Het is nog vroeg en een jongeman staat buiten en kijkt over de velden. Velden vol met koren, maïs en grasland.
De koeien kwamen naar buiten. Het was elke morgen weer een feest om daar naar te kijken. Al springend en rennend kwamen ze naar buiten om vervolgens te genieten van het malse gras en de frisse buitenlucht.
Een groep zwaluwen vloog over.
De eksters zaten op het hek te wachten totdat de voedertafel weer voorzien was van lekkernijen.
Het is prachtig om hier te wonen.
Elke dag zag hij wel iets nieuws. Een mooie vlinder, een prachtige bloem die openging of een vogel die hun tuin nog niet eerder bezocht had.
Maar toch hing er een droefheid over de jongeman heen.
De wereld was gek geworden.
Maar het was juist zijn werk om mensen wakker te schudden.
Alleen duurde het zo lang.
Ze namen zijn adviezen niet op, omdat ze hun pijn nog zo graag wilden ervaren. Ze wilden de strijd aangaan om hun wrok te voeden.
Hun ego sleurde hen de diepte in.
Hij keek naar zijn vrouw die de vogels te eten gaf.
Zij was de enige die hij echt om zich heen kon verdragen.
Alleen met haar kon hij praten.
Zij was degene van wie hij echt hield.
Hij keek naar beneden.
Zijn trouwe viervoeter streek langs zijn benen en legde een bal voor zijn voeten neer.
De jongeman lachte.
“Ja, ook jij, mijn vriend. Van jou hou ik ook. Je bent mijn beste vriend.”
Hij raapte de bal op en gooide hem een eind de tuin in.
De hond rende erachteraan.
De jongeman keek naar het beestje dat zoveel plezier had.
Het verdriet kwam weer bij hem omhoog.
“Hoe lang mogen wij nog van hem genieten?”
Zuchtend liep hij naar binnen.
Het werk stond te wachten.
Zo meteen kwam zijn eerste klant.
Hij schonk zichzelf een kop koffie in en keek naar buiten.
Hij miste zijn vader.
Zijn vader, die onlangs overleden was.
Nooit meer zouden ze samen een bakkie doen of een sigaret roken.
Nooit meer die korte telefoongesprekken waarin aan de oppervlakte haast niets werd verteld, maar waarin achter de woorden zo ontzettend veel werd gezegd.
En nu was dat voorbij.
De jongeman keek weer naar buiten, naar zijn vrouw.
Ze lachte naar hem.
Hij lachte terug en ze kwam naar binnen.
“Ik heb vanmorgen wat geschreven,” zei ze zacht.
“Het is voor jou bedoeld.”
Ze pakte een papiertje van het bureau en gaf het aan hem.
De jongeman pakte het met trillende vingers aan en las de woorden die erop stonden.
Mijn lieve jongen,
Hier een paar woorden van je vader.
Mijn liefde is hier veel sterker dan toen ik nog bij jou was en ik heb nu mijn eigen krachten die ik mag inzetten om te helpen.
Mijn krachten heb ik ingezet om jou te helpen met jouw werk en jouw bedrijf.
Alles wat jij nu gaat doen, gebeurt met mijn hulp. Hulp die jij niet hebt gekregen toen jij die zo nodig had.
Maak je geen zorgen om geld. Dat zal steeds meer worden.
En je zult kunnen genieten op één van de mooiste plekjes hier op Aarde.
Mijn jongen, heb vertrouwen.
Ik sta nu naast je en geef je de aanwijzingen die je moet volgen.
Zo nu en dan gas terugnemen en samen genieten van de natuur.
Leef iedere dag die je hier bent.
Het leven is nog nieuw en mag ontdekt worden.
Mijn taak is om jou bij te staan in dit nieuwe leven en ervoor te zorgen dat jij, als het tijd is om terug te keren naar hier, met vlag en wimpel geslaagd bent.
Maak je geen zorgen.
Ik zorg ervoor dat jij en Jolanda gelukkig kunnen zijn.
Met heel mijn ziel zal ik jou bijstaan en geluk sturen.
Maak je niet druk over je moeder.
Ze zal in goede handen zijn.
Zorg voor een rustig afscheid, volgens haar wensen.
Neem geen beslissingen die je niet waar kunt maken en luister naar mijn ziel, die je de juiste richting wijst.
Ga nu werken en geniet van je werk.
Mensen zullen meer opnemen dan je denkt en komen terug omdat jij hen hebt laten veranderen.
Niet veel tegelijk, maar soms gaat het met kleine stapjes.
Leer van mij en geniet van alles wat ik je geef.
Mijn liefde voor jou is echt en zal altijd zo blijven.
Je vader
De jongeman legde de brief voor zich op tafel neer.
Met tranen in zijn ogen keek hij zijn vrouw aan.
“Dank je wel, mijn lief, dat je hem hebt gehoord.
Hij zal vanaf nu ook door jou heen werken.
Mijn vader zal het onmogelijke mogelijk maken.”
Hij stond op en omarmde zijn vrouw.
Lachend keken ze naar buiten, waar de vogels de voedertafel leeg aten.
