Mama, ik hoef niet meer via jouw Engel te praten.
Hij is er nog steeds, maar ik mag nu rechtstreeks met je praten.
Daar ben ik erg blij mee.
Je ziet en voelt nu dat ik het ben.
Wil je schrijven, of wil je gewoon even praten?
Dat vind ik allebei fijn, mam.
Ik wil je namelijk iets vertellen wat je vast wilt weten.
Ik ben nu in een sfeer die jij nog niet kent.
Het is een sfeer waar je nog niet over hebt geschreven, maar het is hier heel fijn.
Mam… ik ben bij de draken.
Je vraagt je misschien af hoe ik hier terecht ben gekomen.
Dat is eigenlijk heel simpel.
Ik ben hier samen met mijn Engel naartoe gelopen, nadat we er een gesprek over hadden gehad.
Ik vroeg hem of draken fantasiewezens zijn die mensen zelf hebben bedacht, of dat ze werkelijk bestaan.
Hij glimlachte en zei: “Draken zijn wonderlijke wezens.
Ze hebben een lange geschiedenis, een nog langere geschiedenis dan de zielen die nu op aarde leven.
Toch kent de mens hen wel.
Hun bestaan ligt opgeslagen in de blauwdruk van generaties vóór hen.
Toen de zielen die nu op aarde leven aan hun zielenreis begonnen, waren de draken al vooruitgegaan.
Net als de zielen op aarde reisden ook zij ooit vanuit het Licht, vanuit het hoogste bewustzijn, naar de donkerste lagen van de werelden.
Tijdens een eerdere reis hebben wij samen die blauwdruk gezien.
Toen hebben we je nog niet over de draken verteld, omdat we wisten dat dat moment later zou komen.”
Mijn Engel keek me even aan en vervolgde:
“De draken hebben zich uit de donkerste lagen van bewustzijn losgemaakt.
Daarna zijn ze weer opgeklommen en hebben ze zich ontwikkeld tot magische wezens.
Naast de draken reisden ook zielen mee die op de mens lijken, maar veel groter waren en een hoger bewustzijn hadden.
Toen zij de donkerste lagen van bewustzijn hadden ervaren en hun bewustzijn weer het licht van de Bron herkende, begonnen ook zij aan hun terugkeer naar de liefdevolle werelden.
Onderweg gebeurde er iets bijzonders.
Tijdens hun terugreis kwamen ze een nieuwe golf van zielen tegen.
Omdat ze nog in een wereld van vorm leefden, werden er nieuwe zielen geboren.
Deze zielen stonden aan het begin van hun reis en zouden nog naar de diepste lagen van bewustzijn gaan.
Maar doordat ze geboren werden uit zielen die al een lange reis achter zich hadden, droegen ze hun geschiedenis en hun bewustzijn in zich mee.
Daarom zijn de blauwdrukken van die oude werelden nog steeds aanwezig in de mens die nu op aarde leeft.
Dit alles gebeurde niet op de planeet aarde, want daarvoor is de aarde nog te jong.
Er zijn dus al eerder golven van menselijke zielen geweest die ervaringen hebben opgedaan in andere werelden en in andere lagen van bewustzijn.
Deze zielen zijn al lang niet meer daar waar ze toen leefden.
Maar hun ervaringen leven nog voort in de blauwdruk van nieuwe generaties.”
Mijn Engel keek me even aan en zei zacht: “Ik weet dat
dit een lastig onderwerp is, Jesse.
Maar het is de moeite waard om hier dieper in te duiken.”
Ik knikte.
We waren inmiddels bij de bibliotheken aangekomen.
De professor kwam meteen naar ons toe toen hij ons zag.
Hij was blij om ons weer te zien.
“Ik heb de boeken al voor jullie klaargelegd,” zei hij.
“Kijk en voel hoe deze wereld vroeger was.
En wanneer jullie alles hebben onderzocht, zullen jullie deze wereld zelf ook bezoeken.”
“Mag ik iets vragen?” vroeg ik.
“Natuurlijk, Jesse. Wat wil je weten?”
“Waarom worden blauwdrukken doorgegeven aan nieuwe golven van zielen?
En waarom zijn er eigenlijk golven van zielen?”
De professor glimlachte.
“Dat zijn twee belangrijke vragen.
Maar misschien is het beter om dit boek open te slaan. Ik wist dat je ze zou stellen.”
We sloegen het boek open.
