*** Hoofdstuk 5. ***

De dominante vrouw

 

Een vrouw zat voor het raam. Ze keek naar buiten.

Ze dacht terug aan het leven dat zich in het verleden voor haar had afgespeeld.

Ze kon toen niet zo rustig naar buiten kijken zoals ze nu deed.

Nee, voor dat soort rustige momenten had ze toen geen tijd.

Ze was toen een totaal andere vrouw en ze wist waardoor dat kwam.

Ze had geen fijne jeugd gehad en het volwassen leven dat daarop volgde, was zwaar.

Ze moest vechten voor haar bestaan. Haar broers en zusters hadden hetzelfde meegemaakt en ze waren net als zij.

Ze kwamen voor zichzelf op. Dat was hun goed recht.

Ze hadden allemaal een stem en die stem mocht gehoord worden.

Maar als iedereen gelijk wilde hebben, dan werd het een probleem.

Dan konden de discussies hoog oplopen en gingen ze uiteindelijk allemaal kwaad uit elkaar.

De vrouw dacht weer terug aan het moment dat zich in haar verleden had voorgedaan. Dit moment had haar ogen geopend.

Ze was samen met een vriendin gaan lunchen.

Haar vriendin had iets heel ergs meegemaakt.

Maar ze luisterde maar met een half oor.

Bij het aanhoren van het verhaal van haar vriendin, kwam bij de vrouw direct een herinnering van zichzelf omhoog.

Zij had zelf ook iets dergelijks meegemaakt.

Daardoor hoorde ze niet meer wat haar vriendin verder vertelde.

Nee, ze zat volledig met haar gedachten bij haar eigen voorval uit het verleden.

Ze had staan popelen om het haar vriendin te vertellen.

Haar vriendin was bijna klaar met haar verhaal en ze had zich niet meer kunnen bedwingen.

Een stortvloed van woorden was uit haar mond gekomen.

Ze had in geuren en kleuren verteld hoe erg het voor haar was geweest.

Veel erger dan bij haar vriendin.

Haar vriendin had haar vol verbazing aangekeken.

Bovendien had ze niet alleen haar eigen ervaring verteld, maar ook die van de buurvrouw, die het nog veel erger had meegemaakt.

Haar vriendin had haar met tranen in de ogen aangekeken.

Ze voelde zich machteloos en kon niet tegen haar op.

Over het voorval dat haar vriendin had meegemaakt, werd niet meer gesproken.

Zo nu en dan had haar vriendin geprobeerd ook iets te vertellen, maar al bij de eerste zin had zij het gesprek weer overgenomen.

Haar vriendin was moe geworden.

Ze had uiteindelijk alleen maar naar de stortvloed aan verhalen van de vrouw geluisterd.

Dit was natuurlijk niet de eerste keer dat het gebeurde.

Maar soms kon de vrouw ook heel lief zijn.

Dan kreeg haar vriendin weer een lieve kaart of een bloemetje.

Dat gaf haar vriendin dan een fijn gevoel. Ze was toch gehoord en begrepen, dacht ze dan.

Maar zodra ze elkaar weer zagen, was ze een totaal andere vrouw.

De vriendin had diep gezucht en was opgestaan om haar jas aan te doen.

"Wat is er aan de hand?" had de vrouw aan haar vriendin gevraagd.

"Ga je nu opeens weg? We zitten net zo gezellig."

Haar vriendin had haar verdrietig aangekeken en gezegd dat ze moe was en naar huis wilde.

Ze had niet begrepen wat er door haar vriendin heen ging.

"Is er iets? Heb ik iets verkeerd gezegd?" had ze haar vriendin opnieuw gevraagd.

Haar vriendin had haar boos aangekeken.

"Iets verkeerd gezegd? Ik vertel jou mijn verhaal, iets wat ik heb meegemaakt en waar ik heel erg verdrietig om ben.

Ik had op jouw steun en begrip gehoopt. Dat jij een luisterend oor zou zijn, waar ik even tegenaan kon praten.

Iemand die niet direct met haar mening of oordeel klaar zou staan.

