje; “Ik ben nu al zo lang bezig, er komt geen eind aan.”

De draak keek eens naar zijn creatie en zei; “Ja, de ruimte is oneindig, dat zou betekenen dat je altijd door kan blijven creëren”.

Maar dat wilde de jongen nu ook weer niet. Hij wilde het meisje ook nog opzoeken en hij wist dat er straks nog meer kinderen kwamen die ook hun eigen wereld mochten creëren. Nee, dit moest anders!

‘Wacht’, zei de draak. ‘Als je nu eens alles samen drukt, zodat het een grote bol gaat worden?’

‘Nee’, zei de jongen, ‘ik laat het zo. Wij kunnen hier altijd naar terug. Misschien moet ik gewoon weer wat weg fantaseren, dan is er niets aan de hand.’

Ja, dat kan ook, daar had de draak niet aan gedacht.

De jongen fantaseerde alles weer weg, en in een korte tijd was alles weg, behalve de boom en het bankje.

De jongen ging op het bankje zitten, hij begreep het niet zo goed.

De Engel van het meisje hielp haar, maar zijn draakje had hem steeds een andere weg laten zien, een weg die hij eigenlijk niet in wilde slaan.

Hij vond zijn draak heel erg lief, maar zijn hulp hoefde hij niet meer te vragen.

‘Weet je’ zei de jongen, ‘de oude vrouw had gelijk.’

‘Ik moet leren van het meisje. Misschien moet ik wel hetzelfde doen als wat zij deed.’

De draak schudde zijn kop. ‘Nee, je wilde toch niet dezelfde wereld als zij, want dan kun je net zo goed naar haar wereld gaan, dat scheelt jou heel veel werk.’

De jongen dacht na over de woorden van de draak, maar de oude vrouw hem uitgelegd, om eerst zijn eigen wereld te maken en dan met het meisje samen te werken.

‘En toch ga ik hetzelfde doen.’ Zei de jongen.

De draak trok zijn wenkbrauwen op en zei; ‘Oké als jij dat zo graag wilt.’

Vreemd dacht de jongen, het was zo’n lief draakje, waarom is hij nu dan zo onverschillig? De jongen begreep het niet zo goed.

De jongen ging er eens goed voor zitten, en hij bedacht de liefste, de slimste en de zuiverste Engel die hij maar kon bedenken.

En daar stond hij dan, zo stralend wit dat een groot deel van de ruimte verlicht raakte.

Jij had mij geroepen, zei de Engel lachend.

De jongen keek op en glimlachte naar zijn nieuwe vriend.

 

 

                                               *

 

 

De jongen had een prachtige lieve Engel gecreëerd, hij was zo blij. Hij omhelsde de Engel en de Engel straalde van blijdschap.

Ze gingen samen op het bankje zitten en de Engel keek de ruimte in. “Dus een blauwe wereld met blauwe sterren.” Zei de Engel.

De jongen keek verschrikt op. “Hoe weet je dat?”

De Engel begon te lachen. “Ik kan jouw gedachten lezen, maar eerst moet er iets anders recht gezet worden.”

De Engel stond op en liep naar de draak.

De draak die eerst prachtig parelmoer van kleur was, was nu grijs geworden.

De draak wilde vuur gaan spugen, maar dat lukte gelukkig nog niet. De Engel stak zijn hand uit, haalde het licht van het jongetje uit de ziel van de draak en liet het verbranden in zijn handen.

‘Zo, dat is geregeld”. Zei de Engel.

Het draakje zuchtte, hij was weer prachtig wit van kleur en hij was nu ook niet meer onverschillig.

“Wat heb je gedaan Engel?” Vroeg de jongen.

“Draken zijn heel kwetsbaar. Ze zullen je nooit pijn doen en zijn van nature heel erg lief, maar als je er iets in stopt wat niet in balans is, dan kunnen het gevaarlijke schepsels worden.

Doordat jij iets van jezelf in hem hebt gelegd, is dat wat bij jou niet in balans was in hem gekomen en daarom vond de verandering in hem plaats.”

