De weg naar Gids worden

Mama, ik ben met mijn Engel in mijn eigen sfeer.
Ik vroeg hem: “Waarom mag ik mijn moeder nog niet adviseren over hoe ze met bepaalde zaken in haar leven om kan gaan?”

“Dat is een mooie vraag, Jesse”, zei hij.
“Waarom ben jij nog geen gids die haar mag bijstaan bij de vragen waar ze zo graag antwoord op wil?

En waarom neemt haar Engel het gesprek over zodra jij haar wilt helpen?”

“Precies dat is al een aantal keren gebeurd”, antwoordde ik.
“Ik wil haar zo graag helpen. Ik wil haar weer zien lachen.”

“Ik begrijp het, Jesse”, zei hij.
“Maar gids worden voor iemand die je dierbaar is, gebeurt niet meteen.

Er zijn uitzonderingen, maar normaal gesproken moet je dit eerst leren.

De mensen die hier aankomen, moeten eerst rusten van hun lange reis op aarde.

Ze zijn moe. Velen zijn ziek geweest.

Het loslaten van het aardse leven is zwaar.

Na de rustperiode gaan ze naar de sfeer waarmee ze resoneren.

Dat is een tijd van wennen.

Ondertussen mogen ze, net als jij, hun eigen levens inzien.

Ze ruimen op en verhogen hun bewustzijn.

De Hemel is een thuiskomen, Jesse. Dit is jullie thuis.
De aardse reis kun je zien als een vakantie.

Je weet dat er een Hemel is, maar zolang je op aarde bent, ben je daarvan afgescheiden.

Wanneer mensen hier terugkeren, is het weerzien groot.

Velen nemen daar alle tijd voor, ook al bestaat tijd hier niet.

Gids worden gebeurt bij de meeste mensen pas veel later.
Degenen die hiervoor hebben gekozen, zullen deze taak meestal pas na ongeveer zeven aardse jaren op zich nemen.

Dat wil niet zeggen dat de mensen die zijn overgegaan niet naar hun dierbaren gaan die zijn achtergebleven. Integendeel: ze zijn juist heel vaak bij hen.

Maar ze mogen nog niet adviseren. Ze kunnen nog niet helpen op die manier.
Wat ze wél mogen, is troosten: bij hen zijn en hun liefde laten voelen.

En als de mogelijkheid er is om met elkaar te praten over de aardse levens die ze samen hebben gedeeld, zoals jij met je moeder hebt gedaan, Jesse, dan is dat een kostbaar moment.

Jij en je moeder hebben alle levenslessen samen ingezien en losgelaten, de mooie, maar ook de pijnlijke.

Iedere ziel die overgaat, ziet in dat zij nog steeds kan groeien in bewustzijn.

Daarom is vergeven zo belangrijk. De aarde is een school. Iedereen maakt fouten.

En van fouten kun je leren, toch?”

 

Ik moest glimlachen.

Ik had veel fouten gemaakt, maar ik had ervan geleerd in het leven zelf.

Mijn dankbaarheid dat ik dit samen met jou heb mogen oplossen, is enorm groot.

Daarom staat er niets meer tussen ons in.

Alles wat uitgesproken moest worden, is uitgesproken.

Alles wat opgelost moest worden, is opgelost.

Dat jij mij hebt vergeven voor wat ik heb gedaan, is mijn grootste geschenk.

 

“Kom”, Jesse, zei hij, “ik zal je de sferen laten zien en hoe een ziel hier wordt voorbereid om later gids te worden.”

We hadden de hele tijd op ons favoriete plekje bij de vijver gezeten.

De kikkers waren onze vrienden geworden.

Ik pakte ze voorzichtig op en bracht ze terug naar het water.

Samen met mijn Engel liep ik deze sfeer weer uit.

Ik was zo nieuwsgierig naar de sfeer waar we naartoe gingen.

Ik weet dat mijn vader gids is geworden van mijn zusje en dat hij haar helpt.

Ook mij heeft hij het laatste jaar bijgestaan.

Hij zorgde ervoor dat ik andere keuzes maakte.

Hij was erbij toen ik de overgang maakte van het aardse naar het hemelse.

Hij en zijn vader, mijn opa, waren daar samen met mijn Engel.

Zij hebben mij het licht laten zien.

In de eerste dagen hebben ze mij bijgestaan, toen ik werd gevonden.

Ze gaven mij de zekerheid dat alles goed zou komen.

Ik ben nooit alleen geweest, mama. Hij was bij me, de hele tijd.

 

Nadat ik was gevonden, was papa bij mij.

Daarna ging opa verder naar oma en naar zijn dochter, mijn tante.

Maar papa bleef bij mij. Hij was er voor Demi en voor jou.

Hij vertelde mij wat er zou gebeuren.

Mijn Engel was bij mij, en ook de zijne.

Dit was voor papa de eerste keer dat hij iemand naar huis mocht begeleiden.

Er was volop hulp en liefde en niet alleen van mijn kant.

Ik zag heel veel zielen die jullie hielpen.

Mensen die jullie in dit leven en in vorige levens hadden gekend.

Ik zag soldaten staan, opa’s en oma’s, vaders en moeders, andere familieleden.

Iedereen was stil en stond op afstand te kijken.

 

We liepen eerst de sfeer binnen waar de cabines stonden en waar ik mijn blauwdruk kon inzien.

“We gaan eerst jouw blauwdruk bekijken door erin te stappen”, zei mijn Engel.
“Je hebt je moeder al over je heengaan verteld, maar in een blauwdruk zie je meer.

Het meemaken of van een afstand kijken zijn twee verschillende dingen.”

We liepen mijn cabine binnen.

De Engel stond al klaar om dit gedeelte van mijn blauwdruk te openen.

“We gaan de blauwdruk niet van buitenaf bekijken”, zei mijn Engel.
“We stappen zo naar binnen.

We gaan eerst even terug in de tijd voordat we de sfeer binnen gaan waar je leert om gids te worden.”

De Engel die mijn blauwdruk opende, liet mij een beeld zien van de dagen voordat ik werd gevonden.

Ik zag mijn moeder en mijn tweede vader.

Ze waren thuis.

“Kom”, zei mijn Engel, “we zullen de verschillende lagen laten zien die zich in deze periode hebben afgespeeld, zodat je kunt zien hoeveel hulp er aanwezig was, vóór, tijdens en na alles wat is gebeurd.”

 

Hij pakte mijn hand vast en samen stapten we de blauwdruk binnen.

Ik stond in jullie kamer, mama.

Ik merkte meteen dat het weekend was. Het was warm buiten.

