Sprookje van de Ziel



Wat er aan vooraf ging...


Sanne was teruggekeerd in Zomerland en samen met de Gouden-Engel en Alba de Albatros liepen ze gezamenlijk door de poort van Zomerland.

Sanne was hier al eens geweest toen ze nog droomde.

De Gouden-Engel had haar Zomerland laten zien, omdat zij het leven op aarde voor het eeuwige zou verruilen.

Nadat ze na een ziekte bed hier was aangekomen, had zij zich bedacht.

Ze had maar één wens, en die wens mocht vervuld worden.

Haar grootste wens was om bij de walvissen en dolfijnen te zijn.

De Hoge-Engelen hadden daar toestemming voor gegeven.

Ze mocht een seizoen lang met de Water-Engelen op avontuur.

Ze ontmoete de Water-Engelen zo klein en schattig, zo puur liefde, en met hen mocht ze mee op reis.

Ze vertrokken vanuit de rivier naar open zee.

Daar kreeg Sanne kieuwen, zodat ze ook de onderwaterwereld kon bekijken.

De walvissen en dolfijnen waren alleraardigst en ze hadden een heerlijke tijd door gebracht met zijn allen.

Sanne was niet de enige die mee mocht op deze bijzondere reis.

Alba de Albatros was aankomen vliegen, terwijl de formatie verder en verder de open zee op zwommen.

Alba kon niet meer terug, en zo kwam het dat Alba mee mocht op de reizen over, in en onderwater.

Sanne en Alba werden vrienden en ze ontmoeten hele lieve vriendjes waar ze ook weer afscheid van moesten nemen.

Niet voorgoed, want als Sanne en Alba weer terug moeten naar Zomerland, zouden ze elkaar daar weer ontmoeten eens per maand.

Het was heerlijk op zee, maar de reis op zee zat er al bijna op.

Ze namen afscheid van de walvissen en de dolfijnen, en trokken samen met de Water-Engelen de rivieren en kanalen op.

In het meer bleven ze om van de lange reis uit te rusten, maar zodra de drang weer kwam om op reis te gaan, moest Sanne afscheid nemen van de Water-Engelen.

Alba de Albatros had besloten om bij Sanne te blijven, en nu liepen ze naast de Gouden-Engel Zomerland binnen.

Bij het hek bleven ze staan.

Op het hek stond de naam in sierlijke gouden letters ‘Zomerland’.

De Gouden-Engel deed het hek open en Sanne en Alba liepen erdoor naar binnen. “Waarom zit er eigenlijk een hek om Zomerland”, vroeg Sanne.

De Gouden-Engel bleef staan en glimlachte.

“Het is alleen maar een aanduiding in het verhaal.

Zo weet de lezer dat jij nu in Zomerland bent.

Een afscheiding geeft aan dat er verschillen zijn.

Eigenlijk is alles één, maar ook weer niet.

De poorten zijn allemaal open, er is dus toegang van de ene wereld naar de andere wereld, maar zullen we verder lopen?” vroeg de Gouden-Engel.

Sanne knikte. “Wat gaan we nu doen?” vroeg ze weer.

“We gaan eerst even Zomerland verkennen.

Je zal naar school gaan en ik zal je de poorten laten zien die vanuit Zomerland te bereiken zijn.

Want niet alle poorten zitten aan Zomerland vast.

Zo nu en dan moet je eerst door een andere werelden heen om zo door een bepaalde poort heen te kunnen.”

Sanne keek nieuwsgierig de Gouden-Engel aan.

“Bedoeld je misschien dat als ik naar Italië wil, eerst door Duitsland en Zwitserland moet reizen om de wereld Italië te mogen zien?”

“Precies Sanne, maar je zou onderweg kunnen verdwalen, daarom mag je de naaste werelden wel verkennen met een Engel erbij.”

“Maar zijn die werelden dan niet liefdevol?” vroeg Sanne weer.

“Oh jawel, deze werelden zijn heel liefdevol en zo magisch”, en de Gouden-Engel glimlachte ondeugend naar Sanne.