Maar je hebt mijn verhaal niet gehoord.

Je ziet niet eens hoe ik mij nu voel.

Jij dacht alleen maar aan jezelf, aan jouw eigen verleden en aan hoe erg het voor jou was.

Bij jou is alles altijd veel erger!"

De vriendin van de vrouw was toen in huilen uitgebarsten.

Tussen het snikken door had ze gezegd:

"Heb je dan helemaal geen respect voor een ander?

Kun jij niet gewoon alleen maar luisteren en je eigen verleden buiten mijn ervaring houden?

Heb je wel inlevingsvermogen?

Kun jij je wel verplaatsen in een ander?

Hoe zou jij het vinden als je tegenover iemand kwam te zitten die alleen maar over zichzelf sprak?

En zodra jij iets wilt vertellen, hij of zij het allemaal veel erger had meegemaakt?

En elke keer als je probeert uit te leggen dat je het anders hebt bedoeld, je dan een stortvloed van woorden over je heen krijgt?

Elke keer weer opnieuw het gevoel dat je niet gehoord wordt?

Nogmaals, hoe zou jij dat vinden?"

De vrouw had haar vriendin vol verbazing aangekeken.

Voor het eerst wist ze niets te zeggen.

Het werd even stil in haar.

"Het spijt me," had ze gezegd.

Ze was zich er nooit bewust van geweest dat ze dat deed.

"Laten we weer gaan zitten en laat het mij weten zodra ik het weer doe.

Ik zal er zelf ook op letten," had de vrouw voorgesteld, nu tot zichzelf gekomen.

Haar vriendin had haar jas weer uitgedaan en was weer tegenover haar gaan zitten.

Met een zakdoekje had ze de tranen van haar gezicht geveegd.

Ze glimlachte verlegen.

Langzaam was het gesprek weer op gang gekomen.

Telkens als de vrouw het gevoel had dat ze haar eigen ervaring weer wilde opdringen, had ze deze gedachte snel weggedrukt.

Het was nu niet belangrijk dat zij haar verhaal zou vertellen.

Haar vriendin was nu aan het woord en deed haar verhaal.

Een verhaal dat ze nu wel hoorde en met heel andere oren dan een uur eerder.

De vrouw voor het raam was door dit voorval rustiger geworden.

Ze liet nu iedereen uitpraten.

Het stemmetje in haar hoofd, dat al die jaren gehoord wilde worden en op de voorgrond was geweest, had ze naar achteren geschoven.

En daarvoor in de plaats was rust gekomen.

Die rust had er inmiddels voor gezorgd dat ze voor velen een luisterend oor was geworden.

Ze ging wat vaker de natuur in en was in alle opzichten een mooier mens geworden.

Velen hadden haar inmiddels verteld dat ze een dominante vrouw was geweest, die altijd aan het woord was en altijd gelijk wilde hebben.

Ze had altijd het gevoel gehad dat de mensen om haar heen haar zoveel pijn deden.

Maar nu wist ze: zij was het zelf.

Haar verandering had haar een nieuw leven geschonken.

Een leven vol liefde voor zichzelf en haar medemens.

 

***

 

We herkennen onszelf vast wel in het verhaal dat hierboven staat beschreven.

De vrouw in het verhaal leerde om te luisteren en haar eigen gedachten, die telkens tijdens het gesprek naar voren kwamen, niet belangrijk te maken.

Hebt u weleens werkelijk naar iemand geluisterd, zonder dat daar gedachten tussendoor kwamen?

Dat is heel erg moeilijk. Probeer het maar eens en wees u ervan bewust, wanneer u met iemand in gesprek bent, hoeveel gedachten er voorbij komen.

Vaak kunnen te veel gedachten uw leven beheersen.

Iemand die nog in de macht van het ego verkeert, ziet het lijden echter niet als lijden, maar als de enige juiste reactie in een bepaalde situatie.

Zij maken ruzie, hebben volgens henzelf altijd gelijk, hebben geen inlevingsvermogen en vertonen narcistische trekjes.

