Water Engelen


Water-Engelen is een verhaal met verschillende hoofdstukken.

Hoe het zal aflopen weet ik zelf nog niet maar iedere hoofdstuk die ik zal schrijven en doorkrijg zal ik hier plaatsen.

Het is dus nog niet af maar wel de moeite waard om eens te lezen.

Heel veel lees plezier!

Liefs, Jolanda

 

 


Hoofdstuk 1

 

In een wereld hier heel ver vandaan leven hele lieve wezentjes.

Ze hebben een lichaam als een vis, vleugeltjes als een Engel en hun armpjes en hoofdjes zijn net als die van de mens.

Ze hebben lange witte haren en een mondje zo rood als bloed.

Ze zijn blauw en groen van kleur en niet groter dan een peuter van een jaar.

Ze worden de “Water-Engelen” genoemd.

Ze leven in grote groepen en je ziet ze vaak in de grote zeeën, de uitgestrekte meren en in de lange rivieren en kanalen.

In welk water ze ook zwemmen, ze veranderen steeds van kleur.

Dan zijn ze weer blauw, dan weer groen of dan weer allebeide kleuren.

Het zijn hele gelukkige wezentjes, ze kennen geen angst, geen haat en geen pijn.

Nee, waar zij wonen is altijd plezier.

Op een dag was er een lief klein meisje hun wereld in gewandeld, en ze had deze lieve wezentjes opgemerkt.

Haar naam was Sanne en ze was op een steen gaan zitten die langs de oever van de rivier lag.

Ze keek de hele dag naar de spelende Water-Engelen.

De Water-Engelen sprongen hoog in de lucht en doken dan weer terug het water in. Een hoop water sprong dan alle kanten op.

Kleine Sanne genoot, er was ook zoveel plezier.

Ze deden zelfs wedstrijdjes, gewoon voor de lol.

Wedstrijdjes wie het diepst kon duiken of wie het snelst kon zwemmen.

En altijd was er een andere winnaar.

Het meisje aan de waterkant vond het prachtig hoe deze lieve Water- Engeltjes plezier hadden. En ze besloot om langer te blijven.

Als de laatste vogel zijn lied zong, gingen ze naast elkaar in het water liggen.

Hielden dan elkaars armpjes vast, legden dan hun hoofdjes achterover en hun lange witte haren waaierde over het donkere water.

Ze deden hun oogjes dicht tot dat de eerste vogel hun weer wakker zong.

Het kleine meisje vond het geweldig in deze nieuwe wereld.

Ze had genoeg te eten en slapen deed ze in het gras vlakbij een zwanen familie.

En elke dag en nacht keek ze naar haar nieuwe vriendjes in het water.

Maar de maan werd voller en de Water-Engelen werden onrustiger in hun slaap.

Ze begonnen heel zachtjes in hun slaap te neuriën. Hmmmmmm…

Tot dat de nacht kwam dat de maan helemaal vol was.

Een vogel zong haar laatste lied, en ze gingen allemaal netjes naast elkaar in het water liggen.

Legden dan hun hoofdjes achterover  en sloten hun oogjes en begonnen te neuriën. Hmmmmmmm.

Ze neurieden eerst heel zachtjes, maar hoe dieper ze in slaap vielen, hoe harden het geluid werd.

Sanne wist niet wat het betekende en ze hoorde het nu vanuit alle windstreken het geluid op haar af komen.

Ze wilde het de zwanen familie vragen maar die waren ook al ver weg in hun diepe slaap.

Opeens werd ze gevangen door het geluid, het slokte haar op, en bracht haar naar een andere wereld.

Een wereld die zij zich niet kon herinneren.

Ze keek om zich heen en ze zag daar de in het water de Water-Engelen zwemmen.

Ze zwommen vanuit de rivier zo deze prachtige wateren binnen.

Sanne keek naar de Water-Engelen en ze zag dat ze hier net zoveel plezier hadden dan in de rivier waar ze zojuist vandaan kwamen.

Alleen hier waren ze nog mooier dan ze al waren.

Ze zag ook andere Engelen, Engelen die ze nog nooit had gezien.

Dit was een volledige nieuwe ontdekking voor het kleine meisje.

Een Gouden-Engel kwam op haar toe gelopen.

‘Welkom mijn kind! Wat heerlijk dat je mee gereisd bent.

Wij hebben op jou gewacht.

Jij hebt de zelfde liefde in je als de Water-Engelen, daarom mocht jij ze ontmoeten.

Ze hebben jou mee genomen op hun geluid naar deze wereld, de wereld waar alle Engelen bij één komen.

Dat doen ze eens per maand met volle maan.’

Sanne was verbaast en blij tegelijk.

De Gouden Engel nam haar bij de hand. ‘Kom’ zei hij, en liepen gezamenlijk het Hemelrijk in.

Sanne had nog nooit zoiets moois gezien.

Het was hier warm, ze voelde zich hier veilig.

Ze liepen over gouden paden en ze zag Zomerland.

‘Zomerland is een wereld waar ieder kind naar toe gaat.

Ze gaan daar heen als ze slapen en als ze overleden zijn.’ Vertelde de Gouden-Engel.

Ze zag kinderen spelen en ze hadden net zo’n plezier als zij nu had bij de Water-Engelen.

‘Jij zou hier ook naar toe gaan, als je wens om bij de walvissen en dolfijnen te wonen niet zo groot zou zijn. 

Weet je nog, dat je een wens mocht doen toen je ziek was, en ik je voorbereide op het overgaan naar Zomerland?

Dat het jouw wens was om met de walvissen en dolfijnen te zwemmen?’

Sanne dacht even na en schudde van nee.

‘Wacht’, zei de Engel en streek met zijn hand over haar haar.

Meteen kreeg ze een warme energie door haar heen en opeens herinnerde ze alles.

Ze was ziek, ze was bang voor wat er ging gebeuren.

En toen op een avond stond deze Gouden-Engel aan haar bed en zei dat ze mee mocht om te kijken waar ze straks naar toe ging, Zomerland.

Ze had nog gespeeld met de kinderen die daar woonden.

Het was er heerlijk.

‘Ik herinner mij het weer.’ Zei ze zacht. En ze begon zachtjes te huilen.

De Gouden-Engel bukte zich. ‘Kijk mij eens aan’ en Sanne keek met haar betraande oogjes de Gouden-Engel aan.

‘Het is mooi wat jij gewenst hebt, de meeste kinderen wensen iets heel anders.

Maar jij hebt de wereld van de wateren gewenst en jij zal nog een heerlijke tijd hebben samen me de Water-Engelen.

Als je alles hebt gezien, zal je terug gaan naar Zomerland. 

En ja, je kan dan als het volle maan is weer spelen met je vrienden die je nu gemaakt hebt.

Sanne veegde haar tranen uit haar ogen. En omhelsde de Gouden- Engel. ‘Dank je wel’, zei ze zacht.

‘Nu begrijp ik waarom ik bij de Water-Engelen ben terecht gekomen.’

De Gouden-Engel knikte en pakte haar weer bij haar hand.

‘Kom, ik breng je weer terug, de zon komt bijna op.’

Toen ze terug was gaf de Gouden-Engel haar een kus op haar voorhoofd.

‘De volgende keer zal ik hier weer op je wachten.’ En knipoogde naar haar.

Nog voor dat Sanne iets kon zeggen zong een vogel zijn eerste lied en iedereen werd langzaam wakker.

De Water-Engelen waren blij en begonnen gelijk plezier te maken in het water.

Een van de Water-Engelen kwam naar Sanne toe gezwommen.

Het meisje ging nog dichter langs de oever zitten en lachte liefelijk naar dit wezentje.

‘Welkom in onze wereld.’ Zei ze met een klein lief stemmetje.

‘Jij hebt ons ontdekt en wij hebben jou gevonden.

Alleen als de liefde van twee kanten even groot is kun je elkaar ontmoeten.

Nogmaals welkom! Je bent nu één van ons.

Je mag altijd hier komen, en wij zullen je overal mee naar toe nemen, en dan zullen wij je alles laten zien.

Wij houden nu al zoveel van jou zoals jij van ons.’

Sanne keek wat verlegen naar deze Water-Engel.

En de Water-Engel zwom de diepte van de rivier in en kwam terug met een grote maansteen.

Deze legde ze in de handen van het kleine meisje.

Ze was nu één met de Water-Engelen, en de Water-Engel lachte en zei nogmaals, ‘welkom.’

Sanne was nu al meer dan een maand in de wereld van deze Water- Engelen en ze wilde nog steeds niet naar Zomerland.

Eten kreeg ze van de vogels, maar ze had niet zo’n honger in deze wereld.

De Water-Engelen hadden samen met de zwanen een bedje voor haar gemaakt in het hoge riet. Een bedje met een dakje er boven.

Het dakje was tegen de regen dat eens per maand viel.

Sanne had het heel erg naar haar zin en ze zwom elke dag met de Water- Engelen in het water.

Ook deed ze mee met de wedstrijdjes maar ze won nooit.

De Water-Engelen waren te vlug voor haar.

Op een dag riep één van de Engelen Sanne bij zich.

Het meisje zwom naar de Water-Engel toe.

‘Ik wil je wat vertellen, het zit zo, wij gaan straks vertrekken’.

Sanne keek de Water-Engel verschrikt aan.

‘Maar waar gaan jullie dan naar toe?’

Wij gaan straks naar de zee.

Alle Water-Engelen veranderen vier keer per jaar van woonplek.

‘Maar waarom dan?’

‘Omdat wij van alle wateren willen genieten.

Wij gaan naar de zee, het meer, het kanaal en de rivier.

De zee is prachtig, onze lieve vrienden wonen daar.

Wij hebben er echt naar uitgekeken om ze weer terug te zien.

Het meer is er heerlijk rustig, dat noemen wij ook wel de kraamwateren.

Hier worden onze kleintjes geboren.

Het kanaal is rustig en fijn, hier leren de kleintjes spelende wijs verschillende dingen zoals duiken en snel zwemmen.

Hier in de rivier worden ze sterk door tegen de stroming in te zwemmen, om ze goed voor te bereiden op de zee.

De zee is de liefde, de vreugde, het weerzien.

Hier worden wij verliefd op de liefde.’

En de Water-Engel deed even haar ogen dicht.

Toen ze haar oogjes weer open deed zei ze; ‘wat ik vragen wilde, wil je met ons mee naar de zee?’

Sanne keek de Engel met grote ogen aan.

Mag ik mee? Echt? En ze vloog de Water-Engel om haar hals.

'Ja, ik wil heel graag mee!'

'Fijn, dan hoef je alleen maar je bedje mee te nemen, die kun je dan daar op het strand neer leggen.

Ik zal de zwanen vragen of ze een touw willen vlechten dan kan je het bedje makkelijk achter je aan trekken.'