De jongen dacht hierover na.

“Ja ik begrijp het. Daar waar ik vandaan kom zijn heel veel mensen niet in balans. Wie wij werkelijk zijn dat is zuiver, maar er is iets wat ons onvriendelijk maakt.

Dus mijn stukje onvriendelijkheid zat nu in de draak.”

Precies zei de Engel, maar ik heb het weggehaald en nu is er niets meer aan de hand.

Hij blijft met jou verbonden omdat jij wel zijn zuivere kracht hebt ontvangen.

De jongen begreep het nu allemaal veel beter

De Engel en de jongen keken nu de ruimte in.

“Ik weet niet hoe ik een blauwe wereld kan maken. Ik ken alleen de wereld waar ik zelf vandaan kom.” Sprak de jongen

“Ik zal je helpen.” Zei de Engel.

“Wij gaan eerst eens wat licht maken.” De Engel plaatste een enorm grote ster in de ruimte.

Nu laten wij zijn licht stralen. En zo ging een enorme golf van licht door de ruimte heen.

“Zo, dat is dat. Nu laten wij die ster zo heet worden dat hij uit elkaar knapt.”

De jongen keek verschrikt om. “Maar waarom?”

Dit zorgt ervoor, dat wij straks een prachtige wereld kunnen creëren. En niet één wereld maar miljoenen.

De jongen schrok. “Maar is dat niet teveel?”

“Nee hoor, wij houden het overzicht. Maar ik zou wel graag je hulp hierbij willen hebben.

Als straks deze grote ster ontploft, zullen er overal kleine sterren ontstaan.

Het is de bedoeling dat iedere ster een doel heeft.

Zo zullen er ook planeten gevormd worden. Ik kan niet alles alleen en heb daar hulp bij nodig.”

De jongen was geschokt. “Wat wil je dat ik doe?”

De Engel lachte. “Jij hoeft niets, maar de Engel van het meisje heeft een Engelenwereld gecreëerd en nu wil ik aan die Engel vragen of ik een paar Engelen mag lenen.”

“Maar ik weet niet waar die Engel en het meisje zijn.” Zei de jongen vol verbazing.

De Engel lachte weer. “Ik weet dat wel.” En in gedachten vroeg hij om twaalf Engelen. Opeens stonden daar twaalf Engelen op een rij. De Engel keek de jongen blij aan. “Zo en nu gaan we echt creëren!” De jongen was verrast en keek zijn ogen uit. Dertien prachtige witte Engelen stonden er voor hem. En een glimlach verscheen op zijn gezicht.

 

                                               *

 

 

De Engel van de jongen had met de Engel van het meisje gesproken en in minder dan een seconde stonden er zomaar twaalf Engelen voor hem klaar.

Snel fantaseerde de jongen twaalf stoelen. De twaalf Engelen gingen zitten en keken met de Engel en de jongen naar de grote mooie ster.

De ster werd heter en heter, begon uit te dijen en trok zich weer terug naar heel klein. Het leek alsof ze ademde.

Het in en uit ging sneller en sneller en het licht ging van donker naar licht en van licht naar donker. Op een gegeven moment werd de ster zo klein, dat je haar amper nog kon zien.

Een enorme straal van licht met tegelijkertijd een gigantische knal vulden de ruimte.

De jongen en de dertien Engelen keken naar wat er allemaal gebeurde. Zijn Engel begon aanwijzingen over wat er gedaan moest worden te geven.

Daarna werd het rustig in de ruimte en er brandden overal kleine sterren.

“Wij gaan de ruimte in om planeten en sterren te herplaatsen zodat het een nieuwe wereld kan worden. Ga je mee?” Vroeg de Engel.

De jongen keek de Engel verschrikt aan. “Maar hoe dan?”

“Jij kunt je op dezelfde manier als ons verplaatsen.” Antwoordde de Engel. “Maar je mag ook hier blijven. Ik kom je dan later ophalen, zodat ik je alles kan laten zien.”

De jongen vond dat een goed idee.

