Nu alles anders is.

 

Een oude vrouw staart uit het raam. Ze kijkt naar buiten.
Het is lente en de narcissen staan in bloei.
De vrouw voelt zich verdrietig, ze is bang.
Ze weet niet meer welke dag het is, ze weet niet in welk jaar ze leeft, ze weet alleen maar dat alles anders is dan normaal.
Ze voelt een angst en reageert daarop.
Ze huilt wanneer ze door het raam naar beneden kijkt.
Haar dag ziet er nu anders uit dan normaal.
Soms is ze dat vergeten, maar vandaag niet.
Waar blijft nu haar man?
Hij komt toch elke morgen even langs.
Dan drinken ze samen een kopje koffie en wandelen door het park.
Gisteren en eergisteren was hij er ook niet.
Ze had hem opeens gemist, hij was al een week niet bij haar op bezoek geweest had de zuster verteld.
“Een week!” Had ze geroepen. “Een week!”
Ze had vanaf dat moment alleen maar voor het raam gestaan en gekeken of hij er aankwam.
Het was nu al middag en nog steeds had ze haar man niet gezien. De pijn en eenzaamheid die ze nu weer voelde was groot.
Ze was uitgerekend nu helder en haar man mocht niet meer naar binnen.
Ze had hem nu zoveel willen zeggen, even met haar hoofd tegen zijn borst aan willen liggen.
Hem even vasthouden en nog één keer die laatste zoen geven voor ze weer in haar eigen wereldje terecht zou komen.
De oude vrouw voor het raam huilde nu zachtjes.
Tranen stroomden uit haar ogen en liepen over haar wangen naar beneden.
Opeens zag ze hem. In de verte kwam hij aanlopen.
Ze zwaaide en hij zwaaide terug.
Hij had van karton een bord gemaakt en daar met grote letters op geschreven. “Lieve schat, ik hou van jou.”
De vrouw las de woorden en sprak ze hardop uit.
Ze glimlachte naar haar man en langzaam verdween ze weer terug in haar eigen wereld.
Haar man achterlatend in de onzekere wereld die Corona heet.

 

© Jolanda Rhijnsburger


Wilt u ook een reactie achter laten?

 Dan bent u van harte welkom in mijn gastenboek!

Commentaren: 0