Wat ik zag, was dat de energie van het mannelijke, die mensen op aarde vaak Vader noemen, samen met de energie van het universum, die wij de Moeder noemen, nieuwe zielen de ruimte instuurt.
Het leek op kleine sterren die door een donkere nacht zweefden.
Ik vertel het op een aardse manier, mam, omdat de werkelijke vorm niet te bevatten is voor onze hersenen.
Je kunt het een beetje vergelijken met een gezin.
Je komt allemaal van dezelfde ouders, maar de één wordt eerder geboren dan de ander.
Zo kun je ook naar golven van zielen kijken.
Iedere golf begint aan haar eigen reis en verzamelt haar eigen ervaringen.
De draken en de generatie mensen gingen in een eerdere golf vóór ons.
Zij reisden vanuit het Licht naar de donkerste lagen van bewustzijn.
Na vele ervaringen begonnen zij langzaam weer terug te keren naar de Bron.
Tijdens die terugreis ontmoetten ze andere zielen die op de heenweg waren, en er was een moment waarop hun bewustzijn en liefde op
hetzelfde niveau lagen.
Ze herkenden elkaar en leerden van elkaar.
Nieuwe zielen werden geboren uit deze ontmoeting.
En zo droegen deze nieuwe zielen de blauwdruk van hun voorgangers in zich.
Op die manier blijft de stroom van bewustzijn bestaan.
Ik sloot het boek zachtjes.
“Ik had geen idee dat het zo eenvoudig kon zijn,” zei ik.
Mijn Engel glimlachte.
“Wist je dat de draken en de mensen die toen leefden nog steeds bij elkaar zijn?
Ze zijn teruggekeerd naar het licht van de Bron en hebben daar hun eigen wereld.
Omdat hun blauwdruk is doorgegeven aan nieuwe generaties, blijven ze verbonden met de mensheid.”
Hij sloeg het boek opnieuw open.
Ik zag een afbeelding van deze mensen en hun draken.
Heel even leek het beeld te bewegen.
Dit wilde ik met mijn eigen ogen zien.
“Ga je mee, Jesse?” vroeg mijn Engel.
Ik keek hem lachend aan en knikte.
We liepen naar buiten.
Mijn Engel bleef even bij de trap staan.
“We gaan een nieuwe wereld verkennen, Jesse.
En we nemen je moeder mee op reis.
Zij zal het opschrijven, zoals ze altijd doet.
Via haar woorden en haar geestesoog zal ze ons volgen.”
Hij keek me aan.
“Een nieuwe reis, mijn jongen. Ben je er klaar voor?”
Ik lachte.
“Natuurlijk. Kom, laten we gaan.”
En zo verlieten we deze sfeer en stapten we een nieuwe wereld binnen.
We liepen vanuit onze sfeer zomaar een andere wereld binnen.
We hoefden niet meer door tunnels te reizen om ergens anders te komen.
Alles ging met gedachten.
Nu ik hier langer ben, hoef ik maar aan een wereld te denken en ik ben er al.
In het begin was dat best een beetje lastig.
Ik had al veel werelden mogen zien, maar mijn hoofd had het nog niet allemaal verwerkt.
Als ik aan de Aardmannetjes dacht, was ik daar ineens.
Of in de groene wereld, of bij de kinderen van Zomerland.
Ik liep van de ene naar de andere wereld.
Mijn Engel vertelde dat ik mijn gedachten onder controle moest houden door stil te zijn.
Als ik ergens naartoe wilde, moest ik me daar bewust op concentreren.
Het denken is hier nog steeds aanwezig, vooral in het begin als je hier aankomt, maar het verdwijnt al snel naar de
achtergrond.
Dan worden wij stil in ons hoofd en wordt het bewustzijn sterker.
Dat is fijn, omdat mijn bewustzijn resoneert met alles wat hetzelfde bewustzijn heeft.
Door dat gedeelde bewustzijn komt hier liefde vrij, en zo herkennen wij elkaar.
Nu staan we in een nieuwe wereld.
Mijn Engel vertelde dat vele werelden rondom de Bron al klaar zijn, maar zich nog altijd in astrale vorm voortbewegen.
Ik keek om mij heen.
Ik zag hoge bergen met besneeuwde toppen en talloze prachtige bomen.
Het leek op de aarde, maar toch was het anders.
Alles was groter.
Bij de bomen keek ik omhoog en zag hoe enorm ze waren.