Sanne was zo blij, ze danste en sprong van blijdschap in het rond.

Alle Engelen keken lachend toe.

Toen iedereen klaar was namen ze afscheid van de zwanen en de vissen en de kikkers.

Wat waren het toch lieve vriendjes geworden dacht het meisje toen ze afscheid had genomen.

Iedereen was klaar voor vertrek. Het meisje pakte de gevlochten touw beet en zwom met de grote groep Water-Engelen mee de rivier af.

Het werd een lange dag en tegen de avond hoorde ze in de verte een waterval.

‘Wij overnachten hier.’ Zei een Water-Engel.

‘Morgen komt er nog de waterval en daarachter is de zee.’

Sanne was moe, het was een lange dag geweest en ze bond haar bedje vast aan het riet. Klom toen in haar bedje en viel gelijk in slaap.

De Water-Engelen gingen naast elkaar in het water liggen met hun hoofdjes achterover. Ze deden hun oogjes dicht en neurieden nu zachtjes, het was bijna volle maan.

De volgende dag bij de eerste zonnestralen werd iedereen wakker.

En iedereen was gelijk klaar voor vertrek.

Maar er was één probleem.

Het meisje kon niet van de waterval af springen dat was veel te gevaarlijk.

De Water-Engelen konden er van af duiken maar het meisje zou dat nooit lukken.

Opeens kreeg een Water-Engel een idee.

‘Weet je wat, ze mag mij vasthouden dan vliegen wij samen van de waterval af.’

Sanne vond het allemaal heel erg spannend. ‘Maar mijn bedje dan?’

‘Die neem ik wel mee.’ Zei een andere Water-Engel.

Sannewas zo blij dat ze samen met de Water-Engelen de waterval af kon.

Ze had al zoveel verhalen gehoord, dat ze er nieuwsgierig naar geworden was.

En nu zal ze het zelf mee maken.

In de verte was de waterval. De stroming was nu sterker geworden.

Sanne wist niet goed wat ze moest doen en keek bezorgt om haar heen.

Ze zocht de Water-Engel die haar zou helpen maar ze zag hem niet.

De waterval kwam steeds dichterbij en ze hoorde de eerste Water-Engelen al joelend er vanaf duiken.

De stroming ging nu nog sneller.

Sanne keek verschrikt om zich heen maar ze zag de Water-Engel nog steeds niet.

De waterval kwam nu gevaarlijk dichter bij.

Vijf meter, vier meter, drie meter, twee meter en Sanne kneep haar oogjes stijf dicht en wachtte wat er gebeuren ging.

Ze was op het ergste voorbereid maar een paar handen pakten haar bij haar middel vast en ze vloog.

Snel deed ze haar oogjes weer open en ze zag de waterval vanaf de andere kant.

Ze zag de Water-Engelen die achter haar aan zwommen luidkeels de waterval af duiken.

Ze vloog hoog in de lucht en de Water-Engel die haar stevig vast hield dook met haar naar beneden, door het water van de waterval en dan weer omhoog.

Sanne gilde het uit van plezier. Dit was geweldig!

En nogmaals vloog de Water-Engel omhoog, een deken van mist hing boven het water. De zon scheen op de druppels en er ontstond een prachtige regenboog.

Ze klapte in haar handen van plezier. Ze was zo blij.

Nogmaals vloog de Water-Engel omhoog, ‘let goed op’ zei hij. En hij liet zo het meisje vallen.

Sanne schrok en gilde, maar daar waren zijn sterke armen weer en vingen haar op.

Ze vlogen nu terug naar de waterval en hij liet nogmaals de joelende Engelen zien die van de waterval af doken.

Het was prachtig, het was één groot feest en Sanne was zo blij dat ze dit allemaal mocht mee maken.

De Water-Engel vloog nu naar een rustige plak aan de waterkant en liet haar langzaam in het water glijden.

De Water-Engel die haar bedje had gedragen was er nu ook bij gekomen en ze waren zo blij wat ze hadden mee gemaakt.

Toen iedereen beneden was, was het een drukke boel. Iedereen was zo opgelaten over wat ze zojuist hadden mee gemaakt.

Maar de reis ging verder. ‘Nog een klein stukje.’ Zei een Water-Engel.

‘Het is daar zo prachtig.’

Sanne was nu best wel nieuwsgierig geworden.

Ze zwommen een bocht door en ze hoorde de zee al.

De bocht was niet lang en iedereen was muis stil.

Vol spanning zwommen ze de bocht uit, en daar was ze dan, de zee.

Iedereen hield even zijn adem in, de blauwe zee, de witte stranden, de geur zo ziltig.

Iedereen begon nog sneller te zwemmen en met het water van de rivier zwommen ze de zee in.

Het was heerlijk om in dat grote water te zwemmen.

Alle Water-Engelen waren blij en joelden en sprongen en doken over elkaar heen.

Het was één groot feest.

Het meisje keek verrast naar al deze blije Water-Engelen.

Wat was het toch een vrolijk volkje.

En ze kon niet wachten wat ze nog meer mee zou maken, hier op deze grote uitgestrekte zee.

 

 

 

Hoofdstuk twee.

 

Ze waren bij de zee aangekomen en Sanne had haar bedje op het strand gelegd.

Veel zal ze er niet in slapen want ze kon ook al heel goed in het water slapen.

Het was al bijna avond en aan de stand van de zon en de maan zagen ze wanneer het tijd was om te gaan slapen.

Sanne was haar bedje in gekropen en viel gelijk met de Water-Engelen in een diepe slaap.

Het was nu bijna volle maan en de Water Engelen neuriën zachtjes op de golven van de zee.

De volgende dag ging ze terug naar de groep.

Ze liep langzaam het warme water in.

Het water was zo helder dat ze haar voetjes op de bodem zag staan.

Kleine visjes zwommen langs haar voetjes, het kietelde een beetje.

In de verte hoorde ze de Water-Engelen al spelen.

Ze nam een duik in een grote golf en zwom naar ze toe.

Toen ze net bij de groep aansloot werd iedereen plotseling stil.

Rimpels water golfden over het water oppervlak.

In de verte hoorde ze hoge piep tonen en een fontein van water werd de lucht ingespoten.

Alle Water-Engelen sprongen uit het water van blijdschap.

In de verte zag ze nog meer water fonteinen de lucht in spuiten.

‘Wat is dat? Vroeg ze aan een Water-Engel.

‘Dat zijn onze vrienden, en wij zijn zo blij dat wij elkaar nu weer gaan ontmoeten.’

Sanne keek weer in de verte en zag dat er nog steeds water als fonteinen de lucht in werden gespoten.

Opeens voelde ze een sterke stroming.

Er stond iets te gebeuren maar wat wist ze niet.

Het water begon nog meer te rimpelen en de rimpels kwamen steeds sneller haar kant op.

De Water-Engelen weken allemaal opzij en het werd opeens muis stil.

Met enige wanhoop keek ze om zich heen.

En de rimpels kwamen nog sneller op haar af.

De Water-Engelen lachten en keken vol verwachting naar haar.

Gelukkig werd ze daar weer rustig van, en toen opeens kwam het water voor haar langzaam omhoog.

En daar was het dan, een hele grote vis lag voor haar in het water.

Sanne wist gelijk wat voor een vis dit was, het was een walvis!

Ze kreeg van verbazing een lag op haar gezicht. Ze wilde altijd al eens een walvis zien, het was haar grootste wens.

En nu zat ze in het water oog in oog met een walvis.

De walvis keek haar aan en dook even onder water en kwam daarna weer boven.

Ze keek blij naar de walvis en de walvis spoot liters water als een fontein de lucht in.

Ze keek naar het water wat omhoog gespoten werd en zag het heel snel weer terug komen, en ze kreeg al het water over haar heen.

Er zat geen krul meer in haar haar.

Ze wreef het water uit haar gezicht en keek de walvis weer lachend aan. Opeens begon iedereen te lachen en ze begroeten de walvis hartelijk.

Wat was het heerlijk om in de zee te wonen, dacht het meisje, en ze kreeg gelijk antwoord.

‘Dat is het ook, ik zal je zoveel mogelijk laten zien van deze wereld.’

Sanne geloofde haar oren niet, de walvis had zojuist met haar gesproken.

‘Kom,’ zei de walvis, ‘klim op mijn rug, ik zal je mijn wereld laten zien.’

Via de vin aan de zijkant klom ze op de rug van de walvis en ging op zijn rug zitten.

Op de rug van de walvis zwommen ze naar open zee.

Daar waren heel veel walvissen en ze begroeten elkaar feestelijk.

‘Wat heerlijk is het hier.’ Zei Sanne tegen een Water-Engel.

De Water-Engel keek blij naar het haar. ‘Het is het paradijs!

In deze wereld, in deze wateren zijn wij gelijk als de walvis en de dolfijn.

Ook zij gaan met volle maan naar het Hemelrijk.

Je zal het zien vanavond want dan is het weer volle maan.

Daarom zijn we nu ook allemaal bij elkaar.

Morgen zwemmen we een andere richting op en dan zullen ook de dolfijnen zich bij de groep aansluiten dan is de groep helemaal compleet.

Wij gaan dan verre reizen maken en prachtige dingen zien.

Geloof me, je zal heimwee hebben naar deze wereld.’

Het was nu al prachtig vond het meisje en knikte naar de Water-Engel dat ze het had begrepen.

Ze kon alleen maar net als de Water-Engelen blij zijn, iedereen in deze wereld had plezier.

Ze zat nog steeds op de rug van de walvis, en deze groep walvissen had haar verwelkomt alsof ze altijd al bij de groep hoorde.

Langzaam viel de avond in.

De zonsondergang was prachtig.

En met zijn allen keken ze hoe hij aan de horizon verdween.

De kracht van de zon nam langzaam af en de kracht van de maan nam langzaam toe. De maan was vol deze avond en de Water-Engelen namen hun positie in.

Ze maakte een grote kring om de groep walvissen heen en hielden elkaars handen vast.

Sanne die dit al eens mee had gemaakt zat nog steeds op de rug van de walvis midden in de groep.

De Water-Engelen legden hun hoofden achterover, hun haren waaierden over de golven van het water en ze begonnen te neuriën.

Eerst heel zachtjes, maar naarmate de maan sterker werd, neurieden ze harder.

De walvissen die midden in de cirkel lagen waren rustig ze sliepen nu ook.

Alleen Sanne en de walvis waar ze op zat waren nog wakker.

Opeens hoorde ze de stem van de walvis.

‘Doe je oogjes dicht, ik zal je mee nemen naar het Hemelrijk.

Neurie maar mee op het geluid van de Water-Engelen.

Sanne sloot haar ogen en begon te neuriën. Hmmmm hmmmm.

