Op de sterfdag van Robby gaan ze samen naar het kerkhof.
Het is een nazomerse dag en het is zelfs nog warm.
De zon schijnt heerlijk en de bomen zijn nog prachtig groen.
Al tachtig jaar staan deze bomen hier al.
Al tachtig jaar zijn ze de poortwachters van dit stuk heilige grond.
Zodra je de poort binnenrijdt voel je gelijk dat de energie verandert.
De kleuren van het gras lichten licht op als de zon erop schijnt.
De man en de vrouw lopen langs de graven.
Ze weten dat het tot een einde zal komen.
Elke dag voelen ze dat deze tachtig jaar ook energetische veranderingen zullen brengen.
Ze lezen de namen op de graven en de vrouw legt in haar gedachten bij ieder graf een witte roos neer.
Ze beseft dat ze ergens vooraan had moeten beginnen en nu weet ze niet meer welk graf ze wel en niet heeft gehad.
Ze wordt er verdrietig van en kijkt haar man met betraande ogen aan.
“Het zijn er zoveel”, zegt ze zacht.
Ze lopen naar het graf van Robby en blijven even zwijgend staan.
Er liggen bloemen bij met een klein Amerikaans vlaggetje.
Ze lopen verder en lopen richting het graf van Terry.
Ze voelen beiden een enorme liefde door hen heen gaan.
Ze weten het, met hem is alles begonnen en de vrouw denkt: ‘Misschien is hij ook wel degene bij wie het mag stoppen.’
Robby en Terry staan onder een boom en kijken toe naar hoe de man en de vrouw op een muurtje gaan zitten.
Ze kunnen zo het hele kerkhof overzien.
De vrouw huilt.
Ze voelt nog steeds de aanwezigheid van de soldaat en in haar geestesoog ziet ze de Hemel openbreken.
Er komt een trap tevoorschijn en ze ziet de Heilige naar beneden dalen.
Hij lacht naar de vrouw en de vrouw glimlacht terug.
Ze kent hem, ze heeft hem al zo vaak gesproken.
Dan ziet ze dat de twee soldaten naar de trap toe lopen en haar dan weer lachend aankijken.
Ze wijzen naar boven en dan ziet ze iets wat ze nog nooit eerder heeft gezien.
Duizenden Engelen dalen naar beneden en lopen de trap af.
Bij elk kruis gaat een Engel staan, bij iedere naam op de wand blijven ze zweven en waar de vrouw ook kijkt ziet ze Engelen.
Het is prachtig en door haar tranen heen ziet ze de soldaten die nog achter zijn gebleven.
Ze kijken naar hun Engel en klampen zich aan hen vast.
Ze kunnen niet geloven dat ze naar het licht mogen.
Ze kunnen niet geloven dat het eindelijk zover is.
De vrouw ziet dat iedere Engel een soldaat ondersteunt de trap op.
Tree voor tree lopen ze naar boven.
Aan weerszijden van de trap staan de soldaten die al over zijn gegaan en ze salueren naar de soldaten die na tachtig jaar eindelijk thuis mogen komen.
Dan ziet de vrouw een klein meisje lopen.
Ze heeft lange roodbruine vlechten in haar haar.
Een jurkje aan met daaroverheen een soort van schort met gekruiste banden op haar rug.
Ze heeft een mand vol witte rozen aan haar arm.
Ze kijkt in de richting van de vrouw op en glimlacht lief.
Iedere soldaat die de trap op loopt krijgt van haar een witte roos.
De vrouw ziet alles voor haar ogen gebeuren.
Het is één liefdevol gebeuren dat hier plaatsvindt en de tranen blijven over haar wangen stromen.
Het lijkt alsof er een koepel van liefde over dit veld heen ligt.
Duizenden soldaten lopen de trap op met hun Engel en lopen het licht binnen.
De Heilige die als eerste naar beneden was gelopen ging naast de vrouw staan.
Hij keek haar liefdevol aan en zei:
“Dank jullie wel voor deze liefde. Niet alleen hier op dit kerkhof zullen de soldaten naar huis gaan, maar iedereen die met deze oorlog te maken heeft gehad.
Het is tijd dat dit tijdperk omgezet gaat worden naar liefde.
Ook de laatsten zullen de eersten zijn die deze zware tijd nu achter zich mogen laten, zodat bij het overgaan de zwaarte van deze periode ervan af is.
Dankzij de liefde die jullie in je dragen konden jullie je eigen familielijn opschonen.
Niet alleen je man, maar ook jij hebt dit gedaan.
Vanaf dit moment zal alles alleen maar anders zijn.
Dan zijn de Tweede en Eerste Wereldoorlog uit de mens en mag dit getransformeerd worden in liefde.
Ik wil jullie danken.”
En de Heilige boog voor de vrouw en de man.
Ze zag hem naar de twee soldaten teruglopen en zag wat er verder gebeurde.
De soldaten die bij de kruizen hoorden, waren de trap al opgelopen.
Nu waren de soldaten aan de beurt van wie de namen op de wand stonden.
Eén voor één lichtte een naam van een soldaat op en daarna liep een Engel met deze soldaat de trap op.
Het was een dankbaar gezicht en nog altijd stond dat meisje daar om witte rozen uit te delen.
Ze deed dit met zoveel eerbied en respect voor deze soldaten.
Zo nu en dan keek ze nog eens achterom naar de vrouw en de vrouw voelde een herkenning.
Ze had dit meisje eerder gezien.
Waar kende ze dit meisje van?
Opeens wist ze het.
Dit was haar oma.
Ze was hier als meisje en deelde de witte rozen uit.
Nu zag ze een oude man de trap af komen dalen, samen met de vader van haar man.
