*** Hoofdstuk 11. ***

Het dak van de Hemel

 

Een vrouw was verdrietig.

Ze had zo veel meegemaakt, dat ze steeds terug moest denken aan haar verleden.

De pijn was zo nu en dan ondragelijk en daarom was ze erg verdrietig.

Ze keek om zich heen en zag daar een trap.

Deze trap was lang en eindigde pas op de top van de hoogste berg.

De vrouw wist dat ze ooit deze trap moest beklimmen om, tree voor tree, haar verleden los te kunnen laten. En dat moment was nu aangebroken.

Ze had een rugtas bij zich, met daarin wat eten en drinken voor onderweg en ook een slaapzak.

Het was een lange reis en ze zou zeer zeker niet voor het donker aankomen.

De vrouw keek nog eens om zich heen en zette haar voet op de eerste tree.

Tree voor tree en stapje voor stapje klom ze de trap op naar het dak van de Hemel.

De trap was steil en zo nu en dan moest ze uitrusten om op adem te komen.

Vaak moest ze tijdens het lopen denken aan het verleden, maar vele treden verder werd de pijn minder en maakte deze plaats voor een gevoel van rust.

De liefde voor bepaalde personen zou altijd blijven, maar soms moest ze keuzes maken om verder te kunnen.

De vrouw bleef de trappen van de berg beklimmen en tegen de avond vond ze een geschikte plek om even te gaan slapen.

De volgende morgen, in de vroegte, werd ze wakker gezongen door de vogels en de vrouw glimlachte.

Ze stond op en keek om zich heen.

Ze was nog niet halverwege en ze wist dat de beklimming nu pas zwaar zou worden.

Ze haalde een appel uit haar tas en begon deze tijdens het beklimmen van de trap op te eten.

Het was een mooie dag, de zon scheen en de vogels waren druk.

De bomen die nog aan de voet van de berg groeiden, waren uitzonderlijk groen van kleur.

De vrouw genoot hiervan.

Na een tijdje zag ze dat de begroeiing minder werd en de rotsachtige grond meer zichtbaar werd.

De kou zorgde ervoor dat hier minder bomen groeiden.

Deze overgang maakte de vrouw een beetje somber.

De zon verdween achter een dik wolkendek en het begon zachtjes te regenen.

De vrouw zwoegde zichzelf de trappen op en zo nu en dan keek ze naar beneden om te zien hoeveel ze al had gelopen.

Door de regen was er nog maar weinig zicht op het dal beneden.

De vrouw huilde nu zachtjes.

Ze wist dat dit de overgang van het verleden naar het heden was.

Het verleden had ze nu losgelaten en het heden was ze zojuist binnengestapt.

De vrouw liep verder de trappen op naar boven.

De scherpe kou werd feller en de regen ging over in sneeuw.

Dikke vlokken dwarrelden omlaag en bleven op de trap liggen.

Het zicht was niet meer dan een meter en ze moest goed kijken waar de treden van de trap waren.

Het was een barre strijd, maar de vrouw wist dat ze moest doorzetten.

Ze moest ervoor zorgen dat ze, voordat de avond inviel, voorbij de wolken zou zijn.

Maar de trappen leken onbegaanbaar en over sommige treden deed ze wel een half uur.

Maar ze moest door!

Als ze nu zou gaan rusten, was de kans groot dat ze niet meer verder of terug kon en dat ze vast zou blijven zitten.

Ze moest door!

De avond viel in en de vrouw pakte een zaklantaarn om zichzelf meer licht te geven.

Heel voorzichtig schoof ze de sneeuw van de treden voor zich weg en op handen en knieën beklom ze die nacht de trap.

Tegen de ochtend, toen het licht werd, zag ze de zon.

De zon scheen met haar warme stralen op haar gezicht.

De vrouw keek en warme tranen liepen over haar gezicht.

Ze had de overgang van het verleden naar het heden volbracht.

De zon scheen, ze zag de trap verder langs de berg omhoog lopen en in de verte, boven aan de trap, stond een klein huisje.

De vrouw glimlachte door haar tranen heen.

Ze was eigenlijk te moe, maar de adrenaline zorgde ervoor dat ze verder klom.

De lucht werd ijler.

De kou was aangenaam nu de zon scheen, maar het beklimmen van de trappen bleef zwaar.

Af en toe stond ze even stil om wat te eten en van het uitzicht te genieten.

Tijdens de beklimming genoot ze van deze wereld boven de wolken.

Aan het einde van de dag, net toen het donker begon te worden, kwam ze bij het huisje aan.

Ze klopte aan en de deur ging open.

Een man met een dikke paarse mantel deed open.

Zijn felblauwe ogen glinsterden en keken haar lachend aan.