Ik kon de toppen haast niet zien.
De boterbloemen kwamen bijna tot aan mijn knieën.
Alles was zo hoog dat ik dacht: zo moet het voor Aardmensjes zijn als zij omhoog kijken.
Waar ik ook keek, alles was zeker vier keer groter.
“Kom,” zei mijn Engel, “laten we verder wandelen.”
We liepen over een pad langs een bosrand.
We hoorden vogels zingen en ik vroeg me af hoe groot deze vogels zouden zijn.
Nog voordat ik het dacht, keek ik naar een boom recht voor me.
Op een dikke tak zat een grote uil, een sneeuwuil.
Ik moest meteen denken aan de uil uit het boek van Harry Potter.
Maar deze was vier keer zo groot.
Hij keek met zijn grote ronde ogen naar beneden, spreidde zijn vleugels en vloog van zijn tak af.
Hij daalde vlak voor ons neer en maakte een lichte buiging.
“Welkom in onze wereld, Jesse. Ik heb naar je komst uitgekeken.
Alles en iedereen is hier vier keer groter dan op aarde, maar ook weer niet.
Het zandpad waar je nu overheen loopt is hetzelfde als op de aarde.
De Water- en Bosnimfen zijn hier even groot als in de andere werelden.
Maar de mensen, de dieren en natuurlijk de bomen zijn groter.
Dit is een zachte, liefdevolle wereld en ik weet zeker dat je een fijne reis zult hebben.
Volg het pad en onze wereld zal zich voor je openen.”
Hij maakte opnieuw een lichte buiging, klapte zijn vleugels en vloog terug naar zijn tak.
Ik wist niet goed hoe ik moest reageren.
Een uil, bijna net zo groot als ik, die mij recht in de ogen aankeek en tegen mij sprak…
“Ga je mee, Jesse?” vroeg mijn Engel.
Ik glimlachte en liep samen met hem verder over het bospad.
Aan de linkerkant lag het bos, aan de andere kant strekte zich een veld vol bloemen uit.
Het veld stond vol boterbloemen, paardenbloemen, rode klaprozen en nog veel meer prachtige bloemen.
Omdat alles hier zo groot was, leek het veld te golven in kleuren en straalde het een diepe rust uit.
Ik kreeg zin om tussen de bloemen te gaan liggen en met ze te praten.
In de groene wereld in de hemel deed ik dat geregeld.
Ik voelde dat ook deze bloemen niet vaststonden, maar zich net als in de groene wereld konden verplaatsen.
Ze waren nieuwsgierig toen we langs liepen.
Grote groepen rode klaprozen renden achter ons aan.
Het was een prachtig gezicht, het hele veld kwam in beweging.
Ik zag dat de rode klaprozen hoger waren en de meeste kracht hadden, maar uit hun liefde lieten ze ook de andere bloemen
voorgaan.
Zo bewoog er een slinger van bloemen achter ons aan.
Mijn Engel lachte.
“Ik weet dat dit je aan de groene wereld doet denken, Jesse.
We blijven hier lang genoeg om van alles te genieten.”
Ik moest lachen toen ik zag dat kleine blauwe vergeet-me-nietjes voorop liepen, met de rode klaprozen daarachter aan.
Het gras waarin ze stonden bewoog zacht heen en weer.
Blijkbaar kon niet alles zich hier verplaatsen.
“Ben je hier al eens geweest?” vroeg ik aan mijn Engel.
Hij knikte.
“Ik ben hier vaker geweest, Jesse.
De laatste keer was als voorbereiding op jouw leven op aarde.
Ik wist dat je na dit aardse leven samen met mij de hemel zou bezoeken.
Maar dat moest allemaal nog wel vastgelegd worden in energie.
Alle plekken waar we naartoe reizen, alle mensen die je mag spreken, alle dieren die je mag zien, alle planten en bomen die je mag aanraken, alles lag al vast en dat heb ik ver voor dit leven
voorbereid.
Ik weet dus in wat voor nieuwe wereld je straks binnenstapt.
Kom, het is niet ver meer.”
We liepen samen verder.
Het zachte gegiechel van de bloemen die ons volgden voelde als een warm welkom.
De zon scheen, net als in de groene wereld, als een wiel over het landschap heen.
Ik zag geen wolken, die zag ik in geen van deze hemelse werelden.
Mijn Engel keek mij aan en zei: “Ben je er klaar voor, jongen?”
