Het was ochtend en Sanne keek naar buiten. Ze is ziek, heel erg ziek.
In het begin had ze nog de hoop gehad dat ze beter zou worden, maar na een tijdje kwamen daar de dromen die haar meenamen naar de Hemelse sferen.
Ze was daar nu elke avond en haar werd verteld dat zij en haar ouders zich erop moesten voorbereiden dat ze binnenkort over ging.
Vaak hadden haar papa en mama aan haar bed gezeten als ze weer eens heel erg ziek geworden was, en vaak had ze gezegd: “Laat me maar gaan, ze wachten immers op me.” Maar papa en mama konden haar nog niet loslaten. Het was te moeilijk om hun kind te laten gaan en ze vochten nog steeds elke dag voor haar.
Sanne werd zieker en ze wist dat het niet zo lang meer zou duren. De Gouden-Engel die haar in de nachten begeleidde zei op een avond toen hij haar weer op kwam halen: “Over een week zal je voorgoed naar de Hemel gaan. Neem afscheid van je familie en je vrienden.
Laat hun weten dat je elke avond naar de Hemel gaat en dat je in de Hemel gezond bent en weer kind mag zijn.”
Overdag had Sanne veel visite.
Vader en moeder waren verslagen en leefden in een roes. Hun dochter had hun verteld wat de Gouden-Engel tegen haar had gezegd.
Er was nu niets meer om voor te vechten en de adrenaline die hen al die tijd op de been had weten te houden, had nu plaatsgemaakt voor vermoeidheid en verdriet.
Klop, klop, klop, het hoofd van een jongetje keek vanachter de deur naar Sanne toe.
Met een stralende glimlach keek hij zijn vriendinnetje aan. Hij was de enige van de klas die nu nog langs mocht komen, het zou anders te druk worden voor Sanne.
“Manu!” zei Sanne blij en ze probeerde rechtop te gaan zitten. Ze vond het altijd fijn als hij kwam en hij kwam dagelijks. Hij was zo anders dan de volwassen mensen.
Hij vroeg niet elke keer ‘kan ik wat voor je doen of hoe voel je je nu?’ Nee, Manu sprak over school en maakte haar aan het lachen. Ook nu werd Sanne meteen weer vrolijk, toen ze hem binnen zag lopen.
Manu was net iets anders dan andere jongens uit de klas. Je kon ontzettend om hem lachen, maar hij had ook als eerste door, wanneer er iets niet goed was.
Het leek wel of hij een radar had die hem waarschuwde voor gevaar of andere problemen.
“Hé Sanne, ik heb iets voor je meegebracht”, zei hij en overhandigde haar een grote envelop.
Voorzichtig maakte Sanne de envelop open.
Ze voelde en haalde er een grote kaart uit.
Aan de achterkant stonden alle namen van haar klasgenootjes en als ze de kaart omdraaide zag ze een prachtige dolfijn vanuit het water hoog de lucht in springen.
Sanne zuchtte en zakte weer terug in haar kussen.
“Ik had zo graag een keer een dolfijn willen zien, maar helaas kan dit niet meer”, zei ze bedroefd en keek Manu met betraande ogen aan.
Manu ging op de rand van het bed zitten en keek verdrietig naar Sanne. “Vertel me eens, wat heeft de Gouden-Engel je vannacht allemaal laten zien, en wat heeft hij je allemaal verteld?”
Sanne glimlachte en ging weer een beetje rechtop zitten. “Oh Manu, het is daar zo mooi! Ik heb vannacht zoveel Engelen gezien. De Gouden-Engel heeft mij verteld dat ik over een week voorgoed naar Zomerland zal gaan.”
“Zomerland?” vroeg Manu, “wat is Zomerland?”
“Zomerland is de plek waar alle kinderen in hun dromen of als ze over gaan, naartoe komen.
Ik heb jou vannacht ook gezien”, en ze keek hem blij aan. “Weet je dat dan niet meer?”