“Wacht!” Zei de Engel en wees naar één bepaalde ster. “Ga naar die ster en voel wat je voor haar kunt doen.”

“Voelen?” vroeg de jongen.

De Engel knikte. “Ja voelen. Je doet je ogen dicht en maakt contact met de ster. Alle sterren en planeten hebben net als jij een ziel en staan met elkaar in verbinding. Dat is één grote groepsziel. Zo is het ook bij de mensen uit de wereld waar jij vandaan komt. Eerst waren jullie één. Jullie zijn uit elkaar gegaan om te creëren, maar zijn nog wel verbonden met elkaar.”

De jongen begreep wat de Engel nu vertelde. Hij nam afscheid van de 13 Engelen en ging samen met zijn draak naar de ster die de Engel had aangewezen.

Zittend op de rug van de draak was de jongen naar de ster gevlogen. Daar aangekomen was alles wat hij zag een ruig landschap. De grond was hard en het was er koud.

De jongen ging op de grond staan. Hij sloot zijn ogen en ging met zijn gevoel naar de kern van de ster.

Een hevige schok ging er door hem heen.

Hij voelde zoveel liefde en rust in deze ster.

Hij voelde groene vlaktes en blauw stromend water en hij zag kleine elfjes, heel veel kleine elfjes.

Hij zag deze wereld al helemaal voor zich. Het was er prachtig en zo vredig.

Hij opende zijn ogen, keek eens om zich heen en zag een grote ster dichtbij staan.

Hij ging met zijn gedachten naar die grote ster toe en schoof de ster wat dichterbij.

Hij besloot dat het nu warm genoeg was en keek nog eens om zich heen. Daar zag hij ronddwalende brokstukken. Hij verzamelde ze allemaal en maakte er drie manen van.

Deze zorgden ervoor dat de ster ging draaien. Niet alleen maar één kant op. Nee, de ster draaide dan linksom, dan rechtsom en dan over de kop. Dit zorgde ervoor dat deze ster niet zou exploderen maar heel bleef.

Om de ster heen, legde de jongen een blauw doorzichtig vlies. Dit vlies zou de ster tegen de nog in het rond zwevende brokstukken moeten beschermen. Samen met de draak keek de jongen tevreden naar hetgeen hij nu gecreëerd had.

 

                                               *

 

De draak en de jongen zaten op een kleine ster.

Inmiddels had de jongen de liefde en de wensen van de ster gevoeld en was nu van plan om deze wensen waar te maken.

De ster had inmiddels een grote zon, drie manen en een mooi blauw vlies om zich heen.

De jongen begon de heuvels en dalen te fantaseren.

Water vanuit het dal steeg door de warmte omhoog en vervolgens viel het als regen naar beneden.

De heuvels en dalen werden groen en de jongen creëerde bossen, struiken, bloemen, maar ook vogels en hertjes, bijen en egeltjes.

Alle dieren die hij in zijn eigen wereld zo lief vond, fantaseerde hij hier op zijn lieve kleine ster.

Prachtig groen was alles. Sereen, helder en liefdevol was de energie.

Hier was de stilte aanwezig!

De ster was bijna klaar. De jongen creëerde een bankje en ging daar op zitten.

De draak lag aan zijn voeten en samen keken ze naar wat ze tot nu toe gecreëerd hadden.

“Ik zal de ster eens vragen of het naar haar wens is.” Zei de jongen. En hij deed zijn ogen weer dicht.

Met een ruk was hij met zijn gevoel in de kern van de ster.

Hij voelde blijdschap en vrijheid, maar ook vrede en rust.

De ster begon tegen hem te praten en de zei; “Ik ben zo gelukkig, maar zou zo graag nog wat kleine elfjes in mijn hart willen sluiten.”

De jongen was dat niet vergeten. Hij wilde nu alleen weten of alles naar wens was.

Ze vroeg of de jongen vaker langs wilde komen en de jongen beloofde dat.

