Het is ochtend. De zon komt langzaam op en ik kijk uit over het water.
Maanden van training zaten erop en nu was het moment daar waarop we mochten laten zien wat we hadden geleerd.
De spanning was te snijden.
Met zijn allen keken we naar de schepen die in konvooi om ons heen voeren richting Frankrijk. Mijn naam is Richard en ik kom uit Canada. De liefde voor mijn vrouw en kind draag ik in mijn hart en ik denk aan hen tijdens deze overtocht.
De overtocht duurde niet lang, maar ik vond het zwaar.
De spanning aan boord was te snijden, want we konden elk moment door de vijand worden opgemerkt.
Het was een operatie van groot belang en als deze zou mislukken, dan bleef Europa bezet gebied.
We waren bijna bij de kust en in de verte zagen we het strand al liggen.
Het was tijd. Dit was het moment waarvoor wij hadden getraind.
Ik was een soldaat zonder rang, maar ik wist precies wat ik moest doen.
We stapten via een touwladder over in één van de landingsvaartuigen en voeren met een grote groep richting het strand.
We werden direct opgemerkt door de vijand.
Terwijl we het strand naderden, hielden we ons laag en vlogen de kogels uit de machinegeweren ons om de oren.
Veel mannen begonnen te bidden. Enkelen werden geraakt en de schrik zat er goed in.
Onmiddellijk zaten we midden in de strijd en werden we met de dood geconfronteerd. Het was prijsschieten voor de vijand.
Ze waren overal en keken vanaf de hoge duinen op ons neer.
Van links tot rechts sloegen de kogels in onze boot en sommigen van ons huilden, baden en kotsten van angst.
Het was één grote nachtmerrie waarin je jezelf scherp en gefocust moest houden.
En dan stopt de boot en valt de klep open. De klep die al zoveel kogels had tegengehouden.
Je wist dat je geluk moest hebben om het strand te bereiken en vervolgens achter de vijandelijke linies terecht te komen, maar velen haalden het strand niet.
We probeerden door het water richting het strand te lopen. Met bosjes vielen mijn kameraden om en dreven ze in het bebloede water.
Ik weet niet wat er in mij gebeurde. Het leek alsof mijn oerinstinct naar boven kwam.
Met al mijn kracht rende ik het water uit en stormde het strand op. Ik rende van antitankobstakel naar antitankobstakel.
Sommige jongens volgden mij, maar ik heb hen daarna nooit meer teruggezien.
Het leek op een hele slechte film. Er waren zoveel doden en gewonden en het aantal mannen dat het strand haalde was misschien niet eens de helft van het aantal waarmee we waren gekomen.
Terwijl we probeerden de achterkant van het strand te bereiken, vielen er nog meer mannen, maar samen met twee andere jongens haalden we het net. Ondanks dat de vijand, die boven ons zat, ons uit alle macht neer probeerde te schieten.
Heel even had ik een moment waarop ik alles bewust overzag.
Het was één groot slagveld en samen met mijn twee kameraden beklom ik het duin waar we eerst onder hadden gezeten.
We probeerden zo onzichtbaar mogelijk te zijn, maar toch heeft één van ons het niet gehaald.
Erover nadenken kon je niet. We waren ervoor getraind om de klus te klaren.
Vanaf een afstand zagen wij de bunker met daarin de vijand, die met machinegeweren richting het strand schoot.
We slopen zo onzichtbaar mogelijk naar de bunker, trokken allebei een handgranaat en lieten deze in één van de luchtkokers vallen.
Een grote, maar gedempte klap volgde.
Meteen stonden we met onze geweren klaar om de overlevenden die naar buiten stormden te overmeesteren.
Het was ons gelukt!
We keken elkaar even blij aan en toen ging ook voor mij het licht uit.
Op het moment dat de kogel mij raakte, was ik op slag dood.
Ik zag het licht van veraf op mij afkomen, maar ik zat nog vol adrenaline.
Ik was nog niet klaar om dood te gaan. Ik was nog maar net begonnen!
Het gevecht waar ik middenin zat, was abrupt afgelopen en ik wilde terug.
Ik wilde verder vechten! Ik vocht namelijk voor vrijheid!
Het licht nam af en ik zag mijzelf in het duingras liggen. Mijn makker lag naast me.
Ook hij had het licht gezien, maar werd net als ik niet meegenomen.
Het zien van je eigen lichaam dat in het gras ligt en het feit dat mijn maat en ik er samen naar stonden te kijken, was een heel vreemde gewaarwording.