"Je hebt het volbracht!" riep hij blij en ving haar op in zijn sterke armen.

Hij tilde haar op en legde haar in een bed waarin ze kon uitrusten.

Een knapperend haardvuur zorgde voor rust en warmte.

De volgende dag werd de vrouw wakker en keek meteen in de stralende ogen van de man.

"Mag ik mij even voorstellen? Mijn naam is Saint-Germain.

Ik mag u verwelkomen in het heden. Kom, eet wat."

Hij gaf haar een dienblad met eten dat ze nog nooit had geproefd.

Ze begon te eten en het eten gaf haar zoveel energie, dat ze zich direct weer fit voelde.

"Gaat u mee?" vroeg hij haar.

De vrouw stapte uit bed en deed haar jas aan.

Samen liepen ze naar buiten.

Saint-Germain keek naar het dak van het huis.

"Ik wil u vragen om ook deze trap, die naar het dak van het huis leidt, te beklimmen.

Dit is de laatste trap die u nog moet beklimmen.

Dan is er geen weg meer terug naar het verleden."

De vrouw knikte en beklom de trap die naar het dak leidde.

Ze ging boven op het dak zitten en Saint-Germain kwam naast haar zitten.

Samen keken ze naar beneden.

Ze zagen de wolken voorbijdrijven.

Ook zagen ze de besneeuwde bergen en nu de zon scheen, maakte dit alles nog mooier.

De vrouw begon te huilen.

"Het is allemaal zo mooi, zo sereen.

Hier voel ik geen dualiteit, hier voel ik mij één met alles."

Saint-Germain legde zijn arm om haar heen en gaf haar een kus op haar wang.

"Ik ben heel trots op u, maar kom, zullen we hier weggaan?"

Hij stond op, pakte haar hand vast en samen sprongen ze van het dak af en zweefden ze als een adelaar in de wind.

En net op het moment dat ze de grond zouden raken, deed ze haar ogen open.

De vrouw werd wakker en op haar stoel lag haar dikke winterjas.

Een sneeuwvlok dwarrelde van haar jas op de grond en verdween.

Ze was op het dak van de wereld geweest.

Ze glimlachte en bedankte Saint-Germain voor zijn liefde voor haar.

 

Van innerlijk kind tot meesterschap

 

Wij als spirituele wezens mogen onszelf herontmoeten en op zoek gaan naar ons ware zelf.

Op een dag vragen we onszelf opeens af: Waar kom ik eigenlijk vandaan?’

We weten dat we geboren zijn uit een moeder, maar wat is nu het grotere plaatje achter het leven dat ik nu leef?

Zo gaan we op zoek naar onze ware identiteit.

Je gaat eens goed kijken naar jezelf als mens. ‘Doe ik misschien iets niet goed?’

En als je goed kijkt, zie je opeens patronen in jezelf die eigenlijk helemaal niet zo aangenaam zijn.

Je ziet dat je jezelf te veel weggeeft of altijd graag ergens bij wilt horen.

Ook zie je dat je altijd de baas wilt zijn, haantje de voorste, zullen we maar zeggen.

En je gaat proberen al die patronen in jezelf, waarvan je zelf vindt dat ze niet oké zijn, te veranderen.

Je stopt met liegen of de boel te verdraaien.

Je bent nu opeens iemand die luistert naar een ander, iets wat je daarvoor niet deed.

Je gaat zelfs zover dat je durft toe te geven dat je op bepaalde momenten fout zat.

Het voelt alsof je schoon wordt en je denkt dat al je karma is opgelost. Je wilt geen nieuwe patronen meer ontwikkelen en het voelt geweldig!

Het lijkt net of je laagjes van jezelf afwerpt, die je al die tijd het gevoel hebben gegeven dat jij dat werkelijk was.

Maar die laagjes hebben jou vanaf je geboorte geprobeerd te beschermen tegen pijn en angst.

Je hebt de eerste laag van je ego onderzocht en het is heerlijk.

Je bent een compleet ander mens geworden en je loopt op wolken.

Op spiritueel gebied gebeurt er opeens van alles en het lijkt erop dat je nu ook dingen voelt, ruikt en misschien zelfs ziet.

Je staat opener voor de energieën om je heen.

Je hebt het gevoel dat je alles in jezelf hebt opgeruimd, totdat er op een bepaald moment in je leven iets gebeurt dat alle registers opentrekt en je het gevoel geeft dat je weer van voren af aan moet beginnen.

Nu komt er een oude pijn van vroeger naar boven en zit je weer helemaal in dat gevoel van toen.

Je bent er ziek van en zit gevangen.

Je hebt jezelf inmiddels aangeleerd om ernaar te kijken wanneer er een patroon in jezelf naar voren komt dat niet fijn aanvoelt.

