Mama, ik wil je graag iets vertellen.
De wereld waar ik nu in ben is zó mooi.
Gisteren, althans, zo noem ik het maar, want hier bestaat geen tijd.
Ik ben samen met mijn Engel naar de bibliotheek geweest.
Er is een andere wereld die ik mag onderzoeken.
De vorige keer hadden we de blauwdruk bestudeerd van wat er in de eerste onderste sfeer van deze hemel lag.
Het was een uitdaging om dat te mogen zien.
Maar nu vertelde mijn Engel dat we opnieuw zouden afdalen.
We liepen de bibliotheek binnen.
De professor die ons de vorige keer begeleidde, had alweer een tafel vol boeken voor ons klaargelegd.
Hij omhelsde me en was blij me terug te zien.
“Jesse,” zei hij, “we gaan je voorbereiden op een nieuwe reis.
Deze reis is bijzonder, omdat de sfeer waar we naartoe gaan nog steeds bestaat.
Ik heb hier boeken voor je klaargelegd zodat we samen kunnen kijken.
Het gaat over de geschiedenis van deze sfeer.
Het blauwdruk dat we eerder bezochten maakt deel uit van die geschiedenis.”
De professor pakte een groot boek, sloeg het open en wees naar een stoel.
“Ga zitten, mijn kind,” zei hij. “Dan kun je het goed bestuderen.”
Ik ging zitten en mijn Engel stond naast me.
Samen keken we naar het opengeslagen boek.
Daar zag ik een afbeelding van een schitterend landschap.
De afbeelding begon te bewegen: ik zag wezens rondlopen.
Intelligente wezens, maar met een energie die niet liefdevol aanvoelde.
“Dit wat je ziet,” zei de professor, “hoort bij de revolutie van de mensachtigen.
De mens zoals jullie die nu kennen bestond toen nog niet.
Dit is één van jullie voorvaderen, één van de groepen die uiteindelijk de mens heeft gecreëerd.
Heb je je nooit afgevraagd waarom er zoveel verschillende soorten mensen op aarde leven?
De blanke mens, waar jij onder valt, de zwarte, de gele en de rode mens?
Dat komt omdat er vier soorten mensachtigen betrokken waren bij de creatie.”
Hij sloeg een bladzijde om.
“Er was een tijd in het universum waarin alles nog anders was.
Ik sla vele eeuwen over, nog vóór Lemurië en Atlantis.
Er bestonden mensachtige, intelligente wezens in jullie melkwegstelsel.
Ze waren zeer ontwikkeld en reisden door de tijd.
Hun wereld was een paradijs, vol beschaving.
Deze intelligente mensen kwamen naar de aarde om te ontdekken.
Ze waren echte ontdekkingsreizigers.
Ze creëerden nieuwe vormen en vermenigvuldigden zich met de oorspronkelijke mens die toen op aarde leefde.
De mens zag er toen anders uit: één met de natuur, vol bewustzijn.
Door die vermenging ontstond een nieuw soort mens.
Vier groepen van intelligente wezens waren op aarde actief en ieder van hen wilde zijn eigen DNA vastleggen in de aardse mens.
Zo ontstonden de verschillende volkeren.
Het was niet zo dat die vier groepen ieder op een eigen plek leefden.
Nee, ze hielden elkaar nauwlettend in de gaten.
De ene groep kwam voor het zoete water.
De aarde zag er toen heel anders uit: half zo groot als nu, één groot landmassa.
De andere groepen kwamen voor goud, ijzer, natrium en andere grondstoffen.”
Hij zuchtte.
“Op een gegeven moment hadden ze de aarde leeggeroofd en ze vertrokken.
Maar hun nakomelingen bleven achter.
Nu de intelligente wezens weg waren, waren de nakomelingen vrij.
Maar ze hadden een groot deel van hun intelligentie geërfd, en stonden minder dicht bij de natuur dan de oorspronkelijke mens.
En zo begonnen de oorlogen.
De vier groepen bevochten elkaar om grondstoffen en macht.
Het blanke ras was sterk.
Het gele ras was zeer intelligent.
Het zwarte ras had beide eigenschappen maar kon gewelddadig zijn.
Het rode ras was kleiner in aantal, maar zeker niet minder dan de anderen.
Alle groepen hadden een taak: zoveel mogelijk grondstoffen meenemen naar hun eigen deel van de wereld. Vechten was onderdeel van hun strategie.
Nu begrijp je misschien, Jesse, waarom er op aarde nog altijd zoveel strijd is.”
Hij keek me ernstig aan.
“Deze intelligente wezens hadden hun eigen hemel.
Maar nu er een nieuwe mensensoort was ontstaan, moest er ook voor hen een nieuwe hemel worden gecreëerd.