Manu moest even nadenken. Hij had wel over Sanne gedroomd, maar dat ook hij daar in Zomerland was, was hij vergeten. Hij knikte. “Ik kan het me vaag herinneren”, zei hij zacht. “Maar vertel verder Sanne.”
“Ik zag Witte-Engelen en Engelen met gouden vleugels. Ik zag ook hele kleine Engeltjes, en allemaal waren ze zo lief. De Gouden-Engel vertelde me, dat als ik voorgoed over ga, ik naar een plek ga waar ik even mag uitrusten. Hij heeft mij de plek al aangewezen.
Het is daar zo mooi en zo vredig.
Wist je dat ik daar helemaal niet meer ziek ben?
Ik heb gespeeld met de kinderen die daar ook wonen en ik heb een bezoekje gebracht aan een oude dame die zelfgemaakte koekjes en limonade maakte.”
Manu keek Sanne met een stralende lach aan.
“Was dat niet de heks van Hans en Grietje?”
Sanne proestte het uit van het lachen.
“Nee joh, in deze wereld is alleen maar liefde.
Het gekke is dat ik nu helemaal niet meer bang ben.
De Gouden-Engel komt elke avond naar me toe om me mee naar Zomerland te nemen, zo bereidt hij me voor op het over gaan. Vanavond wil hij me laten zien wat er gaat gebeuren als ik voorgoed over ga.”
Manu had gespannen naar zijn vriendinnetje geluisterd.
Opeens stroomden de tranen over zijn wangen en keek hij Sanne verdrietig aan.
“Ik zal je missen, je bent mijn liefste vriendinnetje.”
Ook Sanne had nu de tranen in haar ogen staan en spreidde haar armpjes wijd uit elkaar.
Hij stond direct op, om zijn vriendinnetje in zijn armen te sluiten. Ze huilden zachtjes, maar toch was daar die vrolijkheid van Manu weer.
“Ik heb een idee”, zei hij opeens en keek Sanne weer met een stralende glimlach aan. “Je hebt toch de wens om een keer de dolfijnen te zien?
Waarom vraag je het niet aan de Engel die je ‘s nachts komt halen?” Sanne keek Manu nu verbaasd aan.
Langzaam kwam er weer een glimlach op haar gezicht.
“Dat was ik helemaal vergeten…
De Gouden-Engel heeft mij, nadat hij me weer in bed legde, gezegd dat ik een wens mocht doen als ik voorgoed daar naartoe zou komen.
Ik was het vergeten en nu heb je mij daar weer aan helpen herinneren. Dank je wel! Vanavond als de Engel mij weer komt halen, zal ik het aan hem vragen.”
Sanne werd moe en Manu zag dat hij nu echt weg moest gaan. “Ik kom morgen weer”, zei hij zacht toen hij naar de deur toe liep. Hij keek nog even naar Sanne, maar ze lag al te slapen. Met zijn hoofd naar beneden gebogen, liep hij de kamer uit.
In de avond, nadat Sanne in slaap was gevallen, stond de Gouden-Engel al voor haar bed.
“Dag Sanne, hoe gaat het vandaag met je?
Ik heb gezien dat je vriendje Manu weer op bezoek is geweest. Was het gezellig?” Sanne glimlachte.
“Ja ik kan altijd zo met hem lachen”, zei ze vrolijk.
“Ja dat heb ik gemerkt”, en ook de Gouden-Engel begon te lachen. “Je hebt echt een lief vriendje.
Hij heeft je trouwens geholpen met de wens die jij alweer vergeten was. Kan ik je wens nu al in ontvangst nemen, of wil je daar mee wachten, totdat je voorgoed hier naartoe komt?”
Sanne keek om zich heen.
Ze waren weer in Zomerland en ze liepen naar de fontein die hier midden in deze wereld stond. Kleine Engeltjes speelden in het water dat steeds van kleur veranderde. Doordat het water van kleur veranderde, kleurden zij mee. Dan werden ze blauw, dan geel, dan waren ze weer groen en dan weer oranje. Ze schaterlachten het uit en Sanne kon haar ogen niet geloven.
