Het is avond en een klein Engeltje stond bij het bedje van een ziek meisje.
Hij hield de wacht.
Het meisje was zo ziek, maar telkens probeerden de artsen haar weer beter te maken.
Elke keer leek het erop dat het lukte, maar uiteindelijk kwam de ziekte toch weer terug.
Het kleine Engeltje was bij haar vanaf de dag dat ze ziek was geworden en dat was een lange tijd geleden.
De kleine Engel keek naar hoe het meisje deze ziekte droeg.
Hij keek naar haar emoties en haar liefde voor haar ouders, opa’s en oma’s, haar broertje en haar vriendinnetjes.
Ze waren allemaal zo lief voor haar en zij was zo dankbaar, omdat ze steeds weer voor haar klaarstonden.
Het was nog niet zeker wanneer het kleine meisje zou overgaan.
De kleine Engel had nog niets gehoord.
Maar eigenlijk wist hij het al.
De kleine Engel was van het meisje gaan houden.
’s Nachts, als ze helemaal alleen was en vol verdriet zat, ging hij bij haar zitten en zong een liedje voor haar.
Hij streelde haar hoofdje en gaf haar een kus op haar voorhoofd wanneer ze in slaap was gevallen.
De kleine Engel had nog altijd het teken dat hij haar mocht voorbereiden niet gekregen.
Hij wilde bij haar blijven wachten totdat het tijd was.
Het meisje werd zieker en zieker en de artsen probeerden van alles, maar niets hielp nog voor langere tijd.
Soms ging het meisje heel even naar buiten voor wat frisse lucht, maar ze was te zwak om lang weg te blijven.
Op een dag werd het meisje zo ziek dat de artsen niets meer voor haar konden doen.
Ze stonden met de handen in het haar en vonden het verschrikkelijk.
Het kleine Engeltje week geen seconde van haar zijde en wachtte op het teken.
’s Avonds, nadat het meisje in slaap was gevallen, kreeg het kleine Engeltje bezoek.
Een Gouden Engel kwam de slaapkamer binnen, keek naar het zieke meisje en streelde zacht haar wang.
“Ze zal het straks fijn hebben bij ons.
Ze zal geen pijn en angst meer hebben.
Ze zal haar familie vaak opzoeken, want dat mag natuurlijk.
Ze zullen haar nodig hebben vanuit het Hiernamaals.
Zij zal hun kracht en liefde geven.
Ze zullen dit leed accepteren en dat is heel moeilijk als je een kind hebt verloren.
Maar zij kunnen het.
Je mag haar voorbereiden.”
Hij keek de kleine Engel aan.
“Ze mag binnenkort naar huis.
Het is bijna tijd.”
De Gouden Engel gaf het meisje nog een kus op haar voorhoofd en zei:
“Geniet van de reis, mijn kind.
Je zult het fijn hebben bij ons.”
Daarna vertrok hij.
De kleine Engel liep naar het meisje toe en pakte haar voorzichtig op.
Haar lichaampje bleef liggen, maar haar energetische lichaampje lag in zijn armen.
Heel voorzichtig bracht hij haar naar Zomerland.
Al die tijd bleef het zieke meisje slapen.
De kleine Engel bracht haar naar een prachtige kamer en legde haar in een zacht bedje.
Boven haar lichaampje liet hij stenen zweven.
De kleine Engel keek toe hoe de stenen hun werk deden.
Eén voor één verdwenen ze in het niets.
Het meisje werd wakker en keek verbaasd in het rond.
De kleine Engel was meteen bij haar en keek haar lachend aan.
“Dag, mijn kind, hoe voel jij je?”
Het meisje keek de kleine Engel verbaasd aan.
“Ik voel me wel goed, denk ik,” zei ze wat verlegen.
“Maar waar ben ik?”
Ze keek de kleine Engel vragend aan.
“Je bent even op visite in Zomerland.
Zomerland is het land waar kinderen in hun dromen naartoe gaan of wanneer ze zijn overgegaan.
Kom, ik zal je Zomerland laten zien.”
Hij tilde het zieke meisje uit bed.
Het meisje was nieuwsgierig.
Ze voelde hier zoveel liefde.
De kleine Engel zette haar weer op de grond en meteen merkte het meisje dat haar benen weer sterk aanvoelden.
Ze voelde helemaal geen zwakte of pijn meer.
“Ben ik weer beter?” vroeg ze aan de kleine Engel.
De kleine Engel keek haar verdrietig aan en schudde zijn hoofd.
“Nee, het spijt me.
Ook wij konden niets meer voor je doen.
Ik kon alleen maar bij je zijn.
Vanaf het moment dat je ziek werd, ben ik bij je geweest.
Dag en nacht heb ik naast je bed gezeten en als je sliep, heb ik liedjes voor je gezongen.
Als de pijn te heftig was, heb ik je vastgehouden.
Als je verdriet had, heb ik je tranen weggeveegd en geprobeerd je aan het lachen te krijgen, wat mij vaak lukte.”
De kleine Engel streelde zacht haar wang.