Ik keek om me heen. Jullie waren niet alleen.

Bij Ronald zag ik soldaten staan.

Normaal vertelden ze hem hun verhaal en lieten ze hem voelen hoe ze gestorven waren. Maar nu was het anders.

Nu voelde hij mijn dood.

“Wat je hier ziet Jesse”, zei mijn Engel, “dat is dat Ronald het gevoel heeft dat hij in de dood vast zit.

Hij voelt zich zwaar. Alsof hij in een overgang vastzit. Geen vrijheid. Vast.

Hij draagt de energie die jij aan het einde in je had in zich.

Hij heeft die energie in zich opgenomen en kan dit niet loslaten.

Hij voelt letterlijk hoe het is om op dat punt te zitten tussen het aardse en het hemelse.

Hij kan niet terug en niet vooruit. Hij zit vast.

Hij denkt dat deze soldaten hem dit laten voelen, en dat is ook zo", zei mijn Engel.
"Maar deze energie is van jou. Hij heeft jouw dood in zicht opgenomen.

Hij heeft dit gevoeld, gedragen, tot het moment dat jij werd gevonden.”

Ik moest hier even van bijkomen.

“Maar… waarom?” vroeg ik mijn Engel.

“Waarom moest hij mijn dood zo lang voelen?” vroeg ik.

 

We keken dieper, hij was net als jij mama. Hij voelde alleen dieper.

Hij was op een andere manier verbonden met hemelse en aardse energieën.

Hij voelde dat er iets was gebeurd. Hij zat vast en kon geen kant op.

“Kijk  Jesse”, zei mijn Engel.

En ik zag dat hij in dit weekend, terwijl hij zich zo voelde, van alles met hem gebeurde.

Het leek alsof hij er een andere taak bij kreeg.

Alsof er nieuwe downloads in hem werden gelegd en werden geopend.

“Wat je hier ziet”, zei mijn Engel, “is dat de ziel ervoor kiest om verder te gaan, om meer te ervaren.

Dat besluit wordt niet genomen door het persoonlijke zelf, maar door de ziel.

Door wat jij hebt gedaan, zijn er nieuwe deuren voor zijn ziel opengegaan.

Zijn ziel ziet dat zijn trauma hier opgeruimd kan worden op een zeer snelle manier.

En ja, jouw dood was een traumatische ervaring.

Deze downloads, deze kleine cadeautjes, kan zijn ziel in zijn verdere leven één voor één uitpakken.

In de tijd dat Ronald zich zo voelde, gebeurde er dus ontzettend veel.

Als we daarop inzoomen, zie je dat hij hier de rest van zijn leven mee vooruit kan.”

 

Mijn Engel keek naar jou, mama. De tijd werd even teruggespoeld.

Ik hoorde de deurbel gaan.

Ik zag de politie aan de andere kant van de deur staan.

Ronald deed open, maar ze waren verkeerd, ze moesten bij het hotel zijn dat tegenover jullie huis stond.

Ik hoorde jouw woorden, mama. Je zei: “Dan schrik je toch ook.

Je denkt toch meteen dat er iets met Jesse is gebeurd?”

Niet wetende dat ik diezelfde ochtend al had gekozen deze wereld te verlaten.

Op het moment dat de politie aan de deur stond, was ik al overleden.

Mijn Engel zei: “Dit gebeurt niet voor niets.

Bij een tweede keer zou je moeder minder schrikken en denken dat ze opnieuw verkeerd zijn.”

 

Ik zag ook dat je mij dat weekend mij wilde bellen, mama, maar dat je het niet deed.

We zoomden daarop in.

Doordat de politie donderdagmiddag aan de deur stond, was je onrustig.

Je wilde mij bellen, maar telkens kwam er iets tussen.

Ik zag ook dat jouw Engel je daarin tegenhield.

Je had zelf de gedachte: ‘Wat moet ik hem vertellen?’
Een gedachte die je niet van jezelf herkende, want wij hadden altijd wel iets om te vertellen.

Als je mij had gebeld, had ik niet opgenomen.

Je zou gezien hebben dat mijn berichtjes niet aankwamen, omdat mijn telefoon leeg was.

Dan zou je ongerust zijn geworden.

En wat als jij mij had gevonden?

Dat beeld, de manier waarop, zou op zichzelf al een trauma zijn geweest.

De onrust en het vinden zouden je voor altijd veranderd hebben.

De band die wij nu hebben, zou dan niet zijn doorgegaan zoals ze nu is.

Er is echt alles aan gedaan om dat moment van vinden tegen te houden.

Toch heb je het hele weekend met mij in je gedachten rondgelopen.

Ik keek hoe jouw Engel steeds zachtjes op je in praatte en je aandacht naar iets anders probeerde te leiden.

De mensen die al in het huis aanwezig waren, keken toe.

Soms kwamen ze dichterbij.

Ze wisten dat ik was overleden, maar ze zagen ook dat jullie het nog niet wisten.

 

Het beeld werd verder naar voren gespoeld.

Het was een warme dag geweest. Je was druk bezig geweest, mama.

Tegen de avond was het te warm om nog buiten te zitten.

Jullie gingen je afspoelen, ontspannen en samen op de bank zitten.

Om acht uur deden jullie de televisie aan, die televisie die ik nog voor jullie had geïnstalleerd met jouw verjaardag.

Ik zag dat jouw Engel naast je kwam zitten.

Ook was er een Meester bij, die zijn hand zacht op jouw hoofd legde.

Je begon heen en weer te wiegen, iets wat je vaker deed wanneer je iets doorkreeg.

Je was even buiten tijd en ruimte.

Ik zag hoe jouw geest werd voorbereid op wat zou komen.

Net als bij Ronald kreeg je downloads binnen. Dit ging heel snel.

En toen ging de deurbel.

Maandagavond, half negen, stond opnieuw de politie voor de deur.

 

Ronald stond op. Hij wist het al. Hij liep naar de deur en deed open.

Ik zag hoe hij naar jou keek en vroeg of je wilde komen.

Jouw ziel wist al wat er ging komen, maar je hoofd was boos.

Je dacht dat ze opnieuw voor dat hotel kwamen.

Je wilde laten voelen hoe erg je was geschrokken dat ze voor de tweede keer voor je deur stonden.

Toen zag je drie agenten staan, een jonge vrouw en twee jonge mannen.

Ik hoorde je de vraag stellen, mama: “Is er iets met Jesse?”

Je was ongerust. Je wist het al… maar je hoopte dat ze zouden zeggen: “Geen paniek mevrouw.”

