· 

Luchtkasteel



Het is vroeg in de ochtend, en een jonge vrouw stond op en deed de gordijnen open.
Ze keek naar buiten en zag dat het zou een prachtige dag worden.
Ze liep naar beneden, smeerde een boterham en schonk een glas melk voor haarzelf in. Nog wat slaperig van de nacht ging ze aan de keukentafel zitten en keek naar buiten.

Ze zag dat de vogels druk zoekend waren naar eten en haar gedachten dwaalden af.
Haar hele leven was ze bezig geweest met overleven.
Wat ze ook deed, nooit was het goed genoeg in de ogen van anderen.
Ze begrepen haar niet, en het leek wel of ze uit een ander soort hout gesneden was.
Altijd was er conflict. Niet dat ze het opzocht, nee integendeel, ze was er altijd bang voor geweest, maar ze kon er niets aan doen.
Overal waar ze was geweest of met wie ze ook omging, er ontstond conflict.
Op een gegeven moment durfde ze met niemand meer contact te hebben.

Ze sloot zich af van de buitenwereld en ging volledig op in haar eigen wereld en ging haar eigen gang.
Het ging heel goed en langzaamaan begon ze te begrijpen waarom mensen zo konden zijn tegen haar. Ze was te naïef. Ze zag niet de spelletjes die mensen met haar speelden, en wie was er nu een makkelijker doelwit dan zij.

Wie kon je makkelijk de schuld geven van wat jou is overkomen? Ja zij.

En wie kon je beter haten dan liefhebben? Dat was zij.
Nu zat ze aan de keukentafel en de tranen rolden over haar wangen.
Weer moest ze die buitenwereld betreden, omdat er zich iets vervelends had voorgedaan. Weer was ze het doelwit geworden van haat, jaloezie, angst, wrok, pijn en verdriet.

Ze werd weer als schuldige aangewezen.  
Er werd een luchtkasteel van onwaarheden om haar heen gebouwd.

Iedereen die geen macht of controle over haar kreeg, bouwde er een torenkamertje bij. 

Ze maakten van haar een vrouw die niet bestond, die niet eens in dat luchtkasteel woonde. De vrouw veegde de tranen van haar wangen, keek weer naar buiten en zag de vogels. Ze stond op van tafel, verkruimelde een boterham en gooide het door het open raam naar buiten.

Ze keek weer naar buiten.

Die vogels oordelen niet, die kennen geen haat, angst, verdriet en hebben geen wrok.

Wat een fijn leven, wij mensen kunnen daar nog veel van leren.
En een glimlach kwam op haar gezicht. Dit waren haar nieuwe vrienden.

 

Geschreven door Jolanda Rhijnsburger

 

 

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0