Tranen van bloemen


 

‘Waarom ga je weg papa?’ Vroeg een meisje aan haar vader.

Haar vader draaide zich om en keek naar zijn dochter.

‘Ik moet gaan schat. Papa moet centjes gaan verdienen.’

‘Hoelang blijft u dit keer weg papa?’ Vroeg het kind weer.

Papa haalde zijn schouders op en zei; ‘Ik weet het niet lieverd. Het kan weken maar ook maanden zijn.’

Het meisje stond in de grote hal. Haar beer in de ene hand en een koffertje in de andere.

‘Mag ik met u mee? Toe, ik wil zo graag met u mee.’

Vader liep naar zijn dochter toe, knielde en keek haar recht in haar ogen aan.

‘Dat zal niet gaan. Papa is veel op reis en dat is allemaal veel te vermoeiend voor jou.’

‘Nee, jij blijft hier en tante zal op je passen.’

Het meisje sloeg haar armpjes om haar vader heen.

‘Alstublieft papa, alstublieft! Tante is zo gemeen. Ze vindt mij niet lief! Dat heeft ze mij zelf gezegd en ze slaat mij dikwijls als u weg bent.’

Vader keek haar streng aan.

‘Kom, kom, dat valt allemaal wel mee. Tante is streng, maar slaan? Nee, daar geloof ik niet in.’

Vader stond op en het meisje stond naast hem.

Haar beer lag nu op de grond. Haar koffer had ze losgelaten. Ze huilde.

Vader draaide zich om en toen hij bij de deur was zei hij; ‘Ik zal iets leuks voor je meebrengen.’ En hij ging de deur door en was weg.

Tante stond boven aan de trap en had alles gehoord.

Het meisje stond verloren in de grote hal.

Ze zag niet dat haar tante versneld de trap af kwam lopen.

Opeens werd ze bij haar arm gegrepen. Het ging allemaal zo snel.

Ze gilde en schreeuwde om haar vader, maar haar mond werd afgedekt met tantes grote hand.

Een worsteling vond plaats en toen was het stil.

Haal levenloze lichaampje lag nu in de grote hal.

Tante stond ernaast en keek verwilderd.

Het zieltje van het meisje was al weggevlogen. Weggevlogen terug naar huis.

Het meisje kwam aan in Zomerland. Het land waar alle kinderen naartoe gaan.

Een Engel deed de poort open, gaf haar een hand en samen liepen ze over de gouden paden van Zomerland.

Het meisje huilde. Haar tranen vielen op de grond.

Toen ze bij een groot gebouw aankwamen vroeg de Engel; ‘Zijn nu al je traantjes op?’

Het meisje lachte en knikte van ja.

‘Fijn!’ Zei de Engel. ‘Draai je nu maar om.’ En samen draaiden zij zich om.

Wat ze zagen was een weg vol bloemen.

‘Jouw tranen zijn allemaal bloemen geworden. Iedere bloem is één traan’.

‘Als je naar de bloemen kijkt, kijk dan met liefde naar hen en denk niet meer aan die tranen van weleer.’

Het meisje knikte weer. Er rolde nog één traan over haar wang. Deze viel op de grond.

Ze keek vol verbazing toe, naar hoe de traan in een rode roos veranderde.

De Engel bukte zich en plukte de roos voor haar.

‘Weet nu, dat met deze rode roos, alle verdriet, pijn en angst voorbij is.

Nu zal je alleen maar geluk en liefde kennen’.

Het meisje rook aan de roos. Ze was zoet van geur.

Ze pakte de hand van de Engel weer vast en liepen gezamenlijk naar binnen. De liefde en het geluk tegemoet.

 

© Jolanda Rhijnsburger

 

 

 


Wilt u ook een reactie achter laten?

 Dan bent u van harte welkom in mijn gastenboek!


Commentaren: 2
  • #2

    Els de vries (zondag, 02 augustus 2020 15:52)

    Ja tis een verhaal maar kan ook in het echt gebeuren de vader had naar zijn kind moeten luisteren nu moest ze de tol betalen vader naïef en kind werd haar jeugd ontnomen papa moest werken wel triest verhaal al word je dan ook duizend bloemen en een engel het blijft triest als je zo jong het leven moet laten

  • #1

    John Eijck (zaterdag, 01 augustus 2020 19:05)

    Oh Jolanda, wat een droevig verhaal! Die vader zal zich wel voor zijn kop slaan! Hij zal toch moeten weten, dat kinderen de waarheid spreken? ���