Maar ze knikten. En ze zeiden: “Ja, er is iets met Jesse. Mogen we binnenkomen?”

 

Ik keek naar jou. Ik zag dat je gedachten waren gestopt.

Er waren nog geen emoties.

Je luisterde alleen maar naar wat ze vertelden.

Er kwam ongeloof.

Ik zag hoe je je handen voor je gezicht sloeg.

Het wilde nog niet echt tot je doordringen, bij jullie alle drie niet.

Ik keek om me heen en zag hoeveel mensen er in de kamer stonden.

Iedereen hield zijn adem in.

Ik zag soldaten langs de oprijlaan en om het huis staan, alsof ze jullie huis en tuin beschermden.

Ik zag hoe de wereld, hier én in het huis letterlijk stilviel.

Ik zag papa naast mijn zusje zitten.

Ik zag Engelen druk aan het werk, bezig om energieën te herstellen.

Alles moest naar deze stilte toe worden gebracht.

 

Er moest zoveel geregeld worden en mama, ik ben zo trots op jou.

Je schakelde je gevoel uit en deed eerst wat echt belangrijk was.

Want je wist dat zodra alles geregeld was, je zou instorten.

Ik zag dat je nog steeds in de schrikfase zat. In het ongeloof.

Dat je nog geen tranen kon huilen.

Mijn Engel zei dat je geholpen moest worden.

En net voordat jij de deur opendeed, legde ik mijn hand op jouw schouder en zei:
“Het spijt me mama, het spijt me zo.”

Ik zag hoe je brak. De eerste tranen kwamen.

Wij kennen geen tijd zoals jullie die kennen. Er is geen ‘terug’.

Maar ik heb je mogen aanraken. En ik heb mijn reis aan je mogen laten voelen.

Ik weet dat het vreemd klinkt, zelfs na zeven maanden schrijven, maar in de Hemel kan alles.

Dat is zeker.

 

“Je hebt gezien, Jesse, dat er tijdens en na de overgang van jouw astrale lichaam veel hulp aanwezig was.
Je hoeft dus geen gids te zijn om te helpen.

Jij helpt je moeder op deze manier ook.
Door met haar te schrijven heeft ze de liefde teruggevonden die jullie zo sterk verbond, niet alleen met jou, maar ook met jouw vader.

Alle mensen in de kamer zorgden ervoor dat de energie hoog bleef.
Er kwam rust. Er was stilte.

De soldaten beschermden deze rust tegen energieën die hier niet thuiskoorden.
Je moeder, je zus en Ronald werden beschermd.

Eigenlijk zou iedereen moeten weten dat wanneer iemand overgaat, er veel meer zielen aanwezig zijn dan ze beseffen.
Dat niemand alleen is. Niet degene die overgaat, en ook niet degenen die achterblijven.”

 

We keken nog eenmaal naar mijn blauwdruk en bedankt het lichtwegen die hiervoor had gezorgd.

Daarna liepen we de cabine uit en stapten een andere sfeer binnen.

Onderweg vertelde mijn Engel verder.

“Gids worden kan niet zomaar.
Daarvoor moet een bepaald bewustzijn zijn bereikt.

Bij het overgaan naar gene zijde laat de ziel het ego en het pijnlichaam los, en ervaart zij de diepe bevrijding van thuiskomen.

Ze kijken meteen met andere ogen.

Sommige zielen komen daar aan en mogen direct helpen.
Vaak is dat omdat ze voor de achterblijvers nog iets kunnen betekenen.

Kom, laten we hier even naar binnen gaan.”

We waren aangekomen in een sfeer waar ik nog niet eerder was geweest.
Zoals altijd was het hier mooi en sereen.

Gouden en zilveren paden slingerden door het landschap en glazen gebouwen lichtten op als kristallen.
Bloemen bloeiden in de mooiste kleuren, en vogels zongen in de bomen.

We liepen een glanzende, prieelachtige ruimte binnen.
Ik zag dat er al meer mensen waren.

“Kom, laten we gaan zitten,” zei mijn Engel.

We namen plaats op een wit marmeren bankje en ik wachtte geduldig af wat zou komen.

Ik keek om me heen en zag dat de mensen, net als ik, hier nog niet zo lang waren.
Je kunt het zien aan het licht dat ze uitstralen, aan hun energie.

Het is een bijzondere gloed, zilverachtig, zacht en helder.

De mensen die hier al heel lang zijn, hebben een aura van zilver en soms zelfs van goud om zich heen.

Ik heb vaak naar hen gekeken.
Er stonden meer marmeren bankjes, waar mensen samen met hun Engel opzaten.
Ik was dus niet de enige die hier les kreeg over de taak van gids.

 

Ik keek mijn engel aan en vroeg: “Kun je mij vertellen wat we hier gaan doen?”

Hij knikte en zei: “We wachten tot de les begint.

Jesse, gids worden is een lange reis.
Al heel vroeg krijg je de eerste lessen.
Het is een voorbereiding op een taak voor later.”

Toen zei hij: “Ik denk dat de les gaat beginnen.”

 

Het werd stil in de ruimte.

Het licht dimde, en de koepel waarin we zaten veranderde van licht naar donker.
Het voelde alsof ik weer terug was in de tunnel van licht die mij in de vorige reis naar de aarde bracht.
We keken allemaal om ons heen.
Het leek alsof we midden in een film zaten.

Overal waar ik keek, verschenen beelden.
Onder mij, bij mijn voeten, zag ik de aarde voorbij zweven.
Langs de wanden verschenen de vele sterren en planeten.

En recht boven mij, in de koepel, stond de zon.

Toen veranderde het beeld.
De snelheid nam toe, alles versnelde in één grote beweging.

Wat ik nu zag, waren flitsen van licht, met een steeds hogere snelheid.
Sneller en sneller, tot het moment kwam dat al het licht zich samenbundelde
en zichtbaar werd in één grote flits.

Alles was licht om ons heen.
Iedereen keek met betraande ogen rond.
We voelden de liefde, de liefde van de schepper, dichterbij dan ooit.

Langzaam werd het licht minder en verdween het beeld.

 

Toen kwam er een lichtwezen de ruimte binnen.
Het veranderde in één grote Engel.
Hij was groter dan alle andere Engelen die ik had gezien.

Hij keek om zich heen en begon te spreken in een Engelentaal die wij op aarde niet kennen.

Engelentaal verstaan we zodra we hier aankomen.
Spreken kunnen we haar niet.

Hun taal laat een energie achter, een energie die ook liefde uitstraalt.
Ze gebruiken deze taal om ons iets duidelijk te maken dat werkelijk gehoord moet worden.