"Ik zou wel de wereld van de draken willen verkennen.”

“Ik ook”, zei Alba.

“Ze zijn zo prachtig, en wij kunnen de lezer laten weten dat draken helemaal niet zo eng zijn!” riep Alba enthousiast.

De Gouden-Engel bleef staan.

“Willen jullie dan niet in Zomerland blijven?

Je kan hiernaar school, we leren jouw Sanne om gids te worden, en zo de mensen op aarde te helpen.

Je mag de werelden bezoeken die naast Zomerland liggen, en wat dacht je van de Water-Engelen, de walvissen en de dolfijnen?

Je kunt ze nu eenmaal per maand bezoeken.

Wil je dat allemaal opgeven voor een lange tijd?”

Sanne keek Alba lachend aan.

“Wat denk jij Alba, wat zullen we doen?”

Alba glunderde.

“Als we nu eerst eens een paar maanden hier blijven, en we genieten van Zomerland en haar mooie poorten.

We bezoeken dan de Water-Engelen en onze andere vrienden nog een aantal keren hier in de Hemel, voordat we op reis gaan?” en Alba keek zo onschuldig mogelijk naar de Gouden-Engel.

De Gouden-Engel begon te lachen en ging op zijn knieën voor hen zitten.

Hij keek Sanne diep in haar ogen aan.

“Mijn lieve kleine Sanne.

Jolanda is nu al aan het schrijven.

Elk woord dat wij zojuist hebben gesproken staat al op papier.

Het avontuur is al begonnen nadat wij door de poort van Zomerland heen liepen.

Jij wilt graag naar de draken, dan gaan we naar de wereld van de draken.

Wij blijven hier ongeveer drie maanden, zodat jullie even tot rust kunnen komen, en dan gaan we weer vertrekken.”

Sanne was blij en sloeg haar armen om de Gouden-Engel heen.

“Dank je wel!” en ze zoende hem op beide wangen.

“Ik zal met jullie meereizen om deze wereld te laten zien.”

Alba stond naast Sanne en hij had tranen in zijn ogen.

“Wat heerlijk hè Sanne, we gaan weer op reis.

Een nieuw avontuur en ik ben zo nieuwsgierig naar de wereld van de draken.”

“Ik ook Alba”, en ze sloeg haar armpjes om hem heen.

“We gaan een hele leuke tijd tegemoet.”

De Gouden-Engel stond op.

“Kom, nu de plannen zijn veranderd gaan we eerst even bij de Hoge-Engelen langs. Ook zij willen graag weten over wat onze plannen zijn.”

Sanne en Alba keken elkaar lachend aan.

“Fijn, we gaan naar de Hoge-Engelen”, en met zijn drieën liepen ze de poort van Zomerland weer uit.

Het was niet ver naar de Hoge-Engelen en Sanne en Alba genoten nu al van hun reis. Ze gingen door verschillende sferen en ook mochten ze even inzien waar die sferen voor waren.

De Gouden-Engel had hun verteld tijdens deze wandeling dat deze sferen gemaakt zijn door de Hoge-Engelen zelf.

Iedere sfeer is net iets mooier, maar niet minder liefdevol, en toch kon je in iedere sfeer iets leren.

Ze liepen door een sfeer heen waar ze prachtige Witte-Engelen zagen lopen, maar ook mensen die over waren gegaan.

De liefde was hier zo zacht en warm, en het voelde of je na een lange reis eindelijk thuis mocht komen.

Deze wereld zag er zo sereen uit, en Sanne en Alba keken hun ogen uit.

De wereld was gemaakt van pastel kleuren, en de kleuren waren zacht en helend. Gelijk werd Sanne nog rustiger.

“Waarom is dit een andere energie dan in Zomerland”, vroeg ze aan de Gouden-Engel. De Gouden-Engel bleef even staan en zei: “De energie is hier inderdaad anders dan in Zomerland. De liefde is hetzelfde.