Ik knikte.
We liepen de bocht door en ineens opende zich een compleet andere wereld voor mij, alsof er een film werd afgespeeld recht voor mijn ogen.
Voor mij rezen prachtige bergen op, nog hoger dan hoog, alsof ze de hemel zelf wilden aanraken.
Van hun toppen stortten immense watervallen naar beneden, glinsterend in het licht als stromend kristal.
Overal om mij heen stonden bomen met goudgele en dieprode bladeren, die straalden in de zon.
Daartussen torenden enorme dennenbomen omhoog, in lagen opgebouwd, als wachters van deze wereld.
De vogels in de lucht kwamen steeds dichterbij en ik kon mijn ogen er niet van afhouden.
Met grote vleugelslagen kwamen ze dichterbij en ik keek en keek, met tranen in mijn ogen.
Dit waren geen gewone vogels, dit waren levensechte draken.
Mijn Engel pakte mijn hand vast. “Gaat het, Jesse?” vroeg hij lachend.
Ik knikte.
“Het is overweldigend… zo mooi.
Hoe moet ik dit beschrijven?
Hoe kan ik jou vertellen wat ik zie en voel, mam?
De hemel is al zacht, maar hier… ik weet niet hoe ik dit moet benoemen.
Het lijkt wel een kracht die de liefde zelf aanstuurt.”
Ik keek mijn Engel aan.
Hij kneep zacht in mijn hand en zei: “Welkom in deze bijzondere wereld, jongen.
Niet alleen de draken zijn krachtig, maar ook de mensen die hier leven.
Ze hebben een hoog bewustzijn, zijn zeer intelligent en hun liefde kent geen grenzen.
Ga je mee? Dan gaan we ze ontmoeten.”
Mam, ik keek mijn ogen uit. Het was geweldig.
Ik zag draken door de lucht zweven in de prachtigste kleuren.
Sierlijk zweefden ze door de lucht.
Wanneer ik meer het dal in keek, zag ik mensen lopen die ik niet kende, maar die toch vertrouwd voelden.
Op het moment dat ik hen bekeek, keken ze telkens achterom, richting mij en mijn Engel.
Eén van hen stak zijn hand omhoog en ik hoorde een stem in mijn hoofd zeggen:
“Jesse, we hebben naar jouw komst uitgekeken. Kom naar ons toe, daar zal je kennis met ons maken.”
De stem stopte en ik keek mijn Engel lachend aan.
“Kom,” zei hij, “laten we deze reis beginnen met een ontmoeting met deze wereldse mensen, die door tijd en ruimte kunnen reizen.
Ze zijn jullie voorouders, waar jij van afstamt.”
We liepen over een pad dat naar beneden kronkelde.
Onderweg keek ik naar de vele soorten bloemen.
Ze waren anders dan aan het begin van deze reis.
Het leken bloemen gemaakt van dun, gekleurd glas, ik kon er namelijk doorheen kijken. Ze waren stralend en levendig.
Heel even liet ik mijn hand boven hun kopjes zweven.
Meteen begonnen ze te giechelen en door elkaar heen te praten, in een taal die ik niet kende en niet kon verstaan.
Opeens strengelden ze zich samen, het ene bloemenkopje boven het andere, net zo hoog tot het een bos bloemen werd dat bijna mijn hand aanraakte.
Ik voelde de liefde en het bewustzijn van deze bloemen door mijn lichaam heen gaan, alsof ze met mij verbonden waren.
Ik zag een energie vanuit de bloemen naar mijn hand toe stromen.
Mijn Engel legde zijn hand op mijn schouder en zei: “Ze verwelkomen je hier met hun schoonheid, Jesse.
Schoonheid is wat ontstaat door liefde, en die schoonheid is nu ook in jou aanwezig.”
Ik bedankte de bloemen en zag hoe ze één voor één weer uit elkaar gleden en ieder hun eigen plek innamen, met hun kopjes naar de zon gericht.
Ik zuchtte eens diep.
Dit was zo anders, en ik zag de schoonheid nu ook met andere ogen.
Alles was ook veel helderder.
We liepen verder en ik zag niet alleen dat de bloemen transparant en gekleurd waren, als je goed keek, zag je dat ook de vlinders en de vogels doorzichtige vleugels hadden.
We liepen verder het dal in en ik zag dat er meer van deze wereldse mensen zich hier hadden verzameld.
Ze zagen er heel anders uit dan wij mensen.