Mijn Engel spreekt deze taal ook tegen mij.
Maar wat er hier wordt gesproken, is ook totaal anders.

Het is een taal die iedere ziel verstaat, zowel telepathisch als fysiek.

 

Iedereen was stil en luisterde.

De Engel vertelde ons wat wij zojuist hadden gezien, hoe de overgang plaatsvindt
van het aardse naar het goddelijke.

Dit is de plaats waar wij nu zijn.
Wij wonen nu in de wereld van God of misschien beter gezegd: in God zelf.

Ik noem het maar God, mam, maar ik kan ook zeggen: de Hoogste Schepper.

Hij legde uit dat wij allen uit Hem en Haar zijn ontstaan.
Dat onze ziel op reis is geweest en dat wij alles willen ervaren.

De Hoogste Schepper stuurt kleine deeltjes van zichzelf naar de verste gebieden.

Hier werd het heel eenvoudig uitgelegd.
En toch weet ik zeker dat het in werkelijkheid een veel ingewikkelder proces is.
En dat wij als mens dit niet volledig kunnen bevatten.

Hij liet ons een film zien.

Ik zag een man die licht uitstraalde.
Hij bevond zich in een stille ruimte.

In die stilte mocht hij creëren wat hij maar wilde.

Hij klapte in zijn handen en overal verschenen sterren en planeten, zwevend door de ruimte.

Daarna schiep hij de Engelen. Hij creëerde wezens die ik niet kende.
En deze wezens creëerden op hun beurt weer nieuwe wezens.

Iedere wezen had een ziel en in die ziel zat het licht van deze man.

De zielen creëerden verder en verder, tot de wereld die de man had geschapen
volledig bevolkt was.

Zo ervoer de man door alle zielen heen wat er in zijn wereld gebeurde en wat hij ermee kon maken.

De zielen die waren gecreëerd, zorgden op hun beurt weer voor hun eigen creaties.

Zo konden zij pas naar het licht terugkeren wanneer zij hun nakomelingen meenamen en hun de weg hadden gewezen.

 

Iedereen heeft nakomelingen of is met nakomelingen verbonden.
Iedereen heeft een vader en een moeder. En iedereen zal ooit terugkeren naar het licht.

Daarom helpen we elkaar.

Je vader en moeder, opa’s en oma’s, broers en zussen kunnen gids worden van degenen met wie zij sterk verbonden zijn.

Je helpt hen bij het maken van keuzes, door zacht een richting aan te geven,
door ze een bepaalde kant op te laten kijken, zodat ze zien wat gezien mag worden.

Zo heeft ieder mens op aarde meerdere gidsen.
Tijdens de geboorte zijn dit vaak zielen die je hebt gekend in vorige levens.

Tijdens het leven verandert dit langzaam. Je kunt verschillende gidsen hebben
voor verschillende periodes en levenslessen.

Maar je hebt altijd één gids die bij je blijft, totdat je zelf weer hierheen terugkeert.

 

De Engel keek naar de wand van het gebouw.
Het licht dimde zich.

Een beeld verscheen. Ik zag de aarde. Ik zag de oorspronkelijke mens.
Zij leefden in vrede met alles en het voelde als een paradijs.

Toen veranderde het beeld.

We zagen hoe andere wezens naar de aarde kwamen.
Ze experimenteerden met de oorspronkelijke mens.

Daaruit ontstonden nakomelingen, nieuwe mensen, verschillende rassen.

Het licht ging weer aan en de Engel sprak verder.

“Omdat alle creaties van het licht een creatief vermogen hebben, zijn zij ook zelf in staat om te creëren.

Daarom kunnen zij niet terugkeren naar het licht waar iedereen vandaan komt
zonder hun nakomelingen.

De mens heeft zijn eigen Engelen, gidsen en voorouders die helpen om rust te vinden, het licht te herinneren en de weg naar liefde terug te vinden.

Niemand blijft achter.

Het licht van God is overal. Het is aanwezig in iedere ziel.

Om weer thuis te komen kan geen enkel deel van het licht achterblijven.

Daarom helpt iedereen elkaar door te ervaren, door zich bewust te worden van zichzelf als ziel, als licht.

Later groeit dit licht uit tot liefde.

Door deze ervaringen wordt niet alleen het licht bewust, maar alles wat het in zich draagt.
Bewust van liefde, bewust van licht, bewust van alles, maar vooral bewust van zichzelf.”
 

De Engel boog zijn hoofd, een teken dat hij klaar was.

 

Iedereen bedankte hem en we liepen naar buiten.

We liepen over een gouden pad en gingen zitten op een bankje onder een grote, stevige boom zitten.

“Je hebt gezien,” zei hij, “dat wij allemaal het licht van de Schepper in ons dragen.

Hoe verder een ziel van het licht is afgedwaald, hoe meer voorouders zij heeft
en hoe meer hulp zij ontvangt.

Maar omdat de aardse wereld zo ver van het licht staat, ervaar je af-gescheidenheid.

Als wij de sluier zouden wegnemen, zou geen enkele ziel dit aankunnen.

Daarom is bewustzijn zo belangrijk.
En liefde. Liefde voor jezelf, voor de mensen om je heen, en voor de wereld.

Door liefde toe te laten en je angsten onder ogen te zien, gaat het deurtje naar je hart open.

Daarachter, in die innerlijke wereld, ligt de wereld van de Schepper.”

Mijn Engel raakte mijn hart heel even aan.
En meteen voelde ik een liefde die ik al eens eerder had ervaren.

“Dus dit is de weg van de mens?” vroeg ik.

Hij Engel knikte. “Er zal een tijd komen waarin iedereen deze weg naar binnen heeft gevonden, de weg naar God.”

 

 

We genoten nog even van deze sfeer.

Toen stond mijn Engel op.
“Kom,” zei hij, “we gaan terug naar de sfeer van de blauwdrukken.”

Ik knikte, nieuwsgierig naar wat we nu zouden gaan onderzoeken.

We liepen de sfeer van blauwdrukken binnen, maar in plaats van naar mijn eigen blauwdruk te gaan, liepen we een andere cabine binnen.

Ik keek om me heen. Deze ruimte was leeg.

Er kwam een lichtwezen binnen die veranderde in een prachtige Engel.

“Welkom, Jesse,” zei de Engel.
“Zoals je ziet, is hier geen blauwdruk. En dat klopt.

Deze blauwdruk is op reis.

Je moeder heeft haar meegenomen toen zij van hier vertrok.
Ze draagt haar blauwdruk in haar lichaam.