Alles draait om hen en zij zijn dominant. Ze kijken niet naar zichzelf.

De schuld ligt altijd bij de ander. Ze zijn zeer overtuigend en nemen anderen mee in hun val.

Het pijnlichaam wordt alleen maar voller en voller.

Ze worden ziek en hun hoofd tolt van de negatieve gedachten.

Hele dagen zijn ze bezig met het conflict dat ze met een ander hebben.

Ze geloven hun eigen waarheid, want een andere waarheid bestaat er niet.

Het blijven herhalen van wat hun is overkomen, de pijn die ze ervaren en het telkens opnieuw naar boven laten komen van boosheid, zorgt ervoor dat er een grief ontstaat naar de ander.

Die grief blijven ze voeden, ook naar anderen toe.

Ze kunnen moeilijk in slaap komen. Nachtenlang liggen ze wakker en maken nog steeds ruzie in hun gedachten.

Dit kan jaren en jaren doorgaan.

Niet alleen bij die ene persoon met wie ze ruzie hebben, maar bij alle situaties in hun leven waar ze het niet mee eens zijn.

Maar hoe kunt u dit nu veranderen?

De meeste mensen komen niet tot een inzicht; ze gaan met hun grief de kist in.

En zodra ze boven in het Hiernamaals zijn en alle egospelletjes die ze hebben gespeeld achter zich hebben gelaten, gaan ze inzien dat ze verkeerd hebben gehandeld en zien ze hun fouten in.

Maar het is juist de bedoeling dat u tijdens dit leven uw spelletjes gaat inzien.

U moet zich bewust worden van ieder aspect van het ego en van de manier waarop het steeds weer de macht over uw ware zelf wil veroveren.

 

Onzichtbare vriendjes

 

"Hallo, is daar iemand?"

Vader keek om de hoek van de deur.

Hij riep nog eens: "Is daar iemand?"

Hij luisterde nog eens goed, maar hoorde niets.

Langzaam deed hij de deur open en stapte voorzichtig naar binnen.

"Hallo, is daar iemand?" riep hij, terwijl hij de deur achter zich sloot.

Weer hoorde hij niets.

Met voorzichtige stappen liep hij de hal door naar de keuken.

Bij de keuken aangekomen, zag hij zijn dochter aan de keukentafel zitten.

Hij klopte even op de deurpost en zei zachtjes: "Hallo... Hallo... Niet schrikken."

Maar zijn dochtertje reageerde niet.

Ze was verdiept in waar ze mee bezig was en merkte haar vader niet op.

Zachtjes liep hij de keuken in en tikte voorzichtig op haar schouder.

Het meisje schrok en draaide zich met een ruk om.

"Papa!" riep het meisje. "Papa!"

En ze vloog haar vader in de armen.

Het meisje was blij.

Ze had haar vader al lange tijd niet gezien.

"Had je me niet gehoord?" vroeg haar vader.

Het meisje schudde haar hoofdje. "Nee, ik was aan het spelen met mijn vriendjes."

Vader keek de keuken in.

"Maar ik zie helemaal geen vriendjes," zei vader.

Zijn dochter keek hem boos aan en zei: "Dat zegt oma ook altijd, maar ze zijn er wel! Kijk, ze zitten allemaal aan de keukentafel."

Vader keek naar de lege tafel, maar hij zag geen vriendjes.

Vader zei toen maar: "Ja, nu zie ik ze ook! Kun jij je vriendjes aan mij voorstellen? Dan weet ik wie het allemaal zijn."

Het meisje was blij. Blij dat haar vader haar vriendjes wel kon zien.

"Dit is Annemarie," begon ze. "Ze is mijn vriendinnetje, omdat ik haar héél erg leuk vind.

Ze is altijd vrolijk en ik kan altijd zo met haar lachen. Het is altijd gezellig als zij er is.

Dan hebben we hier Thijs. Thijs is heel creatief. Hij kan zo mooi tekenen. Hij maakt de prachtigste tekeningen.

Dit meisje heet Annabel. Zij is vaak jaloers en wil alles hebben wat andere vriendjes ook hebben.