De jongen deed zijn ogen weer open en zei tegen zijn draak; “De ster is blij, heel erg blij. Nu alleen de elfjes nog creëren en dan stroomt ze over van geluk.”

De jongen ging eerst eens kijken waar hij de elfjes het beste kon laten wonen.

Zo vond hij mooie plekjes en maakte daar kleine elfendorpjes.

Hij maakte dertien dorpjes, met in ieder dorpje dertien huisjes en in ieder huisje 3 elfjes. Lieve kleine elfjes.

De jongen ging weer op het bankje zitten en maakte weer contact met de ster.

Hij voelde verdriet bij de ster. “Waarom ben je zo verdrietig?” Vroeg de jongen.

De ster snikte; “Ze zijn nog niet vrolijk en blij. Ze hebben nog helemaal geen emotie.” En weer begon de ster te snikken.

De jongen dacht eens goed na en kreeg een idee.

Als ik dat water door de grond laat lopen en dan via jouw hart weer terug laat lopen naar boven, kunnen de elfjes als ze hiervan drinken allemaal jouw liefde en rust voelen. Zie het als een bron van liefde.

De kleine ster vond het een geweldig idee. De jongen nam afscheid en deed zijn ogen weer open.

“Oké aan de slag.” Zei hij tegen de draak. “Wij gaan het water van de rivier onder de grond laten stromen en dan via het hart van de ster aan de andere kant weer naar boven laten komen.”

De draak begreep het en samen creëerden ze een rivier door de bron van liefde.

Toen ze klaar waren ging de jongen weer op het bankje zitten en keken naar wat er gebeurde.

De elfjes en dieren dronken het water van de bron en werden vrolijk. Ze begonnen te spelen en maakten heel veel plezier.

De jongen en de draak keken tevreden en via zijn voeten voelde de jongen de tevreden energie van de ster door zijn lichaam stromen.  

 

                                              

 

De jongen en de draak hadden een prachtige elfenwereld gecreëerd en de kleine ster was zo blij met haar nieuwe bestaan.

De jongen genoot van alles wat hij zag en besloot ook een duik in het water te nemen.

Hij deed dit wanneer iedereen weg was, omdat hij de elfen niet wilde laten schrikken.

Hij kleedde zich uit en sprong in het water. Wanneer hij weer boven kwam, was het alsof alles van hem af viel. Hij wist niet precies wat het was, maar hij voelde zich lichter.

De jongen nam een slok van het water en begon opeens heel hard te lachen, zo hard dat de elfen kwamen kijken wat er gebeurde.

Ze zagen een grote jongen in het water liggen die om zichzelf moest lachen en alle elfen lachten met hem mee.

Maar opeens voelden ze een trilling. Iedereen werd stil en de jongen kroop het water uit. Hij kleedde zich snel aan en ging meteen met zijn gevoel naar het hart van de ster.

De ster was zo ontzettend blij dat ze schudde van het lachen.

“Dank je wel jongen.” Zei ze en gaf hem een ketting met daaraan een steen, waarop ze hem vroeg om deze te dragen. De jongen hing de ketting om zijn hals en deed met een lach op z’n gezicht zijn ogen open.

Door de liefde en het plezier had de ster zo hard moeten lachen, dat ze ervan trilde.

Iedereen was opgelucht. Nu wisten ze dat als de ster ging trillen, de liefde nog meer door de dalen ging stromen.

De jongen ging weer op het bankje zitten en keek naar de spelende elfjes.

“Misschien moet ik nog meer creëren.” Bedacht hij.

Hij ging met zijn gevoel naar het hart van de ster die hem al had verwacht.

Zij had hem het signaal gestuurd om aan te geven dat zij nog meer zielen bij zich wilde hebben.

De jongen had wel een idee wat dat kon zijn.

Hij had in zijn eigen wereld vaak over kabouters, laven en natuurwezens gelezen.

Hij besprak met de ster waar ze konden wonen en hoe de natuurwezens er uit moesten komen te zien.

De jongen deed zijn ogen weer open en hij maakte dertien kabouterdorpjes, met ieder dertien kabouterhuisjes waarin per huisje drie kabouters woonden.

