“Lieverd, kom je aan tafel?”
De heer des huizes legde zijn krant opzij en stond op van zijn stoel.
Langzaam, nog een beetje stijf van het zitten, liep hij naar de eettafel.
Een grote tafel met twaalf stoelen eromheen stond te pronken in de eetkamer.
Prachtige zilveren kandelaars stonden over de tafel verdeeld.
Aan het eind van de tafel lagen twee witte placemats met daarop een bord eten en zilveren bestek.
De man keek eens naar het geheel.
Ooit hadden op deze stoelen zijn kinderen en kleinkinderen gezeten, maar nu stonden ze er alleen nog maar voor de sier.
De man liep naar zijn plek en ging tegenover zijn vrouw zitten.
Zijn vrouw glimlachte lief naar hem.
“Ik heb een brief gekregen van onze oudste dochter.
Ze schrijft dat alles goed met haar gaat en hoopt volgend jaar met Kerst een paar weken thuis te kunnen zijn.”
De man knikte en at verder.
“En onze jongste liet weten dat ze nog een tijdje wegblijft.
Ze kreeg een aanbod om met een groep die de bergen ging verkennen mee te gaan.”
De man keek zijn vrouw aan en knikte.
Zwijgend aten ze verder.
De telefoon ging.
De vrouw stond op en liep naar de hal.
Op een klein tafeltje stond de telefoon.
Ze nam op.
“Ja... oké... ja, jammer.
Dag lieverd!
Doe je voorzichtig?
Ja, dat zal ik doen...
Ja, jij daar ook de groetjes hè, en een dikke kus van opa en oma.”
De vrouw hing op en liep weer naar de tafel, schoof aan en at verder.
“Dat was onze John.
Hij en zijn gezin laten weten dat ze dit jaar Oud en Nieuw toch liever in Nieuw-Zeeland vieren met vrienden.”
De man keek zijn vrouw weer aan en knikte.
Hij legde zijn bestek neer en stond op van tafel.
“Waar ga jij naartoe?” vroeg zijn vrouw.
“Even wat veranderingen aanbrengen”, zei haar man.
Hij pakte een stoel en liep ermee naar buiten.
Hij kwam weer binnen en nam nog een stoel mee naar buiten.
Hij liet er vier staan.
Daarna pakte hij een schroevendraaier uit de schuur en schroefde de poten van de tafel los.
Deel voor deel sleepte hij de tafel naar buiten.
Zijn vrouw zag alles, maar bleef rustig.
In de keuken stond een lief klein tafeltje.
Dat sleepte de man naar de eetkamer, zette er een kandelaar op en aanschouwde het geheel.
“Zo, dat is beter!”
“Maar dat is toch zonde.
Stel dat alle kinderen hier tegelijk aankomen, wat dan?”
“Dan zetten we de boel wel weer in elkaar”, zei de man.
Hij sloeg een arm om zijn vrouw heen.
“Dit is toch veel beter, nietwaar?”
De vrouw moest heel hard lachen.
“Ja hoor, veel beter.”
“Wat zit je nu toch te lachen? Waarom heb je zo'n schik?”
“Oh lieverd, het moest een geheim blijven, maar ik kan het niet langer voor mij houden.
Ik en de kinderen hebben je voor de gek gehouden.
Morgen komen ze allemaal aan in Nederland, als verrassing voor je zeventigste verjaardag.
We gaan het met zijn allen vieren.”
De man kreeg tranen in zijn ogen.
Al schroevend zette hij de tafel weer in elkaar.
