· 

De Sneeuw Koning (Kerstverhaal)

De Sneeuw Koning


Wanneer kleine Sanne wakker wordt, kijkt ze meteen door het raam naar buiten.

Het had gesneeuwd, en een dik pak sneeuw bedekte de wereld voor haar.

Snel sprong ze uit haar bedje, deed haar pantoffeltjes aan, en rende de trap af naar beneden.

“Mama! Mama!, het heeft gesneeuwd!”

Moeder die in de keuken stond glimlachte.

“Ja mijn kind, ik heb het gezien.”

“Mama, mag ik vandaag een sneeuwpop maken?”

Moeder glimlachte weer. “Maar natuurlijk, ik zal eens kijken of ik nog een oude sjaal kan vinden, dan kun je die gebruiken.”

Het meisje snelde weer de trap op naar boven en nadat zij zich gewassen en aangekleed had,

rende ze weer de trap af naar beneden.

Ze wilde gelijk naar buiten gaan, maar daar was moeder het niet mee eens.

“Eerst even wat eten mijn kind. Voor het maken van een sneeuwpop heb je energie nodig, dus eet je boterhammetje.”

Het meisje ging aan de tafel zitten en keek ondertussen naar buiten.

Ze wist precies hoe de sneeuwpop er uit moest komen te zien.

Snel veegde ze haar mond af aan haar mouw en rende naar de kapstok.

Daar deed ze haar jas en laarzen aan en trok bij het naar buiten lopen haar handschoenen aan.

Ze liep naar de verste hoek van de tuin en begon daar te rollen.

Al snel was de bal met sneeuw zo groot, dat ie bijna net zo groot was als zijzelf.

Vanuit een andere hoek begon ze opnieuw te rollen en deze keer werd de bal iets kleiner.

Uit weer een andere hoek maakte ze een kleine sneeuwbal dat voor hoofd diende.

Nu lagen alle drie de sneeuwballen naast elkaar en het meisje probeerde de middelste sneeuwbal tegen de grote op te duwen.

“Lukt het niet”, vroeg vader die ook buiten was.

Het meisje schudde met haar hoofdje van nee.

“Wacht maar”, en vader duwde samen met zijn dochter de tweede bal op de grote sneeuwbal. Vader pakte de kleine sneeuwbal en legde deze op de middelste.

Samen keken ze er naar, en vader duwde met wat losse sneeuw de delen aan elkaar, zodat alles goed vast bleef zitten.

“Moet hij ook een bezem hebben?”, vroeg vader.

Het meisje schudde haar hoofd van nee.

“Alleen een sjaal en een muts zijn genoeg”, zei ze vrolijk.

Vader pakte twee zwarte kooltjes en drukte deze in het gezicht van de sneeuwpop.

Moeder kwam met een winterwortel en een warme sjaal en muts naar buiten.

Van een tak maakte vader een mond met een stralende lag.

De sneeuwpop was nu af en vol trots keken ze met zijn drieën naar deze prachtige sneeuwpop.

“Ik heb warme chocolademelk. Zullen we naar binnen gaan?” vroeg moeder.

Eenmaal binnen kon het meisje haar sneeuwpop goed zien. Hij was prachtig!

De hele dag staarde ze uit het raam en keek naar hem die buiten in de kou stond.

Het werd avond en het meisje moest naar bed.

Ook vanuit haar slaapkamerraam kon ze de sneeuwpop duidelijk zien.

Ze liet haar gordijnen open, zodat als ze de volgende ochtend wakker werd, ze hem als eerste zou zien.

Nadat moeder haar een verhaaltje had verteld en haar een kus had gegeven, was ze alleen.

De maan was vol vannacht en scheen in haar kamertje.

De sneeuwpop zag ze duidelijk en met een zacht stemmetje zei ze: “Tot morgen sneeuwpop.”

 

Opeens werd er op haar raam getikt.

Het meisje deed haar oogjes open en keek naar het raam.

Onmiddellijk ging ze rechtop zitten en keek verbaasd naar buiten.

Voor het raam vloog een heel klein Kerstelfje.

Ze had sierlijke vleugeltjes en een klein rood jurkje aan.