“Wat is je wens Sanne?” vroeg de Gouden-Engel.
Sanne keek de Gouden-Engel aan en zei wat verlegen: “Ik had zo graag een dolfijn willen zien.
Het was de bedoeling dat wij als gezin op vakantie zouden gaan en dan zou ik voor het eerst de zee mogen zien, maar net voordat we wilden vertrekken werd ik ziek. Daarna is het er nooit meer van gekomen.
Nu ben ik te ziek en te zwak, en ik ben bang dat ik nooit meer de zee zal kunnen zien. Ik zal nooit weten hoe het is om een dolfijn te zien zwemmen, en ik zal nooit kunnen zien hoe een dolfijn vanuit de zee de lucht in springt.” Sanne keek op naar de Gouden-Engel.
Hij was op zijn knieën gaan zitten en keek naar het betraande gezichtje van zijn pupil.
“Ach, mijn lief kind, wat een mooie wens heb je.
Ik wil heel graag dat jouw wens in vervulling gaat.
Ik zal, zodra jij weer terug bent, aan de Hoge-Engelen vragen, hoe wij jouw wens het beste kunnen realiseren. Maar één ding staat vast, als je hier bent, zal jij een dolfijn gaan zien.” “Echt?” vroeg Sanne verbaasd.
“Ja, echt mijn kind dat beloof ik je.”
Na een aantal dagen was het dan zo ver.
Manu, het vriendje van Sanne, was zojuist vertrokken en ze hadden afscheid van elkaar genomen.
“Ga ik je ooit weer zien?” vroeg Manu met betraande ogen. “Ik denk het wel”, zei Sanne. “Je gaat toch elke avond naar Zomerland? Ik heb je daar de afgelopen weken zien spelen. Dus ja, we gaan elkaar weer zien.”
Ze omhelsden elkaar en namen afscheid.
Sanne was nu alleen in de kamer.
De laatste dagen had ze de Gouden-Engel niet alleen in de nachten gezien, maar ze zag hem nu ook overdag.
Hij stond in de hoek van de kamer en keek geduldig om zich heen.
Zo nu en dan keken Sanne en hij elkaar aan en dan glimlachten ze naar elkaar. Ze had nu van iedereen afscheid genomen en ze keek nog voor de laatste keer naar buiten. De vogels op de voedertafel waren druk deze ochtend. Moeder had wat voer gestrooid, zodat Sanne hiernaar kon kijken.
“Ga tegen je ouders zeggen dat het bijna tijd is”, zei de Engel en hij keek Sanne aan. Vader en moeder kwamen de kamer binnen en gingen naast haar bed zitten.
Sanne keek hen één voor één aan.
“Ik hou van jullie”, zei ze zacht.
“Maak je niet druk om mij, want waar ik naartoe ga is alleen maar liefde.
De Engel die mij naar de Hemel toe brengt is hier al en hij wacht totdat het zover is.”
Moeder begon opeens te huilen. “Huil niet lieve maatje, ik ben straks immers dicht bij u.”
Ook vader kon zijn tranen niet meer bedwingen en hij keek zijn kleine meisje met rood betraande ogen aan. “Oh Sanne, wat moeten we zonder jou?” zei hij en veegde de tranen van zijn verweerde wangen.
“Heus papa, maak je om mij geen zorgen, zorg goed voor mijn broertje en zusje. Door mij hebben ze al minder aandacht gekregen, en straks hebben zij jullie zo nodig. Vergeet hen niet papa” en ze keek haar vader aan terwijl ze dit zei. Opeens kreeg Sanne het wat benauwd, maar sloeg de hulp van de wijkzuster af.
“Nee, niet nu…”
De zuster ging weer weg en Sanne zei: “Lieve papa en mama, er is een Hemel waar iedereen naartoe gaat na dit leven. De één gaat eerder dan de andere.