Maar dat is niet erg. Wij kunnen nog steeds zien hoe haar blauwdruk eruitziet.”

Hij keek me aan en zei: “Ik wil je vragen om met mij mee te gaan naar je moeder.”

Dat had ik niet verwacht en ik keek mijn Engel blij aan.

“Omdat jij zo’n sterke band hebt met je moeder, en omdat jullie samen alles hebben opgelost wat opgelost kon worden, kun jij deze taak veel eerder op je nemen, de taak van haar gids.

Wat je nu gaat zien en doen, zullen alle gidsen uiteindelijk leren.
Alleen jij mag dit iets eerder ervaren dan de anderen.”

We stonden met z’n drieën bij elkaar.
Het lichtwezen pakte mijn hand vast.
Plotseling stonden we in een slaapkamer waar mijn moeder lag te slapen.

Rond het bed stonden mooie witte Engelen.

Ik zag hoe vanuit het lichaam van mijn moeder een zilveren koord bewoog.
Het kwam vanuit haar hart naar buiten.

In haar lichaam zag ik dat dezelfde koorden zich bewogen van haar hoofd tot aan haar tenen.
Het leek alsof de energie in haar lichaam zich als snelwegen van licht verplaatste
en samenkwam in haar hart.

Van daaruit slingerde het zilveren koord haar lichaam uit, door de slaapkamer heen,
naar buiten.

Ik keek verder en zag dat bij ieder huis zulke koorden aanwezig waren.
Ze bewogen door de ruimte, met elkaar verbonden.

Het leek één groot energienetwerk van koorden.

De Engelen waakten over het fysieke lichaam van mijn moeder.
Haar astrale lichaam was uit het fysieke lichaam en was op reis.

“Hier slaapt je moeder,” zei het lichtwezen.
“Haar fysieke lichaam slaapt, het ademt, het leeft.

Maar het is slechts een omhulsel om zich in deze wereld te kunnen bewegen.

In dit lichaam zul je haar blauwdruk niet vinden. Die is op reis.

We zullen haar dus moeten zoeken en haar achterna reizen.
Natuurlijk weet ik waar ze is, maar om dit verhaal zo duidelijk mogelijk te maken,
doen we deze reis stap voor stap.”

 

Ik begreep het en volgde het lichtwezen en mijn Engel, die het koord van mijn moeder naar buiten volgden.

“Mag je zo’n koord aanraken?” vroeg ik nieuwsgierig.

“Nee,” zei hij. “Dat zou de verbinding kunnen verstoren.”

“Maar boze zielen kunnen er energetisch toch iets mee doen?” vroeg ik opnieuw.

“Welke kwade zielen, Jesse?” vroeg het lichtwezen.

“Ik heb rond de aarde wezens, mensen gezien, zielen die boos waren en niet over waren gegaan. Zij kunnen toch kwaad doen?”

“Nee, Jesse,” zei hij rustig.
“De koorden waarmee een ziel verbonden is, zijn heilig.

Je kunt ze alleen zien als je een bepaald bewustzijn in jezelf hebt bereikt.

De wezens en zielen waar jij over spreekt, zien deze koorden niet.
Ze zijn er niet toe in staat om ze te zien, de koorden zijn beschermd.”

“Maar als ik het aanraak,” vroeg ik, “heeft dat dan invloed op mijn moeder?”

“Dat klopt,” zei hij. “Het zou haar nachtelijke reis beëindigen.
Ze zou terugkeren naar haar lichaam en de volgende keer dezelfde reis opnieuw moeten maken.”

“Ik heb gehoord dat de mens verschillende slaapniveaus heeft. Klopt dat?”

“Dat klopt,” antwoordde hij. “Maar waar de ziel haar diepste slaap ervaart,
bevindt de ziel in een bijzondere wereld.

Het ligt in haar eigen hemel.

Wat ik daarmee bedoel,” ging hij verder, “is dat er een tussenhemel bestaat.
Iedereen draagt deze hemel in zichzelf.

Daar ga je naartoe wanneer je de diepste slaap bereikt.
Op dit niveau kunnen wij in de blauwdruk kijken.
Daar kunnen we bepaalde ervaringen aanpassen en bijsturen.”

“Dus,” vroeg ik verbaasd, “niet alles staat vast?”

“De grote lessen die de ziel wil ervaren, staan vast,” zei hij.
“Ook de mensen met wie zij samenleeft. Maar de kleine dingen niet.
Dat zijn subtiele aanpassingen. Zo hebben we bij jouw moeder
het roken kunnen loslaten. We zagen dat dit proces haar op lange termijn
zou beïnvloeden. Daarom maakten we een kleine verandering.
Niet iets dat haar hele leven omdraait, maar wel iets dat het lichter
en makkelijker maakt.”

 

We kwamen aan op de plek waar mijn moeder was.
Tijdens haar slaap was zij hierheen gereisd.

Ik vroeg mijn Engel: “Mijn moeder is hier in haar diepste slaap.
Maar waar komen haar dromen dan vandaan?”

“Elk niveau van slaap,” zei hij, “verwerkt andere energieën.

Eén laag verwerkt de aardse energieën: wat je overdag hebt meegemaakt,
gezien of gehoord.

In een andere laag laat je het aardse meer los, maar ben je nog wel verbonden
met het pijnlichaam.

Door te slapen herstelt het lichaam zichzelf.

Maar op aarde zijn er te veel prikkels die het lichaam niet kan verwerken.
Daardoor wordt de mens snel ziek.

Het lichaam raakt vol, en er komen steeds niet verwerkte energieën bij.”

Ik begreep wat mijn Engel mij vertelde.

Wij mensen leven in een wereld die steeds digitaler wordt.
We hebben straling te verwerken, invloeden van social media, televisie en internet.

Het zijn allemaal prikkels.

Daarbij komt gamen, het teveel aan lichtflitsen en geweld, waardoor verslavingen, ziektes kunnen ontstaan.

Ik heb dat zelf ook ervaren.

In de hemel, in de groene sfeer, vond ik rust bij een boom.

Daar begreep ik waarom ik me zo vaak overprikkeld voelde, waarom ik hoofdpijn had.

Alles wat ik tot mij nam in deze aardse wereld had mij moe gemaakt, verstijfd,
verlamd in angst en vaak ook in boosheid.

 

“Kom,” zei het lichtwezen.

We bevonden ons op een plek in mijn moeders hemel waar het astrale lichaam van mijn moeder was.
Zij was hier. Ze leek jong, ik schatte haar op een jaar of zesendertig.
Haar lange haar lag over een wit kussen gedrapeerd.

