Hemel voor kinderen

 

‘Wanneer ga ik dood?’ Vroeg het meisje aan haar moeder.

Haar moeder keek een andere kant op.

Ze wilde niet dat haar meisje haar tranen zou zien.

Het meisje wist dat ze niet lang meer bij haar papa en mama zou zijn. Ze was ziek geworden.

Ze was al een tijdje ziek en de dokter kon haar niet meer beter maken.

Ze had iets gehoord toen ze over haar spraken.

Maar ze hadden het nog niet aan haar verteld.

‘Ik wil het graag weten mama.’ Zei het meisje nog een keer.

Maar mama liep weg en begon in de keuken heel hart te huilen.

Het meisje wist zelf het antwoord wel, maar wilde er zo graag meer over weten.

‘Wat betekent dood gaan? Waar ga ik naartoe? Word ik opgehaald of moet ik alleen naar de dood? Is er een hemel of is er niets?’

Het meisje had nog zoveel te vragen.

Ze begon zachtjes te huilen.

Na enkele minuten viel ze huilend in slaap.

Haar moeder had haar niet kunnen helpen met al haar vragen en nu wist ze niet wat er ging gebeuren.

Langzaam viel ze dieper in slaap, haar kleine lichaampje werd rustig en kalm en langzaam sliep ze dieper en dieper in.

Haar droom nam haar mee naar een heel ver land, een land waar alleen maar kinderen speelden en er waar de Engelen leefden.

Het was er mooi en er was zoveel plezier.

Het meisje begon te lachen, want plezier bracht plezier.

Er kwam een Engel naar haar toe en begon tegen het meisje te praten.

‘Ik heb op jou gewacht mijn kind. Ik wil jou laten zien waar jij straks naartoe gaat als jij niet meer bij je ouders bent.’

Het meisje kreeg tranen in haar ogen. Deze vielen op de grond.

De Engel zag het en begon te lachen; ‘Wist jij, dat je voor iedere traan die hier op de grond valt, een wens mag doen?’

Het meisje keek de Engel lachend aan. ‘Dan weet ik al wat ik wil wensen.’ Zei het meisje lachend.

Ze wilde iets voor haar ouders en haar zusje wensen.

‘Nou vertel eens mijn kind, wat is jou wens?’ Vroeg de Engel.

‘Maar wensen mag je toch nooit vertellen?’

De Engel keek haar even aan en zei toen; ‘Ja, je hebt gelijk, maar jouw wens zal in vervulling gaan.’

‘Ga je mee!’ Zei de Engel en nam het kleine handje in de hare.

‘Ik zal je laten zien waar je naartoe gaat als je niet meer bij jouw ouders bent.

Dit is een wereld waar alleen maar kinderen wonen, en het heet Zomerland.

Kinderen, die net als jij, niet zo lang bij hun ouders konden blijven.

Het is hier erg leuk. Alle kinderen hebben plezier, kijk maar.’

Het meisje keek rond en ze zag alleen maar spelende kinderen.

‘Maar dit is nog niet alles, wij hebben hier ook een school.

Ze leren hier ook geschiedenis en wiskunde, en andere mooie vakken.’

De Engel kwam wat dichter bij het meisje staan en boog over het kind heen.

Zij fluisterde in haar oor; ‘Maar deze lessen zijn veel leuker, dan die op Aarde.’ En zij knipoogde naar het meisje.

Het meisje vond het er prachtig, iedereen was zo vriendelijk en blij.

Er waren al een paar kindertjes naar haar toe gekomen, om te vragen of ze mee wilde spelen.

De Engel vond het goed, ‘Ik kom je later weer ophalen!’ Riep de Engel haar na.

Maar het meisje had die laatste woorden van de Engel niet meer gehoord.

Ze was al druk met de andere kinderen aan het spelen.

Na een tijdje tikte de Engel het meisje op haar schouder.

‘Het is tijd mijn kind, we moeten gaan.’

Het meisje begon te huilen; ‘Ik wil niet terug! Ik wil hier blijven!’

De Engel nam het meisje even apart van de andere kinderen en ging met haar op een bankje zitten.

Ze keken uit over een meer waar de zwanen in zwommen, dat was een mooi gezicht.

‘Luister!’ Zei de Engel; ‘Je mocht even zien, waar jij straks naartoe zal gaan als je niet meer bij je ouders woont.

Jij wilde weten wanneer je dood gaat en jouw moeder kon je vraag niet beantwoorden. Ik kan dat wel.

Morgenavond word je opgehaald.

Ik zal degene zijn, die hier op jou wacht, net als deze keer.

Je hoeft niet bang te zijn. Het zal een mooie reis worden.

Jij hoeft alleen maar aan je ouders te vertellen waar je heen gaat.

Vertel ze, dat ze geen verdriet hoeven te hebben.

Gelukkig heb jij je wens gedaan en die zal uit komen.’

Het meisje begreep dat ze afscheid moest gaan nemen van haar familie.

‘Zeg tegen je ouders mijn kind, dat als ze aan je denken, jij dicht bij hen bent, en dat je geen pijn meer hebt en hier gelukkig zal zijn.

Maar dat ze ook moeten weten, dat jullie elkaar terug gaan zien.

Het is alleen een kwestie van tijd.

De tijd zal hun verdriet helen.

Het meisje werd met een schok wakker en begon te huilen.

De nachtzuster die deze nacht bij haar zou waken, schrok van het huilende meisje; ‘Wat is er mijn kind, heb je gedroomd?’

Het meisje begon door de tranen heen te lachen; ‘Ja, ik heb gedroomd en alles komt goed.’

De volgende avond viel het meisje op nieuw in slaap en dit keer bleef ze slapen.

‘Speel mijn kind, speel, nu het nog kan.’ Zei haar moeder toen ze langzaam wegzakte in haar slaap.

Haar ouders waren blij dat ze dit mochten beleven.

Hun dochter zou gelukkig zijn en hun kleine meisje zal zo nu en dan eens contact maken met hen, als ze goed naar de signalen luisterden.

De wens van het meisje kwam uit.

Haar ouders misten haar wel, maar wisten dat ze nu gelukkig was.

En als hun kind gelukkig was, waren zij het ook.

 

© Jolanda Rhijnsburger.

 

 


Wilt u ook een reactie achter laten?

 

Dan bent u van harte welkom in mijn gastenboek!


Commentaren: 0