Het is koud. De ramen zijn bevroren.
Een klein meisje was net wakker geworden. Ze stapte uit bed, waste zich bij de wastafel en kleedde zich aan. Daarna liep ze de trap af naar beneden en deed daar het licht aan.
Ze was de eerste die beneden was.
Ze wilde naar de keuken lopen toen ze opmerkte dat haar hondje niet onderaan de trap stond om haar op te wachten.
Het meisje liep naar de kamer waar de mand van haar hondje stond. Ze deed het licht aan en keek richting de mand.
Een klein kopje kwam iets omhoog en een klein staartje kwispelde voorzichtig.
Het meisje liep naar haar hondje toe en knielde naast het mandje neer.
“Wat is er, Tommy? Waarom ben je nog niet op?”
Het hondje wilde opstaan, maar het ging niet.
Hij legde zijn hoofdje weer terug op de rand van de mand.
Het meisje aaide haar hondje.
“Wat is er toch?” Weer probeerde het hondje op te staan, maar zijn pootjes waren te zwak.
Hij liet zich weer terugzakken in zijn mandje.
Het meisje begon te huilen.
“Tommy, niet doodgaan,” snikte ze.
Het hondje keek het meisje aan, kwam iets naar voren en gaf haar een lik over haar gezichtje. Daarna ging hij weer in zijn mandje liggen en sloot zijn ogen. Het meisje begon heel hard te huilen.
“Tommy, Tommy, niet doodgaan!”
Vader kwam de trap afgerend. Hij rende naar zijn dochter en knielde naast haar en de mand neer.
Tommy was nu aan het overgaan. Vader zag dat meteen.
“Kom,” zei vader, “laat hem maar even alleen, dan kan hij rustig naar de andere wereld gaan.”
Het meisje ging met haar vader mee naar de keuken.
Vader maakte warme melk voor haar en zette die voor haar neer.
“Tommy is nu van deze wereld naar een andere wereld aan het overgaan,” vertelde papa.
Het meisje keek haar vader aan.
“Hoe weet u dat?”
Vader antwoordde: “Omdat ik daar ben geweest toen ik ongeveer net zo oud was als jij. Ook ik had toen een hondje waar ik veel van hield. Toen ze doodging had ik veel verdriet. Een Engel heeft mij ‘s nachts meegenomen. Ze liet mij zien waar Willemijn nu speelde. Ze was heel gelukkig en ik weet zeker dat Willemijn daar op mij wacht als ik niet meer hoef te leven.”
Het meisje had met grote ogen naar haar vader gekeken.
“Denkt u dat Tommy straks bij Willemijn is?”
“Ik weet het heel zeker,” zei vader. “Toen ik net beneden kwam, voelde ik dat Willemijn bij Tommy was. Zij kwam hem ophalen.”
Het meisje begon te huilen.
“Dan hoop ik dat hij heel gelukkig zal zijn en elke dag met zijn bal kan spelen.”
“Dat weet ik wel zeker,” zei vader.
Samen liepen ze naar de kamer, waar het meisje afscheid nam van haar liefste en allerbeste vriend, die nu in de hemel was.
