De Stilte aan de Overzijde

Het is raar… het voelt als een tweedeling in mijzelf.

Ik ben verdrietig, boos, en toch voel ik geen verdriet om de dood van Jesse.

Die kant voelt rustig.

Bij vlagen mis ik hem, maar ook weer niet.

Ik ben blij dat hij rust heeft gevonden.

Nu ben ik op onderzoek uit naar wat nu zo anders voelt.

Die tweedeling… is die andere kant het ego, dat wil huilen, dat boos wil zijn op alles en iedereen?

Is het het ego dat het verhaal aan jan en alleman wil vertellen en tegelijk ook weer niet?

Is het boos omdat mensen om ons heen doorgaan met hun leven?

Omdat je zelf moet aangeven wanneer het niet goed gaat?

Is dát het ego in het rouwproces?

Of kun je hier niet spreken van ego?

 

Het pijnlichaam ervaart toch pijn.

En die pijn is verbonden met zoveel andere pijnen: onrecht, machteloosheid, niet begrepen worden, eenzaamheid, het leven zelf soms niet meer zien zitten…

Hoe nu verder?

Boos op iedereen.
Boos op de wereld.
Boos op de chagrijnige winkeljuffrouw.

 

Maar aan de stille kant zit liefde.

Rust. Erbij horen. Niet alleen zijn. Oprechtheid.

Verbondenheid met de werelden, de zielen die de aardse wereld ontstegen zijn.

Die leven in bewustzijn en in liefde, daar waar stilte woont.

 

Twee delen in mijzelf.
Twee werelden.

Soms is de ene sterker dan de ander.

Maar vandaag voelde ik de grens, waarvan ik niet wist dat die tussen beide werelden zat.

Misschien was ik mij nooit bewust van deze twee werelden in mijzelf.

Nu ik bid, weet en heb gevoeld, kan ik er van een afstand naar kijken en zelf beslissen aan welke kant van mijzelf ik wil staan.

En ik weet dat als ik volschiet, en de boosheid mij wil grijpen, er aan de overzijde een hand wordt gereikt die mij naar de stilte brengt, zodat de liefde mij kan aanraken en ik telkens opnieuw geboren word.