Opnieuw klopte ze tegen het raam.

“Sanne, doe eens open?”

Heel voorzichtig stapte het meisje uit haar bed en liep naar het raam toe.

Ze maakte het raam open en keek het Kerstelfje blij maar verwonderd aan.

“Ga je met ons mee? ”vroeg het Elfje, “we gaan met de sneeuw spelen”, en terwijl ze dat zei, pakte ze uit haar tasje wat goudstof en strooide dit over het meisje heen.

Opeens veranderde alles.

Het huis was verdwenen en ze was nu ineens in een heel andere wereld.

“Waar zijn we?” vroeg ze

“Kom, volg mij maar.” zei het Elfje

Het meisje was in een wereld terechtgekomen, waar alles bedekt was met een dikke laag sneeuw.

Haar huis en haar slaapkamer waren opeens verdwenen, nu stond ze midden in een groot bos.

Het kleine Elfje vloog voor haar uit en het meisje volgde.

De bomen waren hier hoog en de maan verlichtte haar pad.

Ze liep op haar blote voetjes door de sneeuw, maar ze voelde geen kou.

“Waar gaan we toch naar toe?” vroeg ze nogmaals.

Het Elfje kwam naar haar toe gevlogen en zei: “We zijn er bijna. Kijk, daar is het al.”

Het meisje keek wat verbaasd naar de open plek in het bos.

Om een grote kerstboom stonden allemaal verschillende sneeuwpoppen.

Het meisje kon haar ogen niet geloven, het waren er ook zo veel.

“Kijk goed lieve Sanne, jouw sneeuwpop staat er ook tussen. Kijk, daar staat hij!”

Het meisje keek eens goed en ja, daar was hij.

“Maar hoe kan dit?” vroeg ze aan het Elfje.

“Alleen wanneer een sneeuwpop met liefde word gemaakt, zal het jouw ziel dragen.

Het heeft jouw liefde gevoeld en zal deze liefde doorgeven en uitdragen.

Jij hebt deze mooie lieve sneeuwpop gemaakt en je houdt van hem.

Hij wil nu iets terug doen en daarom heeft hij jou uitgenodigd om naar hier te komen.

Ga naar je sneeuwpop toe en kijk dan naar wat er gaat gebeuren.”

Nadat ze bij haar sneeuwpop aan was gekomen, zag ze dat er nog meer kinderen bij hun sneeuwpop stonden en dat ze met gezonde spanning afwachtten op wat er ging komen.

“Dag sneeuwpop”, zei het meisje.

De sneeuwpop keek het meisje blij aan en boog zich naar haar toe.

“Dag kleine Sanne.”

De ogen van de sneeuwpop waren niet meer van zwarte kooltjes gemaakt.

Het meisje keek nu in twee kleine zwarte spiegeltjes, en als ze goed keek, zag ze er het Universum in weerkaatsen.

Haar sneeuwpop had nu armen en benen en een grote witte jas hing tot op de grond.

Het meisje keek wat verlegen naar haar pop.

“Ik wil je bedanken voor je liefde kleine Sanne. Daarom heb ik je hier naartoe uitgenodigd. Deze plek is een heel speciale plek, omdat hier de Sneeuwkoning woont.

Hij heeft de liefde in zich en laat het sneeuwen op die plekken waar het nodig is.

Hij houdt de temperatuur in de wereld op peil, maar omdat er nu zo weinig kinderen zijn die nog een sneeuwpop maken,

is de temperatuur iets omhoog gegaan, waardoor er minder sneeuw valt.

Nu wil de Sneeuwkoning toch proberen ieder kind een sneeuwpop te laten maken, door het toch overal te laten sneeuwen.

Hij hoopt hiermee dat de kinderen die nu zo druk zijn met computers toch naar buiten gaan, en hij hoopt dat door het naar buiten te gaan, er weer vreugde mag komen.

Wij, alle sneeuwpoppen, gaan het straks laten sneeuwen, en jij mag mee.”

“Oh, wat fijn, maar hoe dan?” vroeg Sanne blij.

De sneeuwpop glimlachte en wees naar een stapel grote rode rieten manden.

