Mama, vandaag zijn mijn Engel en ik op reis gegaan.
Ik noem het maar “vandaag”, maar eigenlijk kennen we hier geen dagen zoals jullie die op aarde kennen.
Er is hier geen dag en geen nacht, geen opkomende zon en geen vallende duisternis.
Tijd voelt hier anders, of misschien is hij er gewoon niet.
Toch gebruik ik dat woord, zodat mijn verhaal voor jou begrijpelijk blijft en je mij kunt volgen in wat ik je wil laten zien.
We liepen samen door onze sfeer, een plek die zacht en vertrouwd aanvoelt, alsof alles er ademt zonder geluid te maken.
We waren net in de hemelse bibliotheek geweest, waar mijn Engel mij iets had laten zien wat ik nog niet helemaal kon bevatten.
Hij had mij uitgelegd dat er levens van mij waren die nog niet volledig geheeld waren, ervaringen die ik op aarde had kunnen opruimen, maar die nu, hier, veel moeilijker te doorzien zijn.
Hier heb ik namelijk geen ego en geen pijnlichaam meer die mij kunnen triggeren om diep in die lessen te duiken.
En juist die twee heb je nodig om ervaringen tot in de kern te onderzoeken.
Zonder die spiegels wordt het moeilijker om te voelen waar nog pijn ligt opgeslagen.
Toch hadden wij samen het ego en het pijnlichaam bekeken en onderzocht, zodat ik kon begrijpen waarom ze op aarde zo’n belangrijke rol spelen.
Op aarde denken veel mensen dat zij het ego en het pijnlichaam moeten vermijden, alsof het iets slechts is dat niet mag bestaan.
Vooral mensen die al verder zijn op hun spirituele pad, zijn soms bang dat ze hun ego gebruiken.
Maar zelfs dat bang zijn… is het ego zelf dat dat gevoel laat ontstaan.
Zie je hoe slim het ego is, mama?
Het vindt altijd een manier om via een achterdeurtje weer naar buiten te komen.
Na ons bezoek aan de bibliotheek gingen we verder.
Mijn Engel vertelde dat we op weg waren naar de sfeer van de blauwdrukken, een plek waar zielenlessen en levensplannen zichtbaar worden.
Ik voelde dat dit een leerzame reis zou worden.
Toen we aankwamen, veranderde het licht om ons heen.
Het werd stiller, dieper, bijna heilig.
Overal waar ik keek, zag ik cabines, hoog, rond aan de bovenkant, als brede pilaren die uit het licht zelf leken te zijn gevormd.
Ze waren gemaakt van een materiaal dat ik op aarde niet kende: mat, zilverkleurig en toch zacht stralend, alsof elke cabine een eigen geschiedenis droeg.
Een lichtwezen kwam naar ons toe en veranderde voor mijn ogen in een prachtige Engel.
Ze keek mij blij aan en zei: “Welkom terug, Jesse, in de wereld van blauwdrukken.”
Ik bedankte haar, en terwijl we verder liepen, begon ze uit te leggen wat deze sfeer betekende.
Hier, vertelde ze, konden zij zien wat elke ziel had geleerd, had meegemaakt en wat zij in een volgend leven nog zou ervaren.
Niet alles lag van begin tot eind vast.
De grote levenslessen wel, maar kleinere ervaringen konden verschuiven.
Soms kon een grote levensles zelfs van een toekomstig leven naar het huidige leven worden verplaatst, afhankelijk van hoe snel een ziel groeide, hoe zij met haar ego omging en welke ervaringen zij nog wilde doorleven.
Lichtwezens, zoals zij, hielpen daarbij.
Zij werkten met de blauwdrukken van zielen, versnelden of vertraagden bepaalde ervaringen, maar alles wat een ziel vooraf had gekozen, zou uiteindelijk ook worden beleefd, al kon de timing veranderen.
Toen keek ze mij aan en stelde een vraag.
“Maar wat is nu het ego, en waarvoor dient het, Jesse? Weet jij dat?”
Ik haalde mijn schouders op en dacht even na.
“Ik heb er vaak over gehoord,” zei ik.
“Voor mij voelt het alsof het mensen minder liefdevol maakt.
Zonder ego zijn mensen rustiger, vriendelijker. Dat heb ik hier gezien.”
Ze glimlachte zacht.
“Dat klopt, maar niet helemaal.
In de donkere sferen hebben zielen ook geen ego wanneer ze hier aankomen.
Het verschil zit niet alleen in het ego, maar in het pijnlichaam en het bewustzijn.
Het pijnlichaam laten jullie achter wanneer jullie naar de hemel terugkeren.
Alles draait om die drie-eenheid: ziel, ego en pijnlichaam. Ze helpen elkaar.”
