Moeders droom.

 

Het is koud, de bloemen staan op de ramen en een vrouw kijkt naar het bevroren glas. De winter is vroeg begonnen en het zal een lange winter gaan worden. De vrouw maakte de kachel aan en zette water op om thee te zetten. Iedere morgen stond ze op voor haar kinderen die naar school gingen, net als deze morgen. Het is een mooi geschenk vond ze om moeder te zijn.

Haar kinderen konden nog een half uur slapen en de vrouw ging verder met het snijden van het brood. De kinderen moesten goed eten, voordat ze naar school gaan.

De vrouw maakte hun broodtrommeltjes klaar en ze zette er een flesje melk bij voor in de pauze. De thee was klaar en ze riep haar kinderen die al snel naar beneden kwamen.

De keuken werd gevuld  met pratende kinderstemmetjes.

Ze wilden allebei vertellen wat ze hadden gedroomd die nacht.

Het was de gewoonte geworden om de dromen aan elkaar te vertellen. ‘Wat hebt u gedroomd moeder?’ Vroeg de oudste van het stel. Moeder begon te lachen. ‘Het was een prachtige droom. Ik heb genoten en ik heb zoveel plezier gehad.’

‘Vertel nu moeder.’ De jongste werd nieuwsgierig naar wat zijn moeder had gedroomd.

Oké, oké, wacht ik schenk eerst nog een kop thee in en dan zal ik jullie mijn droom vertellen.’Moeder ging weer zitten en begon te vertellen. ‘Ik ging slapen en toen opeens was ik op een plek waar ik al eens eerder was geweest.  Het was een plek dat heel mooi was. Er waren bloemen en bomen en ik hoorde de vogels zingen en de vlinders dwarrelden om mij heen. Het was er rustig en vredig. Ik zag op een heuvel een grote boom staan die zoveel aantrekkingskracht had, dat ik wel naar die boom toe moest lopen. Het lopen ging heel snel. Ik hoefde er maar aan te denken dat ik er heen wilde en ik was er al.

Onder die boom zat een man.  Een man van rond de 35 jaar  en hij had een lange baard en hij had lange haren. De man lachte naar mij.’ Dat was Jezus mama, ik weet het zeker!’Riep de jongste. Moeder keek haar kind aan. Ja lieverd het was Jezus.’ Moeder deed haar vinger even voor haar mond. Sssst ik vertel verden, goed luisteren hé. De jongen knikte en ging bij moeder op schoot zitten. ‘Ik lachte terug en vroeg of ik naast hem mocht zitten onder die boom. Hij vond het goed en schoof een beetje opzij, zodat ik ook met mijn rug tegen de stam van de boom aan kon zitten. En zo zaten wij met zijn tweeën stil te genieten van alles om ons heen. Opeens begon de man tegen mij te praten. Hij had een mooie heldere stem  en hij vroeg aan mij wat ik hier kwam doen. Ik wist niet goed wat ik moest zeggen. Ik zei, dat ik hier opeens was en dat die boom zoveel aantrekkingskracht had dat ik er naar toe wilde.

De man begon te lachen. Ja het is een mooie boom. Deze boom is een boom die rust en liefde geeft. Voel maar.  

Ik zat met mijn rug tegen de stam aan en ik voelde mij al een hele tijd rustig en vol liefde. Dus de man had gelijk over deze boom. U heeft gelijk. Ik heb het al die tijd al gevoeld.  

Maar was me het niet bewust. Nu zal ik er beter van kunnen genieten en ik ging weer tegen die baan aan zitten.  Ik voelde mij zo gelukkig.

De rust in mij en om mij heen en die liefde die ik voelde had ik nog niet eerder gevoeld.

Ik genoot er van. De man stond op en zei Ga je mee.  

Ik zal je nog een plek laten zien die net zoveel liefde en rust geeft als hier bij deze boom.

Ik gaf die man een hand en opeens waren we ergens anders.

Het was er inderdaad heel mooi en de rust die er was en die liefde…….  Zoveel meer dan bij die boom.

“Wat was het moeder” wilde de oudste kind horen.

Ik kan het je wel uit gaan leggen mijn kind maar mijn woorden kunnen die  liefde en rust die ik daar voelde niet aan jullie uitleggen. Het is niet te beschrijven in woorden, zo mooi.

De kinderen gingen van tafel  en trokken hun jassen aan.

Ze gaven hun moeder een zoen  en voor dat de deur dicht ging draaide haar oudste kind zich om. “Moeder  Het is daar fijn,  ik ben er al eens geweest en het is inderdaad te mooi om in woorden uit te drukken en ze lachte naar haar moeder en ging de deur uit.