Ze hadden wel twee benen en twee armen, zoals een mens, maar ik kon niet zien of ze mannelijk of vrouwelijk waren.
Hun hoofden waren twee keer zo groot en ze droegen geen kleding.
Hun ogen waren zwart en leken door alles heen te kijken.
Ze waren zilverkleurig van kleur.
Als wij ze op onze planeet Aarde hadden gezien, waren we er zeker bang voor geweest.
Maar hier is geen angst.
Hier zijn deze wereldse mensen juist zeer bijzonder.
Ik voelde hun blik al vanaf ver op mij gericht.
Het was alsof ze mij in elke laag konden scannen. Ik voelde dit in mijn lichaam.
“Wat gebeurt er nu?” fluisterde ik naar mijn Engel.
Deze antwoordde op een rustige toon en zei: “Ze onderzoeken je, op je blauwdruk, dat zit als een lichaam om je heen.”
Ik keek mijn Engel verbaasd aan.
“Maar… mijn blauwdruk is toch niet meer bij mij, maar in de cabine?”
“Je draagt ook een blauwdruk met je mee die voor ons zichtbaar is,” zei hij.
“Je voelt daar niets van, maar deze wereldse mensen zien in één oogopslag wat je hebt meegemaakt, hoe hoog je bewustzijn is en hoeveel liefde je in je hart draagt.
Dat is goed, want dan weten ze gelijk wie je bent.
Kom, laten we naar hen toe gaan.”
We liepen verder.
Een grote groep van deze wereldse mensen was bijeengekomen.
Ik vroeg me af of ze allemaal voor mij kwamen.
En opnieuw hoorde ik een stem in mijn hoofd:
“Dat klopt, Jesse. We zijn hier om jou te ontmoeten.”
Ze kwamen dichterbij en wij liepen op degene af die eerder in mijn hoofd had gesproken.
Nu ik dichterbij was gekomen, voelde ik een warme energie die mij deed denken aan het water in de Midden-Aarde, zacht, maar tegelijk fris.
Ik voelde een diepe schoonheid en keek met bewondering naar hen, die nu allemaal naast elkaar stonden.
Ik maakte een lichte buiging om te laten zien dat ik hen bewonderde, en dat hun wijsheid en liefde zoveel verder reikten dan die van mij.
Maar ze begonnen te lachen.
“Welkom, Jesse,” zei degene die ook in mijn hoofd had
gesproken.
“Je bent een andere wereld binnengegaan, die heel anders is dan de sferen van de hemel.
Wij hebben onze universele reis al voltooid en hebben die al volbracht.
Toch hebben we deze vorm aangenomen, die ons verbindt met de schoonheid en met de liefde van God, onze schepper.
Ik noem het God, maar het kan ook een andere naam hebben, een naam die deze grote energietrilling draagt.
Ik noem het God omdat jouw moeders lezers dat woord het beste begrijpen.
Wat jullie God noemen is veel groter.
Het is één, en het is alles tegelijk.
Het heeft vorm en het is onzichtbaar.
Het is onze wereld, in en om ons heen.
Wat jullie God noemen ís alles.
En waarom zouden wij die goddelijke schoonheid niet gebruiken om te stralen, om te herkennen, en om deze energie over te brengen aan ieder die zich met deze schoonheid wil verbinden?
Deze wereld is groot, te groot om in één keer te bewandelen.
Maar ga en geniet van onze wereld en haar schoonheid.
Mocht je vragen hebben, dan is er altijd wel iemand die ze kan beantwoorden.
Geniet van deze reis, Jesse.”
En allen gingen uit elkaar en liepen ieder hun eigen kant op.
Mijn Engel en ik stonden daar en keken hoe ieder zijn eigen weg vervolgde.
Mijn Engel zei. “Zullen we dan maar?”
Hij keek me lachend aan en we liepen verder.
Ik was benieuwd wat deze wereld mij nog zou brengen.
Overal om mij heen zag ik hoge bergen.
Alles was helder en sereen, en ik voelde mij hier veilig.
Een pad leidde ons steeds verder het land in, terwijl wij vol verwondering om ons heen keken.
Af en toe bleven we even stilstaan om naar de draken te kijken die hier overal aanwezig waren.
Ze hadden verschillende kleuren, en ik zag ook dat ze niet allemaal even groot waren. Verwonderd keek ik mijn Engel aan.
“Hoe kan dat?” vroeg ik.