“Die manden gaan we straks gebruiken lieve Sanne, maar eerst gaan we naar de Sneeuwkoning luisteren.”

Vanuit de verte kwam een groot stralend wit licht hun kant op.

“Kijk”, zei haar sneeuwpop, “daar is hij.”

Het meisje keek omhoog en zag het licht feller en feller worden.

Boven het bos kwam het tot stilstand en er ontstond een groot marmeren trap.

Boven aan de trap stond een troon.

Het was prachtig vond het meisje en ze keek haar ogen uit.

De koning die een dikke witte mantel droeg en een grote muts, keek recht naar beneden.

“Welkom lieve vrienden”, zei hij en keek naar beneden, naar de sneeuwpoppen en de kinderen.

“Het is de bedoeling om de gebieden waar sneeuw mag vallen, van een  dikke laag met verse sneeuw te voorzien.

Nu hoop ik dat dit verhaal voorgelezen gaat worden aan de kindertjes, omdat er te weinig kinderen nog buiten spelen en een sneeuwpop maken.

Dit verhaal is om de kinderen weer het plezier terug te geven, met iets wat zo belangrijk is. Ga mijn vrienden en strooi!!”

Iedereen begon te juichen en te klappen.

“Zijn jullie er klaar voor!!” riep de Koning.

“Jaa”, riepen ze in koor.

Alle sneeuwpoppen pakten een rode rieten mand.

“Klim erin Sanne”, zei haar sneeuwpop.

Het meisje klom in de mand en zag meteen dat de mand zich vulde met verse sneeuw.

“Jij mag strooien”, zei de pop blij, “dan hou ik de mand vast.”

“Ga mijn vrienden, breng vreugde over de wereld!” riep de Koning weer.

Een grote groep met kleine Kerstelfjes vloog over de grote groep met sneeuwpoppen en kinderen heen en strooiden hun goudstof rijkelijk in het rond.

Iedereen was nu bedekt met een dun laagje goudstof en één voor één vlogen de sneeuwpoppen de lucht in.

Het was een prachtig gezicht, om meer dan honderd sneeuwpoppen te zien vliegen.

Het meisje genoot en toen ze over een gebied heen vlogen waar geen sneeuw lag, begonnen de kinderen de verse sneeuw uit de manden te scheppen.

Overal dwarrelden grote sneeuwvlokken naar beneden en de laag werd dikker en dikker.

De manden waar de kinderen in zaten raakten nooit leeg. Zo vlogen ze van de ene plek naar de andere.

Totdat de zon bijna opkwam en de sneeuwpoppen terug vlogen.

Nadat ze eenmaal op de open plek terug waren gekomen, stond de Sneeuwkoning hen al op te wachten en liep naar de kinderen toe.

Hij liep naar het meisje toe en zei met een liefdevolle stem: “Mijn liefste Sanne. Jij hebt zoveel liefde in je zitten en ik ben blij dat juist jij met deze liefde een sneeuwpop hebt gemaakt.

Deze liefde is van een zeer groot belang voor onze wereld, omdat ik graag mijn liefde met sneeuw wil blijven schenken.

Alleen met liefde kunnen we de wereld redden”, en hij legde zijn hand op haar schouder neer.

Een beetje licht kwam uit het hart van de Koning gekropen.

Het gleed over de mouw van zijn jas en via de schouder van het meisje, gleed het licht zo haar hartje binnen.

Een kleine schok ging er door haar heen en de Koning zei: “Nu ben je altijd verbonden met mij, en als je later groot bent, zal je net als vandaag helpen met het verspreiden van de liefde.”

 

Plots werd het meisje wakker.

Waar was ze?

Oh, wat had ze toch fijn gedroomd en ze bleef nog heel even in haar bed liggen, om na te denken over de afgelopen nacht.

Totdat ze naar buiten keek.

Het had weer gesneeuwd en haar sneeuwpop stond buiten en hij lachte, net zoals hij gisteren lachte.

Maar wat was dat!

Naast hem stond een grote rode rieten mand vol met verse sneeuw.

Het meisje wist nu dat dromen waar konden zijn en blij zwaaide ze naar haar sneeuwpop die buiten in de kou stond.

 

Geschreven door Jolanda Rhijnsburger.