Ze vertelde mij hoe een ziel vanuit de Bron afdaalt naar lagere werelden.
In het begin merk je het ego en het pijnlichaam nauwelijks, maar hoe dieper een ziel zakt, hoe meer ervaringen zij opdoet.
Het bewustzijn reist altijd met de ziel mee, dat is een deel van haar.
Maar het ego en het pijnlichaam vormen een beschermlaag in de laagste sferen van de reis.
De aarde is zo’n lagere wereld, prachtig, maar vol zielen van verschillende leeftijden, allemaal met hun eigen lessen.
Zonder ego en zonder pijnlichaam zou een ziel daar niet beschermd zijn.
Zij zou gevangen kunnen raken in lagere energieën en de weg terug naar de Bron niet meer vinden.
Ik keek haar aan en vroeg: “Maar er bestaat toch niets buiten God?”
Ze knikte. “Dat klopt. Maar pijn is de weg terug naar het licht.
Jij had ook pijn voordat je hier kwam.
Je hoofd zat vol, je wilde hier niet meer zijn. Die pijn bracht je hier.
Je zei: tot hier en niet verder.
Zonder pijnlichaam en ego zou je niets voelen.
Je bewustzijn zou niet groeien.
Het zou blijven als een babyziel, zonder richting, zonder thuiskomen.”
Langzaam begon ik te begrijpen waarom deze lagen nodig waren.
Maar ze zag dat ik nog vragen had.
Ze glimlachte en zei zacht: “Laat me het anders uitleggen…”
We liepen langzaam verder langs de cabines, terwijl ze verder vertelde.
“Stel je voor dat je een boek hebt,” begon ze.
“In dat boek staan al jouw levenslessen.
Elke ervaring, elke ontmoeting, elke keuze die je ooit zult maken, staat daarin beschreven.
Je kunt dat boek lezen zonder pijnlichaam, zonder ego.
Je kunt het begrijpen, je kunt het zien… maar je voelt er niets bij.
Het blijft kennis, zonder beleving.
Maar zodra je in de aardse werelden leeft, heb je wel een pijnlichaam en een ego.
Dan ervaar je pas echt wat die lessen betekenen.
Dan komen het ego, het pijnlichaam en het bewustzijn samen, en worden ervaringen voelbaar tot in de diepste lagen van de ziel.
Juist die zware ervaringen worden de grootste lessen.
Daar kan het bewustzijn het meest van leren.”
Ik liet haar woorden op mij inwerken terwijl we verder liepen door de sfeer van blauwdrukken.
Ze liet mij inzien hoe zielen leven na leven afdalen, telkens een nieuw lichaam ontvangend dat hen beschermt tijdens hun reis.
Dat lichaam, zo legde ze uit, zorgt ervoor dat een ziel een vaste vorm krijgt naarmate zij dieper afdaalt in bewustzijn binnen de aardse werelden.
Ze vertelde dat zij de aarde als voorbeeld gebruikte, omdat dit verhaal voor mensen op aarde bedoeld was, maar dat er meerdere aardse werelden bestaan waar vergelijkbare lessen worden geleerd.
Het pijnlichaam, zo liet ze mij zien, vangt alle pijn uit ervaringen op.
Geen enkele pijn gaat rechtstreeks door naar de heilige lichamen of naar de ziel zelf.
Alles wordt eerst opgeslagen.
Hoe meer ervaringen, hoe voller het pijnlichaam wordt.
En hoe dieper een ziel afdaalt in bewustzijn, hoe zwaarder de ervaringen kunnen worden.
Maar die zwaarte, begreep ik, hoorde bij de donkerste lagen van bestaan.
Lagen die ook op aarde zichtbaar waren in tijden van oorlog, verlies en diepe menselijke strijd.
Omdat zielen van verschillende leeftijden samen incarneren, ontstaat er dualiteit.
Jonge zielen zoeken ervaring, soms zelfs extreme ervaringen zoals conflict of oorlog.
Terwijl oudere zielen het bewustzijn hebben dat zulke ervaringen lijden veroorzaken.
Toch begrijpen zij dat ook dit deel is van de groei van de jongere zielengroep.
Het pijnlichaam van oudere zielen draagt al vele ervaringen.
Wanneer zij geconfronteerd worden met nieuwe pijn, wordt oude pijn geactiveerd.
Het ego brengt die gevoelens naar de oppervlakte en zegt als het ware:
“Kijk… hier zit nog iets. Hier moet je iets mee.”
Maar het bewustzijn pakt die ervaringen op wanneer de ziel er klaar voor is.
Het onderzoekt, leert en laat los.
Zo groeit het bewustzijn langzaam door alle lagen van ervaring heen.
Ze liet mij zien hoe het pijnlichaam voller en voller wordt, totdat er een moment komt waarop het niets meer kan opnemen.