Ook voor de laven maakte hij huisjes in de grond. Dertien dorpjes, dertien huisjes per dorp en drie laven per huisje.

De natuurwezens waren een ander verhaal, daar konden er niet genoeg van zijn. Zij hielpen de bomen en de planten, want ook zij hadden een ziel.

Ze dronken allemaal uit de bron van de ster en iedereen was gelukkig. Niemand was ouder, wijzer of mooier. Dit kenden ze niet op deze ster. Iedereen was hier gelijk en de onschuld van deze lieve kleine wezens was zo puur als de witste licht.

De jongen keek tevreden. Hij voelde de ster onder zijn voeten en ze voelde heel erg blij aan.

Inmiddels dacht de jongen ook aan zijn Engel. Hij vroeg zich af hoe het met hem zou zijn en of ze al opgeschoten waren.

Opeens zat de Engel naast hem en begon te lachen.

“Wauw, dat heb je mooi gedaan en je hebt goed naar de ster geluisterd. Het ziet er allemaal prachtig uit.”

Samen liepen ze door de dorpjes heen en overal werden ze met blijdschap onthaald. “Wat een heerlijke plek, werkelijk prachtig!” Zei de Engel. Vol trots was de jongen, op de ster en haar lieve bewoners.

 

 

 

                                               *

 

De jongen had van de ster een prachtige planeet gemaakt en hij noemde haar de blauwe planeet.

Haar naam was te danken aan het blauwe aura om haar heen.

Dit was het vlies, wat hen allen zou beschermen tegen het puin uit de ruimte.

De Engel en de jongen gingen weer op het bankje zitten. “Je hebt de ster prachtig gemaakt. Heel erg mooi. Overal waar ik kijk, voel ik de liefde, ja werkelijk prachtig.”

De jongen was blij en trots op wat hij gecreëerd had.

“Wat hebben jullie gedaan?” Vroeg de jongen aan de Engel.

De Engel keek voor zich uit. “Dat is een lang verhaal. Misschien kunnen we beter gaan kijken.”

De jongen en de Engel klommen op de draak en de Engel dacht aan de plek waar ze moesten zijn en meteen waren ze er al.

“Kijk, wij hebben heel veel werk verzet. “Zei de Engel. “Na die knal zijn alle sterren de ruimte in gegaan. Er waren er zoveel. Wij zijn nu aan het einde van die knal en de sterren zijn niet verder gekomen dan tot hier.”

De jongen keek van bovenaf mee en zag dat het zicht heel ver reikte. De Engel begon uit te leggen dat hij alle sterren die dicht bij ‘Het zwarte gat’ zaten daar ook naartoe waren gebracht. De jongen begreep niet wat hiermee werd bedoeld. “Wat is ‘Het zwarte gat’?” Vroeg hij dan ook.

“Dat is moeilijk uit te leggen.” Antwoordde de Engel, maar probeerde het toch; “Door de explosie is er zoveel energie los gekomen dat die kracht meerdere lagen heeft gekregen.

Als wij nu door zo’n ‘Zwart gat’ gaan, komen wij via een kolkende tunnel naar een andere dimensie.

Een andere energie in een andere lege ruimte.

Doordat die ruimte in contact staat met deze ruimte, zorgt de kracht van die tunnel ervoor dat alle sterren naar het midden worden getrokken en om het zwarte gat heen zweven.”

De jongen bekeek het allemaal nog eens goed. “Maar dat houdt in dat deze ruimte straks geen ster meer is.” De Engel knikte. “Die gaan verder in een andere ruimte in een andere vorm.

Alle sterren die je nu los ziet zullen dan weer één worden.

Dus de ruimte hieronder zal vol grote sterren komen en die zullen ook weer net als wat je hier ziet om één groot zwart gat draaien. Net zolang totdat de ster weer heel is.”

“Dan zijn we weer aan het begin.” Zei de jongen.

“Maar dat zal beteken dat alles wat wij nu creëren verloren zal gaan!”