“Hier zijn toch geen geboortes?
Hoe kunnen ze dan verschillen in grootte?”
Mijn Engel ging op een steen zitten en ik nam plaats naast hem.
“Dat ze verschillende groottes hebben,” zei hij zacht, “heeft niets met een geboorte te maken… en toch ook weer wel. Alleen gebeurt het hier op een andere manier.
Hier zijn geen vaders en moeders die voor een jong zorgen, maar toch zorgen ze voor elkaar.”
Hij glimlachte even.
“Misschien is het beter als ik het je laat zien.”
Hij stond op, en ik voelde…
“Het zit zo, Jesse,” begon mijn engel rustig.
“De draken die klaar zijn met hun lange reis en terugkeren naar hier, worden opnieuw geboren als kleine draakjes.
Dit is als het ware een kraamkamer voor draken die hun zielenreis hebben volbracht.”
Hij keek even om zich heen, terwijl in de verte een paar jonge draakjes speelden tussen de rotsen.
“Alle kennis die zij onderweg hebben opgedaan, dragen ze met zich mee.
Ook de liefde die zij in zichzelf hebben leren vinden, straalt nu naar buiten toe.
Wanneer ze hier geboren mogen worden, hebben ze alles bereikt wat ze moesten leren.
Alles wat zwaar was, hebben ze losgelaten.”
Zijn stem klonk warm en liefdevol.
“Zo’n klein draakje is puur en onschuldig. Hun vader en moeder is de Schepper… en dat geldt voor iedereen hier. Iedereen is gelijk.
Deze kleine draakjes hebben geen hulp nodig zoals een baby op aarde,” vervolgde hij.
“Alles wat zij nodig hebben, leeft al in hen. Ze hoeven nergens meer naar te zoeken.
Natuurlijk zijn er helpers… maar dat zijn geen verzorgers.”
“Maar wat doen die helpers dan?” vroeg ik nieuwsgierig.
“De helpers begeleiden hen,” antwoordde mijn Engel, “om de liefde die zij al in zich dragen op een natuurlijke manier met deze wereld te verbinden.
Zodra ze hier aankomen, worden ze als het ware verbonden met deze wereld… en die verbinding zal nooit meer verbroken worden.”
Hij glimlachte en stak zijn hand naar mij uit.
“Kom, dan laat ik het je zien.”
We liepen verder en begonnen een heuvel te beklimmen.
Het was steil, maar ik voelde geen vermoeidheid en geen zwaarte.
Het was een prachtige tocht.
Langs het pad leken de bloemen zich als kleurrijke boeketten in elkaar te vlechten zodra wij voorbijliepen.
Voor ons lag bijna de top.
De zon rolde als een gouden wiel over het landschap heen.
“Nog één laatste stap,” zei mijn Engel zacht, “dan zijn we er.”
Hij gaf mij een hand en hielp mij omhoog.
Toen ik die laatste stap zette, voelde het alsof ik in een andere wereld terechtkwam… een stille ruimte tussen twee heuvels.
Daar lagen honderden nesten, gevuld met grote, glimmende eieren.
Ik wist niet wat ik moest zeggen. Verwonderd keek ik mijn Engel aan.
“Zoveel?” vroeg ik zacht.
Hij glimlachte. “Ja, zoveel, mijn jongen.
Deze wereld is oneindig, en ieder ei draagt een nieuw leven in zich.”
Mijn ogen dwaalden over de vallei.
Het was adembenemend mooi.
Overal lagen nesten met daarin parelmoerachtige eieren die zacht schitterden in het licht.
Ze waren enorm groot, misschien te vergelijken met een struisvogelei, maar dan wel twee keer zo groot.
“Zullen we naar beneden gaan?” vroeg mijn Engel.
Samen liepen we richting de kraamkamer van deze wereld.
Het was er enorm groot, en de energie voelde hier veel zachter aan dan boven op de heuvel.
De helpers die er rondliepen waren dezelfde mensachtige wezens die ik eerder had gezien.
Ik vroeg mij af of er misschien nog meer soorten bestonden.
Eén van hen keek op en richtte zijn blik op mij.
Via telepathie hoorde ik zijn stem helder in mijn gedachten.
“Er zijn meer mensachtigen,” zei hij, “maar niet in deze wereld.
Het is niet belangrijk hoe je eruitziet. Het gaat om bewustzijn en om liefde.”