Dan begint de terugtocht.
Het ego wordt moe. Het denken, waar het controle over heeft, wil rust.
Het wil niet meer ervaren.
Velen op aarde kennen die staat, een diepe vermoeidheid van het leven zelf.
Maar zelfs dan is het pijnlichaam vaak nog niet volledig vol.
Het kan nog lagen opslaan, nog ervaringen dragen, totdat het moment werkelijk daar is.
En wanneer dat moment komt… dan breekt er iets open.
Ze liet mij een beeld zien van een heldere ster die plotseling door een nachtelijke hemel schoot.
“Zo voelt inzicht,” zei ze.
“Het is iets dat niet uit het denken komt.
Het ego kent het niet en kan er niet op reageren.
Het kan je er niet tegen beschermen, omdat het buiten zijn bereik ligt.
Het bewustzijn laat dan even zijn volle kracht en licht voelen, dwars door alle donkere lagen heen.
Er ontstaat een verruiming, alsof een lichtstraal door de mens heen gaat en hart en ziel voor een ogenblik weer samenvallen.
Een gelukzalig moment.
En in dat moment… staat de innerlijke leraar op.
Maar,” zo legde ze uit, “dat licht kan niet in één keer volledig doorbreken.
Het lichaam zou dat niet kunnen dragen. Het moet geleidelijk stromen.
Het ego voelt dat er iets verandert en probeert de controle terug te krijgen.
Het graaft in het pijnlichaam en haalt oude ervaringen naar voren om zich te beschermen.
Zie het als twee lichamen,” zei ze.
“De ene is de ziel met bewustzijn. De andere is het pijnlichaam met het ego.”
Ze zette ze voor mijn gevoel tegenover elkaar, zodat ik het beter kon begrijpen.
Het ego, bang om te verdwijnen, gooit ervaringen naar voren.
Pijn, emoties, herinneringen, alles wat het kan vinden.
Maar het bewustzijn pakt elke ervaring liefdevol op, onderzoekt haar, begrijpt haar… en lost haar op.
Steeds opnieuw.
Totdat het pijnlichaam leger wordt.
En waar pijn oplost, komt liefde voor in de plaats.
Ik moest denken aan hoe ik hier, na mijn overgang, ook zware energieën had losgelaten.
Hoe daar liefde voor in de plaats was gekomen.
Ze knikte. “Precies zo gebeurt het ook in het pijnlichaam.”
Maar ze waarschuwde mij ook.
“Het ego is slim.
Wanneer het licht begint te voelen, kan het die kracht gebruiken om zich superieur te voelen.
Dan ontstaat wat mensen het 'spirituele ego' noemen, een fase waarin kennis en bewustzijn worden gebruikt om zich boven anderen te plaatsen.
Ook dat is een ervaring die de ziel wil kennen.
Sommige zielen blijven daar lange tijd hangen, zonder dieper op te ruimen wat nog in het pijnlichaam ligt opgeslagen.
Maar ook dat hoort bij de reis.”
Daarna stelde ze mij voor om een vraag te stellen.
Ik vroeg haar waarom er zoveel mediums en heldervoelenden zijn.
Ze legde uit dat iedereen op een ander bewustzijnsniveau waarneemt.
Een oudere ziel met een gave kijkt anders dan een jongere ziel met dezelfde gave.
Niet iedereen krijgt zicht op de toekomst, maar innerlijke gidsen geven wel richting aan de ziel.
Langzaam begon het geheel zich voor mij te ontvouwen.
Toen liet ze mij een beeld zien dat ik nooit zou vergeten.
“Stel je een planeet voor,” zei ze, “die volledig uit water bestaat.”
Ik zag woeste oceanen, golven die door elkaar kolkten in chaos.
Vanuit de diepte begon land te ontstaan, gevoed door een onderwaterse vulkaan.
Het land groeide, steeds groter, totdat er meer land dan water was.
“Zo kun je het pijnlichaam zien,” zei ze.
“Het water is de pijn.
Het land is bewustzijn en liefde die naar de oppervlakte komen.
Wanneer een oude ziel geboren wordt, draagt zij al meer “land” met zich mee, meer bewustzijn uit eerdere levens.
En wanneer uiteindelijk het land overheerst…
Ontstaat er een paradijs.
Dan is de ziel meester geworden over het lijden.”
Ik keek opnieuw naar de cabines om mij heen.
Ik voelde dat ik nog maar aan het begin stond van wat ik mocht begrijpen.
Mijn Engel keek mij aan en zei zacht: “Kom, Jesse… dan gaan we naar binnen.
Dan gaan we je blauwdruk opnieuw bekijken.”
Ik knikte.
En samen liepen we verder de volgende laag van mijn reis binnen.
