“Moeder?” vroeg haar dochter. “Wanneer gaan we naar de speeltuin?”
“Zo meteen. Nog even de afwas afmaken en dan gaan we,” zei moeder.
Het meisje stond met haar jas aan te wachten. Moeder was bijna klaar toen de telefoon ging. Ze nam op.
“Ja, daar spreekt u mee... oh... wat?
Ja, ik kom eraan... ja, meteen!”
Ze legde de hoorn weer op het toestel.
Moeder bleef nog even zitten. Ze was bleek weggetrokken.
Haar dochter had dit allemaal van een afstandje waargenomen en liep naar haar toe.
“Mama?” zei het meisje op vragende toon. “Wat is er?”
Moeder keek op naar haar dochter, pakte haar kleine handjes vast en streelde ze zachtjes.
“Ik kreeg zojuist een telefoontje,” vertelde ze met een bibberende stem.
Het meisje kwam nog dichter tegen haar moeder aan staan.
“Ik kreeg een telefoontje van het ziekenhuis. Papa heeft een ongeluk gehad.”
Het meisje schrok.
“Is papa dood?” vroeg ze met een huilende stem.
Moeder knikte.
Ze nam haar huilende kindje in haar armen.
Na de begrafenis lag het meisje “s avonds in haar bedje en viel met behuilde ogen in slaap. Toen ze in een diepe slaap was, schrok ze wakker in haar droom.
Voor haar bed stond een man en naast hem stond een vrouw. De vrouw kende ze niet, maar de man was haar papa.
De vrouw zei met een liefdevolle stem:
“Wij komen je halen. We gaan op reis en houd jij de hand van je vader maar stevig vast, lief kind.”
Het meisje kroop uit bed en schoof haar handje in de hand van haar vader. Vader keek erg blij en lachte vrolijk naar haar.
Toen het meisje weer naar de vrouw keek, waren ze plotseling op een andere plek.
“Wij zijn in de hemel, zoals jullie dat op aarde noemen.
Je vader heeft geen afscheid kunnen nemen van jullie en hij wilde zo graag zeggen dat het goed met hem gaat.”
“Maar moeder is er niet bij,” zei het meisje.
“Dat klopt,” zei de vrouw. “Je moeder is nog te zwak. Daarom mag jij haar vertellen dat het goed met papa gaat.
Kom, ga je mee?”
Samen gingen ze door één van de hemelpoorten.
“Je vader gaat hier straks doorheen. Hij zal daar eerst even uitrusten en daarna zal hij jullie gaan helpen.
Hij zal jou helpen met school en met alle keuzes die je wilt maken in het aardse leven. Ook zal hij zoveel mogelijk bij jullie zijn. Dit doet hij ook bij jouw moeder.
Zeg tegen haar dat haar man heel vaak bij haar zal zijn en dat hij haar zal helpen met haar verdriet. Dat hij haar elke avond voor het slapengaan een kus op haar voorhoofd zal geven, zodat ze weet dat hij over haar en haar kind waakt.”
Het meisje begreep het en sloeg haar armpjes om haar vader heen.
Hij keek haar nog één keer diep in de ogen, gaf haar een kus op haar voorhoofd en stond weer op.
“Ik hou van jou. Vergeet dat niet!”
Hij gaf haar een knipoog.
Het meisje keek met betraande ogen toe hoe haar vader door de poort ging, het felle licht tegemoet.
“Kom maar mee,” zei de vrouw. “Ik laat je nog één ding zien.”
En weer waren ze op een andere plek.
“Zie je die man daar?”
Het meisje knikte.
“Die man zal straks net zoveel van jou houden als jouw vader nu doet. Deze man zal jou en je moeder gelukkig maken.”
Het meisje knikte, maar was te bedroefd.
“Ik hoef geen andere vader,” zei ze.
De vrouw bukte en keek het meisje aan.
“Ik weet dat het nu nog te vroeg is en dat jullie tijd nodig hebben om te wennen. Maar jullie gaan weer gelukkig worden en dat staat al vast.”
Het meisje knikte opnieuw.
“Waarom laat u mij dit zien?” vroeg ze.
“Ik laat je dit zien zodat je voorbereid bent.
Hij,” zei ze terwijl ze naar de man wees, “kan jou en je moeder weer aan het lachen maken. Hij is lief en zal van jullie houden. Het is een verrassing voor je moeder.
Jouw vader heeft hiervoor gezorgd.”
Het meisje keek verschrikt naar de vrouw.
“Mijn vader?”
De vrouw knikte.
“Hij heeft ervoor gezorgd dat jullie weer gelukkig gaan worden. Is dat niet fijn?”
“Maar waarom kan papa niet terugkomen?” vroeg het meisje.
“Dat ging niet. Hij was al hier en dan kun je niet meer terug.”
Het meisje keek nog treuriger.
“Wat zei je vader toen jullie bij de poort stonden?” vroeg de vrouw.
“Dat hij van mij houdt en dat ik dat niet mag vergeten,” zei ze zacht.
“Juist! Hij houdt zoveel van jou en je moeder dat hij ervoor gezorgd heeft dat jullie weer gelukkig worden.”
Het meisje knikte verdrietig.
“Kom, geef mij maar je hand.”
Samen gingen ze langs de trap van dromen en bewustwording terug naar het slaapkamertje van het meisje.
De vrouw stopte haar in en gaf haar nog een zoen op haar voorhoofd.
“Luister, mijn liefste kind. Nu begrijp je het nog niet, maar later zal je je vader dankbaar zijn.”
Opeens was de vrouw weg.
De volgende morgen vertelde het meisje aan haar moeder wat de vrouw en haar vader hadden gezegd.
Moeder was daar zo blij mee.
Elke avond voor het slapengaan sprak ze tegen haar man en het voelde alsof hij haar een kus op haar voorhoofd gaf.
Zo gingen er enkele jaren voorbij.
Tot op een dag moeder thuiskwam met een man.
Het meisje keek op en liep op hem af.
Ze gaf hem een hand en zei:
“Ik moet u bedanken namens mijn vader.”
Daarna gaf ze hem een kus op zijn voorhoofd.
