We waren teruggekeerd in Zomerland, en net zoals bij onze aankomst zag ik overal kinderen.
De Engel van Zomerland keek ons vriendelijk aan en zei: “Naast de kinderlijke sfeer bestaat er hier ook een wereld speciaal voor huisdieren en boerderijdieren.
Deze dieren hebben samen met mensen geleefd en bevinden zich nu in deze sfeer, net als alle andere dieren.
Er is zelfs een extra omgeving waar dieren worden opgevangen die pijn en verdriet hebben ervaren.
Zij worden daar liefdevol verzorgd totdat ze kunnen terugkeren naar deze wereld.
Hier zijn ze gelukkig, en dier en kind leven in harmonie naast elkaar.”
We liepen verder, in de richting waar veel kinderen heen renden.
"Het is hier niet alleen fijn om een geliefde hond of kat terug te zien, maar ook om samen met andere kinderen en dieren te spelen.
Kom, laten we naar binnen gaan,” zei de Engel, en we wandelden door een poort.
De sfeer was warm en prachtig, maar toch voelde het anders, omdat de dieren hier heel vrij leven.
Er stonden nergens hekken; alle dieren bewogen zich vrij door elkaar heen.
Ik zag geiten en schapen, maar ook koeien en paarden.
Iedereen mocht overal gaan en staan.
In de verte zag ik een paard dat bereden werd, en het paard genoot zichtbaar.
De kinderen hadden enorm veel plezier en de paarden ook, vooral omdat je met deze huisdieren kon praten.
Dat maakte alles nog specialer.
Er liep een weg door deze dierenwereld.
We volgden hem en kwamen langs boerderijen die bedoeld waren om de boerderijdieren een vertrouwde omgeving te geven, iets waar zij op aarde aan gewend waren.
Ik zag zwijnen in modderpoelen rollen en kuddes schapen die over groene grasvelden trokken.
Het leek wel alsof ik terug op aarde was, maar dan honderd keer mooier.
Paarden renden in grote groepen door het landschap.
Hun instinct vertelde hen dat dit oeroude gedrag was, iets dat bij hun geschiedenis hoorde.
Ze renden ongelooflijk hard.
De koeien stonden te grazen, maar aten niets; het leek alsof het landschap zelf hen voedde.
De heuvels en bergen met hun besneeuwde toppen maakten het geheel sprookjesachtig mooi.
Ik zag ezels en berggeiten die moeiteloos tegen de hellingen opliepen.
Tot nu toe had ik alleen dieren gezien die op boerderijen leefden.
Daarom vroeg ik aan de Engel van Zomerland: “Waar zijn de huisdieren?”
Ze glimlachte. “Ja, de huisdieren zijn hier ook,” zei ze, “maar op een andere plek.
Sommige dieren die in het aardse leven tam waren gemaakt, keren hier terug naar hun oorspronkelijke soortgenoten, zoals slangen, reptielen, parkieten, papegaaien en bepaalde vissen.
Zij leven in hun eigen natuur-sferen.
Maar dieren die zowel in de dierenwereld als bij mensen thuishoren, kunnen zelf kiezen waar ze willen wonen.
De huisdieren die hier leven, zijn vooral honden en katten.
Ik kan het je laten zien.”
We verlieten deze wereld en stapten een ander deel van dezelfde sfeer binnen.
Het voelde alsof we een nieuwe wereld binnengingen, maar het hoorde toch allemaal bij elkaar.
In de verte hoorde ik geblaf. Plots vroeg ik me af: zouden onze honden hier ook zijn?
We zagen de eerste honden rennen: speels, vrolijk, vrij.
Toen rende ineens een groep honden recht op me af. Ik herkende ze meteen.
“Mama, ik zag onze honden, maar ook die van oma. Ze waren samen.
De kinderen die hun honden op aarde hadden moeten missen, konden hen hier weer ontmoeten.
Veel honden herkennen elkaar uit hun aardse leven en spelen samen verder.
Toch houden honden, die nog een sterke band hebben met hun voormalige baasje, dit contact, net zoals vroeger en kijken soms even terug naar hoe het met hen gaat.
We liepen door naar de kattenwereld.
Daar stonden verschillende huizen die speciaal voor katten waren ingericht.
Ze lagen op vensterbanken, op de grond, in mandjes, overal waar ze maar wilden.
Je zag aan alles hoe goed ze het hadden.
Buiten konden ze spelen of ergens luieren.
Katten zijn van nature wat meer op zichzelf, en dat zag je hier ook.
Een kind moest niet zomaar naar hen toe lopen; de katten kwamen zelf naar het kind toe.
Kind en kat waren hier op elkaar afgestemd, ze resoneerden met elkaar, en dat was duidelijk te zien.
Na alles bewonderd te hebben, liepen we verder, weer terug naar het grote Zomerland.
Er was nog zoveel te ontdekken, en we vervolgden onze weg, rustig en vol verwondering.