Hier was ze slank. Haar huid was gaaf en ze leek volmaakt.

Ze lag op een hoog, wit bed.

Ik keek om me heen en zag dat de wanden vol edelstenen zaten.
Grote fakkels brandden aan de muren, waardoor de stenen oplichtten en de ruimte zacht aanvoelde.

In de kamer waren drie lichtwezens. Ze stonden naast het bed.

Het lichtwezen dat met ons was meegereisd, zei: “We gaan nu de blauwdruk
van je moeder blootleggen.

Je zult zien dat zij al heel veel heeft mogen oplossen.
Zelfs jouw aardse dood heeft ze snel weten om te zetten in liefde.

Maar,” en hij keek me even aan, “ze mist je nog wel.

Ook haar ziel, waar haar persoonlijkheid als jouw moeder in besloten ligt, wist wat jij had moeten doen en je moeder wist dat dit moment ooit zou komen.

Ze had zichzelf hierop voorbereid.
Net zoals bij je vader wist ze dat hij eerder dan zij zou sterven.

Bij jullie beiden heeft ze zich ’s nachts, in stilte voorbereid.
Zelfs op de uitvaart en alles wat daarbij kwam kijken.

Ze wist het als een draaiboek.
Ze wist precies wat ze op dat moment moest doen.

Wij hebben dat draaiboek in haar blauwdruk gelegd.
Ze heeft het gevoeld, gezien en gebruikt om zich voor te bereiden op iets wat nog moest komen.

“Kijk,” zei hij, en hij wees naar mijn moeder.

Ik zag hoe vanuit haar lichaam verschillende lagen van bewustzijn omhoog bewogen.

Het hoogste niveau was zij als lichtwezen, zoals wij dat allemaal zijn.
Het laagste niveau bevond zich het dichtst bij haar aardse fysieke lichaam.

Zoals je ziet,” zei hij, “heeft je moeder door zichzelf te onderzoeken op angst, verdriet
en alle andere emoties, zichzelf kunnen zuiveren.

Haar bewustzijn heeft ervaringen uit dit leven en uit vorige levens mogen oplossen
en loslaten.

Wanneer je moeder een emotie of ervaring onderzoekt, kan zij die loslaten
op het aardse niveau.

Daarna keert de les nog eens terug, maar in een andere vorm.
Door opnieuw te kijken ziet ze dat dezelfde les aan een andere ervaring vastzat.

In dit leven heeft ze niet alleen veel uit dit leven opgeruimd, maar ook tegelijk
van haar andere levens.”

 

Ik begon haar blauwdruk te zien.
Die was gevuld met ervaringen, emoties, pijn en verdriet.

En opeens zag ik dat door het inkijken in haar eigen leven angst en zware ervaringen
bijna volledig verdwenen waren.
Niet alleen in dit leven, maar ook in haar vorige levens.

Ik stapte wat dichterbij. Ik zag dat de levens die zij ooit had geleefd nu mooie levens waren geworden.
Ze bestonden nog steeds, maar hier was geen verdriet en geen pijn meer.

En als er in zo’n leven iets gebeurde dat haar uit balans bracht, herstelde het zich direct.
“Net zoals bij de menselijke voorouders moet je ook zorgen voor je eigen levens.

“Kijk, Jesse,” zei het lichtwezen.

Ik keek naar een leven van mijn moeder dat veel verder lag dan dit aardse leven.
Ik zag haar nu als een menselijk wezen dat ik eerder had gezien.

Eén van degenen die ooit vanuit een ander sterrelstelsel naar de aarde kwam.

“Dit is ook je moeder,” zei hij.
“Ook in dat leven kijkt ze terug op haar eerdere levens, zoals op het leven dat ze nu als jouw moeder leeft.

Het leven dat na dit aardse leven komt, helpt haar nu met dit leven.”

“Begrijp je het nog, Jesse?”

Ik keek en schudde mijn hoofd.

“Wacht,” zei het lichtwezen.

Hij pakte de blauwdruk van mijn moeder en legde alle levens naast elkaar.

Ik zag haar leven als klein meisje en zag dat ik haar vader was in een ander leven.

Ik zag ook de levens die na dit leven kwamen.
“Kijk, Jesse,” zei hij.
Zodra een ziel vertrekt, zijn alle levens die zij wil ervaren al gecreëerd en in de ziel vastgelegd.

Alle levens worden tegelijk geleefd.

Hoe verder van het licht, hoe korter deze levens zijn, maar hoeveel meer levens je mag ervaren.
Hoe dichter bij het licht, hoe bewuster en hoe liefdevoller.”

Het wezen ging verder: “Het leven dat je moeder nu leeft als mens, is een leven
met een lager bewustzijn. Maar het wezen, de ziel die daarna leeft, leeft veel langer, is bewuster en liefdevoller.

Die kan terugkijken of beter gezegd: kijken naar haar lagere bewustzijnslagen.

Je kunt het ook zo zien,” zei hij, en hij pakte opnieuw haar blauwdruk op.

“De levens met een lager bewustzijn liggen aan de buitenkant.

Zie dit als het fysieke lichaam.

Het leeft kort, maar maakt veel mee, ervaart veel en kent veel levens.

Samen vormen die één bewustzijn.

“Het volgende niveau kent geen angst en geen pijn. Het leeft langer.

Het lijkt op de sferen achter de sluiers waar jij bent geweest.

Kijk, Jesse, je moeder is ook een prachtig wezen, net als iedereen.”

Ik zag de verschillende niveaus en begreep dat het aardse leven bijna ‘niets’ is vergeleken met alles wat wij als ziel nog mogen ervaren.

Alle delen van je ziel leven tegelijk.

Maar hoe verder van het licht, hoe sterker de afscheiding.

Ik begreep wat het lichtwezen mij wilde zeggen.

Eigenlijk is iedereen al lang klaar met alle ervaringen.
Maar omdat we zo ver van de bron afstaan, worden tijd, levens en ervaringen zo uitgerekt dat het lijkt alsof het een eeuwigheid duurt.

Het is moeilijk om dit naar aardse woorden te vertalen.

Maar kort gezegd: de ziel die via vele levens tot dit leven komt, helpt mee met opruimen, inzien en loslaten van eerdere levens, zodat alle levens uiteindelijk in licht en liefde kunnen leven.

 

Ik keek weer naar de blauwdruk van mijn moeder.
Ze werd opnieuw omhoog gehaald en boven haar lichaam gehouden.

“Je moeder heeft een mooi leven,” zei het lichtwezen.
“Een zwaar leven, maar ook een liefdevol leven.