Maar ik heb gezien dat we elkaar in onze dromen weer tegen kunnen komen. Alles en iedereen is met elkaar verbonden.” Papa gaf zijn kleine meid een kus.
“Je bent zo dapper lieverd. Ga lekker slapen. We zien elkaar morgenvroeg weer.”
Moeder stond op en liep naar Sanne toe.
“Lekker slapen meisje. We houden van je”, en ook zij gaf haar dochter een zoen op haar wang.
“Tot morgen”, zeiden ze toen ze samen in de deuropening stonden.
Sanne kon niets meer zeggen.
Haar verdriet had haar ingehaald en ze wilde het wel uitschreeuwen van die ondragelijke pijn in haar hart.
Het voelde net alsof ze vanuit binnenuit verscheurd werd. Dat ze voor altijd losgelaten werd.
De Gouden-Engel kwam naast haar bed staan.
Hij legde zijn hand even op het hoofdje van Sanne. Onmiddellijk voelde Sanne dat de spanning in haar lijfje minder werd. De Gouden-Engel glimlachte en zei: “Het is bijna tijd mijn lieve Sanne.
Ga lekker slapen. Ik neem je straks mee en dan gaan we in de Hemel de dolfijnen ontmoeten” en terwijl hij dit zei, knipoogde hij naar haar. Sanne knikte en deed haar oogjes dicht. De nachtzuster zat met haar breiwerkje op een stoel tegenover het bed van Sanne. Zo nu en dan keek ze op naar Sanne, maar die lag rustig te slapen.
“Sanne”, zei de Gouden-Engel zachtjes, ik kom je halen, ga je mee?” Sanne wilde al opstaan, maar de Gouden-Engel zei dat ze moest blijven liggen.
“Kijk naar wat er gebeurd Sanne. Jij mag het zien.” Sanne keek naar het licht dat vanuit de verte als een stip aan het plafond verscheen.
Langzaam werd dit licht groter en feller.
Het scheen precies op Sanne en ze moest bijna haar ogen dichtknijpen, zo fel was het.
“Blijf kijken Sanne, kijk naar wat er gebeurt.”
Vanuit het licht dat nu de hele kamer bescheen kwam een trap tevoorschijn. Deze trap had zilveren treden.
Aan weerskanten van de trap stonden Engelen, mooie Witte-Engelen. Sanne keek haar ogen uit.
Ze was verrast en wist niet zo goed wat ze moest doen. “Blijf rustig liggen”, zei de Gouden-Engel.
“Blijf gewoon kijken, ik ben immers bij je.”
Vanuit het licht kwam een Hoge-Engel de trap aflopen.
Tree voor tree liep hij naar beneden.
Nadat hij voor het bed van Sanne was aangekomen, keek hij haar liefdevol aan.
“Wij mogen je in de Hemel verwelkomen mijn kind.
Heb je leven lief en ga met God onze vader en moeder.”
Hij liep op Sanne af en de Gouden-Engel stelde haar gerust. “Het is allemaal goed mijn kind”, en hij legde weer zijn hand op haar voorhoofd.
De spanning nam direct weer af, waardoor ze zag hoe lief en sereen deze Hoge-Engel was.
Ze was niet bang voor de Hoge-Engel, maar wel voor het onbekende. De Hoge-Engel tilde Sanne voorzichtig uit haar bed. Sanne zag nu voor het eerst dat ze verbonden was met het lichaam wat altijd achtergebleven was, als ze op bezoek ging naar Zomerland.
Nu was het duidelijk zichtbaar en de Gouden-Engel zei: “Met dit koord ben je altijd verbonden geweest met het lichaam wat je droeg. Je mag nu afscheid nemen van je eigen lichaam. Je hebt het in onze wereld niet meer nodig. Lieve Sanne, wil je dat ik de verbinding verbreek?” Sanne keek de Gouden-Engel met tranen in haar ogen aan en ze knikte van ja. De Gouden-Engel liep naar het lichaampje van Sanne.