De kogels vlogen door ons heen, maar ze raakten ons niet meer.
Met de geweren in onze handen schoten we terug op de vijand, maar het had geen enkele zin.
We wilden terug, we móésten terug!
Overal zagen we jonge mannen neergeschoten worden. We hoorden het lawaai, het geschreeuw van gewonde soldaten en de voortdurende explosies. De stank van munitie, het bebloede water en het strand maakten mij misselijk.
We renden het duin weer af om de soldaten te helpen, maar het was waanzin.
Tussen de gevallen soldaten zagen we steeds meer mannen staan die met verbazing om zich heen keken.
Zij waren net als wij niet meer onder de levenden en sloten zich bij ons aan.
Ook een gesneuvelde vijand liep door de menigte. Met zijn geweer schoot hij op de boten die het strand op kwamen.
Hij had niet door dat hij zich niet meer onder de levenden bevond en bleef schieten totdat zijn geweer leeg was.
Hij raakte niets en keek verbaasd om zich heen.
Toen zag hij ons.
Wij bleven hem aanstaren en uit angst rende hij bij ons vandaan.
We waren inmiddels met een grote groep.
Velen bleven bij hun gesneuvelde lichaam zitten, in de hoop weer op te kunnen staan en verder te vechten.
Allemaal hadden we het licht gezien en allemaal werden we niet meegenomen.
We liepen tussen de lichamen door en probeerden de zwaargewonde soldaten gerust te stellen.
Zij waren zich ervan bewust dat ze zouden overlijden en wanneer hun lichaam langzaam doofde, zagen wij hoe zij zich naar het licht keerden en werden binnengelaten.
Het was prachtig om te zien hoe het licht neerdaalde en hun lichaam bescheen.
Langzaam kwam de ziel los en zweefde vanuit het lichaam het licht tegemoet.
Eén keer zag ik dat iemand mij aankeek. Hij stak zijn hand naar mij uit, maar ik weigerde, omdat ik voelde dat mijn werk er nog niet op zat.
Wij waren niet de enigen die zulke zware verliezen leden. Ook de Amerikaanse en Britse troepen hadden het zwaar.
Op die dag zijn er zoveel soldaten gesneuveld dat wij niets anders konden doen dan toekijken en de zwaargewonden voorbereiden op het licht dat op hen wachtte.
We hebben dagenlang over het strand gelopen en gekeken of we nog jongens konden helpen met het overgaan.
Het was traumatisch om te zien, vooral wanneer je iemand zag liggen die je al lange tijd kende. Iemand die je vriend was geweest en die je tijdens de bestorming van het strand uit het oog was verloren.
Het duurde een tijd voordat de soldaten het achterland hadden veroverd en wij, de zielen die nog niet naar huis konden, kwamen er al snel achter dat we ons razendsnel konden verplaatsen.
In het begin liepen we nog, maar al snel hoefden we slechts aan een plek te denken en waren we er.
Zo ben ik voor de eerste keer terug naar huis gegaan, naar mijn vrouw en kind.
Ik stond naast haar toen ze het bericht kreeg dat ik niet meer in leven was.
Het was verschrikkelijk om te zien hoeveel verdriet ze had en hoe ze dagen achter elkaar huilde. Gelukkig had ze veel lieve mensen om zich heen. Toch wilde ik na verloop van tijd weer terug. Ik kon mijn makkers toch niet alleen achterlaten?
Toen ik terugkeerde, zag ik hoe steeds meer troepen het strand op kwamen en hoe de bevoorrading op gang kwam.
De mannen die gesneuveld waren, werden zorgvuldig bij elkaar gelegd en begraven, om later opnieuw begraven te kunnen worden.
Wij vormden een grote groep mannen en wilden onze kameraden zoveel mogelijk bijstaan in de strijd, ook al konden we zelf niets meer doen.
We verplaatsten ons naar gebieden waar zwaar gevochten werd en hielpen de zwaargewonden die overgingen.
Over de mannen die direct werden gedood, ontfermden we ons. Zij sloten zich vervolgens bij ons aan.
Zo ontstonden er grote groepen mannen die overal hielpen waar ze konden.
Niet alleen wij, de Canadezen, maar ook grote groepen Amerikanen, Britten en zelfs Duitse soldaten liepen rond en hielpen hun kameraden naar het licht.
Het bijzondere was dat er in deze wereld waarin wij ons bevonden geen haat bestond en geen strijd om wie er moest winnen.
We kregen allemaal een ander soort bewustzijn en met afgrijzen keken we naar wat er om ons heen gebeurde.