“Maar je ziekte heeft gewonnen en nu mag ik je voorbereiden om terug naar huis te gaan.”
“Dus ik ga dood?” vroeg het meisje met een bibberende stem.
Ze keek de kleine Engel met tranen in haar ogen aan.
“Ja, lieverd, maar je zult hier verder leven.”
De kleine Engel wees om zich heen.
Het meisje keek rond en zag heel veel spelende kinderen.
Wat hadden ze een plezier.
Ze zag in de verte een heus attractiepark en een waterpark.
Nog wat verderop waren dieren.
Ze zag een groot meer en een klein huisje met blauwe kozijntjes.
Er kringelde rook uit het schoorsteentje.
Uit nieuwsgierigheid liep ze die kant op.
“Wat is dat voor een huisje?” vroeg ze aan de kleine Engel.
“Dat is het huisje van een lieve oude vrouw.
Zij bakt elke dag koekjes en maakt eigengemaakte limonade.
Kinderen komen vanuit hun dromen hier vaak naartoe.
Ze kunnen hier spelen en als ze verdrietig zijn, kunnen ze hier hun verhaal doen.
De oude vrouw luistert altijd naar ieder kind.
Ook de kinderen die zijn overgegaan vinden het fijn om bij haar op bezoek te komen.
Dit is een heel speciale plek hier in Zomerland,” antwoordde de Engel.
“Mag ik daar nu ook naartoe?” vroeg het meisje aan de kleine Engel.
“Maar natuurlijk.
Kom, geef mij maar een hand.”
Het meisje pakte de hand van de Engel vast.
Na een tijdje zei de kleine Engel:
“Zullen we gaan rennen?”
Het meisje werd bang.
Ze had al tijden niet meer gerend.
Maar de Engel trok haar mee.
Samen renden ze de heuvel af, op weg naar dat schattige huisje.
Het meisje rende zo hard en had zo veel plezier dat ze haar ziekte helemaal vergeten was.
Ze rende zelfs de kleine Engel voorbij.
Aangekomen bij het huisje lachten ze volop.
“Wat heerlijk.
Het is ook zo lang geleden,” zei het meisje lachend.
“Hoor ik daar een klein meisje praten?”
Verschrikt keek het meisje achterom.
Ze zag een hele oude vrouw met grijs haar.
Ze had helderblauwe ogen en keek haar blij aan.
“Ik heb op jou gewacht.
Vandaag heb ik de koekjes en limonade extra lekker gemaakt en ik weet zeker dat jij het heerlijk zult vinden.”
De oude vrouw stak haar hand uit.
“Kom, ga je mee?”
Achter het huisje stonden allemaal kleine krukjes.
Op die krukjes zaten kindertjes.
“Deze kindertjes zijn net als jij hier op visite en zullen straks net als jij overgaan naar Zomerland.
Ga erbij zitten en als je vragen hebt, stel ze dan gerust.”
Het meisje ging zitten en kreeg een glas limonade en een koekje.
Ze keek voorzichtig de groep rond.
Een jongen begon te praten.
Hij vertelde dat hij bang was en dat hij zijn ouders zou missen.
De oude vrouw was op een stoel gaan zitten en keek de jongen liefdevol aan.
“Ach lieverd, natuurlijk zul je ze missen en zij jou.
Het is heel erg om je kind te moeten laten gaan.
Ze hebben ontzettend veel verdriet en het gemis is enorm.
Maar het enige wat jullie kunnen doen, is vertellen dat je naar Zomerland gaat en dat je Engel altijd bij je is.
Vertel hun dat het hier fijn is en dat je hier geen pijn meer hebt, maar gezond kunt opgroeien.
Vertel hun ook dat je hen heel vaak komt opzoeken.
Vertel hun waar jullie naartoe gaan, zodat het allemaal wat makkelijker zal worden voor hen.”
“Maar wat als ik alles vergeten ben zodra ik straks wakker word?” zei een ander kindje uit de groep.
“Dan lezen ze dit verhaal en weten ze dat jij op een mooie plek bent.
Ook weten ze dan dat jij hen heel vaak komt opzoeken.
Ze weten dan ook dat jij al je liefde naar hen toe stuurt en dat jij op hen zult wachten als zij overgaan.
Het aardse leven is maar tijdelijk.
Straks zijn jullie weer voor altijd samen.”
Het meisje hoorde nog meer vragen en keek de kleine Engel aan.
Ze fluisterde: “Zal ik straks alles nog onthouden als ik wakker ben?”
De kleine Engel lachte.
“Ja, want je zult mij vanaf nu altijd zien.
Ik wijk niet van jouw zijde.
Morgenavond breng ik je weer naar deze plek, zodat je hier opnieuw kunt spelen.
Over een week gaan we echt.
Maar tot die tijd kun jij je familie vertellen waar je in de nachten naartoe gaat en hoe leuk het hier is.
Vertel hun dat ik bij je ben en dat je mij kunt zien.
Zo zullen ze weten dat je snel overgaat en ik je thuisbreng.
Thuis naar Zomerland.”