De Engel schudde zijn hoofd van nee. “Dan zal alles wat wij hebben gecreëerd en alle lessen die geleerd moeten worden geleerd zijn. Dan is er alleen zuivere liefde wat overblijft. Het zal de prachtigste plek worden, om als ziel te kunnen zijn.”

De jongen dacht eens over dit wonder na. Hij had geen keuze, alles was al klaar. Hij keek verdrietig.

De Engel sprak, “Je bent nu nog verdrietig maar over een tijdje zie je jouw ster samensmelten met andere sterren. Dit zal alleen kunnen gebeuren als het dezelfde liefde heeft bereikt.

Jouw ster word groter en er zullen nog meer levensvormen komen wonen die ook gelukkig en zuiver zijn.

De jongen dacht hier ook over na. “Dus als ik het goed begrijp, komt er tenslotte een grote planeet waar het zo fijn is, omdat zoveel liefde en geluk kent en je er hierdoor nooit meer weg wilt?”

De Engel knikte en begon te lachen.

De jongen kon het zich nog niet voorstellen. “Dat is wel heel erg fijn, als alles wat wij bedenken op iedere planeet samen komt als één grote ster.”

De jongen begon te lachen en te dansen. “Ja dat zal fijn zijn!” Zei hij en klom weer op de rug van zijn draak. Samen met de Engel vlogen ze door de ruimte met sterren.

Alle sterren zweefden om een zwarte kern heen. Overal waar je keek zag je grote zwermen met sterren als vogels op de wind.

 

                                              

 

De draak, de Engel en de jongen vlogen door de ruimte met de sterren.

Het was prachtig om te zien hoe alle sterren een fel licht af gaven.

“Gaan we nu op iedere ster nieuwe levensvormen maken?” Vroeg de jongen aan de Engel. De Engel schudde van nee. “Wij gaan nu meerdere levensvormen maken in iedere sterrengroep en die zullen vanzelf op andere sterren nieuwe levensvormen gaan maken als ze dat willen.”

“Meerdere levensvormen per groep sterren? Maar in zo’n groep zitten al miljoenen sterren.” De Engel knikte dat klopt.

“Kom, we gaan wat dichterbij kijken.”

Ze vlogen naar een groep sterren en vlogen tussen de groep sterren door. Het was er prachtig.

Totdat ze stopten. “Kijk naar wat hier spontaan is ontstaan. Die grote ster, zie je hem?” De jongen knikte.

“Die is heel krachtig. Al die planeten draaien om hem heen. Dit is een ideale plek om nieuw leven te creëren. En zie je die groepen sterren? Ideaal om naartoe te gaan en te zien wat zij wensen.”

Die nieuwe levensvormen kunnen, als ze dat willen, nieuw leven creëren op die planeten en net als wij toekijken naar wat er allemaal gebeurd.”

De jongen begon te lachen. “Dus ik overzie alles in het groot en zij in het klein.” De Engel knikte.

De Engel keek de jongen aan en zei; “Wij willen jou iets laten zien.” De jongen en de Engel stapten weer op de rug van de draak en reisden naar de plek die de Engel in gedachten hield.

Er was een Engel in onze groep die niet alleen prachtige sterren bij elkaar heeft gebracht maar ook sterrenstelsels een lagere energie heeft gegeven.”

“Maar waarom?” Vroeg de jongen.

“Dat heeft hij gedaan om te kijken wat er zou gebeuren als de energie lager is.

Hij had het meisje in haar wereld gezien en heeft toen in dit sterrenstelsel dezelfde energie gebracht als bij haar.

“Oh het is een heel lief meisje, dus dan zal het ook heel mooi sterrenstelsel worden.” Zei de jongen.