Hij liep naar mij toe en raakte heel even mijn voorhoofd aan.
Plotseling voelde ik een schok door mij heen gaan.
Het was alsof er een opening in mijn hoofd werd gebrand en die vurige stroom zich verder door mijn lichaam verspreidde.
Het wezen keek mij rustig aan.
“Het is geen brand zoals jij die kent,” sprak hij zacht.
“Maar jouw bewustzijn ervaart het wel zo.
Dat komt omdat nog niet alles in jouw blauwdruk is opgelost.
Deze vurige energie zoekt een weg door jouw blauwdruk heen… richting je hart.”
Ik voelde geen pijn. Alleen een intense kracht die door mij heen bewoog.
“Wat je voelt,” vervolgde hij, “is liefde, mijn jongen.
Liefde die een weg zoekt tussen al jouw ervaringen door, op weg naar je hart.
Je bent nu ook verbonden met deze wereld. Welkom, Jesse.”
Dankbaar knikte ik naar hem.
Daarna liep ik samen met mijn Engel verder, tussen de grote nesten met glanzende eieren door.
Zo nu en dan zagen we één van de eieren zacht bewegen, en daar moesten we om lachen.
Bij de nesten die leeg waren, bleven we even stilstaan.
Ik voelde aan alles dat ik getuige mocht zijn van het moment waarop een ei verbinding maakte met deze wereld.
“Waar komen deze eieren vandaan?” vroeg ik aan mijn Engel.
Hij glimlachte.
“Mooie vraag, Jesse.
De eieren worden uit een ander nest gehaald, diep in deze wereld verborgen.
Er bestaat hier een nest dat onuitputtelijk is.
Het is veel groter dan alles wat je hier ziet.”
Hij keek uit over de vallei terwijl zijn woorden zacht door mij heen stroomden.
“Het land van deze wereld baart deze eieren.
Wanneer een draak klaar is met zijn zielenreis, mag hij hier opnieuw geboren worden.
Dat is een heilig proces.”
Hij zweeg even en keek mij liefdevol aan.
“Dat zijn natuurlijk aardse woorden, Jesse.
In werkelijkheid gaat het om heilige energie die hier druppelsgewijs geboren wordt.
Maar om dit verhaal voor jou begrijpelijk te maken, krijgt alles een vorm.”
Ik luisterde aandachtig terwijl hij verder sprak.
“Elke energie heeft ooit een vorm ervaren, heel lang geleden.
Daarom laat deze wereld jou, je moeder en de lezers alles in vormen zien.
Anders zou niemand werkelijk begrijpen wat hier gebeurt.”
“Ik begin het te begrijpen,” zei ik zacht.
“Als jullie deze energie in vorm zouden moeten laten zien… dan zou het er ongeveer zo uitzien?”
“Dat klopt, Jesse,” antwoordde mijn Engel.
“Alles wat wij hebben gezien, heeft meerdere lagen.
Deze hemelse wereld, die door je moeder is opgeschreven, is vertaald naar vormen die begrijpelijk zijn voor mensen.”
Ik keek hem nadenkend aan.
“Dus alles wat ik heb gezien, is in werkelijkheid anders?”
Mijn Engel knikte langzaam.
“Ja. Maar omdat jij, je moeder en de lezers nog niet volledig voorbij de vorm kunnen kijken, wordt alles in vormen gezien en beschreven.
Dat maakt het mogelijk om er iets van te begrijpen.”
Hij glimlachte zacht.
“Het is moeilijk te bevatten, Jesse. Maar zelfs zoals het nu wordt gezien, is het voor veel lezers al een grote bewustzijnsschok.
Waarom zouden we daar nog verder overheen gaan?
Dan zou bijna niemand jouw reis nog kunnen begrijpen.”
Ik dacht daar even over na… en eigenlijk was ik het met hem eens.
Opeens zagen we hoe de wezens die hier leefden in een lange rij door het landschap liepen.
Ieder van hen droeg voorzichtig een ei in zijn handen terwijl ze richting de kraamkamer gingen.
Toen ze dichterbij kwamen, liepen ze naar een leeg nest en legden het ei erin neer.
Op hetzelfde moment werd het ei omringd door licht.
Kleine energiedraadjes verschenen om het ei heen en bewogen sierlijk door elkaar alsof ze het ei met deze wereld verbonden.
Ik richtte mijn aandacht op één van de eieren.
Door het zachte licht heen zag ik het ei van binnen opgloeien.