Eerst vond ze het nog een beetje gek maar al snel had het geluid haar te pakken en begon samen met de Water-Engelen steeds harder te neuriën. Hmmmm Hmmmm Hmmmm

Daar was het witte licht en ze zag de walvissen vanuit de zee zo de Hemelse wateren in zwemmen.

De dolfijnen waren er al en hadden reuze pret.

De Water-Engelen voegden zich bij de walvissen en de dolfijnen en wat hadden ze een lol.

Sanne stond aan de waterkant en keek naar deze prachtig wezens en ze was zo dankbaar voor hun vriendschap en liefde die ze van hen had gekregen.

Ze huilde zachtjes van geluk en snel veegde ze een traan van haar wang.

‘Ja dat zijn prachtige wezens hé.’ Hoorde ze opeens iemand zeggen.

Snel draaide Sanne zich om en keek naar de Gouden-Engel die achter haar stond.

‘Kom, ga je mee?’ En hij stak zijn hand uit.

Het meisje keek verrast en glimlachte.

Hij had haar de vorige keer ook verwelkomt.

Ze gaf hem haar hand en samen liepen ze door het Hemelrijk.

Samen liepen ze het plein over.

Overal waar ze keek zag ze Witte en Gouden Engelen lopen.

De deur van een groot gebouw werd opengehouden en samen stapten ze naar binnen.

Alles zag er groot uit met enorme zuilen en ramen.

Het voelde als thuis komen, hier zou ik altijd willen blijven.

De Gouden-Engel die haar gedachten had opgepikt lachte blij naar haar.

Deze plek is het hoogste wat een mens kan bereiken.

Dit is het paradijs.

Samen met de Gouden-Engel klopte ze aan en de deur ging vanzelf open.

Aan een grote ronde tafel zaten twaalf Engelen.

Ze gingen staan toen Sanne binnen kwam.

Ze waren zo prachtig wit, zo’n kleur wit had ze nog nooit gezien.

‘Dit zijn de allerhoogste Engelen.’ Zei de Gouden-Engel.

Zij hebben alles geleerd wat er te leren viel en helpen nu de mensen met hun levenslessen.

Sanne knikte dat ze het had begrepen en keek vol verwondering naar deze prachtige lieve Engelen.

Hun ogen waren zwart, maar als je goed keek zag je het universum in hun ogen weerkaatsen.

Ze was er door geraakt en kon haar ogen er niet van af houden.

‘Welkom, welkom.’ Zei één van deze prachtige Engelen die naar voren stapte.

Hij pakte met meisje haar beide handen vast.

‘Wij hebben opgemerkt dat jij nu in de waterwerelden bent en dat je het ontzettend naar je zin hebt.’

Sanne knikte wat verlegen. ‘Het is er prachtig, en iedereen is zo lief.’

De Engel die tegen haar sprak knikte lachend.

‘Wij willen jou vertellen dat de aankomende tijd dat jij in de waterwereld leeft, het zelfde zal kunnen als de Water-Engelen.

Je zal dieper kunnen duiken en langer onder water blijven.

Dat is omdat je de wereld van de zee gaat ontdekken en daar hoort de zeebodem ook bij.

Dus jij zal net als de Water-Engelen kieuwen krijgen achter je oren.

En je zal net als bij de Water-Engelen zwemvliezen krijgen tussen jouw vingers.

Dat zorgt ervoor dat je sneller onder water kan bewegen.

Sanne keek blij naar de mooie Engel.

‘Dus ik kan straks alles, net als de Water-Engelen?’

‘Ja alles, en dat is ook nodig.

Je kan toch niet op reis gaan op de rug van een walvis?

Je wilt toch zeker de onderwater wereld verkennen?’  Zei de Engel en gaf haar een knipoog.

Sanne was ontroert en vloog de Engel huilend in zijn armen.

‘Dank u wel, dank u wel, nu zal ik alles kunnen zien!'

En ze veegde met haar hand de tranen van haar gezicht.

De Engelen die aan de ronde tafel zaten kwamen nu ook naar haar toe.

En allemaal wensten ze haar een fijne reis.

Sanne was zo blij, haar droom zou nu echt werkelijkheid worden.

‘Kom, ik breng je terug, het is al bijna ochtend. Zei de Gouden-Engel.

Sanne bedankte deze prachtige hoge Engelen en ging met de Gouden- Engel mee naar buiten.

Ze glunderde van blijdschap en samen liepen ze hand in hand naar de Hemelse wateren.

De Gouden-Engel stond nu voor haar en zei; ‘tot de volgende keer’ en gaf haar een zoen op haar voorhoofd.

Een heerlijke warmte ging er door haar heen en langzaam kwam de zon op.

Ze opende haar oogjes en keek naar haar handen.

Daar zaten nu zwemvliezen tussen haar vingers.

Ze voelde achter haar oren en daar zaten nu kieuwen en het voelde raar aan.

Langzaam liet zij zich van de rug van de walvis in het water zakken en kwam met een zachte plons er in terecht.

Ze haalde een keer diep adem en liet zich langzaam onder water zakken.

Gelijk voelde ze het verschil, ze hoefde nooit meer bang te zijn dat ze niet genoeg lucht zou hebben.

Ze zwom onder de slapende walvissen en de Water-Engelen door en zag deze wereld van de andere kant.

Toen ze weer terug zwom en boven kwam begon iedereen te juichen van blijdschap.

‘Jij bent nu echt één van ons!’ Riep een Water-Engel.

‘Nu kunnen we op reis! Riep weer een ander.

‘Wat heerlijk voor je dat je nu echt de wereld van ons mag ontdekken.’ Zei de walvis.

‘Je zal een heerlijke tijd hebben, dat weet ik zeker.’

Sanne was verrast met zoveel blijdschap.

Ze was nu één van hen en ze zal de wereld onderwater verkennen.

‘Maar eerst gaan we op reis,’ zei een Water-Engel, ‘wij gaan op reis naar de dolfijnen.

Ze weten van onze komt, wij waren vannacht allemaal al bij elkaar.’

Sanne was zo blij en maakte zich klaar voor een nieuwe reis.

De dolfijnen wereld en de walvissen wereld en de wereld van de Water-Engelen zullen straks tezamen komen.

 

 

 

 

Hoofdstuk 3

 

Ze waren meteen na zonsopgang vertrokken.

De walvissen en de Water-Engelen zwommen zij aan zij.

Sanne zwom naast de walvis waarbij ze gisteren nog bij op de rug zat.

Het was heerlijk om in zo’n grote formatie mee te zwemmen.

De walvissen doken onder water, om later weer terug naar boven te komen.

Grote fonteinen water spoten ze de lucht in.

Ze had nog nooit zoiets moois meegemaakt.

Ze dook net als de walvissen onder water in hetzelfde ritme en tempo.

De Water-Engelen zwommen in een grote formatie aan de andere kant van haar.

Ze zwommen hard en ze waren blij.

Ze doken over elkaar heen en sprongen hoog de lucht in tijdens deze prachtige grote reis.

Sanne keek eens achterom. Heel in de verte zag ze het strand liggen.

Ze waren nu op open zee. Het helder blauwe water was overal om haar heen.

Een vogel die net iets te ver van de kustlijn was vloog over.

‘Hé waar gaan jullie naartoe?!’ Schreeuwde hij.

Sanne keek omhoog en zag een prachtige Albatros.

Hij zweefde zo statisch mee op de wind.

De walvis naast haar keek ook omhoog naar de vogel.

'Wij gaan weer terug naar de dolfijnen.

Ze wonen wat verder op open zee en wachten daar op ons.' Zei de walvis.

'En waarom wachten ze op jullie?' Vroeg hij weer nieuwsgierig.

'Omdat we dan samen verder reizen naar prachtige gebieden.

Wij zoeken de warme wateren op, om daar uit te rusten en mooie reizen te maken naar de bodem van de zee.' Vertelde de walvis hem.

De vogel wilde eigenlijk nog meer vragen, hij was nu wel heel nieuwsgierig geworden maar hij was te ver van de kust. Hij moest terug.

De walvis had zijn gedachten allang gehoord en zei:'Ben jij niet te ver van huis Alba? Heb je wel genoeg energie om terug te vliegen?'

De Albatros keek wat bedenkelijk om zich heen.

Ja daar had hij ook al over nagedacht.

'Mijn nieuwsgierigheid heeft mij in de val laten lopen.' Zei hij.

En hij keek in de richting van de kustlijn die niet meer te zien was.

Hij keek nu verschrikt om zich heen.

'Ik kan het land niet meer zien.' Zei hij wat gespannen.

'Ik weet niet meer welke kant ik op moet vliegen.' En hij raakte in paniek.

'Wat ben ik toch een domme vogel. Ik ook altijd met mijn vragen.

Ja, sorry hoor, maar ik wil ook altijd alles weten.'

De vogel begon inmiddels uit vermoeidheid al lager te vliegen.

'Kom op mijn rug zitten.' Zei de walvis. 'Dan kun je even uitrusten.'  

De rest van de groep had het allemaal gezien en viel stil.

Ze keken nu allemaal naar de walvis die in gesprek was met de Albatros.

Hij begon aan de anderen uit te leggen wat er was gebeurd:

'Deze vogel is zijn weg kwijt.

Hij wilde graag weten waar onze reis naar toe gaat.

Ik heb het hem verteld en door zijn nieuwsgierigheid is hij de tijd vergeten. Nu heeft hij het laatste stuk met ons mee gereisd.

Hij kan nu niet meer naar huis.

De tocht naar het vasteland zal hij niet redden.

Ik stel voor om Alba mee te nemen op onze reis.

Hij is nieuwsgierig naar ons en naar onze reis naar de warme wateren.

Ik zeg altijd maar zo, deze dingen gebeuren niet voor niets.

Misschien is hij wel een heel belangrijke schakel in onze reis.'

De walvissen en de Water-Engelen kregen ditzelfde gevoel ook.

Ze verwelkomden Alba in hun groep.

Langzaam begon de groep weer te zwemmen.

De walvis met Alba op zijn rug, zwom iets minder snel dan de anderen.

Zij moest ervoor zorgen dat Alba niet telkens naar adem hoefde te happen door onder water te gaan duiken.

Nee, ze moest netjes met haar rug boven water zwemmen.

Sanne was naast haar blijven zwemmen.

Ze vond de vogel grappig.

De walvis raakte steeds verder van de groep verwijderd.

'Moeten wij niet harder zwemmen?' Vroeg ze aan de walvis.

'Nee hoor, ik weet de weg. Nog een paar uurtjes en dan zijn we er.

De anderen weten dat, ze zijn al vooruit gegaan.'

Alba had nu voor het eerst het meisje opgemerkt.

Hij was zo druk met zijn eigen probleem geweest, waardoor hij het meisje niet eerder had gezien.