Ze heeft gezaaid en ze heeft gegeven. En nu mag ze oogsten.

Kom,” zei hij zacht, “je moeder gaat terug.
Maar de volgende keer zal ik je meer laten zien.”

Ik bedankte de lichtwezens en mijn Engel, en we vertrokken weer.

Onderweg vertelde mijn Engel dat zij al vele dagen met de blauwdruk van mijn moeder bezig waren geweest, als voorbereiding op het verdere verloop van haar leven.

Terug in onze sfeer gingen we bij de vijver zitten.
Meteen sprongen de kikkers naar me toe. Ik pakte er één op en glimlachte.

Ik had veel om over na te denken.

Het leven van de ziel zit zo goed in elkaar. Zo goed dat het bijna niet te bevatten is.
En toch is het tegelijk zo eenvoudig.

Ik bedankte mijn Engel voor deze mooie reis.
En ik bedankte mijn moeder, die alles opschrijft met liefde en geduld.

Want ik hou van haar ♥ Dank je wel, mama. 

 

Wij zaten bij de vijver, onze favoriete plek.
De kikkers zijn ontzettend leuk en komen er steeds meer bij, alsof ze met ons willen spelen.

We zitten in het gras en kijken uit over de vijver, die eigenlijk meer op een heel groot meer lijkt.

De zwanen zwemmen rustig aan ons voorbij en af en toe komen ze het water uit om een knuffel te halen.

Het mooie is dat, als je het eenmaal bij één zwaan hebt gedaan, er vanzelf meer volgen.

Ook zwemmen er eenden en prachtige vissen in het water.

Dit is een plek die mij dicht bij jou brengt, mam.
Hoe vaak gingen wij niet wandelen.

Eerst toen ik klein was, later ook toen ik wat groter werd.

Even bij het meer de hond uitlaten.

Ondertussen vertelde jij over kruiden en onkruid, waarvoor je ze kon gebruiken.

Op een gegeven moment herkende ik ze zelf en wist ik meteen welk kruid waarvoor diende.

Dat voelde als iets wat ik van jou had meegekregen.

Mijn Engel zit naast mij. Hij is mijn beste vriend.
Zo nu en dan kom ik mensen tegen die ik van vroeger ken; we spreken elkaar dan even.

Maar het meest ben ik bij papa. Papa is nu gids van Demi.

Ik zie dat Demi veel veranderingen doormaakt.

Ik zie ook dat zij dezelfde gevoeligheid heeft als ik, alleen laat zij het niet merken, waar ik dat vroeger wel deed.

 

Ik keek mijn Engel aan en vroeg: “We zijn teruggegaan naar het verleden om te zien hoeveel hulp er was vóór en tijdens en na het moment dat mijn moeder van mijn overlijden hoorde.

Ik zag dat het druk was bij hen, maar ik zag geen gids bij mijn moeder.

Wel zag ik mijn vader en familie van Ronald.

Aan de kant van mijn moeder zag ik haar opa en oma, maar zij stonden heel ver bij haar vandaan.

Ik zag wél haar Engel en een Meester bij haar staan. Hoe kan dat?”

“Dat is een mooie vraag, Jesse”, zei mijn Engel. “Je hebt goed opgelet.
Je moeder heeft wel gidsen gehad, maar vaak slechts voor korte momenten.

Ze heeft één hoofdgids die altijd bij haar is.

Die was er nu ook, alleen niet meer in de vorm van een mens, maar in de vorm van energie."

Ik keek mijn Engel vreemd aan.
“Wat bedoel je hiermee?” vroeg ik. “Kun je dit anders uitleggen?”

Mijn Engel stond op, stak zijn hand naar mij uit en zei: “Kom dan, dan laat ik het je zien.”

Ik pakte zijn hand vast en stond op.
Samen gingen we terug, naar de wereld van de blauwdrukken en naar de blauwdruk van mijn moeder.

 

We liepen weer naar de sfeer waar alle blauwdrukken waren en gingen opnieuw de cabine van mijn moeder binnen.

Een lichtwezen kwam naar ons toe en zei: “Je moeder ligt te slapen.

Je hoeft nu niet meer naar haar fysieke, slapende lichaam te gaan.

Je kunt haar astrale lichaam direct waarnemen. Gaan jullie mee?”

We stonden met z’n drieën dicht bij elkaar.

Het lichtwezen hield mij vast en het decor veranderde razendsnel.

Opeens stonden we in de kamer waar het astrale lichaam van mijn moeder lag te slapen.

Ik keek naar haar en zei zacht: “Je bent mooi… het valt me op dat je een gouden gloed hebt.”

Ik keek en vroeg het lichtwezen wat dit betekende.
Hij vertelde mij dat mijn moeder veel had opgeruimd in zichzelf.

Dat hadden ze mij in eerdere reizen al laten zien.

Hoe meer je opruimt, hoe meer je uiterlijk verandert, zelfs op energetisch niveau.

Ik vroeg: “Wie is de gids van mijn moeder? Ik heb hem tijdens de vorige reis niet had kunnen zien.”

“Dat klopt”, zei hij.

“Ook in de afgelopen zeven maanden had ik hem niet waargenomen.

Ik zag alleen haar Engel, mijn blauwdruk van mijzelf daar, degene die haar alles uitlegde.

Zo nu en dan zag ik een Meester, maar nooit een gids die dag en nacht bij haar is.”

 

Het lichtwezen liet mij opnieuw de blauwdruk van mijn moeder zien.
Hij haalde dit leven als mijn moeder naar voren en rekte het uit, zodat ik het goed kon overzien, van het begin tot nu.

Zodat ik goed kon zien wie er allemaal bij haar geweest waren.

Vanaf haar geboorte reisde er een oude man met haar mee.
“De gids die met haar is meegereisd,” zei het lichtwezen, “is een oude bekende van je moeder. Kijk maar.”

Ze lieten mij een ander leven zien waarin mijn moeder had geleefd.
Ze was toen een jonge vrouw.

De man die naast haar stond, was haar vader in dat leven: statig, streng, maar rechtvaardig.

Ze leefden van wat de aarde hun schonk, in verbondenheid met het land.

Totdat de blanke mensen kwamen.

Ze werden verdreven. Velen werden vermoord.

Slechts een klein groepje bleef over.

Mijn moeder heeft deze aanvallen niet overleefd en uiteindelijk haar vader ook niet.

Haar vader van toen werd de gids in het leven van mijn moeder nu.

“Maar waarom heb ik hem dan niet gezien?” vroeg ik verbaasd.

