*** Stilte Coupé ***

Langzaam reed de trein het stationnetje binnen. De trein kwam tot stilstand en de deuren gingen open. Op het perron stonden een jongen en een meisje te wachten. Ze stapten in en zochten een plaatsje.

De jongen zat bij het raam en het meisje naast hem. Het was een koude herfstdag en de zon scheen fel. Ze zaten dicht tegen elkaar aan en hielden stevig elkaars hand vast.

Plotseling floot de conducteur op zijn fluitje. De beide kinderen schrokken. Het was ook zo’n hard geluid.

De deuren gingen dicht en de trein begon langzaam te rijden. De trein ging sneller en sneller en de kinderen keken hun ogen uit. Ze zagen grote huizen voorbij komen toen ze de stad uitreden. Buiten de stad zagen ze bossen in de prachtigste herfstkleuren. Ze zagen paarden die speelden in de wei en koeien die graasden van het late najaarsgras. Ook zagen ze schapen in hun dikke wollen jassen. Nee, die zouden het deze winter niet koud hebben.

Zo nu en dan zagen ze een reiger aan de kant van een sloot kikkers vangen. De beide kinderen keken met verwondering naar de natuur.

“Wat is het daar buiten toch mooi, hè?” zei de jongen tegen het meisje.

Het meisje knikte en keek weer naar buiten.

Er waren ook medereizigers ingestapt. De coupé zat helemaal vol en de mensen waren druk bezig. De één las de krant, een ander zat te bellen, weer een ander speelde een spelletje op zijn telefoon en de rest zat te appen.

“Heb jij gezien wat die mensen allemaal aan het doen zijn?” vroeg het meisje aan de jongen.

De jongen ging staan en keek de hele coupé door.

“Ik zie alleen maar mensen die met hun mobiele telefoon bezig zijn. Een enkeling, zoals die meneer in de hoek, leest de krant. En die twee dames helemaal vooraan praten wat af. Als je goed luistert, kun je hun gesprek helemaal volgen. En die man in het midden belt en praat wel erg luid. Hij spreekt een andere taal, hoor maar.”

Het meisje ging nu ook staan, bekeek wat de jongen beschreef en ging daarna weer zitten.

De jongen liet zich weer op zijn stoel zakken en ging naast haar zitten.

Samen keken ze opnieuw naar buiten.

De jongen pakte de hand van het meisje stevig vast.

“Het is daar buiten mooi, hè? Jammer dat niemand het wil zien.”

Het meisje knikte en keek de jongen verdrietig aan. Er stroomden tranen over haar wangen.

Samen keken ze weer door het raam naar buiten.

Het raam waarop met grote letters stond geschreven:

 

“Stilte Coupé”.