De mensen hebben een zwaar leven achter de rug en hebben echt behoefte aan rust. Ze krijgen hier de kans om bij te komen en te herstellen.

Zijn ze eenmaal hersteld van hun reis, dan gaan ze net als de kinderen leren.

Ze gaan naar school en krijgen het overzicht over hun vele aardse levens.

Maar, kom we moeten verder.”

Nog heel even keek Sanne deze wereld in.

Ze zag gouden paden waarop mensen en Engelen liepen.

De mensen hadden lange gewaden aan.

In het midden van deze wereld zag ze een reusachtige fontein, met daarom heen twaalf stenen Engelen.

Uit hun arm die ze omhoog reikte, stroomde helder helend water.

Hier en daar in het landschap zeg ze kleine prieeltjes staan, waarin de mensen konden zitten, en overal waar ze keek zag ze rozen, lelies en witte seringen bloeien.

“Kom, ga je mee?” en de Gouden-Engel stak haar een hand toe.

Sanne pakte de hand beet en liep samen met Alba en de Gouden-Engel deze wereld uit.

De volgende sfeer was nog mooier en nog zachter.

De energie was hier hoger en ze moesten even wachten totdat ze aan de energie gewend waren.

“We zijn nu bijna bij de Hoge-Engelen, ze verwachten ons al.”

Over een parelmoer pad liepen ze met zijn drieën een groot plein over.

In deze wereld zagen ze alleen maar Gouden-Engelen, en de Gouden-Engel liep vol trots door deze wereld heen.

Aan het eind van het plein was een groot gebouw, en de ramen waren hoog en groot. De deur ging open en samen liepen ze naar binnen.

Ze waren hier al eens eerder geweest, maar de weg ernaartoe was toen veel korter. Nu waren ze door verschillende sferen gereisd, om alvast een beetje te verkennen wat er allemaal in de Hemel te zien was.

Ze liepen een grote hal binnen en zagen weer die enorme zuilen die zo hoog de lucht in reikte, dat je het einde er niet van kon zien.

Het plafond was schitterend, en ze zagen hoe de planeten en de sterren om elkaar heen draaide.

Sanne bleef even staan en keek ernaar.

“Ik vind dit zo mooi”, zei ze met tranen in haar ogen.

“Hoe kan het dat dit zo mooi is?”

“Dat komt omdat het onwerkelijk is, het is oneindig, en je verstand kan dat niet begrijpen. Hierin zie je de vader en moeder God.

Maar kom”, en de Gouden-Engel sloeg zijn arm om haar heen.

“Ze verwachten ons.”

Ze liepen door lange gangen en kwamen aan bij de kamer waar de

Hoge-Engelen zaten.

De deur ging weer vanzelf open en de Hoge-Engelen stonden gelijk op om naar hen toe te lopen. Een van hen kwam op hen af en spreidde zijn armen.

“Wat heerlijk dat jullie terug zijn! We hebben op jullie gewacht.

Kom ga zitten aan onze tafel”, en hij knipte met zijn vingers en opeens stonden er drie extra stoelen om de tafel heen.

Sanne vond het geweldig en ook Alba keek zijn ogen uit.

Zijn blik ging weer naar de kast waar maskers in lagen, maar hij wist dat hij daar niets over mocht vragen.

‘Dat was voor een ander verhaal’, had een Hoge-Engel hem eens gezegd.

Er lagen vier maskers in de kast en ze zagen er zo betoverend uit.

Een Hoge-Engel die Alba’s gedachten had opgepakt, liep naar de vogel toe en pakte hem voorzichtig op.

“Geen zorgen Alba, in het laatste boek zal je hierover de antwoorden over horen. Kom nu hier zitten en luister.”

Iedereen ging aan de grote tafel zitten en Sanne keek Alba blij aan.

Het was ook zo spanend allemaal.

Een Hoge-Engel ging staan en keek de groep rond.

“Wij hebben vernomen dat nu jullie net weer terug zijn in Zomerland, gelijk weer op reis willen.”

“Misschien over een aantal maanden?” zei Alba wat te brutaal.