'Ik wist niet dat er ook een meisje mee zwom.' Zei hij.

'Wat leuk… hoe ben jij hier verzeild geraakt?'

De walvis nam het woord: 'Ik zal jouw vraag wel beantwoorden.

Dit meisje dat heet Sanne en Sanne moet al haar krachten sparen voor deze tocht naar de dolfijnen.

Ze zwemt voor het eerst met ons mee en ik voel dat ze langzaamaan moe begint te worden.

Ze is de wereld van de Water-Engelen binnen gestapt en samen met hen naar ons toe gekomen.

Sanne zou eigenlijk naar Zomerland gaan, maar haar wens heeft haar bij ons gebracht.

Vandaar dat ze nu met ons de zeeën verkent.

Ze mag en zal alles zien in deze prachtige wereld.'

Alba had aandachtig staan luisteren. ‘Zomerland…. dat is toch waar alle kinderen naartoe gaan?'

'Klopt, Zomerland in het Hemelrijk.'

Alba was even stil en keek toen verschrikt om zich heen.

'Waar was het meisje nu?'

Ook de walvis keek, maar zag haar niet meer aan haar zijde zwemmen.

Snel stopte zij om achterom te kunnen kijken.

In de verte zag ze haar aan komen zwemmen, zo hard als ze kon.

Maar ze was zo moe geworden, waardoor ze achterop was geraakt.

'Klim maar op mijn rug!' Zei de walvis.

'Ga maar naast Alba zitten. Nog een klein stukje en dan zijn we er al.

Ik voel de warme stroming al langs mijn buik stromen.

De warme wateren zijn in aantocht.'

Sanne klom op de rug van de walvis en ging naast Alba zitten.

De walvis begon weer te zwemmen, nu iets harder dan zij daarvoor had gedaan.

Toen ze een beetje uitgerust was keek Sanne de Albatros aan.

'Waar kom jij vandaan?' Vroeg ze hem.

'Ik kom van de kust. Ik woon daar met een hele grote groep andere vogels.

Wij vliegen zo nu en dan de zee op, gewoon uit nieuwsgierigheid.'

'Maar waarom zijn jullie niet naar het Hemelrijk toe gevlogen?' Vroeg ze weer.

'Wij als vogels mogen zelf bepalen in welke sferen wij willen wonen.

Omdat wij in ons oude leven altijd al aan de kust hebben gewoond, hebben wij ervoor gekozen om in de waterwerelden te gaan wonen.

Maar ik ben een beetje te nieuwsgierig.' Zei de vogel.

'En daarom loopt mijn leven altijd net iets anders dan bij de andere vogels van de groep. Ik wil alles zien en wil graag het verhaal van iedereen horen. Ik wil verre reizen maken om te zien wat je allemaal kunt leren.

Ik wil avontuur!' Zei hij blij. Hij keek Sanne glunderend aan.

Sanne vond zijn verhaal geweldig.

'Zie je wel.' Zei de walvis. 'Ik wist wel dat hij met een reden naar ons toe is gestuurd. Hij wil net als jij de werelden verkennen.

En hij heeft ook voor de wateren gekozen, net als jij.

Dat gaat een prachtige reis worden.

Alleen jammer dat je niet met ons onder water kunt.' Zei de walvis.

'Maar misschien kunnen we vragen aan de Hoge-Engelen of ze voor Alba ook kieuwen kunnen maken, zodat hij met ons mee op reis kan.'

Alba had de walvis aangehoord en boog zich nu naar Sanne toe.

'Wat zijn kieuwen?' Vroeg hij zachtjes aan haar.

Sanne glimlachte. Ze deed het haar achter haar oren opzij.

'Zie je deze kleine schelpjes? Dat zijn kieuwen.

Hiermee kun je heel lang onder water zwemmen.

Als de Hoge-Engelen deze ook aan jou geven, net zoals ze dat bij mij hebben gedaan, dan kun je met ons mee op reis en kunnen we samen de Onderwater Wereld bekijken.'

Alba keek haar verbaasd aan.

'Zou ik dat dan ook echt kunnen?' Vroeg hij Sanne.

'Ja dan kun je met ons mee op reis.

Samen met de walvissen de dolfijnen en de Water-Engelen.'

Alba was blij en trots tegelijk.

Als hij net als het meisje kieuwen zou krijgen, kon hij de avonturen waarover hij altijd zo graag fantaseerde echt uit laten komen.

Hoe heerlijk zou dat zijn!

Opeens spoot de walvis een fontein met water omhoog.

Sanne was meteen drijfnat en Alba schudde zijn natte veren af.

'We zijn er.

Ik zie de groep in de verte en het warme water voelt zo heerlijk aan.'

'Maar het water was toch al lekker warm.' Zei het meisje.

'Dat klopt, maar je zult straks merken dat het water nog fijner aanvoelt.

Hier is het water zo heerlijk!

Kijk daar zijn de koraalriffen die je hier onder water kunt zien liggen.'

Het meisje keek, maar zag niets.

Misschien straks als ze weer in het water is, zou ze eens een duik nemen.

Toen ze bij de groep waren aangekomen was er geen dolfijn te bekennen.

'Waar zijn de dolfijnen?' Vroeg ze verbaasd.

'Die zullen zo wel komen.'Antwoordde de walvis.

'Rust nu maar even uit, want straks gaan we naar de plek waar we een aantal dagen zullen verblijven.

Wij gaan morgen onze eerste reis onder water maken.'

Het meisje ging even op de rug van de walvis liggen en viel direct in slaap.

Tijdens haar slaap, zwom de groep met walvissen en Water- Engelen naar een plek in zee waar de dolfijnen zich bij de groep aan konden sluiten.

Na een tijdje schrok ze wakker. Ze werd wakker van een vreemd geluid.

Ze deed haar ogen open en keek recht in het gezicht van een dolfijn.

De walvis was een klein stukje gezakt en lag nu dieper in het water. 

De dolfijn bekeek haar van top tot teen.

'Welkom', zei de dolfijn met een lief stemmetje.

En hij duwde haar met zijn neus de rug van de walvis af.

Het meisje viel met een plons in het water en zwom meteen richting de dolfijn. Maar de dolfijn zwom hard weg.

Het meisje zwom zo hard als ze kon achter hem aan.

De dolfijn dook hoog op uit het water. “Pak me dan!” Riep hij haar toe.

Maar de dolfijn was te snel. “Jij hebt gewonnen!” Riep ze hem lachend na.

De dolfijn keerde terug naar het meisje en ging voor haar drijven.

‘Wij wisten al dat jij je bij onze groep zou aansluiten.

Wij hebben ernaar uitgekeken. Een meisje dat niet naar Zomerland wil, maar naar ons, omdat het haar grootste wens was om een keer met de walvissen en dolfijnen te mogen zwemmen.'

Inmiddels waren er nog meer dolfijnen naar Sanne toe gekomen.

Ze waren allemaal nieuwsgierig naar deze nieuwe vriendin die met hen mee op reis ging.

Ook Alba kwam er nu bij staan.

Hij bevond zich nog steeds op de rug van de walvis.

Hij keek naar de groep dolfijnen die hij nog kende van de wereld waar hij vandaan kwam.

Ze waren altijd blij en druk maar echt contact kon je in die wereld er niet mee krijgen. Nee dat was een heel andere wereld, waar je altijd bang moest zijn. 

Het was daar echt overleven, terwijl die wereld juist heel erg mooi was.

'Wat ben jij nu aan het mijmeren?' Vroeg een dolfijn aan Alba.

'Wil je soms weer terug naar die oude wereld?'

Alba schrok op. hij was vergeten dat sommige dieren hier je gedachten op konden vangen.

'Nee…. Ik dacht er even aan terug dat het hier zoveel mooier is dan de wereld waar wij vandaan komen.'

De dolfijn kwam naar Alba toe gezwommen.

'Dat klopt Alba.' En ze keek hem liefdevol aan.

'Die wereld moet je niet zien als niet leuk, deze moet je zien als een reisje.

Je komt daar aan en je maakt van alles mee.

Leuke dingen maar ook minder leuke dingen.

Soms is de reis zwaar en een andere keer is het er heel erg leuk.

Elke keer als je weer opnieuw op reis gaat maak je weer andere dingen mee. Je gaat net zo lang op reis totdat je alles gezien en meegemaakt hebt.

Soms maak je bepaalde dingen meerdere keren mee, maar dat is omdat je dat nog graag wilt.

En als je genoeg hebt gezien en geleerd, dan mag je weer naar huis.

En thuis is het Hemelrijk.'

Alba had gespannen naar de dolfijn geluisterd.

Zo had hij zijn leven nog niet gezien.

'Wat interessant!

Dus mijn echte thuis is het Hemelrijk en van daaruit ga ik elke keer een reisje maken.

Zoals wat ik nu doe, samen met jullie op reis gaan naar de warme wateren.'

De dolfijn knikte. Alba had het goed begrepen.

'Kom', zei de dolfijn, 'laten we plezier maken!'

En ze tikte het meisje met haar snuit aan. 'Jij bent hem!'

En alle dolfijnen schoten verschillende richtingen op.

Het meisje wist allang dat ze niet zo snel kon zwemmen als de dolfijnen maar ze probeerde het toch.

Opeens voelde ze een paar armen om haar middel.

'Zo, nu gaan wij eens laten zien dat jij heel erg hard kunt zwemmen.' Zei een Water-Engel.

Hij duwde haar met een sneltreinvaart door het warme water en zwommen nu net zo snel als de dolfijnen.

Inmiddels werd de eerste dolfijn al aangetikt en was af.

De dolfijnen, het meisje en de Water-Engel hadden zo’n plezier waardoor ze eigenlijk de tijd waren vergeten.

De zon was al bijna onder en de maan was al zichtbaar aan de horizon.

De walvissen lagen in een grote groep bijeen.

De dolfijnen lagen rond de groep walvissen en de Water-Engelen sloten de kring af door elkaar bij de handen vast te houden.

Ze begonnen al zachtjes te neuriën.

Snel zwommen de dolfijnen naar hun groep en namen hun positie in.

De Water-Engel doorbrak de cirkel heel even voor de dolfijnen om deze daarna snel weer dicht te maken.

Het meisje dook onder water en kroop daarna naast Alba op de rug van de walvis.

Alba lag al te slapen en alles was in een diepe rust.

Dit was de tweede nacht dat de maan vol was en ze hoorde de Water-Engelen al neuriën.

Alba schrok wakker. 'Wat is dat? Is er gevaar?'

En hij wilde al wegvliegen.

Sanne kon hem nog net bij zijn poot vastgrijpen.

'Sst, ga weer slapen. Dat zijn de Water-Engelen. Ze neuriën ons naar het Hemelrijk. Daar komt iedereen tezamen. Ik heb je er toch over verteld?'