De Engel keek met een sombere blik en zei; “Het meisje en jij komen uit een wereld waar nog niemand verlicht is. Jullie hebben allebei nog pijn en verdriet in jullie hart en ziel. Dit moet eerst opgelost worden, voordat jullie een wezen van licht kunnen worden. De levensvormen die in dit sterren stelsel gecreëerd gaan worden, zullen liefde voelen, maar ook pijn, verdriet en zelfs haat. Uiteindelijk zullen ze, net als het meisje en jij, dit overwinnen en verlicht worden en zal dit sterrenstelsel naar een hoger bewustzijn gebracht worden.”

De jongen zuchtte. “Dus niet alleen het meisje en ik maar ook alle zielen die hier zullen leven hebben dezelfde energie.” De Engel knikte. “Het is onze taak om juist deze zielen te helpen. Daarom wil ik vragen om net als de Engel van het meisje een trap te maken die naar de Engelenrijk reikt, zodat alle zielen hulp kunnen vragen aan de Engelen.” De jongen keek nog eens naar het sterrenstelsel en knikte naar de Engel. Het was goed zo.

En de Engel begon met het creëren van de trap.

 

 

                                              

 

De jongen had de Engel toestemming gegeven om een trap te maken die uitkwam in het hemelse rijk. Een prachtige witte trap met de mooiste witte bloemen.

Toen de trap klaar was zei de Engel; “Ga die trap op en blijf lopen totdat je niet meer verder kunt. Daar word je opgehaald en vertrouw erop dat alles zuiver is, twijfel nooit!”

De jongen knikte en liep de trap op, net als het meisje voelde hij bij iedere trede het bewustzijn omhoog gaan en hij zag zijn nieuwe wereld met heel andere ogen.

Halverwege de trap draaide hij zich om en keek naar de sterrenpracht. Het was prachtig wat deze Engelen hadden gemaakt. Zelfs de sterrengroep van een andere energie straalde prachtig. Hij zag vanaf de trap dat de verschillen met de andere sterren zeer leerzaam kon zijn en dat als hij en het meisje terugkeerden van waar ze vandaan kwamen, het wel eens van pas zou kunnen komen.

De jongen liep verder de trap op tot hij niet meer verder kon.

Een klein bootje met een lantaarn en daarin een Engel kwam op hem af. De Engel knikte en de jongen stapte in. De Engel glimlachte en zei; “Ik heb een verassing.”

De jongen wilde de verrassing weten, maar de Engel vroeg hem af te wachten.

Na een tijdje zag de jongen weer een trap en boven aan deze trap zag hij het meisje staan. De jongen was zo blij en nadat het bootje gestopt was, vielen de beide kinderen elkaar in de armen.

Oh, ze hadden elkaar zoveel te vertellen.

Het bootje voer rustig verder totdat ze niet verder konden. Ze stapten uit en beklommen nog een trap. De Engel uit de boot ging hen voor en de jongen zag een prachtige wereld om zich heen.

“Heeft jouw Engel dit gemaakt?” Het meisje knikte trots van ja.

“Wat is het hier mooi.” Zei de jongen.

“Wacht maar tot je het gebouw straks ziet.” Zei het meisje.

In de verte zag hij het gebouw al staan en trede voor trede kwamen ze dichterbij. De Engel deed de deur open en met zijn drieën liepen ze naar binnen. Overal waar de jongen keek zag hij Engelen.

Het gebouw was prachtig. Het was wit met pilaren en hij zag zijn sterrenstelsel in het plafond van het dak. “Wauw, wat is dit mooi!”

“Kom!” Zei het meisje en ze liepen verder het gebouw in.

De Engel opende een deur, stapte naar binnen en beide kinderen volgden hem.

Het meisje vloog naar binnen en sprong van blijdschap een prachtig Engel om zijn nek. Beiden waren zo blij met het weerzien. Het was een prachtig gezicht.

De jongen stond naast de Engel en keek rond.

Er stond een ronde tafel en aan deze tafel zaten nog meer van diezelfde Engelen. Het waren er 13 in totaal. Eén van hen stond op en liep naar de jongen toe. Hij pakte zijn hand en de jongen werd naar de ogen van de Engel toe getrokken.

Hij zag een blauwe planeet en heel veel blauwe sterren. De jongen voelde dat dit prachtige wezen, de vrouw van wie hij dat masker had was.