Iedereen begon te lachen.

Alba dook verschrikt met zijn kop achter één van zijn vleugels.

Hij werd er verlegen van.

Sanne tikte hem weer aan en zei zachtjes: “Kom op Alba, even luisteren, dit is belangrijk.”

De Hoge-Engel begon weer te praten.

“Zoals ik zojuist al zei,” en hij keek alba even glimlachend aan, “willen jullie nog meer reizen maken, en zo de lezer jullie avonturen laten lezen.

En dan hoor ik dat jullie naar de wereld van de draken willen.

Maar er is helemaal geen wereld van de draken” en hij keek Sanne en alba even ondeugend aan.

Er is wel een wereld waar de draken wonen, maar dat heet heel anders.

Die wereld heet ‘De Sprookjeswereld’ en is een afgescheiden wereld net als de ‘Waterwereld’.

De sprookjeswereld is een planeet die net zo liefdevol is als de Hemelse sferen. Haar bewoners zijn heel bijzonder.”

Sanne en Alba keken de Hoge-Engel met tranen in hun ogen aan.

“Heus, een sprookjeswereld?”

“Ja, inderdaad en jullie mogen die gaan verkennen.

Jolanda de schrijfster van dit verhaal zal weer alles opschrijven en met jullie meereizen.”

“Dus er komt echt een nieuw avontuur”, zei Alba zacht.

Iedereen begon weer te lachen en de Hoge-Engelen stonden op.

“Ga eerst genieten van wat Zomerland te bieden heeft, en dan op een dag, volledig onverwachts, zal ze jullie verwelkomen in heel haar liefde.

En jullie weten het hé, in sprookjes kan alles!

Jullie gaan naar het land van de sprookjes! Heb een goede reis.” 

De Hoge-Engelen stonden op en liepen gezamenlijk door de deur naar buiten.

Sanne, Alba en de Gouden-Engel bogen hun hoofd toen ze langsliepen.

Nadat ze waren verdwenen keek Sanne Alba met betraande ogen aan.

“We gaan naar het land van de sprookjes”, zei Sanne zacht.

“Wat zijn sprookjes?” vroeg Alba wat verbaast aan Sanne.

Sanne keek de lieve albatros aan en pakte hem op.

“We gaan de Feeën, de Elfjes, Kabouters, Draken, en heel veel andere wezentjes van liefde ontmoeten.

In sprookjes kan alles.

De sprookjes die ik ken hebben allemaal een les.

Zo is er een sprookjes dat heet roodkapje.

Roodkapje is een meisje met een rode cape.

Ze bewandelt haar pad om naar grootmoeder te gaan, maar een boze wolf probeert haar van haar pad af te halen, wat ook lukt.

De les die hierin verscholen zit is, dat je op je eigen pad moet blijven wandelen en niet door iets of iemand anders te laten zeggend dat je een ander pad moet nemen.

Maar in die verhalen zaten veel boosheid.

In ons land van de sprookjes zullen we alleen maar liefde kunnen vinden”, en ze keek Alba dankbaar aan.

De Gouden-Engel die al die tijd naast Sanne had gestaan, was zichtbaar ontroerd.

“Deze wereld is heel speciaal.

Jullie zullen daar zoveel nieuwe vrienden maken, maar kom, we gaan terug naar Zomerland.”

En hij keek naar het plafond en opeens veranderde alles.

De stoelen en de tafel vlogen opzei.

De muren gingen open en de zon scheen op hen drieën.

Sanne en Alba keken met ongeloof naar wat er hier gebeurde.

Het hek waren ze voorbij, en ze keken naar een wereld vol met spelende kinderen.

Ze waren weer terug in Zomerland.

 


Is een nieuw boek van Jolanda Rhijnsburger, een nieuw verhaal over Sanne en Alba.

Een vervolg, maar ook een opeenstaand boek, die je los van elkaar kunt lezen.

 Wanneer het sprookje klaar is, dat weet alleen de Gouden-Engel, maar we hebben geduld, of niet…..