De oude hemel was gemaakt voor de oorspronkelijke aardemens, maar de nieuwe mens paste daar niet in.
De twee konden elkaar niet verdragen.”
Ik vroeg: “Maar als de oorspronkelijke aardemens al eeuwenlang verdwenen is van de aarde, waarom zijn ze dan nog in hun hemel?”
De professor kreeg een droevige uitdrukking.
“Ze durven niet terug te keren.
Ze zijn bang om af te dalen en te reïncarneren in een ander soort mens.
Hun nakomelingen waren verbonden met de intelligente wezens, en omdat de ziel verbonden is met alles vóór en ná het leven, moet ze uiteindelijk wél afdalen.
Maar de oorspronkelijke zielen wisten: als ze incarneren in de nieuwe mens, moeten ze een lange weg terug afleggen, vol ervaringen, om ooit weer de oorspronkelijke eenheid van natuur en bewustzijn te bereiken.
De nieuwe mens moest opnieuw bewustzijn ontwikkelen om terug te kunnen keren naar het hemels paradijs.”
Hij sloeg het boek dicht.
“De aardse mens droeg nu verschillende DNA-strengen in zich.
Een deel verbonden met de natuur, een deel met intelligentie.
Maar door manipulatie, slavernij, oorlog en overheersing raakte het contact met de bron kwijt.
De mens werd wild, ongelukkig en bleef strijden. En tot op heden is dit nog zo.”
Ik voelde dit diep in mij.
“Toen het te ver ging,” vervolgde hij, “is het geloof geboren.
Niet alleen het kerkelijke geloof. Maar ook veel andere geloven.
Als de mens maar iets had om in te geloven, konden ze als groep weer één worden.
Langzaam verschoof het bewustzijn.
En als je nu naar de aarde kijkt, zie je opnieuw een verschuiving.
Het oude geloof verliest kracht.
Er komt een nieuw soort geloof voor in de plaats. Mensen zoeken naar zichzelf. Naar wie ze zijn.
Naar waarom ze hier zijn.”
Hij glimlachte zacht.
“Maar er zijn ook groepen die nog niet zover zijn.
Die nog vastzitten.
Toch wordt de mens langzaam teruggeleid naar de oude weg.
Eén voor één komen de zielen thuis.
Hun reis naar de planeet aarde komt dan fysiek ten einde.
Maar jullie hebben nakomelingen, familie die je nog mag helpen om hun weg naar huis te vinden.”
Hij liet zijn hand rusten op het boek.
“Er moest dus een nieuwe hemel worden gecreëerd.
Een hemel met verschillende sferen.
De meeste aardse mensen hadden weinig verschil in bewustzijn of liefde, dus kwamen ze in dezelfde sfeer terecht.
Die sfeer is donker. Het licht is er wél, maar het wordt tegengehouden door de zware energie van de zielen die er aankomen.
Elke dag probeert het licht de wereld te zuiveren. Soms lukt dat. Soms stuit het op die donkere muur.
De mens noemt dit de hel. Maar dit is niet de hel.
Het is een liefdevolle sfeer die door onbewustheid en gebrek aan liefde donker aanvoelt.
De liefde van God zit nog altijd in hun ziel.
Maar om terug te keren naar God moet je eerst weten wat je níét bent.
En dat kan alleen door te ervaren.”
Hij keek me diep aan.
“Jesse, morgen dalen we opnieuw af, samen met de Engelenwachters.
Dan kun je met eigen ogen zien wat deze sfeer werkelijk is.”
Ik was stil. Het verhaal moest tot me doordringen.
Ik was duizelig van wat ik had gehoord.
Het was een belangrijke les over ons als mens: waarom we zoveel moeten ervaren, waarom de weg naar huis langzaam en zwaar is.
Ik zag in dat we als mens nog een lange weg te gaan hebben.
Nog altijd zijn er oorlogen.
Nog altijd graven we naar grondstoffen. Nog altijd zijn er verschillende rassen.
Ik vroeg hem: “Wat is het einde?”
Hij begon te lachen.
“Het einde, mijn kind, is dat de mens één ras zal worden.
Alles zal met elkaar versmelten.
Het bewustzijn zal hoog zijn, de intelligentie evenzo, maar vooral de liefde zal groot zijn.
Dan ontstaat één volk, één mensheid, die samen in God woont.
Samen met God is. En samen alles kan wat God kan.
Alleen hoeft de mens dan niet meer de diepte in om te ervaren.
Dat heeft God al gedaan.”
Mama, ik was uitgeput na dit verhaal.
We zijn naar buiten gegaan en ik heb me rustig laten ontspannen door te gaan liggen.
Ik voelde hoe mijn lichaam kalmer werd, en hoe de energie van de kleine aardmannetjes ervoor zorgde dat ik klaar was voor een nieuwe reis.