Hij keek naar het lichaampje en heel voorzichtig legde hij zijn hand op de plek waar de koord het lichaam verliet. Het koord trok zich direct terug en Sanne was los van haar lichaampje. Ze zag dat het geen adem meer haalde.
Ze zag dat de zuster opstond en naar haar toe liep.
“Het is tijd”, zei de Hoge-Engel en hij keek via de trap naar boven. Langzaam liep hij de trap op.
Sanne, die in de armen van de Hoge-Engel lag, zag het licht steeds feller en feller worden.
De Engelen die aan weerskanten van de trap stonden zongen: “Gloria, Gloria!”
De geur van witte rozen en witte lelies kwam haar tegemoet en de liefdesenergie werd met iedere tree hoger en hoger. Nog eenmaal keek ze naar beneden en zag ze daar haar lege lichaampje liggen.
“Dag”, zei ze zacht, “bedankt dat ik in je mocht wonen”, en langzaam sloot het licht zich af van de kamer waar ze vandaan kwam. De trap was hoog en nog steeds werd ze gedragen door de Hoge-Engel. Totdat hij bij de bovenste tree was aangekomen.
De Hoge-Engel tilde zijn armen, met daarin Sanne, omhoog en riep: “Ik breng u Sanne, uw kind!” en een warme liefdevolle trilling ging door Sanne heen.
Ze was thuis. De Hoge-Engel keek de Gouden-Engel liefdevol aan. “Ze moet eerst even rusten voordat ze de reis kan gaan maken. Zorg jij dat ze weer op krachten komt?” vroeg de Hoge-Engel.
De Gouden- Engel knikte. “Ik zal er alles aan doen om haar weer de oude te laten zijn.”
“Fijn, zei de Hoge-Engel.
“Hou ons op de hoogte. We willen graag weten hoe het haar straks zal bevallen bij de Waterengelen.
Ze weten van haar komst af”, en hij legde Sanne die in slaap was gevallen in een prachtig bed.
Uit een mandje dat naast het bed stond, pakte hij wat kristallen die hij boven Sanne liet zweven.
“Over drie dagen is ze uitgerust van haar reis naar aarde. Breng haar dan naar de Waterwereld en laat dan haar wens uitkomen.”
Weer knikte de Gouden-Engel en boog zijn hoofd toen de Hoge-Engel hem bedankte voor zijn hulp.
Drie dagen bleef de Gouden-Engel bij Sanne.
Als de kristallen verdwenen, zorgde hij ervoor dat er weer nieuwe boven haar lichaampje hingen.
Steeds sneller en sneller verdwenen de kristallen en opeens deed Sanne haar oogjes open.
“Lekker geslapen slaapkop”, vroeg de Gouden-Engel lachend. Sanne, die nu op de rand van haar bed zat, keek met een verblijd gezicht naar de Engel.
“Ik heb heerlijk geslapen”, en ze rekte zich nog even uit.
“Ga je mee?” zei de Gouden-Engel en hij nam haar bij de hand. Samen liepen ze door Zomerland en iedereen zwaaide naar haar.
“Waar gaan we naartoe?” vroeg Sanne.
“We gaan op zoek naar jouw wens”, antwoordde hij en knipoogde naar haar.
Nadat ze bij de rand van Zomerland waren aangekomen liepen ze de Waterwereld binnen.
“Ik wil je vragen om op die steen te gaan zitten die aan de waterkant ligt.” Sanne liep naar de steen toe die naast een rivier lag.
Het was hier heerlijk. De wind speelde zachtjes met haar haar en ze zag de vogels over vliegen.
Het voelde hier vredig aan en ze keek de Gouden-Engel met dankbare ogen aan.
“Kijk in het rond mijn kleine Sanne, kijk, en heb een goede reis.”
Heel in de verte begon de eerste vogel te zingen en opeens was Sanne verdwenen en liep ze een nieuwe wereld binnen.
De Gouden-Engel keek vanaf een afstandje mee en zei: “Leef, leer en geniet mijn kind, in de wereld van de Waterengelen.”