Dit jongetje heet Jorrit. Hij wil altijd de baas zijn.

Dat meisje heet Roos. Ze is zo gemeen. Ze doet vaak alsof ze lief is, maar dat is ze niet. Dus papa, kijk uit voor haar."

Daarbij gaf ze haar vader een knipoog.

"Dit jongetje heet Sven. Hij is altijd bang dat hij alles fout doet.

Dat meisje daar heet Lisanne. Ze is erg verlegen, ze zegt eigenlijk nooit iets.

Dit jongetje heet Arjen. Hij is bang voor alles.

Dat meisje heet Joelle. Zij haat alles.

En dit jongetje heet Thomas. Hij houdt van iedereen en is echt lief!

Dat meisje in de hoek heet Ellen. Zij vindt Lisanne dom en pest haar altijd. Ze pest eigenlijk iedereen.

En dan de laatste, dat is Michael. Hij is de liefste van allemaal. Hij is een Engel. Hij zorgt ervoor dat iedereen zijn eigen rol mag spelen in ons spel."

"Oh, ik begrijp het," zei vader. "Jullie spelen een spel met elkaar."

Het meisje knikte.

"Michael vindt dat iedereen mag zijn zoals hij of zij is.

Annabel vindt het leuk om jaloers te spelen.

Lisanne vindt de rol van verlegen meisje weer leuk."

Vader dacht even na en zei: "Maar als ze die rol niet spelen, wie zijn ze dan?"

Het meisje keek haar vader aan en zei: "Ik natuurlijk. Behalve Michael dan, die is en blijft de Engel.

Hij is ook mij, maar hij blijft echt. Hij heeft geen rol, hij is gewoon een Engel, snap je?"

Vader moest even goed nadenken.

"Dus als ik het goed begrijp, heb je iedere emotie in jezelf een rol en een naam gegeven?"

"Ja papa," zei het meisje. "Jij bent nu verbaasd. Als je deze verbaasdheid nu eens een naam geeft, Dirk bijvoorbeeld, dan weet je de volgende keer, als je verbaasd bent, dat Dirk naar voren stapt.

En als je niet wilt dat Dirk naar voren stapt, dan laat jij je Engel, die je bijvoorbeeld Marion noemt, naar voren komen.

Zo ben je altijd lief en zul je niet alle rollen hoeven uit te spelen.

Want als je ze hun rol laat uitspelen, heb je echt een probleem."

Het meisje lachte naar haar vader en zei: "Het is heel makkelijk, of niet?"

Vader keek met ontroering en bewondering naar zijn dochter.

Hij had nooit gedacht dat zijn meisje zich al zo snel bewust zou zijn van haar verschillende identiteiten.

Identiteiten waaraan ze allemaal een naam had gegeven om ze uit elkaar te houden.

Trots was vader op haar.

"Mijn Engel," zei vader.

"Nee papa," zei het meisje, "dat is Michael. Michael en ik zijn één."

 

***

 

Dit is een verhaal dat laat zien dat wij allemaal verschillende rollen en spelletjes met elkaar spelen.

Het is op een luchtige manier gebracht, alleen maar om de lezer er bewust van te maken dat we allemaal nog een kind zijn en onze lessen moeten leren.

Dat we inzichten moeten krijgen in ons eigen spel dat we met elkaar spelen.

Ik vergelijk het leven vaak met een theatervoorstelling. Iedereen heeft zijn eigen rol en we spelen die rol zo ontzettend goed, dat we vergeten zijn dat we een rol spelen. Sterker nog, we zijn in onze eigen rol gaan geloven.

We zijn misschien volwassen mensen, maar diep vanbinnen zijn we allemaal nog een kind dat naar school gaat.

De klas waarin u zich bevindt, hangt af van uw bewustzijn.

Het onderzoeken en afleren van het egospel zal u naar een hoger bewustzijn en naar een hogere klas brengen.

Komt u tussendoor toch te overlijden in dit leven, dan zult u naar een lichtere sfeer in het Hiernamaals gaan.

 

En dat is toch wat iedereen wil, of niet?