Alba ging snel weer liggen, hij was het vergeten.

Hij keek het meisje een beetje schuldig aan. 'Het spijt me.' Zei hij zacht.

'Ga snel slapen, het is tijd.'

Alba en het meisje gingen tegen elkaar aan liggen en vielen op het geluid van de Water-Engelen in slaap.

Langzaam gingen het meisje en Alba naar het licht. Het licht van de Hemelse sferen.

Ze gingen door verschillende kleuren en lagen en langzaam verdween de mist die al die tijd om hen heen geweest was.

Ze waren nu in het Hemelrijk aangekomen.

De Gouden-Engel stond hen al op te wachten. Hij lachte blij omdat hij het meisje weer zag.

'Wie heb je meegebracht?' Vroeg hij aan het meisje.

'Dit is Alba de Albatros, hij was aan komen vliegen en hij was een beetje te nieuwsgierig.

Door zijn nieuwsgierigheid was hij was te ver bij het land vandaan gevlogen, waardoor hij niet meer terug kon.

De walvissen en de Water-Engelen hebben daarop besloten dat hij maar met ons mee moest gaan.

Alba vind dat niet erg, hij wil graag mooie dingen zien.

Hij heeft er net als ik altijd al van gedroomd.'

En lachend keek ze Alba aan.

“Nu willen wij de Hoge-Engelen vragen of hij ook kieuwen mag hebben net zoals ik ze heb gekregen.”

De Gouden-Engel wist eigenlijk allang dat Alba mee was gekomen en hij keek Alba aan.

De vogel stond verlegen tegen Sanne aangeleund.

Zijn kop nederig naar beneden en hij trilde een beetje op zijn pootjes.

'Wat is er Alba?' Vroeg de Gouden-Engel. 'Ben je soms bang?'

Alba keek heel voorzichtig naar de Gouden-Engel.

Zijn grote ronde ogen vulden zich met tranen.

'Maar Alba? Waarom huil je nu?' Vroeg de Gouden-Engel weer.

Alba begon weer te trillen op zijn pootjes.

Hij wilde wat zeggen maar er kwam geen geluid uit zijn snavel.

Het meisje keek verschrikt naar haar nieuwe vriend.

'Maar wat is er toch Alba? Je bent toch altijd zo vrolijk?'

De vogel keek nu ook met zijn betraande ogen omhoog naar het meisje.

'Ik…ik .. ben bang….' Stotterde hij.

De Gouden-Engel ging op zijn hurken zitten en pakte Alba heel voorzichtig op.

Hij legde zijn hand op het hartje van de vogel en langzaam verdween de angst. Er verscheen een glimlach op de snuit van Alba, waarna hij weer de oude Alba werd en weer honderduit sprak.

De Gouden-Engel en het meisje moesten lachen.

'Het was de angst die hem in zijn greep hield.

Nu de angst weg is, kan hij weer zijn wie hij werkelijk is, de vrolijke Albatros.' Zei de Engel.

'Wij gaan vannacht een mooie plek bezoeken.

Het heet de Hemelen van de dieren.

Normaal gesproken gaan daar alle dieren naartoe, maar jij hebt ervoor gekozen om naar de Waterwerelden te gaan.

Het is in de dieren Hemel heerlijk vredig maar er zal een keer komen dat ze weer terug moeten naar de Aarde.

Hier worden ze voorbereid op een nieuw leven op Aarde.'

Samen liepen ze de wereld van de dieren binnen.

Niet één enkel dier is hier hetzelfde als op Aarde. Hier is iedereen gelijk.'

Een slang kwam op hen afgekropen.

Alba ging toch maar voor de zekerheid achter de Engel staan.

Hij wist dat sommige slangen een heel konijn op konden eten.

En hij was niet veel groter dan een groot konijn.

De slang lachte, 'welkom in onze wereld' zei hij en kroop weer verder.

Er liep een pad door de dierenwereld en opeens stonden ze oog in oog met een kudde olifanten.

Ze begonnen te tetteren met hun slurf en flapperden met de oren, waarop ze in volle draf op hen af kwamen rennen.

Sanne en Alba gingen snel achter de Gouden-Engel staan.

Maar de Engel begon heel hard te lachen.

'Wat zijn jullie toch bang.

Ik heb jullie toch verteld dat de dieren hier heel anders leven.

Hier in deze wereld is geen angst, geen haat, geen overleven.

Iedereen is hetzelfde en alle dieren zijn lief.'

De kudde olifanten kwam steeds dichterbij.

Ze remden af en in een rustiger tempo liepen ze naar de Gouden-Engel toe. Ze waren blij om hem weer te zien en kwamen nu allemaal om hem heen staan.

'Zie je nu wel, ze zijn zo lief!' Langzaam kwamen Alba en Sanne achter de Engel vandaan en begroetten de olifanten.

Eén olifant uit de groep begon te praten, terwijl hij Sanne aankeek.

'Zou jij op mijn rug willen zitten kleintje?

Dan zal ik je samen met mijn vrienden het Dierenrijk laten zien.'

Sanne keek de Gouden-Engel vragend aan, maar hij knikte al dat het goed was.

Ook Alba mocht mee op de rug van de olifant.

'Gaat u ook mee?' Vroeg ze aan de Engel.

'Nee, ik heb nog wat te doen, maar ik zie jullie straks weer.

De olifanten zullen jullie alles laten zien en ze brengen jullie op tijd weer terug.'

Sanne was blij dat ze het dierenrijk op de rug van de olifant mocht zien en klom op de rug van de olifant.

Alba vloog erachter aan. Ze zat nu heel erg hoog en kon alles overzien.

'Ik zal jullie gids zijn voor vannacht en zal jullie alles laten zien.

Zijn jullie er klaar voor?' Sanne en Alba zeiden volmondig ja.

De kudde kwam in beweging en de grootste olifant waar ze inmiddels beiden op zaten liep voorop.

Ze zagen prachtige natuur met watervallen en blauwe meren, een regenwoud waar de kleurrijkste vogels woonden en spinnen zo groot als Alba, maar ze hadden zo’n plezier.

Ze sponnen draden en van die draden maakten ze weer dekentjes voor de muisjes die het in de nacht weleens koud hadden.

Ze helpen elkaar.' Zei Alba zacht tegen zijn vriendinnetje.

'Dat klopt.' Zei de olifant. 'Hier hoeven wij niet te eten.

Dus niemand hoeft te overleven en kan zijn zoals hij of zij echt is.

De spinnen zijn echt heel bijzonder, zo behulpzaam en zo lief.'

'Zijn er ook minder lieve dieren hier?' Vroeg Sanne.

De olifant moest even na denken.

'Hier zijn alleen maar lieve dieren en sommige dieren zoals de spin zijn extreem lief.

Maar ook de ratjes, de slangen en de tijgers zijn ook heel erg lief.'

'Dus eigenlijk zijn de dieren die gevaarlijk waren op de Aarde nu heel erg lief?' Vroeg Sanne.

'Ja dat klopt.' Zei de olifant.

Ondertussen waren ze bij de ijskappen aan gekomen.

'We blijven hier niet zo lang, het is voor ons hier ook te koud, dus we blijven maar heel even.'

Sanne en Alba zagen de ijsberen, pool vosjes, orka’s en andere lieve dieren.

'Iedereen woont hier op een plek vergelijkbaar met waar ze op Aarde hebben gewoond.' Zei de olifant weer.

Ze liepen nu snel weer verder, de warmere gebieden in.

'Kijk daar bij het strand!'

De olifant wees nu met zijn slurf naar een groep vogels.

'Dat zijn allemaal broers en zusters van jou Alba.

Als jij er niet voor gekozen had om naar de Waterwerelden te gaan, was je hier naartoe gegaan.'

Alba zag dat de vogels het ontzettend naar hun zin hadden.

Ze vlogen hoog de lucht in om tenslotte diep de zee in weer in te duiken.

Na een aantal minuten kwamen ze pas weer boven water.

'Dat konden we op Aarde niet.' Zei Alba wat verbaasd.

'En ik kan het nog steeds niet, omdat ik voor een andere wereld heb gekozen.' Zei hij terwijl hij verdrietig naar de groep vogels keek.

'Misschien kan jij straks wel veel meer dan deze vogels.' Zei de olifant.

'De Gouden-Engel moest toch nog iets doen?

Misschien is hij datgene wat jij graag wil hebben, voor je aan het regelen.'

Alba keek weer blij. 'Ja, dat is een grote wens van mij, om samen met de walvissen, dolfijnen en Water-Engelen de onderwaterwereld te verkennen.'

'Nou wie weet.' Zei de olifant en begon heel hard te lachen.

'Kom we gaan verder.' En ze liepen een nieuwe wereld in.

Een woestijn vol met kamelen, slangen, schorpioenen en woestijn vosjes.

Langzaam liepen ze voorwaarts. De zon brandde fel op hun huid.

'Ook hier blijven we niet te lang.' Zei de olifant weer.

Langzaamaan werd de grond groener en kwam er water in zicht.

De warmte nam iets af, maar het was er aangenaam.

'Dit is de Savanne.' Zei de olifant trots.

'Hier leven wij. Gelukkig kent deze wereld geen droge periodes en hoeven wij niet van de ene waterplaats naar de andere te lopen.

Nu is er altijd water te vinden maar we hoeven het niet meer te drinken.

We kunnen hier spelen met elkaar en met andere dieren.

Kijk daar! Een groep gazelles!'

Sanne en Alba keken hoe de groep gazelles in een sneltreinvaart voorbij rende.

'Mooi om te zien hè? En kijk daar een leeuw met zijn leeuwinnen.

Ze liggen te luieren onder een grote boom.

In de boom liggen ook een paar panters te genieten van de zon.

En boven in de boom zit een groep vogels.'

Sanne en Alba keken hun ogen uit. 'Het is hier echt Hemels.' Zei Sanne en Alba knikte, hij had dit nog nooit zo iets moois gezien.

'Kom ik ga jullie terugbrengen.

Ik denk dat de Gouden-Engel al op jullie zit te wachten.'

Via een prachtig landschap van vele bossen kwamen ze de beren en bizons tegen. Uilen vlogen over hun hoofden heen om hen te verwelkomen.

Langzaam liepen ze het bos weer uit en waren ze weer bij het begin van deze excursie.

De Gouden-Engel stond hen inderdaad al op te wachten.

'Het is tijd.' Zei hij tegen Sanne en Alba. 'Het zal spoedig licht worden.'

Snel namen ze afscheid van de kudde en omhelsden ze één voor één.

'Kom snel nog eens langs.' Zeiden ze.

Sanne keek de Gouden- Engel vragend aan, daar zou ze wil zin in hebben. Natuurlijk gaan we nog eens naar de dierenwereld.