Dat is het begin van innerlijk-kindwerk.

Als we terugkijken naar ons spirituele pad, dan zien we dat iedere pijn die wij in ons meedragen verschillende gradaties heeft.

Ikzelf zeg altijd: het heeft meerdere lagen.

Je kunt iets wat in je leven is gebeurd niet in één les oplossen en loslaten.

Dit gebeurt vele keren, telkens opnieuw.

Elke keer als je een nieuwe fase van lessen ondergaat, zul je de pijnen en trauma's die je vanuit het verleden met je meedraagt steeds iets dieper gaan inzien.

Je bewustzijn verruimt zich en je gaat naar een hogere vorm van zelfrealisatie. Daar horen ook de bijbehorende lessen bij.

Het is telkens dezelfde pijn, dezelfde angst, maar je kijkt er op een andere manier naar.

Je kijkt er anders naar dan toen je nog in een lagere fase van je eigen ontwikkeling zat.

Ik zie het als een school met verschillende klassen.

Een kleuter kun je niet meteen de lessen uit groep acht geven. Iedere klas heeft zijn eigen lessen.

Zo zit dat ook met onze innerlijke lessen.

Elke keer zul je een trauma uit het verleden opnieuw ondergaan en inzien.

Je haalt er je inzichten uit en daarna mag het weer losgelaten worden.

Dit gaat net zolang door totdat je bij de kern van het probleem bent aangekomen.

Je mag het dan voor altijd loslaten.

Het is een ingewikkeld proces en niet iedereen loopt hier zomaar doorheen.

Velen doen hier vele levens over en gaan pas in hun laatste reïncarnaties een klas hoger.

Als je een oude ziel bent, en daar zijn er op dit moment erg veel van, ben je in de afrondende fase beland.

Je krijgt ontzettend veel trauma's te verwerken.

Je mag het in elk leven opnieuw beleven.

Je haalt er je inzichten uit en in een volgend leven mag je het weer overdoen, maar dan een klas hoger.

In één van je laatste levens als oude ziel komt alles nog eens voorbij als een soort examen.

Tijdens dit leven ga je telkens ook een klas hoger.

Je haalt uit iedere klas je inzichten, laat deze weer los en gaat over naar de volgende klas.

Ook zijn er tussen de klassen door, zoals ik ze maar noem, een soort tentamens.

Deze tentamens worden geleid door de Meesters van het Licht.

Zij hebben jou gezien en jij bent hun leerling.

Je mag vanuit je innerlijke stilte met hen in contact komen en zij bereiden je voor op een nieuwe fase.

Ze staan naast je als je naar de kern van je bestaan toewerkt.

Ze houden je vast en tillen je op als het te moeilijk wordt.

Denk niet dat je zult falen omdat deze weg zo zwaar is.

Nee, zij helpen je en geven je inzichten die jouw innerlijke pijn zullen oplossen, maar jij bent degene die het werk doet.

Zo hebben alle emoties, trauma's, angsten en onzekerheden een kern.

Zodra je deze in de allerhoogste klas of fase hebt ingezien en losgelaten, ben je klaar voor je meesterschap.

Er wordt veel gesproken over innerlijk-kindwerk.

Er worden veel cursussen aangeboden en je mag helemaal teruggaan naar je kind-zijn.

Zelf schrijf ik innerlijk-kindverhalen voor anderen en ik merk dat mensen het fijn vinden om hun innerlijke kind opnieuw in zichzelf te ontmoeten.

Maar vaak heeft dit innerlijke kind pijn en verdriet en schreeuwt het uit angst.

Het is goed om naar dit innerlijke kind vanuit dit leven te kijken, maar het innerlijke kind van dit leven draagt ook de angsten en het verdriet uit al die andere levens met zich mee.

De trauma's zitten veel dieper geworteld dan wat het in dit leven heeft opgedaan.

Dat is ook de reden waarom we steeds dieper in onszelf mogen voelen, totdat we bij de kern zijn aangekomen en deze mogen oplossen.

Innerlijk-kindwerk is dus een transformatieproces in onszelf dat teruggaat naar ons echte mens-zijn.

Ons echte mens-zijn is hoe we zonder dualiteit en zonder ego in ons eigen goddelijke licht staan.

Hier zijn we een puur mens.

We hebben het lijden achter ons gelaten.

We zijn meester geworden over het lijden.

In het begin van dit hoofdstuk staat dat we op zoek gaan naar wie we werkelijk zijn.

Wij voelen in heel ons wezen dat er achter onze geboorte een veel groter plan schuilgaat.

 

Dit is het plan: het behalen van ons meesterschap, hier op aarde, met behulp van onze liefdevolle maar zeer toegewijde Lichtwezens.