Vechten voor geluk


Een jonge vrouw keek uit haar slaapkamerraam.

Ze keek naar buiten naar de vogels.

De vogeltjes waren druk.

Ze vlogen van struik naar stuik en dan naar haar zelf gemaakte voedertafel.

Ze had er oud brood en vogelvoer op gelegd.

Aan een paar spijkers hingen de doppinda’s, die ze de avond daarvoor aan een koord had geregen.

De vogeltjes smulden en ook de koolmeesjes en de roodborstjes waren van de partij.

De eksters, daar had ze een andere voedertafel voor gemaakt.

Ze had de oude walnoten van vorig jaar gekraakt en ze er bij opgelegd.

Dol waren ze erop.

De vogels probeerden natuurlijk bij elkaar te eten maar dat zorgde dan voor conflict.

De eksters, die zo brutaal waren, konden het niet winnen van de zwerm mussen.

Het was een leuk om te zien, hoe de vogels een strijd hadden om het eten.

De jonge vrouw keek weer uit het raam. Haar gedachten dwaalden langzaam weg.

Haar moeder, die ze al zo’n lage tijd niet had gezien, kwam in haar gedachten.

De jonge vrouw probeerde deze gedachten aan haar moeder weg te drukken, maar elke keer kwamen ze terug bij haar.

Haar moeder was een dominante vrouw.

Ze wilde altijd gelijk hebben en ook al had ze geen gelijk, dan nog wilde ze het toch. Ook wilde ze altijd het laatste woord hebben en altijd op de voorgrond staan.

Ze fantaseerde er op los en dat was dan haar waarheid.

Het was een enorme strijd geweest, om los te komen van haar moeder.

Vele mensen om haar heen begrepen het niet. Het was toch je moeder en een moeder moet je altijd liefhebben.

Maar ze kon dat niet meer.

Ze was altijd aan het vechten voor haar eigen geluk.

En altijd won haar moeder het van haar, want moeder wilde en kreeg altijd gelijk.

Totdat ze op een dag niet anders kon.

Ze had het al te ver laten komen.

Als ze haar moeders stem hoorde of naar een foto van haar aan de muur keek, dan werd ze boos en verdrietig. Kreeg ze een gevoel van onmacht, omdat ze haar moeder niet kon bereiken.

Het leek of ze uit verschillende werelden kwamen en elkaars taal niet konden verstaan.

De jonge vrouw zuchtte en keek weer naar buiten.

Een roodborstje kwam op de voedertafel zitten en keek naar binnen.

De jonge vrouw huilde zachtjes. Ze hield nog altijd van haar moeder.

De jonge vrouw keek weer naar buiten en een zwerm musjes en koolmeesjes en roodborstjes en zelfs de eksters aten gezamenlijk van het plateau.

De jonge vrouw lachte door haar tranen heen. Als deze vogels gezamenlijk kunnen eten dan is er misschien nog hoop.

 

© Jolanda Rhijnsburger.