Maar eerst gaan we terug.'

Ze liepen naar de poort waardoor iedereen binnenkwam en weer uit vertrok.

'Doe je ogen dicht.' Zei de Engel. Nadat hij hen beiden had omhelst.

'Dit was de laatste volle maan.

De volgende keer zal ik jullie een andere wereld laten zien.

Maar nu moeten jullie eerst terug.'  

Sanne en Alba deden beiden hun oogjes dicht en langzaam werden ze weggetrokken uit het Hemelrijk.

Na zo’n lange reis waren ze niet meteen wakker geworden.

Ze sliepen nog een tijdje door op de rug van de walvis.

Totdat ze opeens wakker werden gemaakt door een grote fontein met water.

'Wakker worden!' Riep de walvis blij. 'Ik weet dat jullie een lange reis hebben gemaakt vannacht, maar wij willen ook graag vertrekken.'

Sanne en Alba veegden hun ogen uit en keken om zich heen.

Alle walvissen, dolfijnen en Water-Engelen keken hun lachend aan.

'Kom we moeten opschieten, anders zien we niets van de onderwaterwereld.' Zei een Water-Engel.

Alba keek Sanne verschrikt aan. 'Ik heb nog geen kieuwen!'

Sanne keek bezorgd. 'Laat me eens zien, misschien heb je ze wel gekregen en is het een verassing.'

Snel keek ze aan de zijkant van Alba zijn kopje, veegde wat veren opzij en begon de lachen.

'Ja, jij hebt vannacht kieuwen gekregen! Je kunt vandaag met ons mee.' Alba voelde met zijn vleugels en inderdaad, er zaten twee kleine schelpjes aan weerskanten van zijn kop.

Met een flinke boog dook hij in het water.

Het mesje dook snel achter hem aan en ze zwommen onder de groep walvissen door.

Ze zagen de vissen die wat dieper zwommen, zeepaardjes en prachtige koralen.

Het meisje zwom weer naar de oppervlakte met Alba achter zich aan.

Toen ze boven kwamen lachten ze en waren zo blij dat ze elkaar omhelsden.

'Zijn jullie er klaar voor?' Vroeg de walvis. 'Klaar voor jullie eerste reis onder water?' En volmondig knikten ze van ja.

 

 

 

Hoofdstuk 4 

 

De reis was begonnen, in een grote formatie zwommen ze zij aan zij.

Sanne zwom naast de walvis.

Mocht ze te moe worden dan kon ze altijd nog op haar rug klimmen.

Maar de walvis had haar verteld dat het niet zo ver was.

Alba vloog en keek neer op een prachtige voorstelling.

De walvissen, Water-Engelen en dolfijnen zwommen in één groep naast elkaar.

Zo nu en dan zag hij een dolfijn omhoog springen van plezier.

Ook de Water-Engelen hadden plezier in deze korte reis.

In de verte zag hij dat de zee van kleur veranderde.

Het water had hier een diep blauwe kleur maar even verderop was het water zo helder dat je vanuit de lucht naar de bodem van de zee kon kijken.

'Nog een klein stukje!' Riep een walvis en de Water-Engelen begonnen te juichen. 'We zijn er bijna!'

Na enkele minuten zwommen ze het heldere warme water binnen.

Dit water voelde nu nog warmer aan dan het water waar ze uit waren gezwommen. De Water-Engelen stopten direct met zwemmen en gingen op hun rug liggen om te genieten van het warme water.

Ook de walvissen en dolfijnen lagen nu stil in het water.

Alba vloog naar beneden en ging naast Sanne zwemmen.

'Wat zijn ze nu aan het doen?' Vroeg Alba aan haar.

'Ik weet het niet Alba, het lijkt wel of ze slapen.'

De walvis die naast hen in het water lag zei op een fluisterende toon:

'Wij zijn in de stilte, wij denken niet en zijn één met het water waarin we liggen. We bereiden ons voor op de reis naar de bodem van de zee.

Probeer het ook maar eens om niet te denken dan komt er een golf van rust door je heen.

Dan ben je de zee, dan ben je één met ons, je bent één met alles.'

Alba en Sanne keken elkaar met een glimlach aan en gingen meteen op hun rug liggen. Ze sloten hun ogen en spreidden hun armen en vleugels uit.

Die gekke Alba, ze moest om hem lachen.

Hij wilde alles te graag en deed alles met hart en ziel.

Sanne lag heerlijk in het water.

Ze voelde de warmte van de zee en de zon tegelijk om haar heen.

Ze zuchtte eens diep.

Opeens waren al haar gedachten stil en luisterde naar het klotsen van het water en de geluiden van de walvissen.

Het werd stiller en stiller in haarzelf.

Zo schrok ze even, omdat ze weer een gedachte had.

Maar die gedachte liet ze snel voorbij gaan en ze werd weer stil.

Ze voelde opeens niet meer dat ze in het water lag.

Ze voelde geen afscheiding, ze was de zee en ze was een walvis, dolfijn en Water- Engel. Ze was de bodem van de zee, de lucht, de zon en een warme golf energie ging door haar heen.

Ze zuchtte nog eens diep, wat vanzelf ging en opeens was ze onder water.

De stilte bleef en ze was samen met de groep onder water verdwenen.

Ze zwommen in formatie naar de bodem van de zee.

Hier was het nog niet zo diep.

Ze zagen koraalriffen in allerlei kleuren en zwommen door grotten die uitkwamen op prachtige open plekken midden in de zee waar nog niemand geweest was.

De reis duurde niet lang.

Het leek een voorproefje naar waar ze de komende dagen zouden vertoeven. De formatie zwom weer naar de oppervlakte en iedereen begon te juichen en te joelen. De stilte was verbroken maar het plezier was enorm.

De Water-Engelen vlogen de lucht in en doken weer naar beneden.

De dolfijnen sprongen van plezier over elkaar heen en de walvissen spoten liters water de lucht in.

Sanne en Alba keken vol vreugde naar de groep.

'Het was prachtig', zei ze zacht tegen Alba. 'Wat vond jij ervan?'

En ze keek haar nieuwe vriend aan.

Alba lag naast haar in het water en huilde zachtjes.

'Wat is er mijn vriend, vond je het niet fijn onder water?'

Alba keek haar aan. 'Ik heb nog nooit zoiets moois gezien.' Zei hij zacht.

'Ik zie altijd alles vanuit de lucht.

Voor mij was de zee een grote plas waar ik mijn eten uit haalde.

Maar nu ik hier ben, zie ik de zee met heel andere ogen.

Het is een prachtige plek om in te wonen.'

Sanne was het met Alba eens, het was inderdaad een heerlijke plek om in te wonen. 'Kom laten we naar de Water-Engelen toe zwemmen.

Dan gaan we het vieren.'

Zo gezegd zo gedaan.

Ze sloten zich aan bij de vierende Water-Engelen.

Ze waren ook zo blij.

Een Water-Engel kwam naar hen toe gezwommen.

'Vonden jullie het ook zo fijn?' Vroeg hij.

Volmondig zeiden beiden ja. 'Het was prachtig', zei Sanne er vlak achteraan.

‘Wij Water-Engelen zien dit elk jaar maar de kleintjes onder ons hebben dit net als jullie nog nooit mee gemaakt.

Wij bereiden hen voor op die stilte en als het volle maan is dan gaan we terug naar de stilte.

Van daaruit ben je niet in gedachten, maar gaan er nieuwe werelden voor je open.

Nu we met zo’n grote groep zijn, is het een wonder dat wij met zijn allen tegelijk in die stilte kunnen zijn.

Mijn complimenten voor jullie, het is zo mooi om te zien hoe een groep één kan zijn en ook hoe jullie hierin mee getrokken worden.'

En hij keek Sanne en Alba aan.

'Wij gaan nog vele reizen maken, maar dit is ook de plek waar de eerste paringsrituelen zullen ontstaan.

Daarna zullen we ons terugtrekken van de groep en nieuw leven zal ontstaan.

Het zal even duren voordat het geboren zal worden, maar de weg door het kanaal geeft de ruimte om het te laten groeien.

Als we in het meer zijn, zal het nieuwe leven geboren worden, daar is de smeltkroes van nieuw leven.

Maar dan zijn we al lang niet meer bij de dolfijnen en walvissen.

Die laten we al achter ons voordat we het kanaal in zwemmen.

Maar ook zij zullen hier hun paringsritueel opvoeren.

Nog twee volle manen en dan maken we ons weer klaar om te vertrekken. Maar zover is het nog niet.

Geniet met zijn tweeën van de zee als de anderen te druk zijn met hun voortplantingsritueel.

Duik onder water, kijk naar die wereld. Het is daar zo mooi. De grote reizen maken we samen.'

'Wanneer gaan we weer een grote reis maken?' Vroeg Alba nieuwsgierig.

De Water-Engel keek hen lachend aan.

'Over een paar dagen.

We gaan eerst even wennen aan deze plek en zwemmen morgen iets verder naar waar het water nog warmer is.

We zwemmen elke dag iets verder, totdat we op de plek zijn waar de rituelen gehouden kunnen worden.

Daar blijven we enkele weken en zal er niet gereisd worden.

Maar jullie mogen zelf onder water gaan kijken.

Ook daar zijn de prachtigste koralen en dieren die jullie niets zullen doen. Je kunt zelfs met ze praten.

Maak nieuwe vrienden. De zeepaardjes zijn het allervriendelijkst.

De haai, die zo nu en dan eens langskomt omdat hij nieuwsgierig is, is een oude brompot maar hij zal niets doen zoals jullie geleerd hebben.

Na de maand van rituelen en voorplanting is er nog een maand dat we bij elkaar zijn. We gaan de wat koudere wateren opzoeken en maken net zoals hier onderwaterreizen.

Totdat er een dag komt dat de walvissen en dolfijnen een andere kant op gaan zwemmen en wij het kanaal verwelkomen.

Dan is het tijd, dat het leven wat in ons groeit in alle rust kan verder groeien.

Het kanaal is rustig, heeft bijna geen stroming en is niet zo lang.

Een ideale plek om rustig bij te komen van de reis op zee.'

Sanne en Alba hadden met aandacht geluisterd.

Ze waren nog niet in staat om te praten.

De Water-Engel lachte naar hen.

Ze zwom terug naar de groep die nog steeds plezier had.

Sanne keek Alba aan. 'Ze gaan paren en ze krijgen straks kleine Water-Engeltjes hoe leuk is dat….!'

Alba keek Sanne wat verlegen aan. 'Ja', zei hij zacht.

'Ik heb nog nooit kleine Water-Engeltjes gezien.'

'We gaan veel met elkaar optrekken als ik het zo hoor.' Zei hij lachend.

'Ze zullen het te druk hebben me hun paringsritueel.'

