Zomerland

 

Wat is er mijn jongen?’ Opa keek zijn kleinzoon aan.

De jongen haalde zijn schouders op. ‘Niks.’ Zei hij verdrietig.

Opa bukte zich en ging op zijn hurken voor de jongen te zitten.

‘Wat is er? Kom voor de draad ermee, vertel.’

De jongen begon te huilen. ‘Ik mis mijn vader en moeder zo.’

Opa nam de jongen in zijn armen en de jongen ging nog harder huilen.

Opa troostte de jongen. Hij nam de jongen dicht tegen zich aan op schoot.

‘Zal ik jou eens een mooi verhaaltje vertellen?’ Zei opa.

De jongen knikte door zijn tranen heen.

Opa begon te vertellen;

‘Er was eens een jongen. En dit jongetje had heel veel verdriet.’

‘Weet jij waarom hij zoveel verdriet had?’ Vroeg opa aan zijn kleinzoon.

De jongen schudde zijn hoofd met van nee.

‘Dit jongetje had verdriet omdat hij net als jij zijn vader en moeder zo miste.’

‘Maar hoe kwam het, dat dit jongetje zo’n verdriet had?’

‘Dit jongetje was net als jij in de hemel aangekomen.’

‘Hij was erg verdrietig, maar net als jij was hij ook bij zijn opa in de Hemel.

‘En ook deze opa troostte zijn kleinzoon.’

Maar dit jongetje bleef verdrietig. Zijn opa wist zich geen raad.

Wat moest hij nu doen? Opa kreeg een goed idee.

Hij hield zijn kleinzoon bij de hand en samen liepen ze de wereld van de Engelen binnen.

Bij de poort stond een grote Gouden Engel.

‘Wat kan ik voor jullie beteken?’ Vroeg de Gouden Engel.

Opa antwoordde. ‘Mijn kleinzoon is verdrietig ik wil vragen om een beetje hulp.’

Meteen ging het hek open. Opa en de kleine jongen liepen naar binnen.

Ze liepen een prachtig landschap in. Overal zagen ze bloemen.

De vogels en vlinders dansten om hen heen.

Lieve reetjes kwamen uit nieuwsgierigheid naar hen toe. De kleine jongen aaide er een paar.

Kleine elfjes lachten en zongen hem toe en vanuit de verte zwaaiden een paar zeemeerminnen naar de jongen.

Waar ze ook keken was plezier.

Wat ze ook hoorden was gelach.

Wat ze voelden was vrijheid.

 

Het jongetje en zijn opa keken hun ogen uit.

Ze volgden het gouden pad. Dit pad liep door een prachtig landschap.

Onderweg zagen ze de mooiste bloemen en de liefste diertjes die uit nieuwsgierigheid naar hen toe kwamen.

Totdat ze bij een ander hek aankwamen.

Een grote witte Engel stond voor het hek.

‘Wat kan ik voor jullie doen?’ Vroeg de witte Engel.

Opa antwoordde: ‘Dit is mijn kleinzoon. Hij had zo’n verdriet en daarom wilde ik hulp gaan zoeken.’

Het hek ging meteen open.

Opa en de kleine jongen volgden hun pad.

Weer zagen ze een prachtig landschap, maar het was er zo stil.

Rustig genietend van het stille landschap liepen ze verder, totdat ze bij een derde hek aankwamen.

Bij dit hek stond ook een Engel.

De Engel vroeg niets maar deed het hek al open.

Opa nam zijn kleinzoon bij de hand en ze liepen door een poort.

Het pad was nog steeds van goud het landschap was niet veranderd, maar als je goed luisterde hoorde je gelach.

Ze werden nieuwsgierig en liepen snel door en het gelach kwam steeds dichterbij.

In de verte zagen ze kinderen spelen. Heel veel kinderen.

Grote kinderen, kleine kinderen, donkere jongens en meisjes, kinderen met een lichte huidskleur, kindertjes met een handicap. Iedereen speelde met elkaar en iedereen had plezier.

Opa en zijn kleinzoon bleven kijken naar al deze vrolijke kinderen.

Wat een prachtig gezicht was dit.

De kleine jongen werd blij van deze spelende kinderen.

Hij wilde ook graag meedoen met het spel wat ze speelden.

Opa knikte dat het goed was en de jongen mengde zich al snel in de groep.

Hij werd door alle kinderen verwelkomd.

Ze vonden het prachtig, dat hij mee wilde spelen.

Opa keek naar zijn kleinzoon en ging op het gras zitten. Hij wachtte totdat de jongen uitgespeeld was.

Een Engel had Opa zien zitten en liep naar de oude man toe.

‘Ik zie dat u uw kleinzoon hier heeft gebracht?’ Opa knikte.

‘Hij is nu weer gelukkig.’ Zei opa en samen keken ze naar de jongen.

‘Moet ik nu afscheid van hem nemen?’ Vroeg opa aan de Engel.

De Engel antwoordde: ‘Wij zouden het fijn vinden als u hier bleef en ons komt helpen.’

Dit wilde opa heel graag.

 

De jongen kwam naar de oude man toe gerend.

‘Opa?, Heeft u gezien hoe leuk het hier is?’

Opa lachte. ‘Ja, ik heb het gezien mijn jongen.’

‘Misschien moeten wij eens rond gaan kijken, om te zien wat hier allemaal te doen is.

De jongen vond dit een goed idee en samen met opa en de Engel verkenden ze het “Zomerland”.

 

De kleine jongen die bij opa op schoot zat sprong eraf.

Vol blijdschap sprong hij heen en weer.

‘Opa, ik wil ook naar Zomerland!’

Opa stond op en lachte.

‘Kijk daar is het al’ en hij wees met zijn vinger naar een groot hek.

Voor dit hek stond een grote Gouden Engel.

De Gouden Engel zwaaide naar hem; ‘Welkom thuis jongen.’ Zei de Gouden Engel en deed het hek voor hem open.

 

© Jolanda Rhijnsburger

 

 


Wilt u ook een reactie achter laten?

Dan bent u van harte welkom in mijn gastenboek!

 

 


Commentaren: 0