Daar zat een klein draakje in.
Het was nog helemaal wit van kleur en hield zijn oogjes gesloten.
Meteen voelde ik hoe wonderlijk dit tafereel was.
Het overweldigde mij volledig.
Blij keek ik mijn Engel aan.
“Wat is dit allemaal mooi…?” fluisterde ik.
“Ik voel hoe de liefde van deze wereld alles omringt. Ik voel het hier…”
Ik legde mijn hand op mijn hart.
Mijn Engel glimlachte warm.
“Dat komt omdat jij met dezelfde liefde verbonden bent, Jesse. En ook met deze wereld.”
Hij keek om zich heen naar de eindeloze vallei vol nesten.
“Kom,” zei hij zacht, “laten we verder kijken.”
Samen liepen we verder tussen de vele nesten met glanzende eieren door.
“Wanneer worden ze geboren?” vroeg ik mijn Engel.
“Dat duurt niet lang meer,” antwoordde mijn Engel glimlachend.
“Er zal snel weer een nieuwe groep uit hun eieren breken om deze wereld te gaan ontdekken.”
Mijn Engel en ik gingen in het zachte gras zitten dat rondom de kraamkamer groeide.
We wachtten rustig tot er nieuw leven geboren zou worden.
Ondertussen speelde ik met de vlinders die op mij kwamen zitten.
Hun doorschijnende, kleurrijke vleugels leken bijna magisch in het licht.
Plotseling zagen we dat één van de eieren veel meer begon te bewegen dan de anderen.
Even later klonk de eerste zachte kraak van een scheur in het ei.
Meteen stonden we op en liepen ernaartoe.
Ook één van de mensachtige helpers kwam aangelopen en knielde rustig neer bij het nest.
Wij mochten getuige zijn van de geboorte van een klein babydraakje.
Het ei begon steeds verder te scheuren en wij keken vol verwondering toe.
Het kleine draakje vocht zich voorzichtig maar krachtig naar buiten.
Heel liefdevol haalden de helper stukjes van de eierschaal weg, zodat er meer ruimte ontstond.
Even later stak het draakje zijn kopje naar buiten en keek ons op een bijna grappige manier aan.
Ik moest er om lachen.
Het duurde niet lang voordat hij zichzelf helemaal uit het ei werkte.
Nieuwsgierig keek hij om zich heen, alsof hij deze wereld meteen wilde leren kennen.
Toen keek hij recht naar mij.
Op dat moment voelde ik een diepe verbondenheid ontstaan.
Er liep een draad van liefde vanuit zijn hart naar het mijne, waardoor alles in mijn hart zich met hem verbonden voelde.
Een energie stroomde door mij heen die ik niet kende.
Het voelde alsof een frisse, zuivere wind door mijn hart en door mijn hele lichaam waaide.
De helper keek mij aan en zei:
“Jullie hebben ervoor gekozen om met elkaar verbonden te zijn.
Hij zal je helpen tijdens jouw reis. Hoe klein hij nu ook nog is… hij vertegenwoordigt waar jij naartoe groeit, totdat jouw ziel haar volledige reis heeft afgelegd.”
Ik wist niet wat ik hoorde.
“Mag ik je helpen dit te herinneren?” vroeg hij zacht.
Voor ik antwoord kon geven, legde hij zijn hand op mijn hart.
Meteen begon mijn hart zo snel te kloppen dat ik bijna mijn evenwicht verloor.
Geschrokken keek ik naar mijn Engel, maar hij glimlachte geruststellend.
“Hier bestaat geen angst, Jesse.”
Toch was het gevoel dat door mij heen ging zo intens dat ik het nauwelijks kon bevatten.
“Dit,” zei de helper, “is de kracht van de draak.
Deze kracht is aan jou gegeven.
Gebruik haar… want zij behoort jou toe.”
Dankbaar keek ik hem aan.
Daarna richtte ik mijn blik weer op het kleine draakje, dat mij nog steeds aandachtig aankeek.
Hij was rood met goud van kleur en had prachtige, heldergroene ogen.
Nog wat wankel op zijn pootjes liep hij langzaam naar mij toe.
Ik voelde diep vanbinnen dat ik hem moest optillen.
Heel voorzichtig nam ik hem in mijn armen en drukte hem zacht tegen mij aan.
Meteen sloot hij zijn oogjes… en viel in een diepe, vredige slaap.
