Een klein meisje zat eenzaam en verdrietig tegen een muur, gevangen in haar zorgen en verdriet. Na een smeekbede viel ze in slaap en werd meegenomen naar een magische, vredige wereld van Elfjes en kaboutertjes. Daar sprak een wijze eik tot haar: laat los wat voorbij is, leef in het heden en volg je hart. Ze besefte dat deze wereld in haar zelf lag en stond daarna op, klaar om vol liefde en vrijheid haar leven te omarmen.
Als de zon aan de horizon verschijnt, en de eerste zonnestralen het land beschijnen, zingt een kleine Elf die hoog boven op een berg woont, haar ochtendlied.
De vogels worden wakker en zingen vrolijk met haar mee.
Sanne, een klein meisje die aan de waterkant ligt te slapen word wakker.
Ze glimlacht.
Het is heerlijk om elke morgen wakker gezongen te worden door de kleine Elf.
‘Wat is er?’ vroeg het meisje aan zichzelf.
Het meisje haalde haar schoudertjes op.
‘Kom vertel me wat er is?’ vroeg ze weer aan zichzelf.
Het meisje begon zachtjes te huilen.
Tussen het snikken door zei ze: “Het is niet zo belangrijk, maar soms doet het pijn.”
‘Wat doet er pijn?” vroeg ze aan zichzelf.
“Het doet pijn, omdat mensen nare verhalen vertellen over mij die niet waar zijn.
Een vrouw ligt in haar bed.
Ze had nog even gelezen, maar nu had ze het licht uitgedaan en staarde naar het plafond.
Ze dacht aan haar moeder. Haar vader was al lang geleden overgegaan, maar haar moeder was niet in staat om de moeder dochter relatie te herstellen.
Van kleins af aan had haar moeder haar bekritiseerd en nu ze zelf een volwassen vrouw was, kwam ze erachter, dat hetgeen waar haar moeder kritiek op had, ze zelf had gedaan als jong meisje.
Een jonge vrouw voelt pijn en verdriet door een gebroken relatie met haar moeder. In een droom verschijnt een stralende, liefdevolle vrouw – de universele Moeder – die haar onvoorwaardelijke liefde toont. Via deze verbinding voelt de jonge vrouw liefde voor zichzelf en anderen. Ze beseft dat ze deze liefde kan doorgeven aan de wereld, en opent haar hart om te helen, te geven en te stralen.
Lang geleden leefde een stil meisje in een fantasiewereld vol liefde, elfjes en engeltjes, waar iedereen gelijk was en geluk heerste. Naarmate ze ouder werd en pijn ervoer in de echte wereld, verdween die magische wereld langzaam. Als volwassen vrouw verloor ze het contact met haar fantasie en haar hart. Tot ze opnieuw naar zichzelf leerde luisteren en de liefde in haar hart terugvond. Zo kwam de magie terug in haar leven, sterker en echter dan ooit tevoren.
Het is donker en aan de kant van de weg zit een man op zijn knieën.
Hij heeft zijn handen voor zijn gezicht geslagen en hij huilt.
Hij begrijpt de wereld niet meer, begrijpt de mensen niet meer en hij begrijpt zichzelf niet meer.
Hij is zo moe.
Altijd heeft hij maar moeten vechten.
Als klein jongetje was hij altijd zó bang.
Hij werd thuis door zijn broers en op school gepest.
Vaak verstopte hij zich, waardoor hij nog meer in de problemen kwam.
Zijn ouders hadden het te druk.
Een vrouw staat op haar balkon, waar ze uitkijkt over de straten.
Ze is naar buiten gegaan, nadat ze de nare berichten op tv had gezien.
Ze kon er niet meer zo goed tegen.
Elke keer als ze er naar keek, werd ze onrustig en haalde het haar uit haar liefelijkheid. Ook in de nacht droomde ze veel over wat ze op de dag gezien had.
De nachten waren gevuld met de angst en het verdriet, dat niet van haar was.
Ze verwerkte dat wat ze op het nieuws had gezien.
Een jongetje tekent op een beslagen raam een kabouter met een huisje en boom, waarna deze wereld in zijn droom tot leven komt. Hij probeert het kaboutertje te helpen met warmte en spullen, maar veroorzaakt ook problemen. Met hulp van een Witte Engel leert hij dat bewustzijn en liefde nodig zijn om balans te scheppen. Wanneer hij liefde deelt, ontstaat een gelukkige wereld en keert hij wijzer terug naar huis.
Het is vroeg en een klein jongetje was net wakker geworden.
Hij keek uit het raam en zag dat het heeft gesneeuwd.
Snel deed hij zijn pantoffels aan en rende naar beneden.
Het was nog een beetje schemer buiten en de kerstboom stond te pronken in de woon kamer.
Hij rende naar de boom, en ja hoor, de Kerstman is langs geweest.
Hij kon niet wachten tot hij de cadeaus uit mocht pakken.
Langzaam aan komen ook vader en moeder de trap af.