Sanne lachte nu ook. 'We zullen ons zeker niet vervelen.

Kom, laten we naar de groep teruggaan.'

Alba en Sanne zwommen naar de grote groep en speelden met de Water-Engelen en de dolfijnen.

Ze doken vanaf de rug van de walvissen de diepte in om tenslotte weer terug te komen aan de oppervlakte.

De volgende dag zwommen ze weer een stukje verder, de warmte van het water was voelbaar.

En hoe verder ze zwommen hoe warmer het water werd.

De grote groep zwom in formatie.

De walvissen dit keer voorop en dan de dolfijnen.

De Water-Engelen sloten de formatie.

Sanne en Alba zaten op de rug van een walvis.

De grote oppervlakten waren te ver om in één keer te zwemmen vonden ze en daarom mochten ze meereizen op de rug van de walvis.

Het was een mooie reis. Ze zagen vissen onder zich door zwemmen.

Het water was nog helderder en ze konden bijna de bodem onder zich zien.

Dit was heel bijzonder, want de zee was hier toch dieper.

Na een aantal uren volop door gezwommen te hebben, hield de groep stil. Een mooie plek om even uit te rusten vonden ze.

Sanne en Alba doken in het water en keken naar de bodem van de zee.

Ze zagen rotsen en heel veel stenen. Zo nu en dan fonkelde er één.

Wat was dat? Het leek wel een edelsteen.

Snel zwommen ze weer naar boven.

Ze klampten zich aan de eerste de beste Water-Engel vast en vroegen haar: 'We zien een steen op de bodem en die fonkelt. Is het misschien een edelsteen?'

De Water Engel keek hen nieuwsgierig aan, dook onder water en kwam terug met de steen.

Een prachtige kristal had zij in haar handen.

'Bedoel je deze steen?” Vroeg ze lachend aan de twee.

Ze knikten van ja en keken de Water-Engel nieuwsgierig aan.

Ze wachtten totdat ze er iets over ging vertellen.

'Dit is een prachtig kristal.

Ze geeft aan dat wij haar wereld binnen mogen komen.

Vanaf nu zullen wij de wateren van de kristalwereld binnen gaan.

Deze wereld is zo ontzettend mooi.

Je kunt met de kristallen communiceren.'

Waarop ze even met de steen sprak.

'Ze zegt dat jullie welkom zijn en dat jullie heel veel plezier zullen hebben in haar wereld. Kom, ik leg haar voorzichtig terug.'

De Water-Engel dook weer naar beneden.

Toen ze weer boven kwam zei ze lachend: 'Dit is een heel andere wereld dan zoals jullie die kennen. Ik weet heel erg zeker dat dit jullie mooiste tijd is,

hier in deze Waterwereld.'

Ze streelde Sanne even over haar natte haar en kietelde Alba onder zijn kin.

'Geniet van deze tijd, jullie zullen iets zien en beleven wat nog niemand buiten onze groep mee heeft mogen maken.

Jullie beleven het en de schrijfster reist met jullie mee, om verslag te maken zodat deze ene uitzondering voor altijd op schrift staat.'

En de Water-Engel zwom weg.

Sanne en Alba waren verbluft. 'Wat zei ze nu? Is er iemand die met ons meekijkt en al onze gedachten en avonturen opschrijft?

Hé! Jij daar, jij die nu alles opschrijft…. Waarom doe je dat?'

De vrouw die elk woord tot zich kreeg antwoordde: 'Ik ben Jolanda en ik schrijf over jullie omdat ik deze woorden tot mij krijg.

Ik weet van tevoren niet waar jullie naartoe gaan of wat jullie zullen beleven. Ik ben, net als jullie, mee op reis maar ik zie en voel niets.

Ik schrijf wat jullie voelen en zien, ik ben een beetje jullie.'

Alba keek Sanne aan.

'Wat vreemd, maar dan zitten we in een wereld opgesloten en kunnen dus alleen gehoord worden door Jolanda de schrijfster.

Als zij niet schrijft zal er niemand van ons bestaan afweten en komen we er niet meer uit. Niet dat dat nu zo erg is, het is hier heerlijk.

Maar ze weet nu de woorden op te schrijven die ik nu tegen jou zeg.'

Hij keek Sanne nu bevreemd aan.

Sanne had even niets gezegd.

'Misschien is het wel goed dat ze ons verhaal opschrijft.

Wij zijn de enigen die deze Waterwereld samen met de dolfijnen en walvissen mogen ontdekken en deze reis is prachtig.

Het is toch fijn dat lezers dit ook mogen weten.

Iets wat zo mooi is en maar eenmalig bezocht mag worden door een klein meisje en een Albatros is toch een wonder?

Dan is het toch ook een wonder dat Jolanda met ons meereist in haar woorden? Weet je wat wij doen?' En ze keek Alba vol trots aan.

'Wij gaan verslag doen van alles wat wij zien, horen en voelen.

Wij gaan Jolanda die woorden geven zodat het verhaal wat ze over ons schrijft nog veel mooier gaat worden.

We zullen de kristallenwereld met geuren en kleuren laten zien, maar we gaan ook stiekem naar de paringsrituelen kijken.

Zodat iedereen die dit leest het gevoel heeft dat zij of hij erbij is.'

Alba was blij.

'Wat heerlijk dat alles woord voor woord opgeschreven gaat worden.

We zijn niet langer met zijn tweeën, maar Jolanda reist met ons mee.

Wat heerlijk, is het niet?' En Sanne en Alba omhelsden elkaar.

'Kom we gaan voor prachtige avonturen zorgen!'

Ze zwommen terug naar de groep waar ze verder gingen met plezier maken.

Na ruim een uur kwam de groep weer in beweging en Sanne en Alba klommen snel op de rug van een walvis.

De groep zwom verder. 'Zou Jolanda nu ook met ons mee reizen?

Zou ze er nog zijn?'

'We kunnen het haar vragen.' Zei Alba tegen Sanne.

'Jolanda? Reis je nu me ons mee?'

Jolanda antwoordde: 'Ja ik reis in mijn woorden me jullie mee.

Wat ik schrijf zie ik en het lijkt alsof ik van een afstandje alles in mij op kan nemen. Jullie boffen maar met zo’n prachtige reis.

Geniet nu maar lekker, ik ben altijd bij jullie.'

Sanne en Alba genoten van de reis, ze zagen dat de zee verschillende kleuren kreeg. De bodem was nu veranderd in de meest prachtige kleuren die volgens een Water-Engel uit allemaal edelstenen bestond.

Na een aantal uren stopte de groep.

Ze waren op de plaats van bestemming aangekomen.

Het water was nog warmer en de kleuren van de zee waren niet te omschrijven zo mooi.

Overal was een serene sfeer. Sanne en Alba waren er stil van.

'Wat is het hier mooi.' Zei Alba zacht. 'Heb je de kleuren van de zee gezien?' Sanne knikte en keek Alba met betraande ogen aan.

'Dit is zo mooi' lachte ze door haar tranen heen.

Overal waar ze keek zag ze verschillende kleuren.

De bodem van de zee was bezaaid met kristallen amethist, rozenkwarts en andere prachtige mineralen.

Door de zon, die zo diep door het heldere water heen kon schijnen, fonkelden de stenen op en zag je een schitterend lichtspel.

Een Water-Engel kwam naar hen toe gezwommen.

'Fijn is het hier hé!' Zei ze zachtjes.

'In deze wateren zullen we ongeveer een maand verblijven.

We zijn hier naartoe gekomen om te paren.

De energie van de kristallen en mineralen is hier zo hoog, dat je er wel verliefd van gaat worden. Je zal het zelf ook gaan voelen.

Alles is hier sereen. Deze wereld is van grootste schoonheid en zal je naar een hoger bewustzijn brengen.

Je kunt met iedere dier wat hier zwemt of rondkruipt communiceren.

Je mag de stenen aanraken en ze vertellen je dan een verhaaltje.

Kleine lesjes die er nog geleerd moeten worden.

Of ze houden je voor de gek en maken grapjes.

In ieder geval, jullie zijn van harte welkom om deze wereld te ontdekken en te leren kennen.

Maak vrienden, ze zijn het zeer zeker waard om als vriend te hebben.'  

De zon ging al bijna onder en de Water-Engel keek naar de horizon.

'Laten we gaan slapen, morgen is een belangrijke dag.

Dit is de eerste lange reis onderwater.

Daarna zullen de rituelen gaan beginnen.

En zullen wij niet eerder dan na enkele weken weer de bodem bezoeken. Wees zo vrij om dat wel te doen.

Ga nu slapen, je zult al je kracht nodig hebben voor de reis van morgen.'

Sanne en Alba keken elkaar blij aan. 'We gaan op reis.' Fluisterde Alba zacht. 'Wat zullen we allemaal zien daar op de bodem van de zee?'

Sanne haalde haar schouders op. 'Ik weet het niet, maar ben wel heel nieuwsgierig geworden. Kom laten we snel bij de groep aansluiten, voordat het straks donker is.'

Samen zwommen ze naar de walvis die al op hen wachtte.

'Klim snel op mijn rug, we gaan slapen en morgen vroeg weer op.

Morgen gaan we op reis.'

Sanne en Alba kropen dicht tegen elkaar aan en de Water-Engelen neurieden al. Zachtjes deden ze mee en vielen in een diepe slaap.

'Wakker worden, opstaan!' Riep een dolfijn luid.

'Het is mooie dag om op reis te gaan.

Wij hebben een verassing voor jullie'.

Sanne keek Alba verschrikt aan. 'Een verassing?'

Snel sprongen ze in het water en zwommen naar de groep met Waterengelen.

'Wat is de verassing?' Vroeg Sanne aan één van hen.

Deze keek haar nu lachend aan.

'Dat ga ik je nu niet vertellen, maar ik kan je wel vertellen dat de walvissen en dolfijnen teruggaan, daar waar wij verder zwemmen.

Luister, het gaat heel erg leuk worden, dat beloof ik je.

Blijf dicht bij ons, we gaan zo vertrekken.'

Sanne was er stil van. Het was ook allemaal zo spannend.

Opeens kwam er beweging in de groep.

Iedereen nam zijn eigen positie in en het werd opeens heel stil.

De Water-Engelen lagen op hun rug net alsof ze gingen slapen.

De dolfijnen en walvissen lagen zij aan zij en lagen muisstil in het water. Sanne ging ook op haar rug liggen en Alba ging naast haar liggen.

'En nu?' Vroeg Alba zacht.

'Ik denk dat we, net als gisteren, stil moeten zijn zonder denken.

Toen alles en iedereen met elkaar verbonden was en de energie één was ging de reis van start.

'Laten we stil worden voordat ze zonder ons vertrekken.'

Sanne en Alba werden stil, geen enkele gedachte kwam meer in hun geest die hen van de reis af zou houden.