Ook zij waren verbonden aan deze cluster van pijn, verdriet en angst.
Ze liepen op de man af en gingen achter hem staan.
Ze legden beiden een hand op zijn schouders.
Drie generaties en drie mannen met dezelfde naam en achternaam.
Ze hebben dezelfde pijn gevoeld, hetzelfde gevecht en dezelfde angst, en nu was dit voorgoed uit hun systeem en hoefde het ook niet meer terug te komen.
De Heilige liep naar de man toe.
Hij keek de drie mannen aan en met beide handen zegende hij hen.
Hun taak was volbracht.
De Heilige ging naast de vrouw staan en keek samen met haar naar het kleine meisje.
Ze keken naar de soldaten die nog steeds via de trap naar het licht toe liepen.
De vrouw en de man waren uit tijd en ruimte en keken toe naar hoe de soldaten via de trap in het licht verdwenen.
Het meisje met haar mand vol rozen liep op de vrouw af en overhandigde haar de laatste rozen die ze nog over had.
“Dank je wel, mijn lief kind, dat je dit wilde schrijven. Onze harten zijn voor altijd verbonden.
Nu zal jouw leven echt veranderen in liefde voor ons en ons allemaal. Namens ons dank je wel.”
Het meisje liep samen met de vader en opa van de man de trap van de Hemel op en bleef halverwege nog één keer staan.
Ze lachten en liepen tenslotte door om voorgoed in de sferen te verdwijnen.
De Heilige keek op beiden neer en zei op een liefelijke toon:
“Hierbij wil ik jullie vertellen dat het even zijn tijd nodig heeft om te kunnen herstellen van deze periode.
Het is niet erg om het eens wat rustiger aan te doen.
Het is niet erg om de liefde van ons in je hart te voelen en het is niet erg om te luisteren naar je eigen innerlijke liefde en wat deze van je vraagt.
Geef het alleen de tijd om de rust in jezelf terug te vinden en wij helpen jullie waar wij kunnen.”
De Heilige keek naar de laatste soldaat die de trap opliep en glimlachte.
“Vanaf nu zal het hier altijd rustig zijn.
Het enige wat de mensen die de graven komen bezoeken hier nog voelen, zijn dankbaarheid en liefde.
Liefde voor de mens, de wereld waarin ze leven en respect voor deze soldaten die ooit hebben gestreden voor vrede.
Fouten die toen gemaakt zijn, zullen rechtgezet worden. Alles zal in een sneltreinvaart veranderen.
Er zal veel gaan gebeuren waarvan je denkt: ‘Wat nu gebeurt, is dit niet in strijd met liefde?’
Alles is energie en om energieën te kunnen herstellen, is de energie nodig die de liefde niet in zich draagt, om zo tot liefde uit te komen.
Uiteindelijk zal het de juiste weg zijn.
Uiteindelijk zal de mens in gaan zien dat oorlog iets zinloos is.
Dualistisch is wat bij dit energieveld hoort, maar waar de mens uit kan komen door in te zien dat strijden geen uitweg biedt.
Er komt altijd een tijd dat het de andere kant van de medaille laat zien en dat het oude, het goede dat eens in liefde was, toch de juiste weg blijkt te zijn.
Pas dan zal de mens in deze prachtige wereld een heilig pad bewandelen, het pad van liefde, onvoorwaardelijke liefde.”
De Heilige liep in de richting van de trap.
De Engelen die nog achter waren gebleven en naast de bezoekers wandelden, keken hem na.
Hij liep de trap op en keek nog voor de laatste maal naar de vrouw en de man.
Hij zwaaide en liep verder naar boven.
De trap verdween, de koepel van liefde veranderde en alles was weer zoals het hier hoorde.
De man en de vrouw stonden op en keken nog eenmaal naar het veld vol graven.
Achter hen stonden de twee soldaten.
Er was liefde, maar ook afscheid en ze wisten allen dat, wanneer ze elkaar ooit terug zouden zien, ze voor altijd met elkaar verbonden zouden zijn.
Hier, in de hemelen en in een volgend leven.
De man en de vrouw vertrokken en de beide soldaten bleven achter.
Ze liepen langs de graven en zagen bij ieder graf een witte roos liggen.
Voor het monument met de vlag die wapperde voor hun vaderland bleven ze staan.
Ze keken elkaar aan.
Tachtig jaar heeft het geduurd voordat zij thuis mochten komen.
Tachtig jaar lang hebben ze geholpen met het vinden van soldaten, met het steunen bij verdriet van familie en vrienden.
Tachtig jaar lang hebben ze hier op deze plek de mensen bekeken, gevoeld en bedankt voor het komen.
Tachtig jaar lang werden ze herdacht uit liefde en respect en tachtig jaar lang hebben ze in de schaduw van deze oorlog geleefd, wetende dat eens de dag zou komen dat zij als Hemelse Brigade naar huis terug mochten keren en dat hun opdracht zou zijn vervuld.
Er is geen soldaat achtergebleven, ze zijn allen naar huis teruggekeerd.
Ze kijken samen naar de wapperende vlag en opeens is daar weer dat prachtige licht.
Het licht dat hun de weg naar huis heeft laten zien.
Het licht waar ze elk moment in en uit kunnen stappen.
Het licht van thuiskomen.
De beide mannen salueren naar elkaar, een brede lach verschijnt op hun gezichten en hand in hand stappen ze samen het witte licht binnen.
Hun taak als ziel is klaar.
Het is volbracht!
Met liefde mogen schrijven,
Jolanda Rhijnsburger ♥
© 2026 Jolanda Rhijnsburger
Alle rechten voorbehouden.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.
Titel: Hemelse Brigade
Auteur: Jolanda Rhijnsburger