Hij sloeg zijn armen om haar heen en van blijdschap huilde hij zachtjes, terwijl hij in haar armen lag.

 

 

                                               *

 

De jongen had het meisje weer ontmoet en samen waren ze bij de hoogste lichtwezens.

Ze mochten aan de grote tafel plaats nemen. De Engel die hen hier had gebracht liep naar de kast en pakte daar een masker uit, liep ermee naar de tafel en legde hem in het midden.

“Hebben jullie er al over nagedacht van wie dit masker mag worden?” Het meisje keek blij. “Ik weet al iemand!” Ze overlegde met de jongen en hij wist het zeker. Het mocht zijn zus zijn.

De wezens wisten wie ze bedoelden. Eén van hen stond op, pakte het masker van de tafel en liep de kamer uit. Het meisje en het jongetje waren nog niet uitgepraat. Samen met de twee hoge lichtwezens spraken ze over wat ze hadden mee gemaakt. De twee wezens stelden voor om bij elkaar te gaan kijken. “Leer van elkaar en creëer de meest prachtige creaties.” Zeiden ze.

Ze namen afscheid van de wezens en samen met de Engel die op hen had gewacht liepen ze de trap af. De terugweg ging veel sneller dan de heenweg en voor ze er erg in hadden stonden ze onder aan de trap van het meisje. Hand in hand liepen ze de treden af. “Kijk, dat is mijn Engel.” Zei het meisje. “Hij helpt mij met creëren.” De jongen begroette de Engel en samen gingen ze de wereld van het meisje verkennen. Ze zwommen met de vissen die zo lief waren en keken naar de bergen. Daarna gingen ze op een bankje zitten en genoten van het mooie uitzicht.

“Dit lijkt op de wereld waar wij vandaan komen.” Zei de jongen.

Het meisje knikte. “Dat klopt, ik zal hier straks mensen creëren die steeds bewuster zullen worden en tenslotte lichtwezens zullen zijn.”

De jongen keek vol verbazing. “Ik heb veel werelden gemaakt en er is één groep met sterren die net als in deze wereld van een lage naar een hogere energie moet gaan, om zo te kunnen leren van elkaar. Ook de levensvormen die andere levensvormen creëren zullen ditzelfde traject moeten ondergaan.

Wat jij in het klein hebt, heb ik in het groot. Kom, ik zal het je laten zien.”

Het meisje ging met de jongen mee. Ze klommen de trap op tot ze niet verder konden. Het bootje met de Engel lag al klaar en ze stapten in. Langzaam voer het bootje naar de trap van de jongen.

Ze stapten uit en liepen de trap af.

Onderaan de trap stond de Engel van de jongen samen met de draak op hen te wachten. De jongen begroette hen blij en stelde zijn vriendinnetje aan hen voor.

“Kom maar mee.” Zei hij tegen het meisje en samen klommen ze op de rug van de draak om zijn wereld te gaan verkennen.

Het meisje keek haar ogen uit. “Wat een werk”. Zei het meisje.

De jongen lachte. “Ook ik had hulp van de Engelen van het hemelse rijk. Kijk, daar zijn ze!” En hij wees naar de groep Engelen.

Het meisje zag hoe alle dertien Engelen druk aan het creëren waren. Samen gingen ze naar de kleine blauwe ster en speelden met de elfen, de kabouters en de laven tot de zon onder ging. Ze baadden in de bron van liefde van de ster en gereinigd stapten ze weer uit het water.

“Het is prachtig!” Zuchtte het meisje. “Ik ben heel benieuwd naar hoe het verder afloopt.” De jongen knikte. “Ik ben ook nieuwsgierig naar wat voor wereld mijn zusje gaat maken.”

De beide kinderen lieten zich op het zachte gras vallen en genoten van de warmte van de zon.

 

 

© Jolanda Rhijnsburger

 

 

 


Wilt u ook een reactie achter laten?

Dan bent u van harte welkom in mijn gastenboek!


Commentaren: 0