Na enkele minuten kwam de groep in beweging en doken gezamenlijk onder water.

Sanne en Alba waren zo sereen. Ze keken hun ogen uit zonder iets te zeggen. Ze hoefden ook niets te zeggen, want er was geen denken aanwezig, alleen volledige alertheid.

Ze zwommen nog dieper de zee in en de prachtige kleuren kwamen hen tegemoet.

Toen ze bijna bij de zeebodem waren aangekomen zwommen ze in formatie met de stroom mee.

Ze zagen koraalriffen in de kleuren blauw, rood, geel en andere mooie kleuren. De mineralen en edelstenen waren als grote rotsen die opengeklapt waren en de binnenkant was bekleed met de prachtigste amethist en kristallen.

Alles was met elkaar verbonden, geen enkele steen, mineraal of dier voelde anders aan. Het was perfect.

De reis ging verder, ze zwommen door het heldere water langs prachtige rotspartijen met daarin de kristallen die glinsterden in het zonlicht.

Ze zwommen via een tunnel onder de zeebodem door, waardoor ze in een ruimte kwamen die zeer helend was.

Er was lucht en iedereen kwam boven water.

Ze juichten, ze waren blij.

Een Water-Engel vertelde hen dat dit een zeer fijne plek is.

'Hier is het water nog zuiverder.

De stenen houden het schoon en kijk maar eens naar de bodem.'

Sanne en Alba keken hun ogen uit.

Ze zagen gouden rotsen, ze zagen parels, ze zagen stenen die ze nog nooit gezien hadden, zo mooi.

'Deze plek is een heel speciale plek.

Deze plek zorgt ervoor dat wij schoon worden.

Het zuivert ons van alle gedachten, het zuivert ons van onze vermoeidheid van de reis. Het zuivert ons lichaam door van het water te drinken.

Onze lichamen zijn daardoor klaar om met het paringsritueel te beginnen. Onze kinderen worden dan zuiver geboren en zullen het dan ook blijven.'

'Dus jullie hebben straks geen herinneringen meer?' Vroeg Sanne zachtjes.

'Jawel, wacht ik zal een voorbeeld geven.

Jullie schrijfster, schrijft heel veel.

Ze heeft al vele verhalen geschreven, maar ze zal toch de mooiste uit alles moeten kiezen.

Ze kijkt dan welke ze wel en niet wil houden. Zo is dat ook bij ons.

Welke gedachten willen we wel en niet houden.' Sanne knikte.

'Maar waarom gaan jullie helemaal hier naartoe? Kunnen jullie niet paren in het meer?'

'Jawel”, zei de Water-Engel, 'maar wij zijn Engelen en wij willen graag zuiver blijven, niet dat het meer minder zuiver is maar het is anders.

Hier is de helende energie, deze sferen zijn het hoogst, hier willen we paren om zo de liefde en de energie mee te nemen in ons kind dat geboren gaat worden.

Maar nu moet ik terug.

We gaan hier nog even blijven en dan reizen we verder.

Na het volgende ondergrondse meer, zullen de dolfijnen en de walvissen naar de oppervlakte zwemmen en gaan wij nog één meer verder.

Daar is onze verassing.' De Water-Engel zwom terug.

'Raar eigenlijk hé', zei Sanne, 'dat dit paringsritueel zo zuiver mogelijk moet verlopen.'

Alba keek haar verschrikt aan. 'Volgens mij begrijp jij het nog niet helemaal. Het zijn Engelen, zij hebben iets speciaals.

Weet je nog die gouden Engel in het Hemelrijk en dan de hogere Engelen waar jij geweest bent?

Als die gaan paren doen ze dat echt niet op een planeet, waar iedereen gemeen en vol angst zit.

Dan zoek je toch het mooiste plekje uit om dat te bewerkstelligen?' Sanne keek verschrikt naar Alba.

'Je hebt gelijk. Kom laten we van het water genieten.

Misschien zuivert het onze gedachten ook.

En stel ik misschien niet meer van die malle vragen.'

Lachend gingen ze in het helende water liggen en deden hun ogen dicht.

Na ruim een half uur kwam de groep weer in beweging.

'We gaan nu naar een ander ondergronds meer.' Zei een walvis tegen hen. 'Dat is nog meer helend dan dit meer.

Als we gelijk naar de hoogst helende wateren gaan zouden we de druk niet aankunnen. Dus daarom we doen dat in etappen.'

Sanne en Alba knikten. Ze hadden het begrepen.

Langzaam kwam de groep in beweging. Via een ondergrondse tunnel kwamen ze bij een ander ondergronds meer aan.

Ook hier weerkaatste het zonlicht via de edelstenen in het water, waardoor dit meer verlicht werd met prachtig zachte pasteltinten.

Een gejuich weerklonk in deze ondergrondse grot. Iedereen was blij.

Sanne en Alba keken hun ogen uit.

Dit ondergrondse meer was wel tien keer mooier dan het vorige.

En het voelde zo heerlijk aan.

Een Water-Engel kam blij naar hen toe gezwommen.

'Ik zal je eerst vertellen wat je hier straks te zien gaat krijgen.

Iedereen heeft een liefdevolle energie om en in zich.

Deze energie zal straks de juiste paringspartner uit gaan kiezen.

Deze twee energieën zullen samen gevoegd worden.

Dit is een heel speciaal moment.

Ik weet zeker dat je het niet kan geloven wat je straks zult zien.

Niet iedereen doet hier aan mee.

De kleintjes en de oudere Water-Engelen genieten van de helende werking van het water.

Ze kijken en genieten van het schouwspel wat straks te zien is.

Dit geldt hetzelfde voor de dolfijnen en de walvissen.

Geniet van deze prachtige ervaring.'

En ze zwom weer terug naar de groep.

Langzaam kwamen de Water-Engelen in beweging.

Ze gingen in het midden van het meer liggen met hun hoofdjes naar elkaar toe. Daaromheen gingen de dolfijnen liggen met hun hoofd richting de Water-Engelen.

De walvissen gingen rond de dolfijnen liggen.

Iedereen lag nu in eigen formatie en Sanne en Alba wachtten vol spanning af wat er zou gaan gebeuren.

De Water-Engelen begonnen te neuriën.

De dolfijnen en walvissen zongen hun eigen lied.

En langzaam werd de energie hoger en hoger.

Alle geluiden waren op elkaar afgestemd.

Sanne en Alba zagen dat de kleuren binnen in de grot veranderden.

Ze werden feller van kleur.

Ook zagen ze de Engelen vanuit het hiernamaals ze waren naar hier gekomen en ze keken naar de groep midden in het water.

Een van hen keek Sanne lachend aan en knipoogde naar haar.

Sanne lachte terug en voelde een warmte door zich heen stromen.

Wat was ze dankbaar.

Opeens werd de energie nog hoger en langzaam stegen eerst de walvissen op vanuit het water.

Ze zweefden door de ruimte en heel langzaam en subtiel vonden ze de juiste paringspartner.

Sanne en Alba keken verbaasd naar de walvissen die in de lucht zweefden. Prachtige kleuren omringden hen en er was zoveel liefde.

Langzaam daalden de walvissen terug in het water met hun partner aan hun zijde.

Nu waren de dolfijnen aan de beurt.

Net als bij de walvissen stegen ze op vanuit het water en vonden ze in deze prachtige ruimte hun partner.

Ook zij daalden weer terug naar beneden het helende water in.

Nu waren de Water-Engelen aan de beurt.

Ze neurieden nog steeds en dat werd harder naarmate ze opstegen.

In een trance bewogen zij zich in de ruimte.

De kleuren werden nog feller en de energie werd nog hoger.

Zo nu en dan zagen Sanne en Alba lichtflitsen langs de rotswand schieten. Sanne keek weer naar de Engel die aan de kant stond.

Hij keek haar aan en lachte weer vriendelijk.

Opeens hoorde ze hem zeggen: 'Maak je geen zorgen, de Water-Engelen zijn hoger in rang, daarom is de energie nu ook hoger.

Geniet van wat je ziet. Het is iets van hier en niet van de wereld waaruit Jolanda nu schrijft.

Zij kijkt door jouw ogen, ze luistert door jouw oren en ze praat via jouw mond.' En de Engel keek weer naar het schouwspel wat zich voor hem afspeelde.

Sanne was verbaasd. Ze zou later nog eens met de Engel hierover praten.

Ze keek naar de Water-Engelen.

Deze waren aan het dansen in de lucht.

Ze zweefden door elkaar heen, ze dansten op het lied wat ze neurieden. Opeens was daar het moment dat ze hun partner zouden vinden.

De stelletjes werden gevormd en al dansend en draaiend stegen ze nogmaals hoger de lucht in.

De kleuren schoten alle kanten op, totdat alle Water-Engelen hun partner hadden gevonden.

Daarna werden alle kleuren samen één kleur; eerst rood, daarna blauw, groen en dan lila en uiteindelijk werd het wit.

Deze witte kleur sprong uit elkaar als een vuurpijl en iedereen was onder de indruk.

Langzaam daalden de Water-Engelen terug in het helende water om de rest van de maanden, met hun paringspartner samen te zijn.

Het ritueel zat erop en iedereen begon te juichen.

De Engelen verdwenen weer naar het hiernamaals en een Water-Engel die niet mee had gedaan kwam naast Sanne en Alba staan.

'Wij gaan zo meteen afscheid nemen van de walvissen en de dolfijnen.

Wij gaan nog één ondergronds meer verder zwemmen.

Het zal je zeker verrassen.' Sanne keek blij naar Alba.

'Wat zullen we daar gaan zien?'

Alba haalde zijn schouders op en keek Sanne verwachtingsvol aan.

 

 

 

Hoe het verder gaat weet ik zelf ook nog niet het moet nog geschreven worden. Maar ik krijg wel al beelden door waar de reis verder naar toe gaat.

 

Ik zou het leuk vinden als jullie hier beneden in mijn gastenboek iets willen schrijven wat je er van nu toe van vind. Al vast mijn dank hiervoor.

Liefs, Jolanda 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Commentaren: 2
  • #2

    Sylvia D Bock (woensdag, 15 april 2020 13:57)

    Prachtig levensverhaal! Zo is het.
    Zo boven zo beneden.(wereld) Onze Hemel op aarde aanraken met de vleugels van licht. Fantastisch verwoord yolanda � dankbaar
    Op de Juiste tijd uitgebracht, dit mag nu werkelijk gedeeld worden aan de mensheid! �����

  • #1

    Yolanthe (woensdag, 15 april 2020 11:16)

    Ik geniet intens van jouw verhalen Jolanda. Ze raken daadwerkelijk een diep verborgen "weten". Een blij en opgewonden gevoel maakt zich meester van mij.
    Dank je wel.
    Namasté ����