Werelden achter de sluiers



“Mama?” een klein meisje kijkt omhoog naar haar moeder.

“Wat is er mijn schat?” vraagt haar moeder.

Het meisje wijst en kijkt door het raam naar buiten.

Moeder kijkt met haar mee, en ziet een prachtige vogel in één van de bomen die rond het huis staan. “Wat is er mijn kind, wat is er met die vogel?”

Het meisje gaat wat dichter bij het raam staan en duwt haar neusje tegen het glas aan. “Een Engel” zegt het meisje zacht.

Moeder keek nog eens, maar zag niets.

“Kijk mama, een Engel”, en ze wees weer naar buiten.

Moeder zuchtte.

Haar dochter zag de laatste tijd dingen die niet bestonden.

De juf van school had haar verteld dat haar dochter een beetje te veel fantasie had.

“Daar is niets”, zei moeder, “waarom ga je niet fijn buiten spelen?”

Teleurgesteld liep het meisje bij het raam weg, en keek haar moeder verdrietig aan.

Deed de deur open en ging naar buiten, naar de plek waar ze de Engel had gezien.

De Engel stond er nog, en met betraande ogen keek ze hem aan.

“Dag lieve Engel, mijn mama zegt dat je er niet bent, maar ik zie je toch?”

De Engel glimlachte en zei: “Mijn lief kind, niet iedereen kan ons zien.

Vele mensen zijn nog zo verdicht, dat ze niet meer geloven in Engelen en het Hiernamaals. De wereld is zoveel groter dat jullie mensen zien, kijk maar”, en de Engel opende de sluiers van deze wereld.

Ze zag nu dat er achter onze wereld vele andere werelden schuilgingen.

Ze zag de wereld van de Feeën en de Elfjes, en ze zag een groepje met Kabouters langslopen. Ze zongen een vrolijk liedje.

“Ga je met mij mee?” vroeg de Engel en het meisje keek de Engel verwonderd aan.

Pakte de hand van de Engel vast en samenliepen een andere wereld binnen.

Het meisje keek haar ogen uit, het was ook zo prachtig!

Ze waren een bos ingelopen, en in de bomen zag ze kleine gekleurde huisjes.

Overal waar ze keek zag ze kleine Elfjes vliegen. Ze waren zo grappig!

De kleine Bosnimfen strooiden met goudstof, en de planten en struiken begonnen te glinsteren. “Mooie wereld is dit hé?” en de Engel keek het meisje glimlachend aan.

“De werelden lopen in elkaar over, en iedereen achter de sluiers kunnen bij elkaar op bezoek. Soms gaan er een paar Kabouters of Elfjes naar jouw wereld om te kijken of de mens al liefdevol geworden is, maar vaak keren ze droevig terug.

De mens leeft nog in een wereld van dualiteit en vind het moeilijk om die te veranderen.”

“Hoe komt dat?” vroeg het meisje verbaast.

De Engel keek een beetje zorgelijk.

“Er zijn heel veel verschillende mensen in jouw wereld.

Dat komt, omdat de aarde een leerschool is.

Alles heeft in jouw wereld een tegenstelling.

De mensen die er wonen leren elkaar de lessen van het leven.

Iedereen moet dezelfde lessen leren, maar nu komt het, niet iedereen is tegelijk begonnen met de aardse lessen.

Nee, elke keer komt er een nieuwe groep met mensen naar de aarde toe.

Deze nieuwe groep mensen hebben nog niet dezelfde lessen geleerd als de groep die al eerder naar de aarde zijn gekomen.

Daarom reageren ze heel anders, dan de mensen die al vaker naar de aarde zijn gekomen. Dus zo komt er conflict tussen de mensen, met elk hun eigen levensles.

De mensen die al heel veel levens hebben geleefd, gaan op een gegeven moment inzien, dat het allemaal één groot spel is, en nemen het leven op aarde niet meer zo serieus.

Ze gaan niet meer mee in de conflicten van anderen en bemoeien zich nergens meer mee. Ze zijn zich bewust, dat ze hun laatste levens op aarde leven en gaan zich voorbereiden op een nieuw bewustzijn.

Dit bewustzijn is wat jij nu ziet, bewustzijn van een liefde die geen tegenstelling kent.

De andere mensen gaan diezelfde weg als deze mensen, en zullen op een keer hun laatste leven hier op aarde leven.

Maar ondertussen blijven er nieuwe groepen mensen naar aarde komen.”

“Kunnen jullie in de Hemel dat dan niet stopzetten?” vroeg het meisje.

De Engel begon te lachen.

“Nee mijn kind, het is juist de bedoeling dat de mensen hiernaartoe komen.

Ze kunnen zo leren hoe het is om in tegenstellingen te leven.”

Het meisje keek weer om haar heen.

Hoog op een berg stond een piep klein huisje.

De Engel keek ook omhoog en zei: “Daar woont het Elfen meisje, je kent haar vast, ze zingt iedereen elke morgen wakker.”

Het meisje knikte. Ja, ze had er wel eens van gehoord.

“Maar waarom laat u mij deze wereld zien?”

“Dat doe ik, zodat de mensen die dit verhaal lezen, weten dat er nog meer werelden zijn en dat er onvoorwaardelijk liefde op hen wacht.”

Het meisje keek weer en zag in de verte een groot paleis boven op een berg staan.

De Engel glimlachte weer.

“Daar wonen de Feeën, daar gaan we een andere keer naar toe.”

Opeens hoorden ze het Elfen meisje zingen.

De Engel en het meisje bleven staan en luisterden.

“Wat prachtig”, zei het meisje zacht. “Wat betekent dit zingen?”

De Engel knielde voor haar op de grond neer.

“De kleine Elf zingt ook in de avond als de zon onder gaat.

Dat betekent dat ze alle mensen weer laat slapen.

Dan kunnen wij de Engelen jullie meenemen naar de Hemelse sferen van dromenland.

Ik moet je nu thuisbrengen, ook in jouw wereld gaat de zon nu onder.

Weet dat als je groter bent, je vanuit deze wereld mooie verhalen mag doorgeven.

Ik zal je door de kleine Elf wakker laten zingen en dan gaan we de mooiste avonturen beleven. Maar nu breng ik je naar huis, kom”, en hij stak zijn hand weer uit naar het meisje. Het meisje pakte de hand van de Engel weer vast en liepen samen door de sluiers haar eigen wereld binnen.

Heel even keek ze achterom en zag dat de sluiers weer dicht gingen.

“Dag mijn kind”, en opeens was de Engel weg.

Moeder die al die tijd achter het raam had zitten kijken, zag dat haar dochter in haarzelf zat te praten, en door de tuin heen dwaalde.

Moeder schudde haar hoofd.

“Blijft toch een vreemd meisje”, zei ze zacht tegen haarzelf, en de eerste levenslessen met tegenstellingen waren geboren.

 

Geschreven door Jolanda Rhijnsburger

 

  


Laat gerust een reactie achter!

Commentaren: 0