Hoe kon de mens tot zoiets in staat zijn?
Op een dag was er een zwaar bombardement aan de gang.
De vijand vloog met grote, zware vliegtuigen over om zoveel mogelijk schade aan te richten in een grote stad.
Toen heb ik voor het eerst Engelen gezien.
Wij mannen keken vol verbazing toe hoe de Engelen de burgerzielen die waren omgekomen uit hun huizen haalden en meenamen naar het licht.
Op dat moment konden wij geen contact met hen maken, maar ze keken wel vaak naar ons.
De mannen onder ons die van huis uit gelovig waren, baden om wat ze zagen en baden dat de oorlog snel voorbij mocht zijn.
Vaak zaten er biddende Engelen naast hen, wat een gevoel van troost gaf.
Ze waren ons niet vergeten en omdat wij niet werden meegenomen naar het licht, besloten wij onze vrienden niet alleen achter te laten.
Op hun liefdevolle manier lieten de Engelen ons weten dat er ook voor ons ooit een weg naar huis zou zijn.
Tijdens gevechten probeerden wij zoveel mogelijk te helpen en aanwijzingen te geven.
Helaas hoorde niet iedereen ons.
Sommige mannen luisterden wel naar hun innerlijke gevoel en pikten zo nu en dan onze aanwijzingen op.
Zo hebben wij vaak kunnen doorgeven waar de vijand zich precies bevond, waardoor veel slachtoffers konden worden voorkomen.
Onze groep zielen splitste zich op een gegeven moment op.
Wij hadden allemaal instructies gekregen voordat we aan deze missie begonnen.
Grote groepen trokken naar het noorden en het oosten en wij, als zielen, sloten ons daarbij aan.
Mijn mannen en ik bleven bij de Canadese troepen.
Mannen die, net als ik, dezelfde training hadden gevolgd en dezelfde missie uitvoerden.
Overal waar zij naartoe gingen, waren wij ook.
Langzaam veroverden de geallieerden steeds meer terrein, al waren er hier en daar nog altijd zware gevechten.
Het was om moedeloos van te worden wanneer je zag dat opnieuw één van je vrienden werd neergeschoten en zich vervolgens bij jouw groep aansloot.
Ik heb mannen gezien die door de sluiers heen kwamen rennen en vervolgens achterom keken naar hun eigen lichaam, dat enkele meters verderop op de grond was achtergebleven.
Deze mannen waren volledig van de kaart.
Hen tot rust brengen en laten inzien dat het ook voor hen voorbij was, deed pijn.
We hadden onszelf een naam gegeven.
Wij waren de Hemelse Brigade.
Wij zorgden voor de jongens die zwaargewond achterbleven en van wie wij al zagen dat ze het niet zouden redden.
Het begeleiden van deze jongens was zwaar, maar ook dankbaar werk.
Ze waren niet alleen. Wij waren immers bij hen en lieten hun zien dat er nog een leven hierna was, daar in het licht.
Aan beide kanten werd zwaar gevochten en de mannen vielen bij bosjes. Onze groep werd groter en groter.
Ook mannen uit Polen sloten zich bij ons aan en we bleven de stervenden naar het licht laten kijken voordat zij overgingen.
Zo nu en dan kwamen we door dorpjes en middelgrote steden die inmiddels bevrijd waren.
We zaten net als de jongens die nog vochten op tanks en in vrachtwagens.
We zwaaiden net als zij en lachten en dansten wanneer daar gelegenheid voor was.
De mannen konden even op adem komen, even de spanning van zich af laten glijden, maar de strijd was nog lang niet voorbij.
Na France, was daar België. Net als in France veroverden onze mannen dorp na dorp en stad na stad.
Er vielen aan weerskanten weer veel slachtoffers en wij hielpen waar we konden.
In het najaar was België in onze handen en nu gingen de troepen richting Holland.
Alleen nog dit land teruggeven aan zijn bewoners en we mochten naar huis! In de nachten zag ik paratroepers vanuit een vliegtuig neerdalen.
Snel wikkelden ze hun parachute op en begroeven die in de grond. Ze hadden een nieuwe missie.
Ze moesten doorstormen over de grote rivieren en dan richting Duitsland.
Omdat wij ons heel makkelijk konden verplaatsen, keken we ook wel eens mee aan de andere kant van de linies.
Wat besprak de vijand en hoe konden wij onze jongens helpen?
Op deze manier hebben we veel informatie, die in het belang van deze oorlog was, kunnen onderscheppen.