“Vanaf het moment dat jij die keuze hebt gemaakt, heeft hij losgelaten,” antwoordde het lichtwezen.

“Op dat moment was zijn taak volbracht.

Energetisch was hij nog wel met haar verbonden, maar niet langer astraal.

Kijk maar.”

Ik zag inderdaad dat, op het moment dat ik mijn leven verruilde, de gids van mijn moeder zich terugtrok.

“Dat snap ik niet,” zei ik. “Waarom blijft hij niet tot ik klaar ben om gids te worden?”

“Kijk, Jesse,” zei het lichtwezen zacht.
Het liet mij een moment zien: ik hield mijn moeder even vast, legde mijn hand op haar schouder en sprak de eerste woorden tegen haar.

“Vanaf dit moment heb jij het overgenomen,” zei het lichtwezen.

Jouw blauwdruk is nu verweven met die van haar, tenminste, een deel daarvan.

Jouw blauwdruk vertelt haar alles wat jij hier beleeft.

Hij houdt van haar, net zoals jij dat doet.

Jullie zijn één, ieder met een eigen taak.”

“Dus ik ben al de gids van mijn moeder?” vroeg ik verbaasd.

Het lichtwezen knikte en glimlachte.
“Ja. Alleen heb je nog veel te leren. Wat je wel en niet kunt zeggen.

In je enthousiasme wil je soms te veel vertellen, maar dat moet gedoseerd worden.

Niet alles komt altijd zo over als jij het bedoelt.”

Ik voelde dat dit waar was en dat leren daar ook bij hoorde.

“Maar bestaat er dan wel een sfeer waarin je kunt leren hoe je gids moet zijn?” vroeg ik.

“Ja,” zei het lichtwezen. “Die bestaat. Alleen zijn zij niet meteen gids, zoals jij dat nu bent.

Net als jij kijken ze naar de blauwdrukken van hun dierbaren.

Ze leren hoe ze mensen kunnen sturen, zonder in te grijpen in wat al vaststaat.”

Het lichtwezen liet mij voelen dat sommige ervaringen niet veranderd kunnen worden.

Die liggen vast in de blauwdruk.
“Maar,” vervolgde het, “je kunt wél troost bieden. Je kunt nabij zijn. Je kunt helpen bij het overgaan.

En je bent er wanneer er om je wordt gevraagd.”

Ik begreep dat gids-zijn niet gaat over sturen of veranderen, maar over aanwezig zijn, precies op het juiste moment.

 

Ik moest dit even verwerken.

Al die tijd was ik dus al de gids van mijn moeder.
Ik vertel haar mijn verhaal, mijn reis, maar ik mag haar nog niet adviseren.

Tenminste, nog niet bewust.

“Wanneer ben ik daar klaar voor?” vroeg ik snel.

“Als haar Engel je niet meer hoeft te corrigeren, Jesse,” zei het lichtwezen.

“Wie geeft haar nu advies en beantwoordt haar vragen?” vroeg ik.

“Dat doet haar Engel,” antwoordde hij weer. 

“Met hem staat zij dagelijks in contact.”

Mijn moeder is dus hetzelfde als ik, dacht ik bij mezelf.
Zij heeft ook haar Engel, net als ik.

Ik vertel haar mijn verhaal, en ik zit in haar leven verweven en zij in het mijne.

Mijn Engel pakte mijn hand vast en zei zacht: “Je moeder is een deel van jou, en jij een deel van haar.

Jullie zullen nooit gescheiden worden.”

“Kom,” zei hij.

We bedankten het lichtwezen en vertrokken samen.

We waren terug in de cabine van mijn moeder.
“Ik wil je nog iets laten zien, Jesse,” zei mijn Engel.

We liepen naar buiten, richting mijn cabine.

De lichtwezens die daar aanwezig waren, begroetten ons.
“Kijk, Jesse,” zei het lichtwezen, terwijl het een leven naar voren haalde.

Ik zag meteen dat het hetzelfde leven was dat ik eerder bij de blauwdruk van mijn moeder had gezien.
“In dit leven was jij de oude man,” zei het lichtwezen.

Ik keek verschrikt naar mijn Engel.
“Hoe kan dit?” vroeg ik. 

“Hoe kan ik in dat leven gids zijn van mijn moeder, terwijl ik in dit leven haar kind ben?”

Mijn Engel glimlachte.
“Alles kan,” zei hij zacht. “Je hebt het alleen van hem overgenomen.”

“Kijk, Jesse,” zei het lichtwezen opnieuw.

Het haalde een ander leven naar voren. Ik zag een leven waarin ik Jesse was.

Ze lieten mij zien wie mijn gids was, en ik herkende haar.

Zij was de dochter van de oude man uit dat andere leven.

Ik keek naar mijn Engel en vroeg: “Dus mijn moeder en ik zijn niet alleen moeder en zoon geweest?

Maar ook gidsen voor elkaar, delen uit andere levens?”

“Dat klopt, Jesse,” zei het lichtwezen. “Jij hebt het overgenomen van de oude man die jij ooit was.

Maar jouw gids, de jonge vrouw die een deel van jouw moeder is, is met jou mee gestorven.

Zij was bij je toen je geboren werd, en zij was bij je toen je het aardse leven verliet.

Op energetisch niveau hebben jullie samen heel veel opgeruimd.”

Het lichtwezen keek me aan.
“Het is moeilijk om dit in woorden uit te leggen, Jesse, maar alles is met elkaar verweven.

Niet alleen bij jou en je moeder, maar bij iedereen.”

“Kom,” zei mijn Engel. “We gaan terug.

Jij bent de gids van je moeder, maar het leren doe je tijdens haar aardse tijd.”

We bedankten het lichtwezen en liepen terug naar onze sfeer naar de vijver.

De kikkers zaten stil in het gras.

Het water lag glad als een spiegel en ik voelde geen vragen meer, geen haast om alles te begrijpen.

Mijn Engel zat naast mij, zwijgend, maar dichtbij.
Ik begreep nu dat gids-zijn geen rol is die je opeens aanneemt, maar een weg die je samen bewandelt, leven na leven, vorm na vorm.

Soms als ouder, soms als kind, soms als stille aanwezigheid op de achtergrond.

Mijn moeder is in mij, en ik ben in haar.
Niet om te sturen, niet om te veranderen wat vastligt, maar om er te zijn.

Met liefde, met zachtheid en vertrouwen.

En terwijl ik over het water keek, wist ik: alles is precies zoals het moet zijn.
We zijn nooit alleen geweest. En we zullen dat ook nooit zijn. 
🌿